UPDATE25112017/405 Aardbeien zes keer giftiger dan ander fruit door ‘cocktaileffect’

Het is voor mij geen verrassing dat cybercriminelen erin zijn geslaagd bij Knab Aegon Bank NV geld van klanten, zo’n €11.000 weg te sluizen middels een truc met een valse inlogpagina op de Google zoekmachine. Verwerpelijk maar wel slim van de oplichters, want wie heeft zich hiertegen ingedekt?

EU-landen hebben de plicht om zogenoemde rulings-afspraken van de Belastingdiensten met internationale bedrijven met elkaar te delen. Maar Nederland geeft daar een heel eigen invulling aan. Onze Belastingdienst deelt ‘rulings’ maar nauwelijks met Europa, terwijl dat wel verplicht is. De vraag is of het fiscale beleid, ons belastingparadijs en dividendbelasting, voor buitenlandse ondernemingen, fondsen en (rijke) personen zoals wij dat uitvoeren, wel conform de richtlijnen van de OESO en de EU wordt uitgevoerd. Voeren wij op dit terrein geen a-sociaal beleid? Volgens het dagblad Trouw lijkt 60% van die afspraken niet te worden uitgewisseld. Dat is opmerkelijk omdat EU-landen met elkaar hebben afgesproken om ‘rulings met grensoverschrijdende gevolgen’ aan elkaar te melden. Dit om te voorkomen dat bedrijven belasting kunnen ontwijken. Grote bedrijven en kleine, zolang de afspraken maar effecten hebben buiten Nederland. Op de website van de Nederlandse fiscus staat dat er “in totaal naar schatting 2000 afspraken met grensoverschrijdende effecten” met het buitenland zijn gedeeld. Over de laatste vijf jaar zou dat dus neerkomen op 10.000 rulings. Staatssecretaris Menno Snel (D66) van Financiën wil jaarlijks ruim 4000 zaken uitwisselen, schreef hij onlangs aan de Tweede Kamer, ofwel 800 gemiddeld per jaar, dat is veel minder dan de 2000 waarover de site rept. De 4000 rulings worden de komende maanden nog onderzocht op de gevolgde procedure. Waarom de overige rulings niet zijn gemeld, is onduidelijk. Of ze wellicht niet voldoen aan de voorwaarden, is ook niet bekend. PvdA-Europarlementariër Tang zegt in Trouw niet te snappen dat de fiscus geen helderheid kan geven over het aantal uit te wisselen afspraken. Nederland is binnen de EU-kampioen in het afgeven van grensoverschrijdende rulings. Het geeft er drie keer zoveel af als welke andere lidstaat, schrijft de krant, die onder meer verwijst naar een onderzoeksrapport van de Europese Commissie. “Typerend voor de duistere manier waarop belastingafspraken in Nederland worden geregeld dat zelfs op die simpele vraag ‘hoeveel’ geen transparant antwoord komt.” Nederland heeft zich daarop vastgelegd. Eind vorig jaar is de wet daarvoor in Nederland ingevoerd. Toen schatte de Belastingdienst nog over 6000 tot 8000 rulings gegevens te gaan uitwisselen. In januari was dat teruggebracht tot 4750 en recent is het aantal dus gedaald tot ruim 4000. Dit voorjaar kwam Nederland nog in opspraak, doordat uit een interne notitie van Financiën bleek dat de Belastingdienst bewust geheime afspraken bleef maken met bedrijven waar de buitenlandse fiscus geen zicht op heeft. Vooral de zogeheten informeel kapitaalafspraken zijn omstreden, omdat Nederland eenzijdig de winst voor bedrijven lager vaststelt zonder dat te melden aan buitenlandse belastingdiensten. Zo werkt Nederland actief mee aan het ontwijken van belasting, ten koste van andere landen. Opeenvolgende staatssecretarissen van financiën hebben de Nederlandse rulingpraktijk verdedigd als ‘één van de kroonjuwelen’ van het Nederlandse fiscale stelsel, omdat deze goed zou zijn voor het vestigingsklimaat. Volgens voormalig staatssecretaris Wiebes zou Nederland een voorbeeld zijn voor in Europa. Dat zou blijken uit onderzoeken door de Algemene Rekenkamer en de Europese Commissie in 2014. Die gingen echter slechts over de afspraken die zijn voorgelegd aan een speciaal rulingteam, dat strikte procedures kent en vereist dat meerdere mensen de afspraken bekijken. Maar van de naar schatting 10.000 internationale rulings zijn er slechts 3197 afgegeven via het speciaal daarvoor ingestelde rulingteam. Op de vraag hoe lokale inspecteurs de overige belastingafspraken behandelen stelt de Belastingdienst: “Een inspecteur is onderdeel van een behandelteam. Daarnaast worden, afhankelijk van de situatie, kennis- en coördinatiegroepen, specialisten en vakgroepcoördinatoren geraadpleegd.” Het ministerie van financiën verwijst, na vragen van het dagblad Trouw over het totaal aantal rulings met grensoverschrijdende effecten, naar de Kamerbrief van begin deze maand die rept over 4000 geïdentificeerde rulings die daaronder vallen. Dan zou het gaan om gemiddeld 800 per jaar over de periode 2012-2016. Trouw baseert zich echter op de site van de fiscus, waar letterlijk staat: “In de afgelopen jaren werden gemiddeld ruim 200 APA’s en 400 ATR’s per jaar afgegeven (rulings, goedgekeurd door speciale rulingteams, red.). In totaal worden naar schatting per jaar 2000 grensoverschrijdende rulings afgegeven.” Volgens een woordvoerder gaat het bij die tweede zin om een voorspelling voor de toekomst, en zegt die zin niets over het aantal grensoverschrijdende rulings in het verleden, dus ook niet over het aantal in de laatste vijf jaar. Dat roept vragen op. AIs het getal van 2000 per jaar een ‘voorspelling’ is, en 800 per jaar tot nu toe het werkelijke aantal, dan verwacht de fiscus kennelijk een zeer forse stijging van het aantal grensoverschrijdende rulings. Het antwoord van financiën bevat echter geen verklaring voor zo’n verwachte toename.

