UPDATE27012018/412 Grote jongens krijgen poep in de broek

Deze week vond in Davos het jaarlijkse World Economic Forum plaats. Directeur Christine Lagarde van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) maakt zich zorgen over een mogelijke valutaoorlog. Dat liet ze weten in Davos. Lagarde reageerde op opmerkingen van de Amerikaanse minister van Financiën Steve Mnuchin. Hij zei dat de zwakke Amerikaanse dollar goed is voor de economie van zijn land omdat de handel bevorderd wordt. Mnuchin gaf aan zich geen zorgen te maken over de huidige zwakte van de dollar. De Amerikaanse munt staat op het laagste niveau tegenover de euro in drie jaar. De IMF-directeur stelde dat de koers van de dollar door de markten wordt bepaald en dat de Amerikaanse belastingverlagingen zouden moeten leiden tot een versterking van de munt. Een goedkope munt is gunstig voor exporteurs omdat hun producten goedkoper worden in het buitenland. Daartegenover staat dat de import van buitenlandse goederen duurder wordt.

Jack Ma, oprichter van internetreus Albiba, is bang voor een grote handelsoorlog. De schade daarvan zou enorm zijn en decennialang doorwerken. Dat zei Jack Ma tijdens het World Economic Forum. De naam van de Amerikaanse president Donald Trump viel niet tijdens de paneldiscussie over e-commerce, maar het was duidelijk dat het over hem ging. “Globalisering is hartstikke goed”, aldus de baas van het Chinese e-commercebedrijf Alibaba. “Maar vandaag is het in toenemende mate een probleem aan het worden. Dan is het gemakkelijk om een handelsoorlog te beginnen. Maar die is niet gemakkelijk weer te beëindigen. Ik ben zeer bang hiervoor.” Trump maakte bekend dat er Amerikaanse importheffingen komen op Chinese zonnepanelen. Ook Ma ligt regelmatig in de clinch met de VS over de Chinese activiteiten daar. Ma werd tijdens de paneldiscussie herinnerd aan zijn uitspraak ‘waar handel stopt, begint oorlog’. De Chinese topondernemer is duidelijk zeer bezorgd over het opkomende protectionisme. “Het zal 30 jaar kosten om de pijn van een handelsoorlog weer weg te werken.” Hij wees erop dat vrije handel en in het bijzonder e-commerce goed is voor kleine bedrijven die zo kunnen handelen met de hele wereld. “Als je sancties gaat opleggen, dan sanctioneer je die kleine bedrijven.” Volgens Ma maken overheden zich veel te veel zorgen over de opkomst van internetverkopen. “Jonge mensen willen dit, dus het is de toekomst. Je kunt je zorgen maken, maar het komt er toch. Roberto Azevêdo, directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), maakt zich zorgen over de achterhaalde regelgeving. “Overheden hebben nog steeds regulering voor de 20-eeuwse handel. Die overheden hebben de kennis en informatie nodig van private partijen, van mensen uit het veld zoals Jack Ma.” De razendsnelle opkomst van e-commerce maakt afspraken nodig over onder meer internetbetalingen en consumentenbescherming, zo werd duidelijk uit de discussie. WTO-baas Azevêdo vindt dan ook niet dat internethandel ongereguleerd moet blijven. “Als we met onze armen over elkaar blijven zitten, dan laten we het helemaal over aan de grote bedrijven.”

Niet China’s schaduwbanken, Brexit of Noord-Korea, maar de arbeidsmarkt van Verenigde Staten vormt het meest uitgesproken risico voor financiële markten. Vooral zijn krimpende hoeveelheid geschikte werknemers is een bron van zorg voor de groei van de omvangrijkste economie ter wereld, stelt de Amerikaanse indexvolger Vanguard, tevens vlak na BlackRock de grootste vermogensbeheerder ter wereld. De groei zet volgens alle strategen wereldwijd door, er is voldoende kapitaal in de markt en de volatiliteit in de markten is gering. ,,We zijn het eens met deze economische langetermijnprognose, maar we vinden dat de kansen op een korte cyclisch teruggang op de korte termijn ondergewaardeerd zijn”, aldus Joseph Davis, hoofdeconoom van het fonds met $4,5 biljoen onder beheer (BlackRock $5,7 biljoen). „Het duidelijkste risico voor de status quo bevindt zich in de Verenigde Staten, waar een al krappe arbeidsmarkt nog krapper wordt”, verwijst Davis naar de werkloosheid die is teruggevallen tot onder 4%. Met stijgende lonen rechtvaardigt het een rentestijging van de Federal Reserve tot 2% eind dit jaar. Dat leidt automatisch tot meer druk op nieuwe renteverhogingen, aldus Vanguard, dat werkt met een coöperatieve structuur, waarbij de fondsen en indextrackers eigenaar zijn van de beheerorganisatie.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft zijn economische groeiprognoses verder opgeschroefd. In het eurogebied voorspelt de organisatie 2,2% groei voor dit jaar en 2% voor volgend jaar. Wereldwijd is de voorspelling voor beide jaren zelfs 0, 2% punt naar boven bijgesteld, naar 3,9%. Ondanks de forse groei waarschuwt het IMF beleidsmakers wereldwijd dat ze niet achterover moeten leunen nu het economisch beter gaat. Die groei is namelijk voor een deel te danken aan de lage rentetarieven die de centrale banken rekenen, en zal volgens het IMF niet aanhouden op de lange termijn. De organisatie verwacht dat de huidige explosieve groei de komende jaren zal afzwakken tot een lager niveau dan voor de crisis. Door de lage renteniveaus zijn overheden en bedrijven veel schulden aangegaan. Dat is geen probleem nu de inflatie en de rentetarieven nog laag zijn, maar het IMF voorziet problemen als die plots stijgen. Daardoor is de wereldeconomie volgens de organisatie erg kwetsbaar. Ook klimaatverandering en milieuschade, cyberdreigingen, witwaspraktijken en tal van politieke spanningen vormen volgens het IMF bedreigingen voor een langdurige stabiele groei. “De volgende recessie kan dichterbij zijn dan we denken, en de munitie waarmee we die moeten bestrijden is veel beperkter dan een decennium geleden. Vooral omdat de schulden zo veel hoger zijn”, staat in de prognose. Het advies is dan ook om, juist nu het economisch beter gaat, de nodige maatregelen te treffen om een nieuwe crisis te voorkomen. Het IMF raadt aan om onder meer te investeren in het opbouwen van buffers, lange-termijnprojecten en structurele hervormingen.

