UPDATE19082017/390 De goudprijs stijgt door terreuraanval in Barcelona en Amerikaanse generaals die het vertrouwen in Trump hebben opgezegd

We verblijven nog steeds in een komkommerperiode wat betreft nieuws dat de aandacht vraagt. Vandaar dat ik mij dit weekend beperk tot maar enkele onderwerpen en een groot thema, dat deze week aandacht in de media trok.

In Barcelona op de Ramblas vond donderdag in de namiddag een terreuraanslag van IS plaats, waarover al snel duidelijk werd dat er 14 doden zouden zijn en 130 (zwaar)gewonden, waaronder 3 Nederlanders. Enkele uren later vond in Cambrils, 100 km van de Catalaanse hoofdstad, ook een terreurdaad plaats.

De goudprijs steeg vrijdag tot het hoogste niveau van dit jaar. Voor een troy ounce (31,1 gram) moest bijna 1300 dollar worden betaald. Beleggers zoeken veilige geachte bestemmingen zoals goud op vanwege de politieke onrust in de Verenigde Staten en de terreur in Spanje. De prijs van goud is dit jaar al ruim 12% gestegen. Beleggers maken zich zorgen of president Donald Trump zijn economische beleid zoals belastingverlagingen wel kan waarmaken, gezien alle affaires waarin hij is verwikkeld zoals de nasleep van het geweld in Charlottesville. Daar komt nu nog de terreur in Spanje bovenop die beleggers nog voorzichtiger maakt. Eerder zorgde de onrust rond Noord-Korea al voor een opdrijvend effect voor de prijs van goud. Ook de prijzen van bijvoorbeeld zilver en platina zijn dit jaar behoorlijk gestegen. Ooit, zes jaar geleden bereikte de goudprijs het hoogste niveau ooit bereikt op een koers van $1.889,70. Toen was er ook grote onzekerheid op de financiële markten. De markt sloot deze week op $1284,20.

De vier meest prominente centrale banken in de wereld hebben op dit moment al een vijfde deel van de totale staatsschuld van hun eigen overheid in handen, zo meldt de FT. De Federal Reserve, ECB, Bank of Japan en Bank of England hebben sinds het uitbreken van de financiële crisis op grote schaal staatsobligaties opgekocht, met als doel de financiële markten te kalmeren en de rente verder omlaag te brengen. Deze vier centrale banken – plus de centrale banken van Zweden en Zwitserland – hebben gezamenlijk ongeveer $15 biljoen aan bezittingen op hun balans staan, waarvan $9 biljoen in de vorm van staatsobligaties van hun eigen land. Dat is omgerekend bijna 20% van de totale staatsschuld van $46 biljoen die deze landen hebben. De centrale banken worden gezien ‘as a lender of last resort’ maar deze functie zouden dat in feite eigenlijk alleen maar mogen inzetten onder zeer uitzonderlijke omstandigheden. De ECB heeft met $4,9 biljoen het grootste balanstotaal van alle centrale banken, waarvan bijna $2 biljoen uit staatsobligaties bestaat. De balans van de Federal Reserve is door verschillende rondes van monetaire verruiming opgezwollen tot een totaal van $4,47 biljoen, waarvan ongeveer 50% uit Amerikaanse staatsobligaties en nog eens 40% uit hypotheekleningen bestaat. Ook Japan heeft de spreekwoordelijke geldpers de laatste jaren in een hogere versnelling gezet, want hun balanstotaal is met $4,53 biljoen nu al groter dan dat van de Federal Reserve. En daarvan bestaat zelfs 85% uit staatsobligaties. Het opkopen van staatsobligaties was ooit bedoeld als een tijdelijke maatregel om de financiële markten tot kalmeren te brengen, maar het instrument werkte zo goed dat alle grote centrale banken er verslaafd aan zijn geraakt. De grote vraag is hoe we nu verder moeten, want vroeg of laat zullen centrale banken hun monetaire beleid moeten normaliseren om te voorkomen dat de inflatie uit de hand loopt. Toen de Federal Reserve in 2013 haar stimuleringsprogramma afbouwde ging dat gepaard met meer volatiliteit op de financiële markten. Vooral opkomende economieën kwamen toen onder druk te staan, omdat deze erg kwetsbaar bleken voor een waardestijging van de dollar. Volgende week staat de jaarlijkse bijeenkomst van Jackson Hole op de agenda, waar centrale bankiers en vooraanstaande economen overleg zullen voeren over de stand van de wereldeconomie en het gewenste monetaire beleid. Volgens de laatste informatie zal de ECB hier geen grote beleidsverandering aankondigen.