Nederland heeft een briljant vestigingsklimaat, zelfs het beste binnen de Europese Unie. Fiscaliteit blijkt slechts mondjesmaat een overweging om al dan niet hier te investeren. Ook zonder alle belastingvoordelen van het kabinet Rutte III weten buitenlandse bedrijven ons gemakkelijk te vinden. Het kabinet Rutte III doet er alles aan om een goede gastheer te zijn voor de buitenlandse bedrijven en andere investeerders. De dividendbelasting wordt afgeschaft en de vennootschapsbelasting verlaagd. Daar staat tegenover dat er een heffing komt op rente en royalty’s, maar door de bank genomen is de nieuwe regering de buitenlandse investeerder goed gezind. Of Nederland met die belastingdouceurtjes nou echt aantrekkelijker wordt voor buitenlandse bedrijven is nog maar de vraag. „Belastingklimaat weegt voor hooguit 10 tot 20% mee in het besluit om te investeren in een bepaald land”, zegt Peter Kavelaars, hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en als partner bij accountants- en adviesbureau Deloitte gespecialiseerd in internationaal belastingrecht. „Ik kan me niet voorstellen dat verlaging van de dividendbelasting of vennootschapsbelasting de grondslag is om hier te investeren.” Uit onderzoek van het World Economic Forum blijkt dat Nederland de meest concurrerende economie van de Europese Unie heeft en wereldwijd het vierde meest concurrerende land is achter Zwitserland, Verenigde Staten, en Singapore. Vooral op infrastructuur, onderwijs, opleidingsniveau van de werknemers en het enorme achterland dat goed bereikbaar is door de aanwezigheid van de haven en Schiphol scoort Nederland goed. „Het is nooit één ding waarop een land goed scoort, het is altijd ’èn èn’”, zegt Ingrid Allemekinders, partner Business Tax Advisory bij EY, dat elk jaar onderzoek doet naar het vestigingsklimaat van Nederland. „Wat mij opvalt is dat bedrijven dit jaar beduidend positiever zijn over het vestigingsklimaat in Nederland.” In het internationale EY-onderzoek dat dateert van iets voor de zomer verwacht 49% van de bedrijven dat het vestigingsklimaat in Nederland de komende drie jaar verbetert. Daarmee scoort Nederland beter dan het Europees gemiddelde (35%) en buurland Duitsland (43%). Van de buitenlandse ondernemers noemt 91% ’kwaliteit van leven’ als belangrijkste reden om voor Nederland te kiezen. Digitale en logistieke infrastructuur en het opleidingsniveau van werknemers volgen. Hoewel VNO-NCW fors gelobbyd heeft voor afschaffing van de dividendbelasting en verlaging van de vennootschapsbelasting, erkent de werkgeversorganisatie dat die zeker niet zaligmakend zijn. „Voor het ene bedrijf is het logistieke netwerk belangrijk en voor het andere weegt de goede advocatenbasis op de Amsterdamse Zuidas weer zwaarder”, zegt woordvoerder Edwin Scherrenberg. Daarbij maken de werkgevers zich vooral zorgen om de volgens hen starre arbeidsmarkt. Ook in het onderzoek van EY noemen buitenlandse ondernemers ’arbeidskosten’ en ’flexibiliteit van de arbeidswetgeving’ de minst sterke punten van het Nederlandse vestigingsklimaat. „Als de regering Nederland echt aantrekkelijker wil maken met fiscale maatregelen, dan zou er inderdaad iets aan de arbeidskosten gedaan moeten worden”, zegt Kavelaars. „Van de €280 mrd aan belastinginkomsten komt €170 mrd uit uit de loon- en inkomstenbelasting. Dat is veel te veel. Daarnaast zouden innovaties en investeringen nog meer gesubsidieerd kunnen worden.”

D66 gaat moeilijke tijden tegemoet als gevolg van haar participatie in de huidige coalitieakkoord van het kabinet Rutte III. Pechtold, een uitstekend debater in de Tweede Kamer, is en blijft het stil. Hij moet kennelijk nog wennen aan zijn nieuwe functie van fractievoorzitter van een regeringspartij. De D66-leider Pechtold gaf vorig weekend in zijn toespraak tot de achterban, op het congres van D66, juist linkse partijen onder uit de zak. „Samen staan GroenLinks en de Socialistische Partij nu al voor 50 jaar oppositie”, zei Pechtold. „Progressieven moeten het hebben van politieke moed. En die ontbreekt bij onze geestverwanten. Dát is het probleem van links Nederland.” Maar tegelijkertijd waarschuwde hij de zes bewindslieden in het kabinet Rutte III dat D66 een ’tikkeltje meer kritisch’ zal zijn op het kabinet, dan VVD en PvdA dat waren tijdens Rutte II. „Geniet er nog maar even van, sprak hij tegen de zes D66-bewindspersonen. Gemakkelijk krijgen jullie het niet met ons.” Het congres is er echter van overtuigd dat de eigen minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) goed met de WIV zal omgaan. Ook de D66-fractie wil niet dat de wet van tafel gaat. Kamerlid Verhoeven riep zijn partijgenoten op om vooral niet over de ’aftapwet’ te spreken, omdat daarmee ’het frame van de ander’ zou worden overgenomen. Tegenstanders in de achterban waren verbolgen over de draai van de fractie, want in februari stemde die nog tegen de wet. „We zijn eerst tegen, nu zitten we op het pluche en is alles weer goed”, verklaarde een boos D66-lid. Ook is er besloten dat de D66-fractie zich gaat inzetten voor correctieve referenda, ook al heeft de partij in de formatie de handen afgetrokken van het raadgevend referendum. Dat referendum gold lang juist als opmaat naar de invoering van een correctief referendum. De fractie mag de pogingen niet staken om alsnog een correctief referendum ingevoerd te krijgen, vindt het congres. In de partijtop valt echter al te horen dat er niet veel haast zal worden gemaakt met deze wens. D66 wil verder dat er in een volgend kabinet een aparte minister voor Klimaatzaken komt. Dat is wel erg voorbarig, aannemende dat D66 ervan uitgaat dat Rutte III zijn tijd zal uitzitten. Nu is die post nog gedeeld met het ministerschap van Economische Zaken. Het congres wil daarnaast dat de Tweede Kamerfractie van D66 zich actief zal inzetten voor een humaner vluchtelingenbeleid. En hebben ze ook iets gezegd over het Kinderpardon?