Ongekend en draconisch, zo werd het besluit van de Europese Centrale Bank (ECB) uit januari 2015 genoemd om de geldkraan open te draaien en te beginnen met een grootscheepse schuldenopkoopoperatie. Maar de stap was nodig om de economie uit het slop te halen, de inflatie aan te wakkeren en de werkloosheid terug te dringen, vonden de centrale bankiers. “ECB pompt €1140 mrd in Europese economie”, schreef Trouw. “De ECB steekt de Rubicon over” kopte het FD. Tobbende Zuid-Europese landen als Italië en Spanje stonden te juichen, Duitse en Nederlandse centrale bankiers niet. Ze voelden niet veel voor die woest draaiende geldpersen en ander monetair grof geschut. Nog steeds niet. Op vier manieren ging de ECB de economische crisis te lijf. De rente werd verlaagd naar nul. Banken konden intekenen op leenprogramma’s voor ultragoedkoop geld. Banken die geld niet gebruikten maar tijdelijk op de rekening van de ECB zetten, moesten boeterente betalen. En elke maand werd voor €60 mrd en een tijd lang zelfs €80 mrd, aan staatsschulden en later ook aan bedrijfsleningen opgekocht. Volgens de ECB is inmiddels voor €380 mrd aan bedrijfsleningen en voor €1785 mrd aan staatsobligaties van eurolanden opgekocht. De ECB heeft €95 mrd aan Nederlands schuldpapier, ongeveer een kwart van de hele Nederlandse staatsschuld, op de plank liggen. Met het opkopen worden vastzittende beleggingen vrijgespeeld, omgezet in harde euro’s en via extreem laagrentende leningen, hypotheken, kredieten en investeringen in de economie gepompt. De stroom aan geld moet de raderen van de economie smeren en de molen van investeren en consumeren aanzwengelen. De geldgeest is dus uit de fles. Hoe krijg je die er ooit weer in, verzuchten economen. De ECB heeft mensen verslaafd gemaakt aan goedkoop geld. Consumenten vinden een 10-jaars hypotheek tegen 2 à 3% rente heel normaal, zelfs nog duur. In de jaren 70 en begin jaren 80 bedroeg de hypotheekrente meer dan 10%. De overheid profiteert ook en financiert de langlopende staatsschuld tegen een rente van een paar tienden%. Voor korte schuld krijgt de staat zelfs geld toe. Het scheelt op termijn miljarden aan rente, wat gunstig is voor de staatsfinanciën, maar het is wel abnormaal. Maar teken ik er bij aan: de overheidsfinanciën worden met extreem lage rentes gefinancierd als gevolg van de tot vrijwel nul gereduceerde renten op spaargelden van de burgers en de pensioenfondsen, die de ingelegde pensioenpremies voor de oude dag van werknemers. De ECB heeft de economie compleet verziekt, verzuchtte oud-Robecobestuurder en econoom Jaap van Duijn dit voorjaar. Met zoveel rondklotsend geld en een rente van nul hebben geld en risico geen prijs meer. Obligatierentes en koersen zijn van slag, want voor al die schuld is er altijd een koper, te weten de ECB. Afkicken van deze verslaving is daarom geen sinecure. Het geld is in geen geval één op één de economie in gerold. Elke dag liggen er honderden miljarden euro’s ongebruikt te wachten op een bestemming. De dagelijkse liquiditeits-analyse van de hoeveelheid beschikbaar geld in de eurozone laat het astronomische bedrag zien van 1800 mrd. Aan geld is er absoluut geen gebrek. Maar de vraag is niet bijster groot. De laatste tijd groeit de kapitaalbehoefte wel en durven bedrijven weer te investeren, maar bedrijven hebben zelf ook geld in huis. Banken zijn ook kritischer in de kredietverlening na de crisis en letten erg op de omvang van hun risicoportefeuille. Hoe groter de risico’s, des te grotere kapitaalbuffers ze moeten aanhouden. Een deel van het geld zwerft rond in de aandelen- en vastgoedmarkten en kan bubbels veroorzaken. Geld zoekt bij lage rente naar renderende investeringen. Pensioenfondsen bijvoorbeeld lijden onder de lage rente en proberen dat te compenseren door beleggingen op andere markten. De stijgende beurskoersen en huizenprijzen worden daarom grotendeels toegeschreven aan het ECB-geld. Bij stopzetting en afbouw van het ECB-beleid kan de lucht daar zomaar uitlopen en dalende prijzen tot gevolg hebben. Het zal geen harde stop worden waarbij de ECB in een keer de stekker eruit trekt en aan de renteknoppen gaat draaien. Van zo’n ‘cold turkey’ zouden beurzen, markten, huishoudens, overheidsfinanciën, de eurokoers en de goudprijs helemaal van slag raken. Voor consumenten verandert er voorlopig dus niet zo veel. Hypotheken en kredieten blijven goedkoop. Met zo een aanpak worden de ongewenste resultaten op financieel/economisch en sociaal/maatschappelijk gebied niet opgelost. Ik ben niet van de heel korte termijn maar wel van een stevige aanpak naar een gezondere en evenwichtige financieel/economische balans tussen gewenst en ongewenst. We zullen moeten accepteren dat dat proces pijn gaat doen en overtollig geld zal worden vernietigd. En die pijn zal niet voorbij gaan aan de burgers. De rente zal gaan stijgen en de financiële markten zullen worden getroffen door koersverliezen, de hausse op woningmarkt zal eindig blijken te zijn en de pensioenfondsen zullen worden getroffen in hun opgebouwde pensioenreserves. Economen denken dat de centrale bankiers in Frankfurt kiezen voor een soort halve afbouw in 2018. Nog wel draaiende geldpersen, zij het minder hard, minder opkopen, eventueel zelfs stapsgewijs verder verlagen, tot eind 2018. Voor een deel is dat waarschijnlijk ingegeven doordat het areaal aan op te kopen obligaties slinkt en de ECB dus niet veel langer door kan gaan met opkopen, tenzij ze de voorwaarden versoepelen. De analist van deze bijdrage verwacht dat de beurzen wellicht een stapje terug moeten en obligatierentes zullen iets stijgen. De basisrente blijft voorlopig op nul staan, ook als de geldpersen stilvallen. De rente op de geld- en kapitaalmarkten zal door het afbouwen voorzichtig stijgen, hetgeen de spaarrente ook wat zal opkrikken. Ook de hypotheekrente kan daardoor voorzichtig weer iets gaan stijgen. Ik vind dit wel een scherpe analyse over hoe het droom-scenario er uit moet zijn, maar de werkelijkheid zal anders verlopen.