Een Armeense moeder die maandag, zonder kinderen, werd uitgezet, plaatste het kinderpardon op de agenda van de kabinetsformatie. De uitzetting van de moeder van een ingeburgerd Armeense gezin toont aan hoe prangend de kwestie van het kinderpardon is aan de formatietafel. Krijgen D66 en de ChristenUnie (CU) de door hun gewenste uitbreiding van dit pardon (in feite wordt hier bedoeld of het kinderpardon wordt uitgevoerd naar de geest van de regeling of houden VVD en CDA dit tegen). Begin deze week werd Armina Hambartsjumian alleen (zonder haar dochter Lily en haar zoon Howick) uitgezet naar Armenië. Ze weigerde te vertellen waar haar kinderen zich bevinden, die van de rechter ook moeten vertrekken. De kinderen van 11 en 12 jaar zijn in Rusland geboren maar wonen sinds negen jaar in Nederland. Ze zitten al vanaf de basisschool ‘t Anker vanaf groep drie en vier naar school. Voor hun klasgenootjes, de burgemeester van Amersfoort, de Kinderombudsman en hulporganisaties, reden om indringend tegen hun uitwijzing te protesteren. De rechter heeft bepaald dat, ondanks dat ze hier zijn ingeburgerd, naar Armenië, een land waar ze nog nooit zijn geweest. Het kinderpardon dat hun moeder had aangevraagd, is afgewezen. Vandaar de oproep aan demissionair staatssecretaris Dijkhoff (asielzaken): „Ze horen hier, laat ze blijven!” Er zit duidelijk een politiek aspect aan deze zaak. De beide kinderen hebben pech dat de formatie in Den Haag zo lang duurt. Over de voorwaarden voor het kinderpardon wordt heel verschillend gedacht door de onderhandelende partijen. D66 en ChristenUnie willen soepeler voorwaarden, VVD en CDA hechten aan hun afschrikpolitiek: regels zijn regels. Klaas Dijkhoff (VVD) reageerde maandag dat de vrouw zelf „de afweging heeft gemaakt om niet samen met de kinderen te vertrekken”. Volgens de staatssecretaris wist de vrouw al sinds 2009 dat zij en haar twee kinderen zouden moeten vertrekken. Haar aanvraag voor een kinderpardon was afgewezen omdat ze niet aan uitzetting had meegewerkt. Dijkhoff wil nu „zorgen dat moeder en kinderen zo snel mogelijk kunnen worden herenigd in Armenië”. Mijn vraag blijft of van een asielzoeker mag worden verwacht dat die actief meewerkt aan de uitzending. En dan maakt de staatssecretaris een vreemde move. Er is een kinderpardon, waarin is vastgelegd wat de rechten en plichten van de kinderen zijn, en die regeling wordt door de overheid gebruikt om de kinderen het land uit de zetten. D66 en CU hebben zich eerder uitgesproken voor een ruimhartiger kinderpardon, maar reageerden maandag voorzichtig. Partijleider Alexander Pechtold (D66) zei dat hij zich „goed kan voorstellen dat heel veel mensen zich zorgen maken” over de kwestie. Gert-Jan Segers (CU) wilde die alleen aan de formatietafel bespreken. „Binnen praten wij over beleid en buiten kunnen we niet anders constateren dan dat er gevoeligheid is.” In februari verzocht een Kamermeerderheid, inclusief D66 en CU, het inmiddels demissionaire kabinet om een uitbreiding van het pardon. Maar de linkse meerderheid die toen bestond, is bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart verdwenen. CDA en vooral VVD zijn uitgesproken tegen uitbreiding. Als de criteria van de regeling worden versoepeld, ontstaat automatisch een nieuwe groep die net niet in aanmerking komt voor het pardon. Voor hen zal dan opnieuw gelobbyd worden, en zo blijven we bezig, is de redenatie. Daarnaast motiveert het versoepelen van de regels mensen om zich er niet aan te houden, omdat niet meewerken aan uitzetting dan alsnog kan worden beloond.

De overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen – beter bekend als het Kinderpardon – is bedoeld voor vreemdelingenkinderen die door lange procedures al jaren in Nederland zijn en die inmiddels geworteld zijn in de samenleving, maar die nog geen verblijfsstatus hebben. Er was bij de totstandkoming van de regeling in 2012 breed maatschappelijk draagvlak voor de stelling dat deze kinderen officieel in Nederland moesten kunnen blijven. Het Kinderpardon werd op 1 februari 2013 opengesteld voor aanvragen van kinderen (en hun gezinsleden) die voldeden aan de volgende criteria:

  • Het kind (of zijn gezinsleden) moet ten minste vijf jaar voor het bereiken van de meerderjarigheid in Nederland een asielverzoek hebben ingediend;

  • Het kind (en zijn gezinsleden) moet gedurende die tijd ten minste vijf jaar in Nederland hebben verbleven;

  • Het kind (of zijn gezinsleden) mag zich in die periode (gerekend vanaf 27 juli 2010) niet meer dan drie maanden hebben onttrokken aan het toezicht van de Rijksoverheid (nader gespecificeerd als toezicht van de IND, het COA, de DT&V, de Vreemdelingenpolitie of voogdijinstelling Nidos);

  • Het kind mag niet ouder zijn dan 21 jaar op de peildatum 29 oktober 2012;

  • Er mag geen sprake zijn van contra-indicaties voor het kind of zijn gezinsleden. Zo mag er geen sprake zijn van een strafrechtelijke veroordeling tot gevangenisstraf van ten minste een maand. En ook wie verdacht wordt van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden (artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag) is uitgesloten van de regeling;

  • De aanvraag om in aanmerking te komen voor de overgangsregeling moest uiterlijk op 1 mei 2013 ingediend zijn.

Er is tegelijk met de overgangsregeling ook een definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen vastgesteld. Daarvoor gelden dezelfde criteria, met daarbij de verplichting om te ‘hebben meegewerkt aan vertrek’. Wat wordt verstaan onder medewerking wordt niet nader gedefinieerd. Op 14 april 2014 publiceerde het Ministerie van Veiligheid en Justitie de definitieve cijfers over de uitvoering van het Kinderpardon. Daaruit bleek dat 675 kinderen op basis van de overgangsregeling een verblijfsvergunning hebben gekregen. De aanvraag van nog zo’n zeshonderd kinderen werd afgewezen. De Kinderombudsman, mevrouw Prof Dr Mr Margrite Evelien Kalverboer, heeft sinds de invoering van de regeling herhaaldelijk aangegeven dat hij er niet gerust op is dat de oorspronkelijke gedachte achter het Kinderpardon leidend was bij de beoordeling van de aanvragen. Zo bereikten hem regelmatig verhalen van kinderen voor wie het criterium ‘niet langer dan drie maanden buiten Rijkstoezicht’ wel erg scherp werd gehanteerd: ondanks dat zij in veel gevallen in beeld waren bij de gemeente werden zij afgewezen. Ook waren er kinderen die een ander soort procedure hadden gevolgd dan een asielprocedure en daarom afgewezen werden, maar die niet minder geworteld waren. Ten slotte waren er schrijnende gevallen zoals het kind dat een paar maanden te oud was om een aanvraag in te dienen maar wel al negentien jaar in Nederland was, of het kind dat net te kort in Nederland was om in aanmerking te komen voor de regeling, of de kinderen die door een wel zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden buiten de boot vielen. De vraag die op de tafel ligt waar de formatieonderhandelingen worden gevoerd, is humaan Nederland is. Kun je verordineren dat kinderen die al 9 jaar hier wonen, leren en integreren, rückzichtloos het land worden uitgezet. Maar laat ik duidelijk zijn: wij kunnen hier de hele wereld niet opvangen en laten integreren. Maar er zijn grenzen. Het is verwijtbaar dat in dit land procedures zo lang kunnen worden opgerekt dat asielzoekers na negen jaar nog kunnen worden weggestuurd. Hoe gaan we om met vluchtelingen als we ook kijken hoe de poorten openstaan voor homo’s uit de hele wereld, die het in het thuisland moeilijk hebben met hun geaardheid. Waar trekken we de grens en in politiek opzicht een christelijke partij als het CDA?