Sportwarenhuisketen Topshelf sluit over 2 maanden zijn filiaal in Alkmaar. Dat heeft het bedrijf bekendgemaakt. De Noord-Hollandse vestiging is de laatst overgebleven Topshelf-winkel. Met de sluiting verdwijnt Topshelf dus uit de Nederlandse winkelstraten. Tegenvallende verkoopresultaten zijn de reden dat de Topshelf in Alkmaar dicht gaat. Volgens de winkelketen had het filiaal wel “aanzienlijke” potentie, maar was er “meer tijd nodig om het Topshelf-concept in de markt te zetten”. Die tijd was er niet: de verhuurder van het winkelpand wilde de huurprijs niet verlagen. Daardoor was het voor Topshelf niet rendabel de winkel open te houden. De ongeveer 35 medewerkers van de Alkmaarse vestiging komen zonder werk te zitten. Hun contracten lopen binnenkort af en worden niet verlengd. Tot het zover is, kan het personeel volgens Topshelf aan het werk blijven. De vestiging in Alkmaar blijft de komende weken nog open om de voorraad uit te verkopen. Topshelf vraagt geen faillissement aan. Wat er met het bedrijf achter de keten gaat gebeuren en of er een kans bestaat op een doorstart, kan een woordvoerder van Topshelf niet zeggen.

Beurskoersen zullen ondanks records nog flink doorstijgen. Zakenbank Goldman Sachs voorziet ondanks opgelopen waarderingen een stevige stijging van aandelen op de beurs. De bull markt zal tot 2020 aanhouden. Dat schrijft de zakenbank in de ’2018 US Equity Outlook: Rational Exuberance’. De S&P500 zal met 14% in waarde toenemen. Uit zijn vooruitblik voor komende jaren blijkt dat de dollar moet verzwakken tegen de euro en Japanse yen. In Europa zal de inflatie volgens het nieuwste scenario meer aantrekken dan de zakenbank tot nu toe heeft berekend. De groei van de economie in de wereld zoals Goldman Sachs die met rekenmodellen inschat is ook gunstig voor beleggingen in grondstoffen, waarbij vooral Brazilië, Chili en Peru zouden profiteren. Als de belastingverlaging doorgaat in de Verenigde Staten, profiteren consumenten en bedrijven daarvan slechts tot 2019, meent de bank. De winstmarges stijgen het snelst bij technologiebedrijven, menen de bankiers. De winstmarges zullen in 2018 naar 10,5% gaan. De bank calculeert als voorbehoud in dat de waarde van aandelen op de beurs al stevig is gestegen. De opkomende markten zijn daarbij nog altijd aantrekkelijk. Verhuld zit er een advies in zijn vooruitblik om te gokken op een daling van de waarde van tienjarige Amerikaanse staatsobligaties. Dat laatste is een reële optie: als de rente stijgt dalen de obligatie-noteringen.

