UPDATE21102017/400 Burgers worden geschiphold, zegt Pieter Winsemius

Nederlands vastgoed wordt voor beleggers stukken minder aantrekkelijk. Dat komt volgens kenners door een zinnetje in het regeerakkoord, aldus het FD. ‘Directe beleggingen in vastgoed door beleggingsinstellingen zijn niet meer toegestaan in verband met het afschaffen van de dividendbelasting’, staat er op pagina 68 van het akkoord. Dat betekent volgens kenners dat beleggingsfondsen die direct in vastgoed investeren daarmee moeten stoppen of dat ze zich omvormen tot een bedrijf dat vennootschapsbelasting van 21% betaalt. ,,Hiermee worden Nederlandse vastgoedbeleggers afgestraft. Maar daar zit ook het pensioengeld van mensen zoals jij en ik achter”, zegt fiscalist Wiebe Brink van EY tegen de Telegraaf.

Philipp Blom was bij Buitenhof te gast en werd geïnterviewd door Paul Witteman. De historicus luidt met zijn nieuwe boek ‘Wat op het spel staat’ de noodklok. Een analyse over de grootste veranderingen van onze tijd: door de gevolgen van klimaatverandering en digitalisering/robotisering staat onze manier van leven misschien wel op het spel. Of is er nog hoop? Hij zegt over zichzelf dat hij een vrolijke pessimist is. Wat als een historica over vijftig jaar terugkijkt naar het begin van de 21ste eeuw? Zij zal versteld staan dat wij – verblind door onze dagelijkse beslommeringen en ons kortetermijnperspectief – de twee grootste bedreigingen die homo sapiens te wachten stonden niet zagen: een wereldomvattende klimaatcrisis met alle gevolgen van dien, en de digitalisering van arbeid die leidde tot massawerkloosheid en een algeheel verlies van zin en betekenisgeving. In zijn nieuwe boek analyseert Philipp Blom het historische scharnierpunt waarop wij ons bevinden aan de hand van verhelderende parallellen met andere historische aardverschuivingen, zoals het einde van het Romeinse Rijk, de Verlichting en de Duitse Weimarrepubliek. Het resultaat is een vlammend betoog vol sterke beelden en scherp verwoorde inzichten, waar iedereen kennis van zou moeten nemen die zich zorgen maakt over de toekomst van wat wij voor waardevol houden: vrijheid, tolerantie, het klimaat, arbeid, democratie en mensenrechten. Hoe staat ons land er over 15 jaar voor als eenderde deel van onze bevolking moet leven van een uitkering? Is het democratische bestel in staat de welvaart als gevolg van de robotisering/digitalisering te delen met de samenleving. Hij waarschuwt ervoor dat onze huidige politici wegkijken voor de problematiek die eraan komt. We weten van Rutte dat hij, ook met zijn derde kabinet inzet op behoud van bestaande waarden. Bij het woord ‘visie’ denkt hij niet aan de toekomst maar aan een opticien, zegt hij gekscherend. De Nederlandse vertaling van dit Duitse boek verschijnt komende week. Ik ga dit zeker lezen.