Twintig van de grootste banken hebben de afgelopen vijf jaar €290 mrd aan boetes, juridische kosten en compensatie van gedupeerden moeten aftikken. Dat blijkt uit de optelsom van CCP Research Foundation, een organisatie die specifiek het gedrag van banken volgt. Volgens CCP is het bedrag dermate groot dat het de vraag is of de financiële sector het vertrouwen sinds het uitbreken van de kredietcrisis heeft herwonnen. In de vijf jaar voorafgaand aan deze onderzoeksperiode ging het namelijk om €278 mrd. In de top staan geen Nederlandse banken, wel de Britse grootmachten RBS en Lloyds Banking en Amerikaanse Bank of America, JPMorgan en Morgan Stanley. RBS reserveerde dit jaar extra kapitaal vanwege een te verwachten Amerikaanse boete vanwege het verkopen van waardeloze hypotheekmandjes.

Het schuiven van de ‘zwarte piet’ over de verantwoording van het gevoerde monetaire beleid is begonnen. Merkel wil met schone handen de verkiezingen op 24 september a.s. ingaan. Erdogan heeft de 3 miljoen Turken geadviseerd dat zij die mogen gaan stemmen dat niet moeten gaan doen op partijen die een anti-Turkije beleid voorstaan: de CDU/CSU, de SPD en de Groenen.

Deze week kwamen het CBS en het CPB met heel positieve data en verwachtingen naar buiten, die veel beter waren dan eerdere prognoses. Ik vraag mij af of de jubelende groeicijfers stevig zijn onderbouwd? Of is hier sprake van een nep-groei die ons wordt voorgehouden? Is de laatste CPB-voorspelling over de Nederlandse economie een meevaller of een signaal van een naderend onheil? De economische groei stijgt naar 3,3% en voor de komende regeerperiode van vier jaar wordt een gemiddelde ingeschat van 1,8%. De staatsschuld daalt onder de Europese norm van 60% naar 54% in 2018 en de schatting van het begrotingsoverschot dit jaar gaat naar 0,6 en voor 2018 naar 0,9%. In geld uitgedrukt gaat het dan om €4,5 mrd en ca €7 mrd. Het begrotingsoverschot zou nog verder kunnen stijgen in 2021, als nieuwe investeringen niet worden gefinancierd door bezuinigingen, naar 1,6% bbp en zou de staatsschuld kunnen dalen naar 45% bbp, een bedrag dat dan zou kunnen dalen naar €340 mrd. Iedereen in een jubelstemming, zou je denken. Maar dat valt tegen omdat de arbeidsmarkt van die ontwikkelingen niet volop profiteert. De burger merkt van die positieve ontwikkeling nauwelijks iets in zijn portemonnee en de koopkracht stijgt vrijwel in geen enkele sector boven de 1%. Werknemers met hoge inkomens profiteren er nog het meeste van. De stijging van het consumentenvertrouwen blijft achter bij het producentenvertrouwen. Dat duidt op een achterblijvend vertrouwen in de toekomst. Ook de vier formerende politieke partijen zijn terughoudend met het investeren in de meevallers. Neem D66 met zijn wensen op het gebied van het onderwijs. Er moeten miljarden worden vrijgemaakt om te kunnen voldoen aan de afspraken van het Klimaatverdrag van Parijs. Toen Klaver nog aan de onderhandelingstafel zat was er al €3,5 mrd beschikbaar. Dat zal mogelijk nog iets moeten stijgen. De VVD wil lastenverlichting in de breedste zin van het woord. In VVD-kringen vraagt men zich af of de geprognosticeerde groei op termijn wel houdbaar is en niet voorkomt uit een inhaalslag na de diepe economische crisis. Het CPB dat het houdbaarheidsoverschot/tekort van +0,5% gaat dalen naar +0.2%. Wat hierbij ook meespeelt is dat het kabinet Rutte II tegenvallers op de onderwijsbegroting niet met extra bezuinigingen heeft gecompenseerd en extra uitgaven aan de ouderenzorg van €2 mrd heeft vastgelegd. Daarbij komt nog dat minister Dijsselbloem vindt het logisch dat PvdA-leider Asscher er hard ingaat met zijn eis dat de lerarensalarissen volgend jaar omhoog moeten. Asscher dreigde deze week dat de PvdA-ministers hun handtekening niet onder de begrotingsstukken zetten, als de eis voor verhoging van de onderwijzerssalarissen niet wordt ingewilligd. PvdA’er Dijsselbloem zei voor aanvang van de ministerraad dat Asscher tijdens de onderhandelingen over de begroting in augustus zal vasthouden aan de eis en dat dit ook niet verwonderlijk is. Je kunt het de PvdA volgens hem niet kwalijk nemen dat die met “volstrekt legitieme wensen” komt, zo lang de partij medeverantwoordelijk is voor de begroting. Hij zegt als minister van Financiën al te weten dat de VVD ook nog met eigen wensen komt. We zien wel wat er allemaal nog op tafel komt. Defensie zal ook meer geld nodig hebben en de bezuinigingen bij de NVWA, vroeger ‘de Keuringsdienst van Waren’, weer terug te draaien om de toezichtfunctie beter te kunnen uitvoeren. Maar goed: de vraag blijft op tafel liggen of de jubelstemming voor de geprognosticeerde economische groei een signaal kan zijn voor ‘slechter weer’ dan wel ‘betere tijden’ aanbreken. De grootste onzekerheid is de ongezonde monetaire situatie, de gevolgen daarvan voor ‘volk en vaderland’ en een kapitaalvernietiging die dat proces op gang brengt. Al eerder heb ik gewaarschuwd voor een verklaring van onvermogen voor de Europese regeringsleiders, de financieel/monetaire autoriteiten en de financiële markten. Ik vrees dat de ECB in een enorme chaos verkeert en niet meer weet hoe terug te keren naar gezondere tijden. Ik wijs U, lezers, er al enige tijd op dat bij het wegvallen van het vertrouwen in een valuta, dus ook de euro, bij burgers kan leiden tot een ander bestedingsgedrag. Wat hier een rol kan spelen is de vergoeding (=rente) die burgers van een bank krijgen over hun spaargeld, tot vrijwel het nulpunt is gedaald. Wat is dan de stimulans nog om te sparen. Dan gaat de burger consumeren, want geld in een ouwe sok bewaren is zinloos als geld in waarde verminderd. Er is een oud gezegde dat geld in waarde dreigt te devalueren ‘mensen hun geld in steen steken’. Herkent U deze ontwikkeling? Ik vrees met grote vreze dat wij ons momenteel in zo een ontwikkeling bevinden.