Een van de hete hangijzers in het ‘Klimaatbeleid, zoals dat is afgesproken in Parijs en vorige week is bijgespijkerd in Bonn, is de energietransitie in de komende jaren. Schotland haalt nu 60% van alle elektriciteit die het nodig heeft uit duurzame energie. Een van de grootste offshore windparken ter wereld ligt ook voor de kust van Schotland. Het land zal al ergens de komende twee jaar 100% van de benodigde elektriciteit uit duurzame bronnen halen. Terwijl dat 15 jaar geleden nog maar 10% was. Diezelfde ontwikkeling zie je op veel meer plekken. Op hetkanwel.net las ik dat op de klimaattop in Bonn vertegenwoordigers van 198 landen afspraken hebben gemaakt over de invulling van het Parijse akkoord. Voordat de top begon, was al duidelijk dat de doelstellingen van Parijs met de huidige plannen gehaald kunnen worden. Tijdens de top bleek ook dat de wereldwijde CO2 uitstoot voor het eerst in drie jaar weer steeg. Teleurstellend voor alle deelnemers aan de top, maar wel de keiharde realiteit. De urgentie kon niet groter zijn. Voor landen die dagelijks de gevolgen van klimaatverandering ondervinden, gaat dit niet snel genoeg. De temperatuur mag niet meer dan 2 graden stijgen, dat was de boodschap van het ‘historische’ klimaatakkoord uit Parijs. In Bonn werden twee zaken meteen duidelijk. Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen, moet de transitie naar schone energie sneller en de uitstoot van CO2 stevig omlaag. Alleen was deze top niet bedoeld om nieuwe afspraken te maken, maar om invulling te geven aan het akkoord van Parijs. Dat was al ingewikkeld genoeg, omdat in Parijs was afgesproken dat elk land zijn eigen klimaatmaatregelen neemt. Dat klinkt heel aantrekkelijk, maar de resultaten zijn hierdoor lastig te meten. Tijdens de klimaattop zochten de onderhandelaars naar een methode om de resultaten van elk land te vergelijken. Alleen dan is het mogelijk om te controleren wie zijn afspraken nakomt, en wie niet. Deze methode wordt vastgelegd in een ‘rule book’. Met dit ‘rule book’ kunnen landen tijdens de klimaattop in Polen in 2018 laten zien waar ze staan. Aan de hand daarvan worden nieuwe afspraken voor 2020 gemaakt. Ondanks het nieuws over de wereldwijde stijging van de CO2 uitstoot, bleven delegaties en ministers optimistisch. Het nieuwe Nederlandse kabinet sprak de ambitie uit om de CO2 uitstoot niet met 40% terug te dringen, maar met 49%. En dat is hard nodig, want ook in Nederland steeg de uitstoot van CO2 in het afgelopen jaar. Onze economie groeit en dat leidt tot meer export, meer investeringen, meer consumptie en meer CO2 uitstoot. Minister Wiebes wil vaart maken om deze uitstoot te verminderen en zocht in Bonn medestanders. In China steeg de uitstoot van broeikasgassen met 3,5%. China industrialiseert in rap tempo en de economie draait nog grotendeels op steenkool. Dat verandert niet van de ene dag op de andere, ook al heeft China grote ambities. Zij investeren steeds meer in duurzame energie, maar moeten het gebruik van fossiele brandstoffen afbouwen. De verwachting is dat de inspanningen van China hierdoor pas over een aantal jaar te zien zijn. India stootte afgelopen jaar 2% meer CO2 uit. Deze week werd duidelijk dat de leefomstandigheden in Delhi levensgevaarlijk zijn. De stad wordt geteisterd door giftige smog als gevolg van luchtvervuiling. De ziekenhuizen liggen vol en dagelijks sterven mensen aan de smog. Een dag ademen in Delhi staat gelijk aan het roken van 50 sigaretten per dag. Voor de inwoners van Delhi is er geen tijd te verliezen. Opvallend was dat de uitstoot in de Verenigde Staten daalde met 0.4%. Na het terugtrekken van de regering Trump uit het klimaatakkoord van Parijs, besloten veel Amerikaanse staten en steden zich te blijven inzetten voor het akkoord. En met resultaat. In tegenstelling tot de keuzes van Washington, trokken zij hun eigen plan. Dat werd ook tijdens de klimaattop duidelijk. In Bonn was er naast de officiële Amerikaanse delegatie ook een schaduwdelegatie aanwezig. Vooral oud-vice president Al Gore, de oud-burgermeester van New York Michael Bloomberg, en de gouverneur van Californië Jerry Brown zetten de boel op scherp. Zij bleven benadrukken dat Amerikaanse burgers en bedrijven zich inzetten om klimaatverandering tegen te gaan. Ondertussen provoceerde de officiële Amerikaanse delegatie de aanwezigen door het gebruik van steenkool en fossiele brandstoffen te promoten. Naast de afspraken voor het ‘rule book’ was ‘hoe we leren leven’ met klimaatverandering een belangrijk thema. In Parijs kwam dit nauwelijks ter sprake, maar door het voorzitterschap van Fiji stond het hoog op de agenda. Fiji ondervindt dagelijks de gevolgen van klimaatverandering. Zij hebben nu vele miljoenen nodig om hun land te beschermen. De vooruitzichten van een stijgende zeespiegel en extreem weer zijn zeer verontrustend. Inwoners van eilanden uit de Stille Oceaan zien het oppervlakte van hun eiland nu al krimpen, doordat het water stijgt. Ook een aantal landen in Afrika en Azië loopt dit risico. Onderwerpen als het versterken van kust, huizen en gebouwen, het aanleggen van waterbuffers, dijken, of natuurlijke bescherming stonden hoog op de agenda. Bedrijven maakten afspraken met elkaar over slimme innovaties. Overheden maakten fondsen met honderden miljoenen euro’s vrij. De vraag is alleen wanneer dat geld beschikbaar is. De arme landen verwijten de rijke landen dat ze daar geen duidelijkheid over krijgen. Tot die tijd kunnen ze geen concrete plannen maken, terwijl ze het eerder vandaag dan morgen nodig hebben. De hoop is daarom dat overheden en bedrijven niet wachten, maar morgen al aan de slag gaan. In Amerika bewijzen staten en bedrijven dat het mogelijk is om een eigen koers te varen. Want niet alleen in Schotland maar ook in veel andere landen wordt steeds meer elektriciteit opgewekt met duurzame energie. In Europa zijn landen als Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, Estland en Kroatië er voortvarend mee aan de slag. Noorwegen haalt al bijna 100% van de elektriciteit die het land nodig heeft uit duurzame energie. Vlak ook Nieuw-Zeeland, Colombia, Brazilië en Canada niet uit. Deze landen halen nu al tussen de ruim 66% en 84% van hun elektriciteitsbehoefte uit duurzame energie. Natuurlijk hebben sommige landen door de natuurlijke omstandigheden het voordeel van waterkrachtcentrales. Maar omdat zonne- en windenergie door voortdurende innovaties steeds goedkoper worden, groeit het aandeel hiervan heel fors.