Ik heb eerder mijn twijfels geuit of Rutte III uit de steigers zou komen, maar het komt er nu aan. Het CBS kwam deze week naar buiten dat met de uitkomst van een doorrekening van de aangekondigde belastingverlaging per 1 januari 2019: circa 2,1 miljoen mensen met een baan, werknemers die worden betaald op basis van het minimum-uurloon, gaan er helemaal niet op vooruit: ze gaan zelfs wat meer belasting betalen. De belastingplannen van het kabinet-Rutte III leveren zo’n 5,4 miljoen werkenden, uit de doelgroep van normale gewone Nederlanders, een lager belastingtarief op. In het nieuwe stelsel blijven twee belastingschijven over van de huidige vier. Alleen in de laagste schijf van de inkomstenbelasting komt het belastingtarief iets hoger te liggen, 36,9% in plaats van de huidige 36,6%. Volgens het CBS vallen 2,1 miljoen werkenden alleen in de huidige eerste schijf. Het is de vraag welke invloed dat heeft op het koopkrachtplaatje van die groep. Het leeuwendeel van de werkenden valt nu in de tweede en derde schijf. Deze groep van zo’n 4,8 miljoen mensen ziet het belastingtarief dalen van de huidige 40,4% naar 36,9%. In de vierde schijf gaat het tarief omlaag van 52% naar 49,5%. Dat geldt voor 570.000 werkenden. Het nieuwe kabinet heeft naast de wijzigingen in het schijvenstelsel nog meer fiscale maatregelen aangekondigd. ,,Wat de stapeling van al deze maatregelen betekent voor het bedrag dat individuele burgers aan belasting verschuldigd zullen zijn, is sterk afhankelijk van hun specifieke situatie”, aldus het CBS. Dat betekent dus dat de koopkrachtplaatjes, die de vier onderhandelaars van Rutte III, naar buiten hebben gebracht (Rutte: iedereen gaat er op vooruit) niet zijn onderbouwd. Het is, op het moment dat ik dit schrijf, voor mij nog helemaal niet zeker of en hoe de totstandkoming van het kabinet Rutte III van start gaat. Als D66 en de CU zich gaan realiseren waarvoor ze hebben getekend, kunnen daar grote twijfels ontstaan over het regeringsbeleid. En dan denk ik niet alleen aan het ‘kinderpardon’, ‘de afschaffing van de dividendbelasting’, zoals VNO-NCW aan de informateur had gevraagd, ‘de verhoging van het lage BTW tarief’ en de verlaging van de vennootschapsbelasting van 25% naar 21%. In 1998 zei de oud-premier Dries van Agt al in de VK over een regeerakkoord: „ zo’n document is na een halfjaar al belegen, vergeeld en verdampt.” Achterhaald door de realiteit zou ik zeggen. Waar ik grote vraagtekens bij zet is het gegeven dat twee bewindslieden van de VVD uit het kabinet Rutte II bereid zijn toe te treden tot Rutte III. Halbe Zijlstra, de secondant van Rutte bij de onderhandelingen van het regeerakkoord, heeft zich gemeld voor minister van Buitenlandse Zaken. Maar dat de huidige staatssecretaris op Financiën, Eric Wiebus belast met de Belastingdienst, voor een zware post van Economische Zaken en Klimaat is voorgedragen, is pure armoe van de formateur. Hij is volstrekt mislukt op het Belastingdienst-dossier en laat een chaos achter bij zijn vertrek. Als ik er dan van uitga dat het klimaat-dossier een deskundige bestuurder nodig heeft om aan de klimaateisen van Parijs te voldoen, dan begrijp ik niet dat een mislukte staatssecretaris, uit het liberale kamp, hiervoor wordt gevraagd. Rutte moet wel heel erg in de problemen zitten om zo’n besluit te nemen. Dat de benoeming van deze VVD’er als klimaat-bewindspersoon in politiek Den Haag en in de media verbazing oproept, is verklaarbaar. Al eerder lekte uit dat de consultant en senator voor het CDA Wopke Hoekstra (42 jaar), een liberale christen, vrijzinnig protestant, de ‘golden boy van het CDA, minister van Financiën wordt. Een van de kenmerken van Rutte II was de goede verstandhouding tussen VVD- en PvdA-ministers, maar daarvan blijft bijna niemand over. De PvdA’ers vertrekken uiteraard, en de VVD’ers Schippers, Schultz en Blok stoppen. Hennis komt waarschijnlijk niet terug en Dijkhoff wordt fractievoorzitter. Rutte moet dus nieuwe vertrouwelingen trachten te strikken. Wel wordt de naam genoemd van Sander Dekker, in het demissionaire kabinet Rutte II staatssecretaris op Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op Justitie en specifiek voor Veiligheid. In de afgelopen jaren was er regelmatig kritiek te horen over beleidsmaatregelen die hij uitvoerde/wilde uitvoeren. De CDA’er Ferdinand Grapperhaus (advocaat en hoogleraar arbeidsrecht) wordt Minister van Justitie. Drs Carola Schouten, volksvertegenwoordiger namens de CU en secondant van Gert-Jan Segers tijdens de onderhandelingen die hebben geleid tot een regeerakkoord, wordt genoemd als vice-premier en minister van Landbouw. Ze is deskundig op Hoger Onderwijs, Justitie, Economie en Innovatie, Financiën en Pensioenen. Jonkvrouwe drs Karin Hildur (Kajsa) Ollongren wordt benoemd als vice-premier namens D66 en minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Heel vervelend is het dat zij als wethouder in Amsterdam ‘kunst en cultuur’ in haar portefeuille heeft en zal worden geconfronteerd met het vertrek van Beatrix Ruf, directeur van het Stedelijk Museum (waar de gemeente/de Amsterdamse burgerij een belang heeft van 80%). De verslaglegging is niet op orde, ook niet in het goedgekeurde jaarverslag, en ze was vergeten in haar nevenfuncties te vermelden dat zij ook directeur is van een kunstadviesbueau, dat in 2015 4,5 ton winst maakte. Als niet snel wordt geconcludeerd dat het hier een incident betreft en het toeval is dat drie directeuren binnen een decennium moesten vertrekken als gevolg van een verkeerde beslissing, incompatibilité d’humeur en gebrek aan controle, dan kan dat voor de gemeente Amsterdam vervelende gevolgen krijgen. Als vice-premier wordt benoemd de CDA’er Hugo de Jonge en minister van VWS belast met ouderenzorg. De fractievoorzitters Sybrand Buma, Alexander Pechtold en Gert-Jan Segers blijven voor hun partij in de Tweede Kamer. De christendemocraten hebben oud-minister en huidig commissaris van de Koning in Overijssel Ank Bijleveld voorgedragen als minister van Defensie. Volgens VK gaat de VVD’er Bruno Bruins, bestuursvoorzitter van uitkeringsinstantie UWV, naar Volksgezondheid. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De europarlementariër Cora van Nieuwenhuizen wordt minister van Infrastructuur. Financieel specialist in de Kamer voor D66, Wouter Koolmees, wordt minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ingrid van Engelshoven, oud-wethouder van Den Haag en sinds de verkiezingen voor D66 in de Kamer, wordt de minister van OCW, samen met Arie Slob, oud-fractievoorzitter van de CU. Een heel nieuw gezicht in den Haag is de diplomate Sigrid Kaag, als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op Buitenlandse Zaken. Rutte III bestaat uit 12 ministeries met 16 ministers en 8 staatssecretarissen. VVD: 6+3; CDA en D66 ieder: 4+2 en CU: 2+1, alles bijeen 10 vrouwen (waarvan 6 ministers) en 14 mannen.

De werkloosheid in Nederland bedroeg in september 4,7% van de beroepsbevolking, gelijk aan dat van augustus. Vorig jaar kwam het werkloosheidspercentage nog uit op 5,7%. In september waren er 422.000 werklozen. Het werkloosheidscijfer omvat overigens niet iedereen zonder werk die wil werken. Mensen die wel willen werken, maar om wat voor reden dan ook recent niet gezocht hebben, of bijvoorbeeld niet direct beschikbaar waren, vallen buiten deze gehanteerde werkloosheidsdefinitie. Ook mensen die in deeltijd werken en die meer uren willen werken, vallen hier buiten. Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk nam de afgelopen drie maanden met gemiddeld 21.000 per maand toe, zo melden het CBS en uitkeringsinstantie UWV verder. In september hadden in deze leeftijdsgroep ruim 8,6 miljoen mensen betaald werk. Bijna 4,3 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Volgens het UWV nam het aantal lopende ww-uitkeringen in september met ruim 11.000 af tot 351.000. Vooral in de bouw en bij chauffeurs daalde het aantal ww-ers. In de periode januari tot en met september verstrekte UWV 301.000 nieuwe uitkeringen. Dat is een daling van 20% ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar.