Deze week kwamen werkgelegenheid/werkeloosheid data naar buiten die een heel verwrongen beeld geven van de arbeidsmarkt. Het CBS geeft aan dat nu nog maar 4,8% werkloos is: dat zijn ‘slechts’ 436.000 personen. Dat er een groot verschil bestaat tussen de papieren data en de werkelijke wordt niet ontkent. Die situatie is ontstaan doordat ons land in 2015 de normen voor de berekening van de werkloosheid hanteert, volgens de definities van de International Labour Organisation (die binnen Europa worden gebruikt). Die grens lag op 12 uur per week en werd verlaagd naar, stel, 1 uur. Er zijn nu 1,3 miljoen mensen, waarvan een deel wel wil werken dan wel langer wil gaan werken. En dan zijn er ook nog 2,5 miljoen mensen tussen de 15 en 75 jaar, waarvan een deel wel weer aan de slag wil. Die beleidsbeslissing van minister Asscher heeft 2 jaar geleden en nu nog tot grote verwarring geleid. De gepubliceerde cijfers geven niet de werkeloosheid weer. Het zijn de burgers, de politiek en de beleidsmakers die om de tuin worden geleid. Wat nog meespeelt is dat het aantal vacatures is gestegen en de papieren werkloosheid is gedaald. We moeten wel kritisch zijn over de door het bedrijfsleven gevraagde (veelal hoogwaardige) kwaliteit en werkelozen die daaraan niet voldoen. En daar moeten we kritisch naar de kabinetten Rutte I en II, die in onvoldoende mate hebben geïnvesteerd in onderwijsopleiding, waarnaar bedrijven op zoek zijn.