Er zijn echter ook landen die flink achterlopen met duurzame energie: zoals ons land. Wij moeten echt nog een flink aantal tandjes gaan bijschakelen. Gelukkig wordt duurzame energie steeds goedkoper. Dus de rekensommetjes vallen ook in ons land steeds meer in het voordeel van zonne- en windenergie uit. De investeringen in duurzame energie zijn de komende jaren en decennia echt gigantisch. Oud-minister Willem Vermeend, een kenner van duurzame energie, gaat tot 2050 uit van circa €13.000 mrd aan investeringen in duurzame energie! Alleen al in ons land zal volgens onderzoeksbureau McKinsey circa €200 mrd worden geïnvesteerd in duurzame energie in de jaren tot 2050. De gigantische mondiale omschakeling van fossiele naar duurzame energie speelt natuurlijk bedrijven die actief zijn in de productie van zonne- en windenergie enorm in de kaart. Deze bedrijven groeien al jaren heel hard. En dat zal de komende decennia niet anders zijn. Dat biedt uiteraard kansen voor beleggers. Want een flink aantal van ’s werelds belangrijkste producenten van windmolens, zonnecellen, omvormers en andere cruciale onderdelen van duurzame energie is beursgenoteerd. Een deel komt uit Europa, maar ook in China en de VS zijn er flink wat van deze bedrijven te vinden. Willem Vermeend zegt het in de media zelfs heel onomwonden: ‘Je bent een slechte belegger als je die kans niet ziet’. De uitspraak van Vermeend klinkt natuurlijk wat hard. Maar feit is wel dat uitzonderlijke investeerders als Elon Musk, Jeff Bezos, Mark Zuckerberg, Bill Gates en Warren Buffett al vele honderden miljoenen dollars in duurzame energie hebben belegd. Deels via hun bedrijven Tesla, Amazon, Facebook, Microsoft en Berkshire Hathaway. En deels via privé investeringsfondsen. En deze bijzondere mannen, met een neusje voor innovatie en lucratieve business, zijn nog lang niet klaar met hun investeringen in duurzame energie. Amazon opende bijvoorbeeld in oktober dit jaar een gigantisch windpark in Arizona in de VS. Warren Buffett’s Berkshire Hathaway investeert ook de komende jaren veel in wind- en zonne-energieprojecten. Al met al vloeit in de VS nu van iedere $5 die het bedrijfsleven investeert $1 naar duurzame energieprojecten. Ook institutionele beleggers als pensioenfondsen en grote Amerikaanse zakenbanken als Goldman Sachs investeren vele miljarden in duurzame energie. Het Nederlandse ABP bijvoorbeeld, een van de grootste pensioenfondsen ter wereld, investeert steeds grotere bedragen in duurzame energie, omdat er een goed rendement mee kan worden geboekt. En de zakenbank Goldman Sachs alleen al investeerde tot dusver circa $150 mrd in duurzame energieprojecten. Er kan natuurlijk geen enkele misverstand over bestaan waarom Goldman Sachs dit doet. Niet om een groen imago op te bouwen. Amerikaanse zakenbanken zijn voor hun aandeelhouders en partners altijd op zoek naar hoge rendementen. En bij duurzame energie is volop rendement te vinden. Weliswaar bleven de aandelen van beursgenoteerde bedrijven die actief zijn in zonne-energie vorig jaar wat stil staan. Maar dit jaar zijn deze aandelen weer aan een geweldige opmars bezig. Aangezien de hele wereld Schotland achterna gaat, ga ik ervan uit dat die opmars nog een flinke tijd zal doorgaan, schrijft Robert Schuckink Kool in zijn column Bright New World.

Dat de Nederlandse kabinetsformatie maar liefst zeven maanden duurde, kon buiten ons land verder niemand deren. Maar nu de Duitse formatie (na slechts twee maanden) is vastgelopen, is dat meteen groot nieuws in heel Europa. Want de politieke crisis in Duitsland gaat niet alleen de Duitsers aan.Dit is een slecht bericht voor Europa”, recenseerde minister Halbe Zijlstra van Buitenlandse Zaken de mislukte onderhandelingen tussen de christendemocratische CDU/CSU, de liberale FDP en de Groenen. Bondskanselier Angela Merkel is immers de onbetwiste leider van de Europese Unie. Zonder haar kan de EU niet verder. Die uitspraak deel ik niet. Weliswaar gedraagt ze zich als de Keizerin van Europa, maar haar beleid toont geen visie voor een nieuw Europa. Natuurlijk kan de EU verder, moet dat zelfs, daar het buitengebeuren niet op vertraging van het integratieproces binnen de 27 EU-lidstaten, zal wachten. Plotseling krijgt het optimisme van enthousiaste Europeanen een andere wending. Brusselse politici als Jean-Claude Juncker en Guy Verhofstadt kraaiden van plezier na de verkiezingen in Frankrijk, Nederland en Duitsland, omdat in hun ogen het populisme verslagen was. De uitgelezen kans om nu door te stomen met project-Europa. Voorzitter van de Europese Commissie Juncker sprak van een unieke kans om nu grote stappen te zetten bij het verder politiek integreren van de EU. De Franse president Emmanuel Macron vulde hem aan met specifieke voorstellen voor de eurozone, waarmee de Economische en Monetaire Unie de facto een politieke unie zal worden. Macron wil een Europees Monetair Fonds, een eurominister van Financiën, een eurozonebegroting, een europarlement en politiek-economische coördinatie van het beleid in de landen. Door al deze plannen zal echt niet meteen een streep worden gezet, maar het tempo van deze vernieuwingen gaat hoogstwaarschijnlijk aanzienlijk omlaag. Zonder een nieuwe regering in Berlijn kan Europa de vergaande stappen niet zetten. Op de Europese top in december over de toekomst van de eurozone zouden al geen harde besluiten vallen, maar wat de status van die bijeenkomst nu nog is, is onzeker. De situatie in Duitsland toont nog maar eens aan dat te snel victorie is gekraaid door voorstanders van Europese integratie. De opkomst van anti-Europese partijen heeft wel degelijk impact, ook al zijn ze niet de grootste. Zo raakte het politieke landschap in Nederland dusdanig versplinterd dat er met vier partijen moet worden geregeerd. Ook de verhoudingen in Duitsland zijn overhoop gegooid door het verlies van Merkels CDU en de opmars van het eurokritische AfD. Als de politieke crisis in Duitsland lang aanhoudt, moeten de europlannetjes voorlopig in de la blijven liggen en het is zeer de vraag of de eurokritische Halbe Zijlstra dat werkelijk zo’n ’slecht bericht voor Europa’ vindt.