Vermeend en van der Ploeg schrijven deze week in hun column in DFT dat <citaat> als er geen kink in de kabel komt, volgende week het kabinet Rutte III van start gaat. Met een mooie erfenis van Rutte II en alle economische en financiële signalen op groen, kan een nieuwe ploeg zich geen beter begin wensen. Die erfenis bestaat in ieder geval uit een van de sterkste economieën van Europa. De Nederlandse economie draait als een tierelier, de werkloosheid daalt naar een laag niveau en de overheidsfinanciën zijn gezond. Volgens berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) mag Rutte III de komende jaren bovendien rekenen op een gemiddelde jaarlijkse groei van 2% en aan het einde van de rit op een begrotingsoverschot van 0,5% BBP. Het is niet onze bedoeling dit feestelijke beeld met doemscenario’s te verpesten, maar wel om een aantal reële risico’s op een rijtje te zetten waarmee het nieuwe kabinet rekening zou moeten houden. </citaat> En waarop duiden de beide economen als risico-factoren? Omdat geleend geld spotgoedkoop is door het gevoerde monetaire beleid in Frankfurt en New York zijn de beurskoersen wereldwijd torenhoog gestegen. Dat kan een gigantische zeepbel zijn die zomaar, op een onbepaald moment, uiteen kan spatten. Er is ook deze week op de EU-top geen voortgang geboekt in de voortgang van de Brexit-onderhandelingen. May wil praten over een totaalpakket en de 27 EU-regeringsleider willen eerst praten over de hoeveelheid geld die het VK aan de EU gaat betalen. Een harde Bexit blijft mogelijk met gevolgen voor Nederland vandien. In een RABO-rapport wordt gesteld dat als er geen handelsverdrag wordt gesloten zal dit in ons land tot een lagere economische groei leiden. Volgens dit onderzoek kan een vertrek van het VK uit de EU de Nederlandse economie tot 2030 €25 tot €35 miljard euro kosten, wat neerkomt op 4% van ons bbp. Het Centraal Planbureau (CPB) becijferde in een studie uit 2016 al een fors economisch verlies van €10 mrd per jaar. Bovendien zullen er in Nederland vele tienduizenden banen verloren gaan. Over de werkgelegenheid gesproken: volgens de prognose van het CPB zal onder Rutte III de werkloosheid licht dalen. De vraag rijst of deze aanname niet te optimistisch is. Wereldwijd is sprake van een versnelling van automatiseringsprocessen waardoor er in eerste instantie veel banen verloren gaan. Ook in de kosten van de gezondheidszorg kunnen de aannames die in het regeerakkoord worden gegeven wel eens duurder uitkomen. Enerzijds omdat we nog altijd door Rutte I en II doorgevoerde bezuinigingen gecorrigeerd moeten worden met extra geld (denk aan de thuiszorg, jeugdzorg, ouderenzorg, ggz), anderzijds de exorbitante prijzen van nieuwe medicijnen en de vergrijzing van de samenleving. Rutte III schept op als het “groenste kabinet ooit”. Deze ambitie wordt breed toegejuicht, maar brengt tegelijk een fors politiek risico met zich mee als de noodzakelijke maatregelen om de klimaatdoelstellingen te realiseren onvoldoende van de grond komen, waardoor er meer geld nodig zal zijn. Maar al die vraagtekens vallen in het niet als we in ogenschouw nemen welke risico’s kunnen gaan optreden als de centrale banken het ruimgeld beleid gaan terugdraaien en daardoor de rente gaat stijgen. Ik ben daar negatief over gestemd, ook al omdat de nieuwe coalitie in het regeerakkoord daarover geen woord rept.

Ondanks alle lovende voornemens die in het regeerakkoord zijn opgenomen over verduurzaming van de Nederlandse samenleving klinken er ook kritische geluiden. Zo las ik op de voorpagina van Trouw dat ‘om de woningmarkt te laten bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen van Parijs er een grotere CO2-reductie nodig is in de bouw’. ‘Er moet zeker drie megaton CO2 extra worden bespaard in de bouw. Te denken valt dan aan 200.000 woningen per jaar die verduurzaamd moeten worden. Het gaat dan om het isoleren van muren, vloeren en daken, dubbele beglazing en cv-ketels, die vervangen moeten gaan worden door warmtepompen.’Jan-Willem van de Groep, duurzaamheidsondernemer en de man achter het ‘Stroomversnelling’s project, schat in dat in de komende vijf jaar slechts 50.000 woningen zo een intensieve renovatie zullen ondergaan, onder meer als gevolg van de milde besparingseisen die het nieuwe kabinet zich tot doel heeft gesteld. Om de vergroening te stimuleren zullen ook woningcoöperaties hun steentje bij moeten dragen en daar zal het kabinet ook de financiële ruimte voor moeten scheppen.

