UPDATE28032015/265a

De Europese Unie en de Verenigde Staten onderhandelen over een vrijhandelsverdrag, het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP). Dit verdrag tast de Europese democratie aan en zet milieubescherming, voedselveiligheid, sociale rechten en privacy voor Europeanen op het spel. GL is geen voorstander van het vrijhandelsverdrag en wil dat de EU de onderhandelingen met de VS staakt. Het omstreden handelsakkoord TTIP tussen de Verenigde Staten en Europa gaat ook ten koste van de gezondheid van onze werknemers. TTIP is geen klassiek vrijhandelsverdrag waarbij importheffingen worden weggenomen om de handel tussen twee landen te stimuleren. Tussen de EU en de VS zijn die tarieven al laag, bedrijven verhandelden in 2013 al voor €789 mrd tussen de beide economieën en investeerden meer dan €3000 mrd over en weer. TTIP gaat voornamelijk over het gelijktrekken van normen en dat heeft gevolgen voor de bescherming van sociale rechten en het milieu. Dat is nou precies waar we zelf strenge eisen aan willen blijven stellen, in Nederland en in Europa. TTIP zet de politiek buitenspel. TTIP tast democratische zeggenschap aan om de markt te reguleren in het publieke belang– denk aan milieunormen, sociale rechten of privacy. Daarmee vloeit er invloed weg van democratische parlementen naar het bedrijfsleven. Vooral grote bedrijven met veel lobbykracht krijgen met TTIP extra kansen om hun belangen te behartigen, ook als die tegen het algemeen belang in gaan. De Europese Unie heeft precies het tegenovergestelde nodig. We moeten de invloed van grote bedrijven op wetgeving juist inperken. Als we in Europa na TTIP nieuwe regelgeving willen voorstellen, dan krijgt het bedrijfsleven de mogelijkheid om nieuwe wetgeving vroegtijdig te beïnvloeden en te screenen op negatieve effecten voor de handel. Als een bedrijf vindt dat Europese regels of besluiten zijn investeringen aantasten, kan het zelfs een schadevergoeding afdwingen buiten nationale rechtbanken om (via arbitrage tussen investeerders en staten, ISDS). Dat geldt ook voor regels die er zijn om mens en milieu te beschermen. TTIP schaadt de Nederlandse en Europese democratie, terwijl de opbrengsten voor onze economie hoogst onzeker zijn. GL wil de vrijheid om mens en milieu te beschermen niet op het spel zetten voor twijfelachtige voorspellingen over een beetje extra economische groei in de verre toekomst. GL wil in de trans-Atlantische samenwerking prioriteit geven aan andere thema's dan vrijhandel, zoals bij de aanpak van klimaatverandering, belastingontwijking en de agressieve politiek van Poetin. TTIP holt de democratie uit doordat Amerikaanse investeerders zich kunnen onttrekken aan Europese wetten. Het vrijhandelsverdrag voorziet in bepalingen over investeringsbescherming en -arbitrage (Investor-State Dispute Settlement, ISDS). Via een dergelijk arbitragemechanisme kunnen bedrijven landen aanklagen voor internationale arbitragehoven. Hier wordt achter gesloten deuren geoordeeld door drie privé-arbiters, buiten de bevoegdheid om van nationale gerechtshoven en parlementen. Vermogende bedrijven kunnen dit mechanisme gaan gebruiken om regelgeving aan te klagen die de verwachte winst van de bedrijven mogelijks aantast, zelfs als die regels er zijn om mens en milieu te beschermen. Dit leidt tot wetgevende zelfcensuur bij overheden en holt de democratie uit. Zo kunnen Amerikaanse energiebedrijven de Nederlandse Staat aansprakelijk stellen voor het beleid dat zij hier geen schaliegas mogen ontwikkelen. De Zweedse energiegigant Vattenfall eist op grond van een bestaande afspraak over investeringsarbitrage €3,7 mrd schadevergoeding van de Duitse regering vanwege haar besluit om kernenergie uit te faseren. De noodzaak van deze investeerdersbescherming is dubieus: in andere verdragen werkt het om extra investeringen