Nederlanders bezitten cryptomunten met een gezamenlijke waarde van €3 miljard. Ongeveer 400.000 Nederlanders hebben geïnvesteerd in cryptomunten, zegt opiniepeiler Maurice de Hond. Die belangstelling is fors en groeiend, stelt hij. Met name in de afgelopen maanden november en december staken veel nieuwe geïnteresseerden geld in de nieuwe digitale munten. Een groot deel van die nieuwkomers zit overigens nu al met de financiële ellende. De belangrijkste cryptomunt bitcoin is sinds eind december in waarde gedaald van $19.000 naar ongeveer $11.000. DFT betwijfelt of de getallen van Maurice de Hond precies kloppen. De wereld van de cryptomunten is ondoorzichtig en wordt niet gecontroleerd door toezichthouders als De Nederlandsche Bank en de AFM. Overigens is €3 mrd aan cryptomunten maar een schijntje ten opzichte van de totale vermogens van Nederlanders. Alleen al aan spaargeld heeft de Nederlandse bevolking €350 miljard op de bank staan. Ik reken dat 1% van de Nederlanders handelt dan wel belegt in cryptomunten.

De stijging van de euro naar €1,25 maakt uitgaven in de VS aan reizen, aankopen en aankopen door Europese bedrijven veel goedkoper. Volgens Draghi is de opmars van de euro in de voorbije maanden deels te verklaren door het aanhoudende economisch herstel binnen de euro-landen. Verder wijst hij erop dat de bewegelijkheid van de euro in de hand wordt gewerkt door ’de verhoogde gevoeligheid van de markt voor de zogenaamde veranderingen in onze communicatie. Draghi’s taak was om de euro omlaag te praten, maar daar slaagde hij niet in. De prijsbeweging donderdagmiddag tot boven $1,25. Volgens de ECB-president is er een aantal redenen voor de hogere beweeglijkheid van de wisselkoers. Ten eerste wordt de euro duurder omdat het economisch herstel in de eurozone sterker wordt. Ten tweede is de markt volgens hem gevoeliger voor ‘zogenaamde verandering in de communicatie van de ECB’. Daarmee verwijst hij hij naar de heftige marktreactie op de notulen van de december-vergadering. Beleggers concludeerden daaruit dat de ECB sneller dan verwacht de communicatiestrategie zou wijzigen. Maar die verwachting probeerde Draghi opnieuw te temperen. De ECB-voorman benadrukte dat de ECB in zijn ééntje de kar niet kan blijven trekken en landen meer moeten hervormen om de economie stabieler te maken. Hoewel het de goede kant op gaat met de economie in de eurozone blijft Draghi er op hameren dat de inflatie nog achterblijft en monetaire stimulering door zal gaan. De ongewijzigde herfinancieringsrente van de ECB op 0% is sinds de laatste ingreep op maart 2016 niet meer aangepast. De depositorente van -0,4% is eveneens bijna twee jaar lang ongewijzigd gebleven. In oktober vorig jaar maakte de centrale bank bekend zijn omvangrijke steunbeleid met ingang van dit jaar af te bouwen. De ECB heeft het bedrag dat maandelijks via zijn opkoopprogramma in de economie van de eurozone wordt gepompt gehalveerd naar €30 miljard. De lage rente en het opkopen van schuldpapier zijn middelen van de ECB in de strijd tegen de lage inflatie in de eurozone. Met hun opkoopprogramma willen de centralebankiers in Frankfurt in ieder geval doorgaan tot eind september 2018. Keer op keer benadrukt Draghi de gevaren van een aanhoudend lage inflatie. Keer op keer herhaalt hij dat het opkoopprogramma door moet gaan, omdat de omstandigheden daarom vragen. Draghi vergeet daarbij dat het opkoopprogramma in werking is getreden vanwege het deflatiegevaar. Die omstandigheden zijn geheel verdwenen en de enige reden om er mee door te gaan is dat de financiering van de Zuid-Europese overheidschuld waarschijnlijk te duur uitkomt. Uiteindelijk blijft Draghi een Italiaan. Als dat zo zou zijn en ik zeg daar geen nee tegen dan is er voor Draghi maar één richting voor hem en dat is de uitgang (zo nodig oneervol).

President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) vindt dat de Europese Centrale Bank (ECB) na september moet stoppen met het opkopen van schuldpapier. Dat onderstreepte hij dit weekend nogmaals in tv-programma Buitenhof. ,,Onmiddellijk stoppen dat kan niet, maar het moet wel zo snel mogelijk gestopt worden”, aldus Knot. ,,Het opkoopprogramma heeft realistisch gezien dat gedaan wat er van zou kunnen worden verwacht.” Het Nederlandse centralebankhoofd maakt er al langer geen geheim van dat hij wil dat de ECB in Frankfurt zijn steunbeleid verder afbouwt. De ECB pompt via het inkoopprogramma nu nog altijd 30 miljard euro per maand in de economie van de eurozone. Vorig jaar ging het maandelijks om 60 miljard euro, maar in oktober werd besloten om het steunbeleid met ingang van 2018 flink terug te schroeven. Het opkoopprogramma duurt in ieder geval nog tot eind september, over de periode daarna moet nog een besluit worden genomen. Volgens Knot wil ECB-president Mario Draghi hier bewust nog niet heel helder over zijn, in de hoop de waarde de euro zo wat te drukken. Maar in de ogen van de DNB-baas rekent ook de markt er inmiddels op dat de ECB na september niet op de huidige voet verder zal gaan. Knot is sinds 1 juli 2011 de hoogste baas bij DNB. Zijn termijn zit er bijna op. In Buitenhof zei Knot beschikbaar te zijn voor een tweede termijn. Hij zou best nog zeven jaar door willen gaan. Verder sprak hij voor het oog van de camera onder meer over het belang voor met name de Nederlandse overheid om buffers op te bouwen, nu het economisch goed gaat in Nederland. Hier wil ik wel op reageren. Al meer dan een jaar geleden heeft Knot al benadrukt dat de Europese Centrale Bank (ECB) zijn massale opkoop van obligaties snel moet gaan afbouwen. Dat herhaalt hij nu weer. Hij is jaren een tegenstander geweest van het monetaire beleid dat Draghi en de ECB voeren en terecht. Voor Nederland hebben de bijwerkingen van dit ruimgeld beleid negatieve resultaten gegeven. Draghi heeft zoveel geld in de markt gepompt dat er meer geld beschikbaar is gesteld dan waar er vraag naar is. Verder is de positie van de euro sterk verzwakt door het negatieve rendement voor de euro. Dat de euro de laatste weken wat is gestegen in waarde tegenover de dollar, zegt meer over het gebrek aan vertrouwen in de dollar dan over de waarde van de euro. Dat Draghi de duurdere euro neerzet als een positieve ontwikkeling, slaat nergens op, het heeft een drukkend effect op onze concurrentiepositie. Producten die door de 19 eurolanden worden geëxporteerd worden duurder. Duitsland en ons land hebben al geruime tijd kritiek op het monetaire beleid dat door Draghi c.s. voeren, maar ze zijn een minderheid in het bestuur. En als gevolg daarvan worden de Nederlandse belangen in Frankfurt niet optimaal behartigd. Knol ziet dat aan en trekt nog maar eens aan de bel.