Over hervormingen in het pensioen-dossier gesproken. Op papier zijn de rendementen van de beleggingen van de pensioenfondsen ver beneden het gewenste peil, maar de werkelijke rendementen zijn rooskleurig. Wat bedoel ik daarmee te zeggen. In de afgelopen tien jaar stegen de pensioenreserves van €600 mrd naar €1.200 mrd, maar daalde de dekkingsgraad (de relatie tussen bezittingen en verplichtingen) gemiddeld van 136% naar 102%. Dat wordt mede veroorzaakt door de bekritiseerde opgelegde regels van de Toezichthouder De Nederlandsche Bank, dat de verrekenrente in de buurt moet liggen van de marktrente, op dit moment 1,5%, terwijl de gerealiseerde inkomsten gemiddeld 6,4% opleverden. Dat is wel 2,3% te weinig om de met 8,7% gestegen pensioenverplichtingen te dekken. Dat komt ook door de stijging van de levensverwachting van de deelnemers. Wat beïnvloedbaar is is de aannames die worden gepleegd voor toekomstige rendementen. De vraag is wat de gemiddelde opbrengst is van gedurende 40 jaar opgebouwde pensioenpremies. De Toezichthouder kijkt nu naar het rendement van nu en pleegt de aanname dat het extreem lage rendement van nu dat in de toekomst ook blijft. Ik stel dat na Mario Draghi zijn opvolgers het monetaire beleid zullen gaan hervormen. Wat Draghi doet is onverantwoord en hij lapt de zorgplicht die hij heeft aan zijn laars. De rente gaat in de nabije toekomst echt wel weer stijgen naar een niveau van tussen de vier en zes procent. Dat zal dan wel gepaard gaan met dalende obligatie- en aandelenkoersen en kan de waarde van de euro worden aangepast. Daarbij komt dat het beleggen van onze pensioenreserves per eind 2016 €1200 mrd en nu inclusief ons spaargeld >€1400 mrd problematischer wordt nu duidelijk wordt ‘ons geld’ wordt belegd, vanwege hogere rendementen, in financieel zwakkere landen van de eurozone. Er moeten reserves worden opgebouwd voor als duidelijk wordt dat leningen niet meer kunnen worden terugbetaald. Een gemakkelijk dossier is het niet. Het optimisme in de media over ‘het gaat weer goed bij de pensioenfondsen, we hoeven ons geen zorgen meer te maken over lagere pensioenuitkeringen dan wel hogere premies’ neem ik toch met een korreltje zout. Een van de redenen die optreden zijn de veel hogere rendementen die gemaakt kunnen worden met beleggingen met hogere risico’s. Neem de Zuid-Europese EU-lidstaten, die arme landen willen wel renten betalen die, naar onze normen, veel hoger liggen. Die opslag wordt betaald omdat beleggers grotere risico’s moeten nemen over de soliditeit (= betrouwbaarheid, degelijkheid, deugdelijkheid) van de debiteuren [partijen die rente en aflossing moeten (terug)betalen]. Er zit dus een adder onder het gras.

Voor €2.118.111.000.000 heeft de Europese Centrale Bank nu opgekocht aan staatsobligaties, waarschuwt Drs Martin Visser, columnist bij DFT. Dit monetaire beleid van de ECB heeft verstorende gevolgen voor de prijsvorming van aandelen en obligaties en andere financiële producten, de spaarrente die vrijwel op nul procent staat, de rendementen van opgebouwde pensioenreserves en de vastgoedmarkt. De toestand noemt hij zorgwekkend en de vraag is hoelang is de houdbaarheid van dit beleid nog gewaarborgd. Met het opkoopprogramma is inmiddels voor een waarde van meer dan €2 biljard staatsobligaties, bedrijfsleningen en andere stukken opgekocht, waardoor de rentes tot een extreem laag niveau zijn gedaald. Alles met als doel de inflatie aan te jagen. Maar werkt het? Nauwelijks, de kerninflatie bungelt al geruime tijd rond de 1%. Met welk gevoel zal Klaas Knot komende donderdag aan de bestuurstafel van de Europese Centrale Bank (ECB) zitten? De baas van De Nederlandsche Bank (DNB) krijgt dan vermoedelijk een verlenging van het stimuleringsprogramma door de strot geduwd, terwijl hij in eigen land voortdurend waarschuwt voor de gevolgen ervan. Maar de gelovers in het ECB-bestuur, ik denk dan aan de centrale bankiers van de financieel zwakke eurolanden, willen het opkoopprogramma verlengen met nog eens negen maanden en opnieuw €270 miljard in het systeem pompen. Je moet toch wat als je eenmaal de fuik in bent gezwommen. Misschien is er aan het einde van die fuik tóch een uitgang. Zou Knot het Overzicht Financiële Stabiliteit dat DNB onlangs uitbracht meenemen? Daarin signaleert de toezichthouder een ’forse marktcorrectie’ als acuut risico. Een half jaar geleden stond dit nog niet op de risicokaart die in dit halfjaarlijkse rapport staat. Nu is de boodschap op elke pagina: ’Kijk uit!’. De zogeheten bibber-index staat uitzonderlijk laag. Dit betekent dat er sprake is van een lage volatiliteit – oftewel beweeglijkheid – op de financiële markten. De markten kabbelen alsof er niets loos is. Maar DNB noemt dat ’ogenschijnlijke rust’. Daarbij verwijst de bank naar onderzoek naar 200 jaar koersbewegingen waarin wordt geconcludeerd dat langdurige rust (lage volatiliteit) de voorbode kan zijn van een financiële crisis. Zelfgenoegzaamheid ligt op de loer. Wat is er loos? De risico’s in de markten worden chronisch onderschat. Onder meer wijst DNB op de flink gestegen koers-winst-verhoudingen op de Amerikaanse aandelenbeurzen: de koersen lopen harder op dan de bedrijfsresultaten rechtvaardigen. Maar dit is geen Amerikaans fenomeen. Je houdt ook je hart vast voor wat er in de eurozone gaande is. Ondanks een diepe crisis lopen wereldwijd de schulden op. In sommige landen vermindert de private sector zijn schulden (maar lang niet overal), maar dat is dan ’gecompenseerd’ door extra overheidsschuld. Opgeteld loopt de schuld op. Centrale banken zijn hier mede de aanstichter van. Door oeverloos geld in het financiële systeem te pompen hebben zij de rentes extreem omlaag gedrukt. Ze stimuleren zo het aangaan van schulden en jagen beleggers (ik denk dan onder andere aan pensioenfondsen) naar steeds riskantere beleggingen op zoek naar rendement. Zo ontstaat die ogenschijnlijke rust waarbij de risico’s steeds meer verdoezeld raken. De Amerikaanse centrale bank is al begonnen met het ruime beleid stapje voor stapje af te bouwen. Maar de ECB blijft maar doorgaan. Komt er een klap aan, dan is er nauwelijks ruimte voor de centrale bank om in te grijpen. Nu genieten beleggers nog even van de Mario-manie. Maar wat volgt? De Draghi-dip? Of erger nog: de Draghi-depressie? In het uiterste geval een ineenstorting van het financiële systeem, misschien wel wereldwijd: de Draghi-crash.