Het was vorig weekend toch wel even slikken voor Merkel dat de liberale FDP uit de coalitieverkenningen stapte. Een minderheidsregering wil ze niet aanvoeren, de liberalen terug aan de tafel om de onderhandelingen te hersttarten, lijken beiden geen optie voor Merkel. Nieuwe verkiezingen is een technisch probleem. Die moeten worden uitgeschreven door de bondskanselier. Maar die is er momenteel niet. Die moet nog gekozen worden, maar daarvoor moet er eerst een kabinet zijn. De mislukking van de onderhandelingen is een zware slag voor Merkel. De vraag is of de FDP nog een onvereffende rekening open had staan met Merkel? Ook is het onduidelijk of Merkel zich kan handhaven als het boegbeeld van de Union (CDU/CSU), na de zware nederlaag bij de verkiezingen van 24 september en nu de mislukte regeringsvorming. Ik volg de ontwikkelingen, ook de reacties van de EU-regeringsleiders. Komende week gaan Merkel, namens de CDU, en Schulz, namens de SPD, bij de bondspresident aan tafel zitten voor overleg of een ‘grote coalitie’ van de Union en de SPD haalbaar is en onder welke voorwaarden.

Het beheerd vermogen van Nederlandse beleggingsinstellingen heeft in het derde kwartaal van 2017 een recordomvang bereikt. Volgens cijfers van DNB steeg het beheerd vermogen naar €870 mrd, een stijging van 2,9%. Het rendement op aandelen bedroeg 4,6%, de aandelenfondsen stegen naar €321 mrd.

Amsterdam heeft de strijd om de vestiging van het Europees Medicijnen Agentschap (EMA) binnengehaald, dat momenteel in Londen is gevestigd. In de derde stemronde eindigde een gelijkspel Amsterdam en Milaan 13-13. Bij loting won Amsterdam. Slowakije onthield zich van stemming om te protesteren tegen het feit dat de Oost-Europese kandidaat-steden in de eerste ronde al afgevallen waren. De vraag is waarom de Centrale- en Oost-Europese EU-lidstaten niet achter Bratislava zijn gaan staan. Op de een of andere manier bereikten alleen West-Europese grootmachten de tweede ronde. De stemming vond plaats achter gesloten deuren. De vraag is welke prijzen dan wel toezeggingen er door Nederland aan de armere landen zijn gedaan om deze grote vis binnen te halen.

Het ministerie van Financiën weigert inzicht te geven in hoeveel energiebelasting een gemiddeld huishouden gaat betalen als er geen zonnepanelen geplaatst zijn. Vorige week becijferde Financiën op aandringen van de PVV dat huishoudens de komende kabinetsperiode gemiddeld 35% meer energiebelasting gaan betalen, een stijging van €138 op de energienota. Uit navraag blijkt dat in deze cijfers ervan uit wordt gegaan dat straks een deel van de huishoudens zonnepanelen heeft geplaatst en andere energiebesparende maatregelen heeft doorgevoerd. Daardoor gaat het gemiddelde energieverbruik flink omlaag, hoewel de meeste huishoudens in de praktijk geen maatregelen nemen. „Het gros van de huishoudens krijgt een hogere rekening”, zegt hoofdonderzoeker Hammingh, een van de opstellers van het Planbureau van de Leefomgeving. Volgens hem is een relatief kleine groep verantwoordelijk voor de daling, maar die heeft wel heel veel effect op het gemiddelde. „Dat is ook de andere kant van het verhaal. Deze groep doet zoveel extra’s dat ze weer ruim onder het gemiddelde zitten”, aldus Hammingh. Op verzoek van de Telegraaf wil Financiën echter niet doorrekenen hoe die nota eruit ziet voor mensen die niet aan alle energiebesparende wensen van het kabinet zijn toegekomen. Op basis van de energieverkenning 2017 is het echter waarschijnlijk dat dit honderden euro’s kan schelen op de energienota van een gemiddeld huishouden. Bovendien wil het kabinet een nieuw energie- en klimaatakkoord sluiten waarin mogelijk extra heffingen worden afgesproken. Desgevraagd houdt Financiën de kiezen echter ook stijf op elkaar over de mogelijke beleidsmaatregelen die daaruit voort gaan vloeien. „Op hoe de kosten dan verdeeld zullen worden, kan op dit moment niet worden ingegaan aangezien dat pure speculatie is”, luidt de reactie. Het Centraal Planbureau heeft met zo’n akkoord dan ook nog geen rekening kunnen houden. De Raad van State tikte minister Hoekstra van Financiën daarom onlangs al op de vingers. „Het verdient aanbeveling scherper in beeld te brengen hoe en waar de kosten van het klimaatbeleid richting 2030 gaan neerslaan”, aldus het adviesorgaan van de regering. „De vraag is hoe de aanvullende kosten worden opgebracht en waar ze worden neergelegd (gezinnen, bedrijven of overheid).” Financiën heeft hier tot dusver niet op gereageerd. Nota bene (=neem hier goede notitie van), de groene lobbyclub Milieudefensie waarschuwde tijdens de kabinetsformatie al voor een ‘sociale kloof’ als het gaat om de klimaatkosten. Wie een krappe beurs heeft, zal immers minder snel investeren in een duurzame auto of energieneutraal huis, terwijl de energiebelastingen bij iedereen neerslaan. In totaal haalt het kabinet volgend jaar €4,857 mrd aan energiebelastingen op. Voor de jaren daarna maakt Financiën dit nog niet bekend. De opbrengt van de energiebelasting is overigens niet gekoppeld aan specifieke klimaatplannen, maar komt terecht op de grote hoop van andere belastinginkomsten en premies. Veel vragen, weinig concrete informatie.