DFT: De verdere neergang van de dollar in de afgelopen week zorgde ervoor dat de AEX iets inleverde. Hoewel de sterke euro slecht is voor bedrijven die veel exporteren, meent econoom Stefan Koopman van Rabobank dat de gevolgen beperkt zullen blijven. „De Europese economie kan dit aan.” Koopman wijst er bovendien op dat de euro eerder ondergewaardeerd was. „Nu is deze onderwaardering zo min of meer weggewerkt. De opmars van de dollar is ook vooral een reflex dat het goed gaat met de eurozone. Pas indien de euro duidelijk verder oploopt, voorzie ik problemen.” De verdere stijging van de euro tot boven $1,24 heeft volgens de econoom twee redenen. „Allereerst zei de Amerikaanse minister van Financiën Steven Mnuchin dat de zwakke dollar goed is voor de export van de VS. Vervolgens liet ECB-president Mario Draghi na zijn zorgen over de sterke euro uit te spreken. Terwijl het ervoor zorgt dat de inflatiedoelstelling niet gehaald zal worden.” Hoewel het Damrak en veel andere beurzen afgelopen week een stapje terug deden, ziet Koopman het voor de komende maanden positief in. „De inkoopmanagersindices laten zien dat alle grote economieën groeien. En hoewel de VS wat extra handelsbelemmeringen heeft opgeworpen, zijn de problemen op handelsgebied beperkt. Ook op het geopolitieke vlak zie ik weinig reële risico’s.”

Een groot deel van de Nederlanders weet niet dat niet alleen de bank, maar binnenkort ook bedrijven mogen meekijken op hun betaalrekening. Dat blijkt uit onderzoek van DVJ Insights. Ik heb daar enkele maanden geleden al op gewezen dat fintech bedrijven toegang krijgen tot de financiële gegevens van de klanten van de banken. Vanaf dit jaar gaat in heel Europa een nieuwe betaalwet in. Die heet PSD 2, een regeling die er kort samengevat voor zorgt dat banken hun gegevens moeten delen met derde partijen. Dat gebeurt alleen als jij daar als consument toestemming voor geeft en als een bedrijf vooraf duidelijk heeft verteld wat het met je gegevens gaat doen. Volgens de Europese Commissie zou dat goed zijn voor meer concurrentie en innovatie. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor nieuwe diensten en producten. Je zou veel sneller een hypotheek kunnen aanvragen, of een handig overzicht kunnen krijgen van je financiële uitgaven en waar je kan besparen. Maar consumenten zijn er amper van op de hoogte, blijkt uit onderzoek van DVJ Insights. 82% heeft nog nooit van de nieuwe Europese betaalwet gehoord. En als consumenten wordt uitgelegd wat de bedoeling is, wil maar 8% er in de toekomst gebruik van maken. Dat zijn dan vooral mannen, millennials en inwoners uit grote steden. Ook roept de nieuwe betaalwet vooral negatieve associaties op. Consumenten denken aan fraude, vrezen voor hun privacy, noemen woorden als slecht en onveilig. Van alle termen die genoemd worden om PSD 2 te omschrijven, is 81% negatief. Vooral oudere consumenten zijn erg kritisch. Vorig weekend bleek al dat Nederlandse consumenten er niet op vertrouwen dat bedrijven goed met hun data omgaan, volgens een enquete in het AD. Privacy is een heikel punt in de nieuwe betaalwet. Want hoe weet je als consument zeker dat een bedrijf je gegevens niet misbruikt? En hoe zorgt een bedrijf ervoor dat ze je helder en simpel vertellen waar ze jouw gegevens voor nodig hebben? Nog lang niet op alle vragen is er vanuit de Europese Commissie een antwoord. Het gaat dan met name om de vraag wie verantwoordelijk is voor het toezicht. Is dat De Nederlandsche Bank die moet controleren of de banken zich aan de regels houden? Of wordt dat de Autoriteit Persoonsgegevens, die gaat over privacy? Vooralsnog is dat nog onduidelijk. Ik ben vooralsnog uiterst kritisch.

De koopkracht van de meeste Nederlanders neemt dit jaar amper toe, ook al gaat het veel beter met de economie. Wie een baan heeft, gaat er licht op vooruit, mensen met een aanvullend pensioen zien hun koopkracht dalen (0,1% tot 1,2%) en voor degenen met een bijstanduitkering verandert er vrijwel niets. Dat blijkt uit berekeningen van het Nibud, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Dit instituut stelt vast dat veel mensen meer loon krijgen, maar dat betekent niet dat ze per se meer overhouden in hun portemonnee. Dat komt doordat producten en diensten duurder worden. Het Nibud adviseert daarom om “alert te blijven op de balans tussen inkomsten en uitgaven”. Werkende stellen met kinderen zijn het beste af. Zij profiteren van het hogere kindgebonden budget. Voor het tweede kind gaat dat omhoog met €79 per jaar. In de koopkrachtberekeningen van het Nibud zijn de plannen van het nieuwe kabinet nog niet meegenomen. De verlaging van de inkomstenbelasting en de verhoging van de btw zullen pas in 2019 effect hebben.