Over de prijzen van medicijnen. Prijsonderhandelingen met producenten van dure geneesmiddelen hebben het Rijk de afgelopen jaren een besparing opgeleverd van €155 mln. Dat bevestigt de demissionaire minister van VWS, Edith Schippers. Nieuwe medicijnen uit het duurste segment worden sinds 2013 niet meer standaard in het basispakket opgenomen. De minister onderhandelt mede met de Belgen aan tafel eerst met de producenten over de prijs, voordat ze daar toestemming voor geven. Zo proberen ze de kosten in de zorg onder controle te houden. Lovenswaardig. Sinds dat nieuwe beleid zijn de prijzen van 24 van dure medicijnen na gesprekken verlaagd, zegt ze Zonder de besparingen hadden die medicijnen in totaal €620 mln gekost. De uitslag over de uitkomst was slechts één keer dat er geen overeenstemming kon worden bereikt. Het gaat om het geneesmiddel Orkambi tegen taaislijmziekte. Onlangs werd er weer geen overeenstemming bereikt met producent Vertex. Het middel kost gemiddeld €170.000 per patiënt per jaar. Volgens het Zorginstituut is het effect van het geneesmiddel voor taaislijmziekte, oftewel cystische fibrose, zo klein dat het zijn hoge prijs niet waard is. Er zou 80% van de prijs af moeten. Orkambi is een middel dat door een deel van de patiënten kan worden gebruikt. In Nederland gaat het om ongeveer 750 mensen volgens het ministerie van Volksgezondheid. Met het Amerikaanse pharmaceutische bedrijf is geen deal kunnen maken over een redelijke prijsvergoeding. Mogelijk is de druk van de zijde van het management en van de aandeelhouders dermate sterk dat ze de hoofdprijs binnen willen halen. Maar dat is nog een relatief matig dure prijs voor een geneesmiddel. Er is al een geneesmiddel op de markt waarvoor €500.000 per jaar per patiënt betaald moet worden. Een voor de hand liggend scenario is om geneesmiddelen centraal in te laten kopen door de Europese Unie voor alle EU-lidstaten. Ik verwacht dat daarmee veel grotere kortingen kunnen worden bedongen. Er wordt vanuit gegaan dat de komende jaren nog veel dure medicijnen op de markt worden gebracht. Vertex is een krachtmeting, waarmee we een voorbeeld kunnen stellen hoe Europese landen in de toekomst daarmee omgaan. De belangen voor de patiënten zijn groot, maar we moeten ook de zorg betaalbaar houden. Ik spreek nu ‘wijsheid’ aan bij onze Europese regeringsleiders.

De wereldwijde aandelenmarkten gingen dertig jaar geleden, om precies te zijn op 19 oktober 1987 op ‘zwarte maandag’, tot 23% onderuit. Beleggers hoeven volgens vermogensbeheerder Schröders niet te vrezen voor een nieuwe instorting van de koersen. Weliswaar zijn de waarderingen nu veel hoger dan dertig jaar geleden, maar daar staan fors gedaalde rentes tegenover. Dat is juist: het huidige renteniveau is extreem laag. Spaarders krijgen straks geen rente meer op hun spaargeld. De vraag werpt zich dan op ‘wat is dat spaargeld dan nog waard’? Voor de hand ligt dat banken geld kunnen lenen zonder dat ze daarvoor rente moeten betalen. Hoe groot is het rendement dan nog dat beleggers met hun vermogen kunnen maken. Ik vraag mij al veel langer af wat centrale bankiers bezielt met de enorme liquiditeiten die zijn verwezenlijkt door opkoopprogramma’s, waardoor de rente is gedaald naar 0%. Schroders schrijft de koersval op 19 oktober 1987 vooral toe aan zorgen over een vertragende wereldeconomie, hoge aandelenkoersen en geautomatiseerde verkoopprogramma’s. “Beleggers dachten toen dat het een ‘free lunch’ was en de verliezen beperkt zouden blijven. Maar iedereen was verkoper en niemand kocht tijdens de vrije val op die maandag. De vermogensbeheerder wijst erop dat de aandelenmarkten met de hulp van de centrale banken weer snel herstelden: ,,Zwarte maandag was niet meer dan een hapering van de markten. Vijf jaar later waren deze in Europa en de VS verdubbeld.” Historisch gezien hoge waarderingen vergroten volgens Schroders niet noodzakelijkerwijs de kans op een koersval. Ze wijst erop dat beleggers dertig jaar geleden hun toevlucht konden zoeken in staatsobligaties. Nu bieden deze nauwelijks nog rendement. De rente is minimaal vergeleken met het dividendrendement van 3-4% op aandelen. De vermogensbeheerder denkt ook niet dat beleggers nu te veel geld in aandelen hebben gestoken. „Ze zijn voorzichtig, vanwege de financiële crisis van 2007-2008. Hoewel het tien jaar geleden was, voelt het alsof het kortgeleden plaatsvond.” Daar zie ik wel enige onrust. De financiële markten reageren nerveus als ze maar denken dat Draghi gaat aankondigen dat hij het inkoopprogramma gaat afbouwen, waardoor de rente weer zal gaan stijgen. Een geldverkrapping, dan wel een aankondiging daarvan, zal grote onrust kunnen gaan veroorzaken omdat het consequenties kan opleveren voor de rente, de prijs van een valuta, de vastgoedprijzen en een inflatie/deflatie correctie. Wanneer Draghi een strategische zet gaan doen weet ik niet, maar ik verwacht niet dat Berlijn nog lang zal afwachten op de zo gewenste besluitvorming op het monetaire beleid van de ECB en ook niet zal wachten tot het moment dat het contract van Draghi in november 2019 afloopt. De geldontwaarding als gevolg van het monetaire beleid van de ECB heeft vormen aangenomen, vooral in de rijkere EU-landen, die politiek niet langer te verdedigen zijn aan spaarders en institutionele beleggers. Waar wachten de centrale banken nog op? Recente macro-economische ontwikkelingen dicteren dat de Amerikaanse Federal Reserve en de Europese Centrale Bank (ECB) hun monetaire beleid op de korte termijn zullen normaliseren. Momenteel is echter alles nog pais en vree: de Fed is zelfs extreem behoudend. Beleggers moeten echter beseffen dat het huidige, ruime monetaire beleid zijn langste tijd heeft gehad. Fixed income-beleggers zijn niet voorbereid op de naderende ommezwaai, terwijl aandelenbeleggers de huidige bull run graag zien voortduren. Fed-voorzitter Janet Yellen heeft expliciet gezegd dat de Amerikaanse centrale bank dit najaar zal beginnen met het afbouwen van de balans. Haar ECB-collega Mario Draghi bewandelt een soortgelijke weg. Voor het eerst sinds 2008 zullen de balansen van de vier grootste centrale banken van de wereld volgend jaar krimpen. De financiële markten hebben dit kennelijk nog niet opgemerkt, gelet op de waarderingen wereldwijd. Didier Saint-Georges, beleggingsstrateeg bij Carmignac schrijft daarover dat <citaat> deze houding enigszins begrijpelijk is vanuit het Amerikaanse perspectief bekeken. Ook ik geloof dat er nog rek zit in de huidige cyclische opwaartse beweging. Wel zien we dat industriële productie verzwakt en dat consumentenbestedingen kunstmatig hoog worden gehouden door een flinke toename in kredietverlening aan particulieren. Hogere rentes in de VS zullen derhalve niet van lange duur zijn: zodra de economie afzwakt zal de FED er niet omheen kunnen dat verdere verkapping van het monetaire beleid deze neergang erger maakt. Ondertussen bevindt Europa zich in een identiteitscrisis. De economische prestaties verschillen sterk binnen de Europese Unie, wat tot politieke polarisatie leidt. Als gevolg keren bedrijven, beleggers en wereldwijde vermogensbeheerders zich af van de euro. En hoewel de Franse verkiezingsuitslag niet de door velen gevreesde populistische, anti-EU overwinning bracht, is er geen reden om aan te nemen dat de onvrede in de unie verdwenen is. Zo zullen de Duitse gematigde partijen een solide regeringsakkoord moeten smeden, willen ze voorkomen dat ze bij de volgende verkiezingen weggevaagd worden door de populisten. De terugkeer van kapitaal naar de eurozone en het herstel van de rentecurve kunnen echter op korte termijn het effect van de gunstige conjunctuur versterken en zo de Europese aandelenmarkten meer bescherming bieden tegen het obligatierisico, en het vertrouwen van beleggers in de munt aanwakkeren. Er zijn meerdere reden aan te voeren waarom centrale banken op hun handen blijven zitten. Wellicht zijn ze bang dat de politieke onzekerheid in beide regio’s aanhoudt. Of zijn ze gefrustreerd over het feit dat ze de inflatiedoelen maar niet weten te halen? Een derde mogelijkheid is dat de centrale bankiers gewoonweg angstig zijn voor de financiële markten. Hoe dan ook, monetair beleid in combinatie met cyclisch herstel leidt ertoe dat alle beleggingscategorieën in de lift zitten. Zijn er nog beleggers die denken aan risk management? Het lijkt erop van niet. </citaat>