Rutte III zal de woningnood, met zijn gebrek aan huizen en torenhoge vraag- en verkoopprijzen, eerder erger maken dan verlichten. „Het dreigt helemaal uit de hand te lopen”, waarschuwt hoogleraar volkshuisvesting Peter Boelhouwer (TU Delft) in vakblad Cobouw. Boelhouwer noemt de brief over de woningmarkt die minister Ollongren (Binnenlandse Zaken) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd ’veel te mager’. „Nergens hoor ik de regering over stimuleringsmaatregelen of subsidies.” Die zijn volgens de hoogleraar hard nodig om de bouwproductie in bijvoorbeeld binnensteden te stimuleren. De komende jaren moeten er elk jaar 75.000 huizen worden bijgebouwd, 20.000 tot 30.000 meer dan op dit moment het geval is. Boelhouwer heeft er een hard hoofd in dat die aantallen gehaald worden, en ook Nico Rietdijk, directeur van bouwbedrijvenvereniging NVB, ziet het nog niet gebeuren. „De provincies zeggen dat we rustig kunnen gaan slapen, dat de regie bij hen in goede handen is. Maar het komt helemaal niet goed.” Bouwend Nederland is wel positief over Ollongren’s schot voor de boeg. „De brief bevestigt dat de woningmarkt bij dit kabinet in goede handen is”, zegt directeur Fries Heinis van de brancheclub. „Dat productiecijfer van 75.000 tot 80.000 woningen moeten we gewoon halen. We moeten elkaar niet in de put praten.”