De wekelijkse weekend-column van de economen Vermeend en van der Ploeg gaat over de gevolgen van het klimaatbeleid voor de portemonnee van de Nederlandse burger. Nederland behoort in Europa tot de landen met de hoogste belasting- en premiedruk op werknemers en werkgevers. Deze lastendruk pakt slecht uit voor de toekomstige groei van onze economie en werkgelegenheid. De druk zal nog verder toenemen door de uitvoering van het klimaatbeleid van Rutte III en kan zelfs een belastingexplosie teweeg brengen. Deze kan alleen worden voorkomen door een klimaatbeleid waarbij de nadruk ligt op investeringen in goed renderend innovatieve technologieën waarmee de energietransitie van fossiel naar duurzaam wordt versneld. We zijn een land met hoge loonkosten. Vanwege de hoge werkgeverspremies over het loon leiden loonsverhogingen in ons land voor werkgevers tot een forse toename van de loonkosten. Als een gemiddelde werknemer een loonsverhoging krijgt van €100 bruto per maand dan betekent dat voor een werkgever een extra loonkostenpost van ongeveer €130. Voor werknemers die met een loonsverhoging van €100 worden verblijd, is de uitkomst ook zuur. Na de belasting en premies die over de verhoging betaald moeten worden, blijft daar netto slechts €45 van over. Bizar maar waar: een werkgever moet €130 aan loonkosten maken om het loon van een werknemer met netto €45 te kunnen verbeteren. Door het regeerakkoord van Rutte III zal deze lastendruk nauwelijks afnemen. Sterker nog, burgers en bedrijven moeten rekening houden met een verdere toename van de belastingdruk die het gevolg is van de wijze waarop Nederland het klimaatbeleid gaat uitvoeren. Rutte III moet op dit vlak voldoen aan de klimaatverplichtingen die zijn vastgelegd in het wereldwijde klimaatverdrag van Parijs. In de Franse hoofdstad hebben eind 2015 bijna 200 landen samen afgesproken dat er zo snel mogelijk een einde gemaakt moet worden aan de stijging van de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2. Omdat deze stijging tot een opwarming van onze aardbol leidt, moeten alle landen maatregelen treffen om de uitstoot tot nul af te remmen. Deze opgave gaat overheden en bedrijven geld kosten. In het regeerakkoord heeft het nieuwe kabinet bovendien een klimaatplan gepresenteerd dat verder gaat dan de Parijse verplichtingen en waarvoor extra klimaatbeleid noodzakelijk is. Bij de presentatie van het regeerakkoord maakte de onderhandelaars trots bekend dat Rutte III het groenste kabinet in de geschiedenis van Nederland gaat worden. Van veel kanten werd het ambitieuze klimaatprogramma waarmee de uitstoot van CO2 in 2030 bijna gehalveerd wordt, terecht toegejuicht. Maar er werden ook kritische kanttekeningen geplaatst. Zo wijzen critici op de onverstandige keuze van de dure opslag van CO2 onder de grond. Daarnaast ontbreekt het aan concrete instrumenten waarmee de klimaatambities daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. En toen was ook nog niet bekend dat aan dit klimaatprogramma een fors prijskaartje hangt. Volgens rekensommen van het Plan Bureau voor de Leefomgeving (PBL) is voor de klimaatdoelen van Rutte III ten minste een extra uitgavenbedrag van €7-€10 mrd nodig. Omdat in het regeerakkoord daarmee geen rekening is gehouden, moet het kabinet op zoek naar financieringsbronnen. Deze zoektocht zal al snel leiden tot hogere lasten, waaronder extra milieu- en energiebelastingen, voor burgers en bedrijven. Die lasten kunnen ze wel beperken door hun milieuvervuiling en energieverbruik terug te dringen. Een andere optie is dat Rutte III de CO2 uitstoot gaat belasten en de opbrengst aan burgers en bedrijven teruggeeft in de vorm van een lagere inkomstenbelasting en winstbelasting. Vanwege onze open economie en concurrentiepositie is deze belasting alleen effectief op Europees niveau of samen met grote EU-landen. Klimaatbelastingen die Nederland buiten EU-verband invoert, leveren nauwelijks klimaatwinst op en pakken slecht uit voor onze economie en werkgelegenheid en schaden het maatschappelijke draagvlak voor een groener beleid. Voor economische groei en werkgelegenheid moet onze hoge belasting- en premiedruk juist omlaag. Daarnaast zien we dat in de meeste Europese landen belastingverlagingen worden doorgevoerd of op de politieke agenda staan. Daardoor zal de economische concurrentiepositie van ons land snel verslechteren en worden we onaantrekkelijk voor (buitenlandse) bedrijven en investeerders. Het huidige Nederlandse klimaatbeleid wordt gekenmerkt door (energie-) belastingen en andere heffingen op burgers en bedrijven en daarnaast door dure subsidieregelingen die de schatkist veel geld kosten. Door burgers en bedrijven wordt klimaatbeleid daarom beschouwd als een extra lastenverzwaring die nauwelijks klimaatwinst oplevert. Berekeningen laten ook zien dat vooral de laagste inkomens daarvan de dupe zijn. Vermeend en van der Ploeg hebben al eerder geschreven dat we de opwarming van onze aardbol niet kunnen tegengaan met extra belastingen en andere lastenverzwaringen. De aarde moet vooral worden gered met slimme technologie en een groene economie (www.einsteinbooks.nl). De vermindering van de uitstoot van CO2 kan het beste worden gerealiseerd met maatregelen waarmee de energietransitie van fossiel naar duurzaam wordt versneld. Daarvoor moeten alle productie- en bedrijfsprocessen en businessmodellen van overheden en bedrijven ingrijpend veranderen. De nadruk moet liggen op de inzet van digitalisering, innovatieve technologieën, duurzame energie, vooral zon, en groene (C02-vrije) waterstof. Deze benadering zien we bijvoorbeeld in Japan dat in 2040 met een schone waterstof economie de toekomst wil veroveren. In Europa zou ons land op dit terrein koploper moeten worden. Bij innovatieve technologieën gaat het onder meer om kunstmatige intelligentie, het internet of things, big data, robot- en nanotechnogie, blockchain enz. Deze toepassingen leiden tot energiearme productieprocessen, een afname van het fossiele energieverbruik in gebouwen, woningen, verkeer en vervoer en een snellere energietransitie van fossiel naar duurzame energie. Zo zal de komende jaren door nieuwe technologie het rendement op zonnepanelen meer dan verdubbelen. Door volop het gebruik van innovatieve green tech en slimme zelflerende softwareprogramma’s te bevorderen en onderzoek op dit vlak te stimuleren, kunnen we niet alleen onze aardbol redden, maar ook andere voordelen realiseren. Deze innovaties hebben steeds minder overheidssubsidies nodig om in het bedrijfsleven op grote schaal gebruikt te worden. Investeerders beschouwen het vaak nu al als goed renderende investeringen. Ze stimuleren bovendien de groei van een groene economie, scheppen veel nieuwe banen en versnellen de energietransitie met veel klimaatwinst. Een belangrijk voordeel is ook dat zo voorkomen wordt dat burgers en bedrijven straks te maken krijgen met lastenverzwaringen die nauwelijks klimaatwinst opleveren. Rutte III doet er daarom verstandig aan volop in te zetten op innovatieve green tech, waarmee ook een groene waterstofeconomie kan worden gerealiseerd. Alleen dan kan Rutte III geschiedenis schrijven als het groenste kabinet ooit. Tot zover deze buitengewoon interessante column van deze twee ‘rode’ economen. Ze verwoorden vrijwel 1:1 hoe ik naar de algemene ombouw van de economie naar versie 4.0 kijk. Eerder schreef Willem Vermeend al dat versie 4.0 staat voor de “vierde revolutionaire ontwikkeling in de geschiedenis van de wereldeconomie en is hiermee rechtstreeks verbonden met de industriële revolutie die in de afgelopen 250 jaar in verschillende fases heeft plaatsgevonden. Revolutie dwingt mensen en organisaties tot verandering! Het woord revolutie wordt door Van Dale gedefinieerd als: ‘Plotselinge verandering in de bestaande toestand; algehele ommekeer’. Een revolutie is hiermee de tegenhanger van evolutie, waarbij verandering geleidelijk plaats vindt. Wat alle drie de “fases” van de industriële revolutie, die we al achter de rug hebben, met elkaar gemeen hebben, is dat veel bedrijven en organisaties die niet op tijd veranderden, ophielden te bestaan. BCT, een onderneming die zich bezighoudt met enterprise content/information management, gelooft dat dit bij de 4e fase van deze revolutie: economie 4.0, niet anders zal zijn! Om uw geheugen op te frissen hier een kort overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in de eerste 3 fases van de industriële revolutie. 1e industriële revolutie: De eerste fase van de industriële revolutie ontstond halverwege de 18e eeuw in Engeland en begin 19e eeuw in de rest van Europa door de komst van de stoommachine. Voor de komst van de stoommachine werd mechanische energie uitsluitend geleverd door mensen, dieren of molens. De stoommachine maakte het mogelijk om mechanische energie continue te leveren op een schaal die exponentieel groter was dan voorheen mogelijk werd geacht. Het was de start van de mijn- en textielindustrie. 2e industriële revolutie: Aan het eind van de 19e eeuw zorgden een serie van belangrijke uitvindingen voor de tweede fase van de industriële revolutie. Deze fase wordt ook wel de technologische revolutie genoemd en was gebaseerd op wetenschap. In deze tijd werd de eerste aardolie opgepompt, het produceren van staal werd mogelijk gemaakt en de verbrandings- en turbinemotor werden uitgevonden. Ook de komst van elektriciteit was zeer belangrijk in deze fase. Dankzij de komst van de gloeilamp werd het mogelijk om langer door te werken in fabrieken. De combinatie van turbinemotoren, verbrandingsmotoren en elektriciteit zorgde ervoor dat de stoommachine zijn nut verloor. Hier was alles mogelijk wat met stoom kon, maar voor een lagere prijs en op kleinere schaal. 3e industriële revolutie: In de derde fase, halverwege de 20e eeuw, staan globalisatie, communicatie en digitalisering centraal. Met de komst van de computer en later ook het internet werd informatie overal beschikbaar. Dit maakte het voor bedrijven mogelijk om internationaal te gaan handelen. Net als de eerste twee fases van de revolutie zorgde ook de derde fase voor grote veranderingen. Mensen en bedrijven gingen steeds meer informatie produceren, verwerken en delen wat grote uitdagingen met zich mee bracht op technologisch- maar ook op maatschappelijk gebied. In het nieuwe millennium werd langzaam duidelijk dat de grootste uitdagingen niet langer meer liggen op het gebied van opslag van informatie, maar op de verwerking ervan. 4e industriële revolutie: Of we nog over de industriële revolutie kunnen spreken is discutabel want het woord industrie werd gebruikt om de omschakeling van handmatig werk naar machines aan te duiden. Die omschakeling zijn we allang voorbij, maar een ding staat als een paal boven water: we bevinden ons middenin een nieuwe fase van de revolutie van onze economie. Net als in de vorige fases zijn er een aantal ontwikkelingen die ervoor zorgen dat de wereldeconomie in sneltreintempo in verandering is. Economie 4.0 wordt veroorzaakt door een combinatie van ontwikkelingen, waarvan enkele belangrijke zijn:

  • De toename van het mobiele internet

  • De toenemende macht van consumenten op bedrijven

  • The Internet of Things

  • Cloudcomputing

  • 3D printing

  • Big data

Door digitalisering en nieuwe technologie zullen de economieën van veel landen de komende twintig jaar meer veranderen dan in de afgelopen vijftig jaar.” Dat stelt prof. dr. Willem Vermeend, hoogleraar bij de faculteit Management, Science and Technology van de Open Universiteit. Verandering is noodzakelijk om bestaansrecht te behouden

Japan blokkeerde begin deze week futures op bitcoins en andere digitale munten, terwijl die op Amerikaanse beurzen CBOE en CME wel toegang kregen. Japan was voor veel Aziatische handelaren de vluchtheuvel nadat China en Zuid-Korea de handelsvarianten en platforms voor cryptomunten aanzienlijk hadden ingeperkt. Goldman Sachs waarschuwde de markt dat als de bitcoinmarkt in elkaar stort, dit grote gevolgen voor de Zuid-Koreaanse economie kan krijgen. China kondigde midweeks harde maatregelen aan tegen piramide-constructies met de munten, terwijl de Chinese nationale bank besloot om de complete handel te blokkeren. In Nederland luidde AFM-directeur Merel Vroonhoven in aanloop naar de Kamercommissie-vergadering de alarmbel over grote verliezen onder beleggers met bitcoins en andere cryptomunten. Zij pleit bij Kamerleden voor een verbod op derivaten op cryptomunten, zoals de cfd’s, de contract for differences, waarmee beleggers met een hefboombelegging grote winsten maar ook verliezen kunnen boeken. In Zuid-Korea, waar beleggen in de munten bijna een nationale sport werd, greep de toezichthouder meermalen in bij bitcoin-betalingen. Cryptomunten zoals de bitcoin mogen voortaan alleen nog worden afgerekend via een bankrekening als de aan- en verkoper met naam en toenaam bekend zijn. Dat moet witwassen door criminelen voorkomen. De cryptowereld in Azië richtte midweeks vroeg alle aandacht op BitFlyer, met 30% belang een van de grootste bitcoin-platforms. Dat kreeg een zogeheten Payment Institution-vergunning om in de Europese Unie te kunnen handelen. Het begint met bitcoin/euro-transacties, en volgt met litecoin en ethereums. Wereldwijd zoeken toezichthouders naar maatregelen om de cryptomunten te beperken. In maart komt de G20 bijeen, de vergadering van de grote industriële landen. Daar worden op voorspraak van de Europese toezichthouder ESMA nieuwe ingrepen afgestemd. Vermogensbeheerder Nordea ging nog een stap verder en verbood personeel te handelen in bitcoins en andere cryptomunten.

De prijs van goud sloot deze week met een stand van $1349 per troy ounce, waarmee de opgaande lijn sinds halverwege december 2017 een vervolg kreeg. De verdere opmars van de goudprijs wordt mede in de hand gewerkt door de aanhoudende druk op de dollar die tegenover de euro naar het laagste niveau in drie jaar daalde. De € vs $ sloot net onder de 1,25. De animo bij beleggers om in goud te stappen is eveneens aangewakkerd doordat vooral in de VS de inflatie voorzichtig begint aan te trekken. Begin vorige maand dook de prijs van het edelmetaal nog naar een dieptepunt van net onder de $1250.

Het kan niet zo zijn dat Parijs en Berlijn samen de toekomst van de eurozone bepalen. Ook Nederland kan en moet een bijdrage leveren aan de discussies over hervormingen die de eurozone sterker en stabieler moeten maken. Dat zei minister Wopke Hoekstra (Financiën) in Brussel. ,,Het is goed gebruik dat we dat in de EU met elkaar doen. Het is heel simpel. Of we bespreken het met zijn allen en dan heeft iedereen er wat over te zeggen. Of sommige landen kiezen de weg van vrijwilligheid.” Lidstaten kunnen bijvoorbeeld op kleinere schaal samenwerken. Hij reageerde daarmee op zijn Franse ambtsgenoot Bruno Le Maire, die in een interview stelde dat Frankrijk en Duitsland nog voor juni een akkoord zullen sluiten over de voltooiing van de bankenunie, de kapitaalmarktunie en harmonisering van de vennootschapsbelasting. Als Parijs en Berlijn het eens zijn, worden Spanje en Italië bij de discussie betrokken en daarna de overige vijftien eurolanden, zei Le Maire. Hier ligt het Nederlandse probleem op tafel: waartoe heeft het beleid waar Nederland/Rutte voor opteert tot dusverre toe geleid. Naar een situatie waar de grotere landen geen trek meer in hebben. Al eerder is Nederland aangezegd dat als we niet willen aanschuiven bij de Frans/Duitse as, we EU-lid kunnen blijven maar niet bij de ‘grote jongens’. Die zullen een weg in gaan slaan die niet die van Rutte en het kabinet Rutte III zal zijn. Of dat ook de weg is waarvoor het bedrijfsleven gaat opteren, is voor mij nog maar de vraag. Verzwakt Nederland zijn positie niet als een gewild vestigingsland voor buitenlandse ondernemingen.

De bitcoin en vrijwel alle andere cryptomunten zijn begin deze week opnieuw flink gedaald. De digitale valuta verloren in doorsnee tussen de 8% en 15% aan waarde na geruchten dat Zuid-Korea een hoge belastingaanslag voor cryptobeurzen voorbereidt. President Thomas Jordan van de Zwitserse centrale bank riep daarnaast op tot meer regulering van digitale valuta. Die is volgens hem nodig, omdat de cryptomunten bij een steeds groter publiek in de belangstelling staan. ,,Gelijke activiteiten moeten aan dezelfde regelgeving voldoen en bitcoin en andere cryptomunten lijken op sommige andere investeringsinstrumenten.” Zwitserland heeft een werkgroep opgezet die naar toezicht op digitale valuta’s kijkt. Sinds de bekendste cryptomunt bitcoin in december ruim $20.000 waard werd, verloor die munt ongeveer de helft van zijn waarde. De koers schommelde sindsdien tot de recentste dip rond de 11.000 euro. De grootste bank van Noorwegen, Nordea, maakte bekend een verbod in te stellen voor zijn personeel op het handelen in bitcoins en andere cryptovaluta’s. Dat zou nodig zijn om het risico van de munten te beteugelen. De bank wees op het gebrek aan regulering. Er worden wel uitzonderingen gemaakt voor personeel dat al in het bezit is van digitale munten. Riskante beleggingen die vooral online worden aangeboden, zoals bij cryptovaluta of binaire opties, moeten worden verboden. Daarvoor pleit de Autoriteit Financiële Markten (AFM). ,,Door extreem lage spaarrente zijn mensen gevoeliger geworden voor beleggingen waarbij wordt geschermd met hoge rendementen. Ze onderschatten de risico’s daarvan”, zegt Merel van Vroonhoven, bestuursvoorzitter van de AFM in de Volkskrant. ,,Wij zien in heel Europa een forse stijging van het aantal meldingen over riskante beleggingsproducten en we zien een gigantische ‘fear of missing out’: de angst om de boot te missen.” Volgens Van Vroonhoven beleggen zeker 135.000 Nederlanders in cryptovaluta. ,,Verbieden van cryptomunten is moeilijk, omdat het geen beleggingsproducten zijn”, legt ze uit. ,,Maar er zijn ook producten te koop waarmee je op koersstijgingen en -dalingen van cryptomunten kan speculeren. Die derivaten kunnen wel verboden worden.”

Miljoenen gepensioneerden gaan er op achteruit door dalende koopkracht. Geen inflatiecorrectie, wel stijgende prijzen voor voeding en diensten. Mijn netto lijfrenteuitkering is deze maand met €1 gestegen.