Günter Hannich schrijft deze week over de extreme stijging van de schulden van overheden, bedrijven en consumenten wereldwijd in de laatste tien jaar. Hij refereert aan een rapportage van het IMF <citaat> im Rahmen der Herbsttagung in New York wieder einmal einen Blick auf die aktuellen Schulden-Fakten. Vorab und kurz gesagt: der IWF konnte keine Entwarnung geben. Im Gegenteil, die Lage ist bei weitem bedrohlicher und gefährlicher als vor zehn Jahren. Wagen wir an der Stelle einen kleinen Faktencheck. Fakt ist, dass die globale Verschuldung in den letzten zehn Jahren weiter senkrecht nach oben schnellte. In den wirtschaftlich wichtigsten Ländern, die in der sogenannten G-20-Gruppe vertreten sind, beläuft sich die gesamte Bruttoverschuldung aktuell gemäss Daten des IWF auf $135.000.000.000.000. Ja, sie lesen richtig, es sind 135 Billionen Dollar. Wahnsinn pur. Am Vorabend der Finanzkrise, also vor zehn Jahren, lag der Brutto-Schuldenstand bei „nur“ $80.000 Milliarden. Allein in den USA und in Europa sind jeweils $12.000 Milliarden neue Schulden gemacht worden. Den Schuldenvogel schießt aber das immer mächtiger werdende Reich der Mitte ab. Die Chinesen nahmen in den letzten zehn Jahren einen Riesen-Schluck aus der Schuldenpulle. $24.000 Milliarden neue Schulden in zehn Jahren sprechen für sich. ………………… In den meisten Staaten ging es sowohl mit der Verschuldung der Länder wie auch der Haushalte und der Unternehmen nach oben. Die Bruttoverschuldung der G-20-Länder beläuft sich aktuell auf 235% der jährlichen Wirtschaftsleistung dieser Länder. Ja, liebe Leser, machen wir uns nichts vor. Das Schuldenproblem ist bei weitem größer und gefährlicher als vor zehn Jahren. Und damit ist auch das Potential nach unten, die Fallhöhe größer geworden. Allzu viele Jahre werden sicherlich nicht mehr ins Land gehen, bis diese ultimative Mega-Schuldenblase platzen wird. Bleiben Sie bis auf weiteres angeschnallt! </citaat> Hij waarschuwt voor ‘als de vos de passie preekt boer past op je ganzen’.