over en weer te stimuleren, maar daar lijkt tussen de EU en de VS geen sprake van, aangezien er al wederzijdse investeringen ter waarde van 3,5 triljoen dollar uitstaan. Een keuze van de EU en de VS voor een onderling vrijhandelsverdrag zet de Wereldhandelsorganisatie (WTO) buitenspel. En daarmee ook de ontwikkelingslanden. Een transatlantisch vrijhandelsverdrag moet rekening houden met ontwikkelingslanden, vindt GL. Brussel en Washington zouden moeten afspreken om de handelsvoordelen die zij bieden aan de armere ontwikkelingslanden te verbeteren en gelijk te trekken. Multinationals zullen optimaal kunnen profiteren van het wegnemen van handelsbelemmeringen, maar de voorziene extra economische groei als gevolg van het vrijhandelsakkoord is zeer beperkt. Zelfs de onderhandelaar namens de EU, eurocommissaris De Gucht, kan aan een journalist niet uitleggen waarom we onze democratie, voedselveiligheid, privacy, milieu en dierenwelzijnsregels op het spel zouden zetten voor een hypothetische 0,05% extra economische groei. Bovendien schaadt TTIP het vermogen van de EU om te innoveren. De EU loopt voorop in de wereld met het beschermen van mens en milieu. Deze relatief hoge Europese standaarden vormen een belangrijk deel van onze economische kracht: zij dagen bedrijven uit om koploper te worden in nieuwe technologie. Dat schept exportkansen. Burgers noch bedrijven zijn ermee gediend als we onze standaarden opofferen aan vrijhandel. TTIP is geen gewoon handelsverdrag. Je zou het kunnen beschrijven als de uitbreiding van de Europese interne markt met een oppermachtige nieuwe lidstaat. Maar waar de EU democratische instituties heeft ontwikkeld om de markt te reguleren en controleren, geeft TTIP die bevoegdheid vooral aan de markt zelf. Vrijhandel kan welvaartswinst opleveren. Het wereldwijd verlagen van import of exporttarieven kan banen kosten in voorheen afgeschermde sectoren, maar pakt voor de samenleving puur economisch meestal gunstig uit. Deze belemmerende tarieven zijn voor de VS en de EU gemiddeld lager dan 3%,, dus verwaarloosbaar klein. De laatste handelsbelemmeringen die dit verdrag moet wegnemen zijn vooral non-tarifair: van verschillende wielventieldopjes voor auto’s tot definities van veilig voedsel. Als we Eurocommissaris Malmström en onderminister Ploumen moeten geloven gaat het verdrag vooral over wielventieldopjes en hoeven we ons over fundamentelere zaken zoals voedselveiligheid geen zorgen te maken. Het verdrag zal inderdaad geen teksten bevatten die de EU per direct verplicht om hormoonvlees of chloorkippen toe te laten. Maar ook al komt het vol te staan met uitzonderingen en beschermingen om aan Europese zorgen tegemoet te komen, aan de kern van het verdrag zal niet worden getornd. De politieke bevoegdheid om te reguleren zal worden beperkt en vloeit weg van overheden naar het bedrijfsleven. Werkgroepen per sector met daarin het bedrijfsleven zelf, kunnen toekomstige wetgeving voorkoken. Ook is de kans groot dat TTIP dezelfde benadering hanteert als het akkoord met Canada waarin de EU zich voor het eerst verbindt aan de liberalisering van diensten, tenzij er een uitzondering in het verdrag staat. Het huidige niveau van liberalisering wordt ‘vastgeklikt’. Europeanen kunnen dan niet eens meer overwegen om deels geliberaliseerde diensten – zoals energie – ooit terug te brengen in publieke handen. De politiek heeft het nakijken. De parallel met de geschiedenis van de Europese integratie is treffend. Toen de twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschappen in 1986 de Europese Akte sloten, was er – net als over TTIP – aanvankelijk nauwelijks publieke ophef over de oprichting van een Europese interne markt. Nel van Dijk, europarlementariër, kwam enkele jaren daarna als een van de weinigen terecht tot de conclusie dat „we geen bal meer te vertellen