De Adviesraad AVI (Adviesraad Internationale Vraagstukken) heeft, op verzoek van de regering, onderzoek gedaan naar de positie van ons land binnen de Eurozone. In haar advies stellen zij dat de eurozone (de 19 lidstaten van de Muntunie) onvoldoende beschermd is tegen een nieuwe crisis. Overheidsschulden van veel eurolanden zijn onverantwoord hoog, terwijl veel banken in hun voortbestaan worden bedreigd door het grote bedrag aan uitstaande slechte leningen. De Adviesraad, onder voorzitterschap van Jaap de Hoop Scheffer, adviseert het kabinet dat er nieuwe maatregelen nodig zijn om de regio door een nieuwe crisis te loodsen, mocht deze zich aandienen. Sinds de eurocrisis die duurde van 2010 tot en met 2012 zijn volgens de AIV de onderlinge economische verschillen tussen de landen van de eurozone alleen maar groter geworden. Vooral zuidelijke eurolanden zijn volgens de AIV niet in staat gebleken om ,,noodzakelijke economische hervormingen” door te voeren. Ook hebben ,,drastische bezuinigingen” in een reactie op de crisis waarschijnlijk een averechts effect gehad. In de afgelopen jaren zijn al wel verschillende maatregelen genomen ter versterking van de EMU (Economische en Monetaire Unie). Zo is het Europees toezicht op begrotingen van landen aangescherpt en is er een systeem van Europese controle op het bankwezen gekomen. Ook is er een noodfonds opgericht om te voorzien in acute financieringsbehoeften van landen. Dit is volgens het adviesorgaan van de Nederlandse regering, onder meer op het gebied van Europese integratie, niet voldoende. Om een nieuwe schok te kunnen opvangen moet volgens de AIV vooral de slagvaardigheid in zaken van crisisbeheer worden vergroot. Daarbij kijkt het adviesorgaan naar het bestuur van de EMU. De vaste voorzitter van de eurogroep, moet volgens het adviesorgaan optreden als hoofdonderhandelaar van steunprogramma’s. Daarnaast moeten ,,diepgaande economische hervormingen” worden doorgevoerd. Het gaat daarbij vooral om flexibilisering van product- en arbeidsmarkten. Nederland en Duitsland zouden volgens de AIV die kar moeten trekken. De AVI wijst op de snelle opkomst van de populariteit van ‘nationaal-populisme’. De Adviesraad wijst naar de uitslag van de Franse presidentsverkiezingen, waar een vrij onbekende, relatief jonge, politicus Macron met weinig ervaring, met vlag en wimpel werd verkozen. De verwachtingen, van zowel het Franse volk als van de Duitse bondskanselier Angela Merkel zijn hooggespannen of de Frans-Duitse as weer tot leven komt. Krijgt Macron voldoende geld om de Franse economie nieuw leven in te blazen en Europa grondig te hervormen. Wordt er dan ook overeenstemming bereikt over solidariteit en het vluchtelingenbeleid? Worden vluchtelingen die zich nu hoofdzakelijk in Griekenland en Italië bevinden herverdeeld over alle EU-lidstaten? Allemaal zaken waar Rutte, tot dusverre, een groot tegenstander van is. Waar de AVI aan voorbij gaat is de vraag of alle opgezette statuten en goede bedoelingen door de regeringsleiders terzijde worden geschoven indien een besluit voor het land dat zij vertegenwoordigen, negatieve gevolgen kan opleveren. Wat zijn de grootste monetair-economische pijnpunten? De ergste onrust van de financiële markten over deze eurocrisis mag dan sinds Draghi’s fameuze we will do everything to preserve the euro (eind juli 2012) zijn afgenomen, maar het gevaar dat het alsnog mis gaat met de euro is nog niet geweken. Onvoldoende investeringen in de reële economie, als gevolg van de gevoerde begrotingspolitie die is te herleiden naar de doelstellingen van het neo-liberale beleid: overheidsbezuinigingen en de markteconomie. De vijf grootste knelpunten van de eurozone en de maatregelen die daartegen werden genomen zijn onvoldoende investeringen in de toekomst (voor volgende generaties). Maar door gebrek aan kredietverlening door de banken, gebrek aan vertrouwen in toekomstige economische groei en vooral door gebrek aan goede investeringsprojecten komen die plannen niet van de grond. Beleggers en investeerders konden de afgelopen jaren hogere rendementen maken door te beleggen in aandelen en obligaties tegen een lager risico, dan door riskante avonturen te ondernemen in de reële economie. Ondanks de verwoede pogingen van ECB-president Mario Draghi om de eurozone