De aanvallen van het Amerikaanse groot-kapitaal op het Europese bedrijfsleven gaan door. De reden daarvan is dat er zoveel gratis geld in omloop is dat overnames dan wel opsplitsing van bedrijven en banken vrijwel geen risico’s met zich brengen en hoge rendementen opleveren. De strijd om AKZO Nobel lijkt op te drogen, maar voor hoelang? De Zwitserse grootbank Credit Suisse is ook doelwit geworden van een activistische investeerder die aandringt op een opsplitsing van de Zwitserse bank. Volgens bronnen gaat het om hedgefonds RBR Capital, dat wordt geleid door de Zwitser Rudolf Bohli. Naar verluidt heeft Bohli een belang van 0,2% in Credit Suisse ter waarde van 100 miljoen franc (€87 mln). Hij zou de afgelopen tijd overleg hebben gehad met topmanagers van de bank om over zijn plannen te praten. Die zouden dan later deze week bij een investeerdersconferentie in New York wereldkundig worden gemaakt. Bohli zou ontevreden zijn over de voortgang van de herstructurering van Credit Suisse onder topman Tidjane Thiam en de achterblijvende beurskoers. De activistische aandeelhouder dringt aan op een opsplitsing van de bank in drie delen: een zakenbank, een vermogensbeheerder en een financieel dienstverlener voor vermogende klanten waar ook de andere diensten van Credit Suisse onder komen te vallen. Volgens Bohli kan daardoor meer waarde voor aandeelhouders worden gecreëerd. Het voorstel van Bohli zou de steun krijgen van meer aandeelhouders van Credit Suisse, de tweede bank van Zwitserland. Credit Suisse liet weten ideeën van aandeelhouders te verwelkomen maar dat de focus nu ligt op de uitvoering van de strategie en zijn herstructurering. Verder wilde het concern niet op de zaak ingaan. De Zwitserse branchegenoot UBS is in het verleden ook al eens doelwit geworden van een activistische aandeelhouder. In 2013 werd de grootste bank van Zwitserland onder druk gezet door investeerder Knight Vinke Asset Management om zijn zakenbankdivisie af te stoten. Dat ging niet door en vorig jaar verkocht die investeerder zijn belang in UBS.

Private equity-huis Avedon is de volgende in de branche die een recordbedrag ophaalt. Deze week haalde het huis €300 mln op. „Het had nog veel meer kunnen zijn,” zegt partner Alfred Tulp. Nu de pensioenpotten voller zitten dan ooit en verzekeraars en particulieren door lage rentes op obligaties en spaarrekeningen gedwongen worden in risicovollere categorieën te beleggen, is private equity spekkoper. Onlangs haalden in eigen land bijvoorbeeld Waterland, Antea en Gilde al recordbedragen op. Avedon is een middelgroot fonds dat in Nederland en Duitsland belegt in snelgroeiende bedrijven die de opstartfase al voorbij zijn (scale-ups). Het private equity-huis ging lang door het leven als de investeringstak NIBC, maar kwam in 2011 op eigen benen. Avedon realiseerde naar eigen zeggen bovengemiddelde rendementen op zijn eerste twee fondsen, maar kreeg ook negatieve publiciteit rond haar deelneming 2theloo voor de kiezen, de veelbelovende en snelgroeiende toiletwinkels van ondernemersduo Eric Treurniet en Almar Holtz. Treurniet verongelukte tragisch, Holtz botste daarna met minderheidsaandeelhouder Avedon (40%). Uiteindelijk vertrok de oprichter in zijn operationele rol. Tulp: „Het gaat weer goed met 2theloo, na wat reparaties.” De €300 mln ziet Tulp als een teken van vertrouwen. „Avedon is origineel in het vinden van deelnemingen om in te investeren. Dat moet ook, want private equity moet zich steeds meer onderscheiden. Je moet meer kunnen dan wat financiële trucjes. We hebben ook een sterker team nu. De markt herkent dat.” Tulp zegt dat de affaire 2theloo hem niet afschrikt om minderheidsbelangen te nemen. „Wij hoeven niet per se de 100%-meerderheid, veel ondernemers rollen ook door in onze deelnemingen. We willen alleen geen oprichters die cashen en vertrekken. En wel grip hebben, al dan niet via een getrapte constructie of commissarissen, op belangrijke besluiten.” De vloed aan goedkoop geld, ook bij de tientallen private equity-firma’s in Nederland, betekent verder ’gedisciplineerd keuzes maken’ om geen slecht of te duur bedrijf te kopen op een hypercompetitieve markt of in een dure veiling. Tulp zegt veel meer dan €300 mln te hebben kunnen ophalen, maar wilde daar niet aan: „Dan krijg je een heel ander fonds, met grotere deelnemingen, buiten ons comfort.” Een van zijn opvallendste financiers is APG, dat het pensioengeld van ambtenarenpensioenfonds ABP beheert en al eens aangaf meer in private equity te willen beleggen. ABP belegt via Inkef Capital al €500 mln in start- en scale-ups in eigen land. ABP had in 2017 5,1% van zijn €382 mrd belegd in private equity. Dat leverde 14,8% rendement op. Het gemiddelde rendement van ABP was 9,5%. Wel was private equity ook de duurste beleggingscategorie. Avedon haalde ongeveer een derde van zijn inleg op bij internationale verzekeraars, een derde bij pensioenfondsen, een deel bij beleggingsfondsen voor derden (fund of funds) en minder dan 10% bij particulieren. Avedon heeft inmiddels zo’n 25% van de inleg geïnvesteerd in drie bedrijven, zoals een combinatie van onderhoud en installatie van ondergrondse afvalcontainers en een Noors en een Nederlands bedrijf dat diensten in teleconferencing aanbiedt. Het is een kijkje in ontwikkelingen op de financiële markten.

De Europese regeringsleiders gaan de zaken stevig aanpakken als het aan de Pool Tusk ligt en mogelijk wordt dat ondersteund door Merkel en Macron. Hij wil dat de regeringsleiders ‘dingen’ gaan veranderen, om een gevoel van stabiliteit, zekerheid en voorspelbaarheid terug te brengen bij de burgers van de 27-EU lidstaten met als doel het geloof in de toekomst te scheppen. Tusk zal zich intensief gaan inzetten met het voorleggen van ‘beslissingsnota’s’ over meningsverschillen binnen de EU-top. Hij introduceert zogenaamde ‘versterkte samenwerking’. Dit idee werd eerder deze zomer al gelanceerd door de Franse president en de Duitse bondskanselier: een samenwerkingsgroep van minimaal 9 EU-landen, die een versneld traject op een bepaald onderwerp gaan uitvoeren. Dit Europa van verschillende snelheden moet de daadkracht binnen de EU gaan versterken. Een aanzet is er al gemaakt door de Frans/Duitse as weer nieuw leven in te blazen. De vraag hoe Nederland daarin staat en welke positie Rutte inneemt is nog met duisternis omgeven.