hebben” over de regulering van die markt. De Europese Akte nam barrières weg voor het bedrijfsleven, maar vergat de politieke en democratische controle. Pas in 1993 kreeg het Europees Parlement met het Verdrag van Maastricht significante invloed op de regulering van de interne markt. Inmiddels is de asymmetrie tussen economische en politieke integratie binnen de EU verder verkleind. Iedere dag werken direct gekozen volksvertegenwoordigers aan wetgeving die mensen beschermt tegen schadelijke chemicaliën, onverantwoord gedrag van banken en het omzeilen van arbeidsvoorwaarden. Er is een begin van een politieke unie waarin Europeanen gezamenlijk definiëren wat het publieke belang is. Maar de Europese democratie is work in progress. De invloed van het bedrijfsleven op wetgeving is nog -te- groot. De competenties om sociale rechten te waarborgen zijn nog altijd zwak. Europeanen hebben onvoldoende zicht op de politieke keuzes die achter technische Brusselse discussies schuilgaan. Er is geen volgroeide Europese publieke sfeer. Reden genoeg om te beginnen met een grondige democratische hervorming van het huidige EU-verdrag. Maar in plaats van deze discussie af te trappen is de Europese Commissie gesteund door de nationale overheden bezig met precies de tegenovergestelde agenda. Door een nieuw verdrag met de VS te sluiten wordt de asymmetrie tussen markt en politiek weer groter in plaats van kleiner. Opnieuw springt de EU het diepe in, zonder de democratische consequentie daarvan duidelijk te maken. De woede van burgers over de Europese Akte kwam aan de oppervlakte bij het referendum over de Europese grondwet in 2005. Hopelijk komt de woede over TTIP op tijd. De Europese Commissie moet haar conclusies trekken en investeringsarbitrage (ISDS) schrappen uit vrijhandelsverdragen zoals TTIP (met de VS) en CETA (met Canada). Dat zegt GL-Europarlementariër Bas Eickhout in reactie op de uitkomsten van een openbare raadpleging die de Europese Commissie onlangs presenteerde. Honderden organisaties en tienduizenden Europeanen lieten de Europese Commissie laten weten dat ze ISDS onwenselijk vinden. GL heeft principiële bezwaren tegen vergaande handelsverdragen zoals TTIP omdat dit leidt tot meer invloed van bedrijfsleven op wetten, ten koste van nationale en Europese democratische instituties. ISDS is daarvan het meest prangende voorbeeld. Daarvoor waarschuwt ook vakbond FNV. Ook zouden 600.000 banen in Europa op de tocht staan. Volgens de vakbond krijgen multinationals met het TTIP-verdrag nog meer macht dan nu en dreigen belangrijke wettelijke afspraken die gemaakt zijn verloren te gaan. "Arbeidsvoorwaarden en lonen staan nu al onder druk. Dat dreigt alleen maar meer te worden als TTIP er komt", aldus de vakbond. "Ook de gezondheid van werknemers staat op het spel, omdat zij vaker blootgesteld dreigen te worden aan gevaarlijke stoffen. " De FNV wijst daarbij op het beschermingsniveau voor veel gevaarlijke stoffen dat in de VS veel lager ligt dan in Nederland. Buiten het licht van de schijnwerpers leek het onheil zich te voltrekken, de dreigende vorming van het vrijhandelsverdrag TTIP dat loopt van Los Angeles tot aan Boekarest. Het voornaamste doel van een vrijhandelsverdrag als TTIP is het stimuleren van handel tussen landen. Dat is niet nieuw. Overal ter wereld hebben staten onderling tal van afspraken gemaakt over het opheffen van belemmeringen op het gebied van handel. Zo kent Noord-Amerika de NAFTA (North American Free Trade Organization), Azië de AFTA (ASEAN Free Trade Area) en is de EU in feite een uit de kluiten gewassen Europees vrijhandelsverdrag. Concluderend zou je kunnen zeggen dat met dit vrijhandelsverdrag de EU er met de VS, puur op het gebied van de vrije markt zonder binnengrenzen, een enorme lidstaat bij krijgt. De VS en de EU zijn momenteel de grootste economische