De NAM moet meteen het waardeverlies van Groningse huizen in het bevingsgebied betalen en niet pas bij de verkoop. Dat heeft het Hof bepaald. De kwestie draaide om een uitspraak van de rechtbank in 2015. Die bepaalde dat de waardedaling van huizen in het bevingsgebied in Groningen meteen gecompenseerd moest worden, ook als er nog geen fysieke schade is. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) tekende daartegen beroep aan. De NAM wil schade pas bij de verkoop van een woning vergoeden en alleen in individuele gevallen een uitzondering maken. Maar veel gedupeerden hebben moeite om hun huis te verkopen, aldus de Stichting Waardevermindering door Aardbevingen Groningen (WAG). En mensen die hun huis niet willen verkopen, zouden in dat geval niet voor een vergoeding in aanmerking komen. De gaswinner staat tegenover de WAG en twaalf woningcorporaties. WAG berekende eerder dat er sprake is van een waardevermindering van in totaal €1 mrd. Zij ging daarbij uit van 100.000 huizen. De Rijksuniversiteit Groningen berekende later dat het om een schadepost van minimaal €954 mln gaat, maar dan wel verdeeld over 180.000 huizen. Trouw meldde op de voorpagina van de weekendeditie dat Shell, medeaandeelhouder van de NAM, begin juni vorig jaar de zogeheten 403-aansprakelijkheids verklaring voor schulden en verplichtingen van de werkmaatschappij NAM, die het gevolg zijn van rechtshandelingen na die intrekking. Dat zou kunnen betekenen dat de NAM de financiële gevolgen van het ‘schadeprotocol’ zelf moet dragen en voor zover die het financiële draagvlak van de NAM overtreffen niet persé door de moedermaatsdchappij Shell Nederland worden overgenomen. En daar is geen 100% zekerheid meer voor. Shell is het niet eens met de teneur van de berichtgeving in Trouw, dat het olie- en gasconcern zich zou onttrekken aan aansprakelijkheid voor schulden van dochterbedrijf NAM. ,,Als aandeelhouder nemen wij de problemen in Groningen serieus en werken mee aan een oplossing”, meldt het olie- en gasconcern. Volgens Shell is de NAM financieel gezond en in staat aan al haar verplichtingen te voldoen. ,,Natuurlijk zijn er scenario’s denkbaar waarin extra maatregelen nodig zijn. Shell Nederland zal zich inzetten om NAM ook op termijn financieel gezond te houden”, zegt een woordvoerder. Het bericht van Trouw draait om de zogenoemde 403-aansprakelijkheidsverklaring, die Shell vorig jaar blijkt te hebben ingetrokken. Maar volgens Shell is dat een logische gang van zaken. De verklaring was een soort garantie voor leveranciers aangaande de financiële situatie van de NAM en had geen betrekking op de schadeafhandeling van de NAM. Nu de dochteronderneming voor het eerst een eigen jaarrekening heeft gepubliceerd, is die 403-verklaring niet meer nodig, aldus de woordvoerder van Shell. Het ministerie van Economische Zaken laat via een woordvoerder weten dat de NAM als vergunninghouder aansprakelijk is voor de mijnbouwschade. ,,Minister Wiebes is op dit moment in gesprek met Shell en ExxonMobil, de aandeelhouders van NAM. Daarin zal hij aan de orde stellen dat ook voor de langere termijn NAM voldoende middelen beschikbaar dient te houden om toekomstige schade te vergoeden.”

Voor de tweede keer in korte tijd heeft een Nederlandse rechter geoordeeld dat de vermogensheffing, gebaseerd op een fictief rendement van 4%, onredelijk was. Het gaat nu om de vermogensbelasting over 2013. Het gerechtshof van Amsterdam heeft een uitspraak gedaan in de zaak van een belastingbetaler die zijn spaartaks onredelijk hoog vond. Het gaat om iemand die bij de belastingopgave over 2013 ruim €150.000 aan spaargeld opgaf. Daarover ontving hij €3354 rente, maar daarover mocht hij meteen €1634 belasting betalen. Dat was dus bijna de helft (48,7%) van de genoten rente. Volgens de rechter is er bij spaargeld niet meer sprake van een ’redelijke en proportionele verhouding’ tussen het rendement waar de Belastingdienst mee rekent en de daadwerkelijke spaarrente. Twee weken geleden kwam het gerechtshof van Amsterdam al tot een vergelijkbare uitspraak in een zaak over de vermogensheffing van 2014. Toen ging het om iemand die ruim 96% van zijn rente aan belasting moest betalen.

Cor Overduin, fiscalist van Grant Thornton, die de Bond voor Belastingbetalers bijstaat bij veel soortgelijke zaken, is blij met de uitspraak. „Het is mooi dat de rechter ook over 2013 de conclusie durft te trekken dat de spaartaks ook toen al niet in orde was.” Het probleem zit hem erin dat de Belastingdienst tot 1 januari 2017 nog rekent met een verondersteld rendement van 4% op vermogen. Daarvan belast de fiscus 30%, waardoor de heffing op het vermogen uitkomt op 1,2%. De rentes op spaarrekeningen waren in 2013 al gedaald tot onder dat percentage en zijn sindsdien alleen maar verder gezakt.

Ik beloof mijn lezers dat ik het volgende blog tot de helft zal reduceren. Ik zal dan mijn overwegingen toetsen waarom ik van mening ben dat Mark Rutte moet opstappen omdat hij de kwaliteiten mist om het beleid, dat nodig is om de doelstellingen van Parijs (december 2015) en de vergroening van de samenleving, te realiseren. Daarvoor moet zwaarder geschut worden ingezet. Het is aan de Koning, Seghers, Buma en Pechtold om dat proces in gang te zetten.

©2018 hannesdewitte@gmail.com

Slotstand indices d.d. 26 januari 2018; week 4: AEX 566,79; BEL-20 4162,01; CAC-40 5529,15; DAX 30 13.340,17; FTSE 100 7665,54; SMI 9515,56; RTS (Rusland) 1286,70; DJIA 26616,71; NY-Nasdaq 100 7022,971; Nikkei 225 23631,88; Hang Seng 33111,95; All Ords 6164,70; SSEC 3,559.09; €/$ 1,242985; BTC/USD volatile: $11500,003336,56; goud $1349,30, dat is €34.900,01 per kilo; 3 maands Euribor -0,328% (1 weeks -0,378%, 1 mnds -0,369%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,654%; 10 jaar VS 2,638%; 10 jaar Duitse Staat 0,613%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) 0,06%. Een liter diesel hier aan de pomp €1,269.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.