Rutte is geen premier voor het hele volk, maar slechts een belangenvertegenwoordiger van bepaalde doelgroepen. Het is voor mij onbegrijpelijk dat hij voor het geselecteerde beleid dat hij voert een (kleine) meerderheid in het Parlement steun verkrijgt. Voor de mensen die werken in sociale werkplaatsen nieuwe stijl is daar nog weinig sociaals in te herkennen. Deze regering, van een van de rijkste landen ter wereld, behandelt werknemers met een arbeidsbeperking als paria’s in onze samenleving. De huidige sociale werkplaatsen moeten dicht, maar gaan onder een andere vlag weer open, maar onder veel slechtere arbeidsvoorwaarden. Sinds de komst van de Participatiewet in 2015 mag er officieel niemand meer in. Via natuurlijk verloop moeten de sociale werkplaatsen (plekken waar mensen met een handicap onder begeleiding aan de slag kunnen) over een bepaalde tijd niet meer bestaan. Maar de realiteit is dat intussen nieuwe arbeidsbeperkten de sociale werkplaatsen instromen, maar nu onder een andere naam: ‘beschut werk’, en onder slechtere arbeidsvoorwaarden. “Het idee van de Participatiewet was dat iedereen, en dus ook alle mensen met een beperking, bij een reguliere werkgever aan de slag moeten”, legt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg, uit. “Maar al snel werd duidelijk dat dat echt niet kan, en er voor de meest kwetsbare groep toch echt een vorm van beschut werk moest komen.” Daarom kregen de gemeenten de opdracht om op termijn 30.000 mensen beschut werk aan te bieden. Dit kabinet heeft dat uitgebreid naar 50.000 plekken. De gemeenten ondernemen zelf echter nagenoeg geen actie. Slechts enkele honderden beschut-werk-plekken zijn er landelijk gecreëerd. En naar nu blijkt bijna allemaal ‘gewoon’ bij de sociale werkplaats. Mensen op een beschutte werkplek doen hetzelfde werk als de mensen die al voor 2015 op de sociale werkplaats werkten. Met evenveel begeleiding, alleen voor een lagere beloning en zonder cao. De circa 90.000 mensen die nog onder de oude Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) vallen, krijgen een salaris dat kan oplopen tot 130% van het minimumloon. Ze bouwen pensioen op en krijgen reiskostenvergoeding. Wie onder de Participatiewet valt en werkt bij het sw-bedrijf op een beschutte werkplek krijgt maximaal 100% van het minimumloon, geen pensioen en geen reiskostenvergoeding. “Beschut werk is inderdaad een nieuwe naam voor iets wat al bestond”, bevestigt Jos Canton, al meer dan twintig jaar secretaris-directeur van het Werkvoorzieningschap Noordoost-Brabant. “De sociale werkplaatsen waren te groot en te duur. Dus het moest voor minder mensen toegankelijk worden en goedkoper. Dat is gebeurd en dat noemen we nu ‘beschut werk’.” Ook Jan-Jaap de Haan, directeur van de branchevereniging van sociaal werk, Cedris, beaamt dat. “Op dit moment ziet beschut werk er inderdaad nog niet anders uit dan werken bij het sociale werkbedrijf.” De sociale werkplaatsen moesten toch dicht? Daar was toch een sterfhuisconstructie voor bedacht? De Haan ontkent: “De stoel van een WSW’er die vertrekt, mag worden ingevuld door iemand die beschut werk doet.” Maar gemeenten kregen toch de opdracht om niemand meer toe te laten op de sociale werkplaatsen en nieuwe beschutte werkplekken te creëren? Hoogleraar Wilthagen: “Dat was de boodschap ja. Maar dat was niet goed doordacht. Er zat eigenlijk helemaal geen idee achter. Gemeenten wisten niet wat te doen. Nieuwe gebouwen neerzetten om beschut werk te creëren? Waarom zou je dat doen als er al sociale werkplaatsen zijn? Dat doen ze dus ook niet.” Het stoort de hoogleraar wel dat daar niet open over is gecommuniceerd. “Wees er gewoon eerlijk over. Zeg dan ook: mensen op beschutte werkplekken doen hetzelfde werk als op een sociale werkplaats maar ze moeten werken voor minder loon.” Is de naam ‘beschut werk’ bedacht om van de dure cao voor sociale werkplaatsen af te komen? “Nou, zo zou ik het niet formuleren”, reageert Cedris. “Als we zeggen ‘beschut werk is hetzelfde als sociale werkplaats’, dan krijg je stilstand. Dan ondermijn je de ontwikkeling die we hebben ingezet. Beschut werk moet ook tijdelijk kunnen zijn, als opstap.” Daarmee doelt De Haan op het streven om iedereen met een arbeidsbeperking bij een reguliere werkgever te plaatsen en de kwetsbare werknemer daarvoor minder te betalen. Is er een visie van het kabinet Rutte III over hoe de oude dag eruit ziet voor mensen die voor minder geld moeten gaan werken, waarop arbeidsrechten, zoals die zijn vastgelegd in de CAO, niet meer van toepassing zijn en er geen pensioen meer wordt opgebouwd? Dit is een heel slecht sociaal beleid dat wordt nagestreefd. Ik ageer al jaren dat de overheid koopkrachtplaatjes presenteert die niet deugdelijk worden onderbouwd en waar aannames worden gedaan, die niet worden gerealiseerd. Nu erkent minister Koolmees (D66) van Sociale Zaken, drie maanden na Prinsjesdag, dat de lonen vooralsnog minder lijken te stijgen dan waar het kabinet rekening mee heeft gehouden in de berekening van de koopkrachtplaatjes. Het Centraal Planbureau, dat de koopkrachteffecten van het regeerakkoord heeft doorgerekend, heeft met nieuw energie-akkoord dan ook nog geen rekening gehouden. Uit een rondgang van de Telegraaf blijkt dat werkgevers niet in staat zijn de komende twee jaar de lonen gemiddeld met 3% te laten stijgen, terwijl het kabinet uitging van een loonstijging van 2,3% in 2018 en van 3,5%% in 2019. ,,Ze blijven inderdaad achter”, zegt Koolmees. ,,Maar dat heeft ook te maken met lagere inflatie.” Wat is het ijkpunt dat het kabinet gebruikt bij de bepaling van de inflatie. De bewindsman wijst erop dat de coalitiepartijen in het regeerakkoord hebben afgesproken dat in de sectoren waar er ruimte is, ’we vinden dat de lonen zouden moeten stijgen’. Hij spreekt daar de werkgevers- en werkgeversclubs in zijn gesprekken met hen ook op aan. ,,Maar uiteindelijk zijn zij daar verantwoordelijk voor.” Een andere case: de oproep aan werknemers om ’een leven lang te leren’, is aan dovemansoren gericht. Honderden miljoenen euro’s die bedoeld zijn om werkenden bij en om te scholen, blijven op de plank liggen. Sinds het begin van het decennium zijn de reserves van de zogeheten cao-fondsen, die de opleiding en ontwikkeling van werknemers financieel mogelijk maken, met zeker €50 mln toegenomen, tot meer dan €400 mln, blijkt uit onderzoek van DFT. Bovendien wordt van het ESF, een Europees subsidiefonds dat bedoeld is om mensen langer te laten doorwerken, de helft niet gebruikt. „Dat is aanzienlijk meer dan verwacht”, stelt het Agentschap SZW, dat de regeling uitvoert. Het geld dat wel voor opleidingen wordt gebruikt, gaat in het leeuwendeel van de gevallen naar mensen die beter willen worden in hun huidige werk. Dat geldt zelfs voor 80% van de medewerkers in de financiële sector die een cursus volgen, terwijl die meer zouden hebben aan omscholing dan aan bijscholing. Een bankier die ontslagen wordt, komt in zijn eigen sector zelden nog aan de slag. Experts zeggen dat er een omslag in denken moet komen: werknemers moeten op tijd aan scholing beginnen, anders diskwalificeren ze zichzelf voor de arbeidsmarkt.

©2017 hannesdewitte@gmail.com

Slotstand indices d.d. 24 november 2017; week 47: AEX 540,63; BEL-20 3985,46; CAC-40 5390,46; DAX 30 13.059,84; FTSE 100 7409,64; SMI 9325,60; RTS (Rusland) 1166,09; DJIA 23557,99; NY-Nasdaq 100 6409,287; Nikkei 225 22550,85; Hang Seng 29.859,41; All Ords 6063,10; SSEC 3,353.821; €/$ 1,1931; goud $1287,90; dat is €34.682,45 per kilo; 3 maands Euribor -0,329% (1 weeks -0,381%, 1 mnds -0,372%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,471%; 10 jaar VS 2,3401%. 10 jaar Duitse Staat 0,362%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,127%. Een liter diesel hier aan de pomp €1,219, elders €1,239.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.