blokken ter wereld. Om deze positie te verstevigen en de onderlinge economische banden te versterken willen beide partijen de wederzijdse handel bevorderen. Het is daarom de wens om bestaande protectionistische mechanismen, die in het verleden zijn opgesteld om de binnenlandse markten te beschermen, af te schaffen. Denk hierbij aan importtarieven en importquota. Ondanks dat dit soort regels nog wel bestaan wordt de handel tussen de Verenigde Staten en Europa op dit moment al gekenmerkt door een grote mate van vrijheid. De voornaamste obstakels, de importtarieven, zijn namelijk al relatief laag. Waarom is er dan toch een nieuw verdrag nodig? Het TTIP verdrag is veel meer dan een eenvoudig handelsverdrag. Het is niet alleen gericht op het afschaffen van importtarieven en quota, maar richt zich met name op regelgeving. Het harmoniseren van allerlei regels op het gebied van kwaliteitseisen van producten, testprocedures, etc. is een belangrijk onderdeel van TTIP. Ook wordt het belang geregeld voor het beschermen van investeringen van bedrijven. De discussie over TTIP gaat dus niet over het al dan niet opzetten van een gemeenschappelijke markt zonder handelsbarrières. Het debat richt zich met name op een aantal belangrijke, ingewikkelde elementen van het verdrag waarover velen zich ernstige zorgen maken. Waarom is er ineens zoveel ophef? In Duitsland is er al langer discussie over de inhoud van het vrijhandelsverdrag. Ook in de Duitse politiek is de discussie over TTIP veel eerder op gang gekomen. In Frankrijk heeft TTIP eind vorig jaar al een stevig politiek debat op gang gebracht. Ondertussen vindt het verzet tegen TTIP vooral online veel navolging. De hashtag #StopTTIP is al zeer geregeld trending geweest. Ook duiken er diverse filmpjes en plaatjes op waarin geprobeerd wordt gehakt te maken van het TTIP verdrag. De online petitie https://stop-ttip.org/ van burgerinitiatief van Europese burgers is inmiddels door 1,6 miljoen mensen ondertekend en bij de protesten bij de ECB vorige week in Frankfurt was TTIP een van de onderwerpen waartegen door de demonstranten werd geprotesteerd. Wat zijn nu de punten van zorg? In het kort draait het om ISDS, het harmoniseren van regels en transparantie. De Investor-State Dispute Settlement clausule is zeer omstreden. Bedrijven krijgen via het ISDS de mogelijkheid om een arbitragezaak tegen een vreemde overheid op te starten, wanneer de investeerder meent ten onrechte benadeeld te worden door regelgeving van deze overheid. Een ISDS-zaak gaat buiten de nationale rechtbanken om en wordt beoordeeld door drie advocaten die per zaak worden aangewezen. Met andere woorden. Wanneer een Amerikaans bedrijf investeert in Nederland en de Nederlandse overheid een maand later een wet aanneemt die nadelig is voor de investering van dat bedrijf, dan kan het bedrijf de Nederlandse overheid daarover aanklagen. Een groep advocaten zal vervolgens, volledig buiten het Nederlandse rechtssysteem en het Europese Hof om, beslissen of de claim terecht is of niet. Democratisch tot stand gekomen wetgeving kan dus zo ten grondslag liggen aan een claim waar uiteindelijk de belastingbetaler voor op moet draaien. Het ISDS in TTIP geeft investeerders onnodig veel macht. De tegenstanders wijzen op voorbeelden uit de NAFTA waarbij in een soortgelijk systeem de Canadese en Mexicaanse overheid door grote Amerikaanse bedrijven voor enorme bedragen werd aangeklaagd vanwege nationale wetgeving. Ook wordt gewezen op de inrichting van de geschillencommissie. Critici klagen over een gebrek aan transparantie, een omzeiling van het bestaande rechtssysteem en een gevaar dat overheden slachtoffer zullen worden van de Amerikaanse claimcultuur. In diverse Europese landen roepen politici nu op om het TTIP verdrag niet aan te nemen zo lang de ISDS-clausule niet wordt verworpen of aangepast.