Het voornemen van Rutte III om de elektriciteitsproducenten een minimumprijs te laten betalen voor co2 levert de Nederlandse industrie binnen drie jaar een concurrentienadeel van €120 miljoen op. Dat zegt Hans Grünfeld, algemeen directeur van de VEMW, de belangenorganisatie van de energie-intensieve industrie. Tegen 2030 lopen de kosten op tot een veelvoud van dat bedrag. „Toen het regeerakkoord naar buiten kwam, zijn de prijzen van futures op de stroommarkt meteen omhoog geschoten”, zegt hij. Inmiddels is de prijs voor een megawattuur elektriciteit te leveren in 2020 opgelopen met €4. „Ervan uitgaand dat de intensieve industrie circa 30 terawattuur verbruikt, betekent dat dus een kostenpost van zo’n €120 miljoen extra in 2020.” In het akkoord is afgesproken vanaf 2020 een minimumprijs voor co2 van €18 in te voeren, die tegen 2030 moet zijn opgevoerd tot €43 per ton. Hoe hoog de kosten voor de industrie aan het eind van die periode oplopen, is nog niet te zeggen, zegt Grünfeld. „Het zal zeker een veelvoud zijn van de €120 miljoen die de markt nu al inprijst voor 2020.” De bodemprijs wordt ingevoerd om stroomproducenten te stimuleren om co2-arme vormen van elektriciteitsopwekking een steuntje in de rug te geven, ten koste van kolen. Daarvoor is in 2005 het Europese emissiehandelssysteem (ETS) opgericht, maar een overaanbod aan co2-rechten heeft er voor gezorgd dat de prijs (nu rond de €7,70 per ton) veel te laag is om enig effect te sorteren. Het invoeren van een minimumprijs voor co2 voor stroomproducenten is behalve kostbaar ook overbodig, denkt Grünfeld. Hij ziet de kolenprijs oplopen en verwacht dat aanpassingen aan het ETS de prijs van co2 de komende jaren zal opdrijven. „ABB heeft onlangs voor Uniper berekend dat dit er vanzelf voor zorgt dat de kolencentrale op de Maasvlakte in 2030 niet meer rendabel is.” Volgens Grünfeld hoopt het kabinet dat het ETS zorgt dat de bodemprijs vanzelf wordt gehaald, en dat anders ons omringende landen ook voor minimumprijzen zullen kiezen. Daarmee is industrie niet gered, denkt hij. „Die concurreert niet alleen met Duitsland, Frankrijk en België, maar met de hele wereld.” Ook de in het regeerakkoord afgesproken 18 miljoen ton co2 die de industrie jaarlijks zou moeten opslaan, is volgens Grünfeld ’onrealistisch’. „In Nederland is co2-opslag nog niet van de grond gekomen. Men verwijst vaak naar Noorwegen, waar men erg actief zou zijn op dit gebied. Ik heb onlangs een Noorse collega gevraagd wat daar nu gebeurt en dat bleek heel iets anders dan wat van ons wordt verwacht. Wat de Noren doen, is co2-afvang uit een gasveld met een erg hoog co2-gehalte. Dat is niet te vergelijken met het afvangen van co2 uit allerlei industriële processen. Ook blijken ze maar 0,85 megaton per jaar af te vangen, terwijl onze industrie 18 megaton moet afvangen. Ik denk dat co2-afvang en opslag nodig is, maar slechts als deel van de oplossing.” Over het hele pakket is Grünfeld ondanks de minpunten echter niet ontevreden, zegt hij. „Het is goed dat is gekozen voor vermindering van broeikasgas als enige doelstelling, samen met versterking van de economie”, zegt hij. „Als je alleen naar co2 kijkt zonder oog voor de economie, dan is de conclusie simpel: sluit de industrie, dat scheelt 40% van de uitstoot.” Over invulling van de doelstellingen moet een nieuw energie- en klimaatakkoord worden gesloten. Voor de korte termijn wil VEMW inzetten op maatregelen als efficiencyverbetering en hybridesystemen in plaats van nieuwe gasboilers. Op middellange termijn ziet de industrie brood in het opschalen van projecten rond restwarmte uit industrieclusters, hergebruik van afval en biologische alternatieven in de chemie. Voor de verre toekomst zou geïnvesteerd moeten worden in technologieën als elektrolyse, nieuwe verwarmingstechnieken en staalproductiemethoden. Nederland heeft daar kansen in, vanwege de clusters en de aanwezige kennis, denkt Grünfeld. Veel kansrijke technologieën waarmee co2-uitstoot verminderd kan worden, vallen of staan bij samenwerking in productieketens. „En samenwerking is waar Nederland relatief goed in is.”

©2017 hannesdewitte@gmail.com

Slotstand indices dd 20 oktober 2017; week 42: AEX 544,63; BEL-20 4082,98; CAC-40 5372,38; DAX 30 12.991,28; FTSE 100 7523,23; SMI 9237,13; RTS (Rusland) 1134,45; DJIA 23328,63; NY-Nasdaq 100 6108,816; Nikkei 225 21457,64; Hang Seng 28.489,13; All Ords 5968,60; SSEC 3,378,648; €/$ 1,1784; goud $1280,00; dat is €34.926,51 per kilo; 3 maands Euribor -0,329% (1 weeks -0,379%, 1 mnds -0,373%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,553%; 10 jaar VS 2,3821%. 10 jaar Duitse Staat 0,444%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,025%. Een liter diesel hier aan de pomp €1,199.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.