Een voorstel voor aanpassing van het ISDS arrangement dat minister van Buitenlandse Handel Ploumen met een aantal van haar Europese collega’s heeft opgesteld, krijgt veel steun in Europa. Het is dus maar de vraag of het TTIP verdrag met de ISDS-voorziening in de huidige vorm zal worden aangenomen. Naast de ISDS-clausule roept ook het synchroniseren van Europese en Amerikaanse regelgeving omtrent producten veel weerstand op. Een goed voorbeeld daarvan is het gelijkstellen van regels over botsproeven bij auto’s. In Amerika wordt er bijvoorbeeld getest zonder gordel, in Europa met gordel. Dit betekent dat een fabrikant twee soorten tests moet doen om een type auto op beide markten te mogen verkopen. De TTIP moet ervoor zorgen dat er een gelijkschakeling plaats zal vinden in het oerwoud van verschillende regels. De kosten voor fabrikanten van allerlei extra testen kunnen hierdoor drastisch worden verlaagd. Tegenstanders van deze harmonisering van regelgeving wijzen erop dat bijvoorbeeld op het gebied van voedselveiligheid dit tot grote problemen kan leiden. In Europa bestaan er zeer scherpe richtlijnen op het gebied van voedsel, regels die in de Verenigde Staten op een heel andere manier zijn vorm gegeven. Het meest gebruikte voorbeeld is dat van de chloorkip. In Europa is het strikt verboden om na de slacht de kippen te behandelen met chloor. Dit is een goedkope methode om het vlees te ontdoen van ziekteverwekkers en is in de VS wel toegestaan. De angst bestaat dat met het synchroniseren van regels door TTIP de zogenaamde chloorkip ook in Europa te verkrijgen zal zijn. Veel critici willen koste wat kost voorkomen dat de hoge standaarden die in Europa gelden in gevaar komen door het nieuw te vormen verdrag tussen de VS en de EU. Tot slot is wellicht het grootste probleem het gebrek aan transparantie in het hele proces. Gesprekken over TTIP vinden plaats achter gesloten deuren en informatie komt maar mondjesmaat naar buiten. Bovendien bestaat bij kritische volgers van TTIP het sterke vermoeden dat achter de schermen de invloed van grote bedrijven, die belang hebben bij de ISDS en gelijkschakeling van allerlei regels, enorm is. Door verschillende partijen in de Tweede Kamer zijn al moties ingediend, die zijn verworpen, om meer transparantie te eisen over de stand van zaken rond TTIP. Tweede Kamerlid Jesse Klaver van GL heeft gevraagd om een raadgevend referendum. Burgers moeten zich kunnen uitspreken over of wij onze wetten, rechten en plichten ondergeschikt willen maken aan een handelsverdrag.’ Nu de discussie in heel Europa over het gebeuren is losgebarsten is de verwachting dat er meer transparantie omtrent de onderhandelingen zal komen. Vanuit de EU zijn er inmiddels berichten naar buiten gekomen die proberen feit van fictie omtrent de TTIP te scheiden. Ondertussen is in het Europese parlement aan de vertegenwoordigers van de verschillende landen gevraagd om de TTIP beter naar hun achterban te verkopen. Het is dus interessant om te zien hoe het publieke debat, dat op dit moment voornamelijk wordt beheerst TTIP critici, zich in de komende tijd zal ontwikkelen nu politici zelfs de opdracht hebben gekregen vanuit de EU om TTIP was positiever op de kaart te zetten. De positie van het EP is niet helder. Daar liggen grote risico's. De invulling van ISDS, liever nog het verwijderen van ISDS, baart grote zorg. Bas Eickhout, europarlementariër van GL, zegt daarover “Investeringsarbitrage geeft multinationals een krachtig instrument in handen om zich te weren tegen Europese en nationale wetgeving die hun belangen schaadt”. “Uit angst voor gigantische schadeclaims zeggen wetgevers in Europa straks 'laten we die strengere milieunormen voor auto's maar niet doen, want dan krijgen we General Motors of Ford op ons dak.' Die uitholling van de democratie om multinationals te beschermen moeten we stoppen.” In de onderhandelingen tussen de Europese Unie en de VS over het TTIP is het hoofdstuk investeringsarbitrage momenteel nog bevroren. Maar de Europese Commissie houdt ondanks het grote publieke verzet tegen ISDS, alle opties open. Eickhout verwacht een helder nee van deze Europese Commissie die pretendeert beter naar de zorgen van Europeanen te luisteren. “Ruim 1,6 miljoen mensen tekenden al het burgerinitiatief tegen TTIP en tienduizenden namen de moeite om hun afkeer van ISDS te beargumenteren. Als de Commissie hen negeert, bevestigt ze daarmee diegenen die zeggen dat de EU er alleen voor het bedrijfsleven is.” Investeringsarbitrage tussen staten en bedrijven is bedacht om te voorkomen dat investeerders het slachtoffer worden van partijdige behandeling door rechters in het land waar ze willen investeren. In de praktijk leidt het ertoe dat arbitragecommissies buiten het zicht van het publiek oordelen of de investeerdersbelangen, in hun ogen, door een staat zijn geschaad. Deze omzeiling van nationale rechtsstelsels is wat GL betreft niet te verantwoorden. “Bedrijven kunnen ook zonder dit mechanisme gewoon investeren aan de beide kanten van de Atlantische Oceaan. De EU, VS en Canada zijn geen bananenrepublieken. Gewone openbare rechtszaken bij gewone rechtbanken moeten de standaard zijn.”

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch met de tags , , , . Bookmark de permalink.