economieën monetair te ondersteunen en ondanks de aangekondigde stimuleringsmaatregelen van commissievoorzitter Jean Claude Juncker om de investeringen in de reële economie aan te zwengelen, bleef het economisch kwakkelen in de eurozone en moesten de groeiverwachtingen worden bijgesteld. Juncker beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne, afgelopen zomer, om 300 mrd in de kwakkelende eurozone te investeren. Geld, dat dit keer in de reële economie terecht zou moeten komen en niet in de financiële economie, zoals eerdere stimuleringsprogramma’s als de LTRO (Long Term Refinancing Operation) van de ECB. Met een ‘eigen’ bijdrage van 21 mrd van de EU – geld dat overigens nog ‘gevonden’ moet worden op de begroting – zou dat bedrag dan geleveraged moeten worden tot in totaal 315 mrd. Het Handelsblatt denkt echter dat dit wishfull thinking is en noemde de plannen van Juncker ‘bluf’. De ECB had op haar beurt ook beloofd geld in de reële economie te zullen pompen. Met een TLTRO (Targeted Long Term Refinance Operation) zou de komende jaren gefaseerd 1000 mrd in de eurozone moeten worden gepompt. Dit behelst geen permanente geldverruiming, omdat het TLTRO programma een looptijd heeft van vier jaar, wat betekent dat alle leningen die in bijvoorbeeld september 2014 afgesloten werden in september 2018 weer afgelost moeten zijn. Hiernaast is de ECB gestart met het opkopen van Asset Backed Securities en covered bonds, dat zijn door andere vermogenstitels gedekte obligatieleningen. Door het opkopen van die pakketten voorziet de ECB het commerciële bankwezen van verse liquiditeiten, dat was bedoeld om de vastgelopen kredietverlening aan burgers en bedrijven op gang te brengen en zo de economie te stimuleren. Veel economen betwijfelen echter ernstig of deze stimuleringsmaatregelen wel het gewenste effect zullen sorteren. De hoge werkloosheid in de eurozone is ook een zorgenkindje van de Europese Commissie. De keuze voor interne devaluatie in de zuidelijke landen als ‘weg naar economisch herstel’ betekent een langdurig en uiterst pijnlijk traject voor de bevolkingen van die landen. Lonen worden gekort, tot soms wel 30%, bedrijven saneren of sluiten helemaal hun deuren, met massale werkloosheid tot gevolg. Een ander gevolg is de enorme vraaguitval die daarmee optreedt: mensen hebben minder geld om goederen te kopen. Sterker, de armoede onder bijvoorbeeld de Spaanse bevolking neemt onrustbarende vormen aan. Caritas, de hulporganisatie die deel uitmaakt van de katholieke kerk, vraagt aandacht voor de sociale crisis in Spanje: anderhalf miljoen Spanjaarden zijn nu afhankelijk van voedselbanken. Vijf jaar geleden waren dat er amper 780.000, bijna de helft; bijna 2,5 miljoen Spanjaarden zit al langer dan twee jaar werkloos thuis; bijna een miljoen gezinnen moeten het stellen zónder uitkering en zijn aangewezen op hulp van de familie; het aantal mensen dat noodhulp ontvangt van Caritas is de afgelopen zeven jaar verdrievoudigd en telt één miljoen mensen; bijna een op de vier Spanjaarden –dat zijn twaalf miljoen mensen- is uitgesloten van een of meerdere sociale ‘rechten’, die door de samenleving als vanzelfsprekend wordt ervaren. Voor landen als Griekenland, Portugal en delen van Italië gelden soortgelijke levensomstandigheden. Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) heeft al eens geopperd dat een gedeeltelijke kwijtschelding van die overmaat aan schulden tot een voor de landen behapbaar niveau overwogen zou kunnen worden. Het gerenommeerde commerciële Britse research bureau Lombard Street Research pleit voor een aanpak om tot algehele Europese schuldreductie te geraken. Een unicum. Volgens het Britse bureau is het terugbrengen van de schulden een veel betere manier om de enorme werkloosheid aan te pakken dan het ‘kapotbezuinigen’ van de eurozone economieën. De Britten verwezen naar een ‘Debt Conference’ uit 1953 waarin hetzelfde met succes was toegepast. Ook verwezen ze naar de Marshall hulp in het na-oorlogs Duitsland, met hetzelfde effect. Het ‘slechte nieuws’ is, dat deze schuldherstructurering al dertig jaar geleden had moeten gebeuren, aldus Lombard Street. Als belangrijkste oorzaken noemen de onderzoekers de structuur van de eurozone en het management na het uitbreken van de crisis. Dat management heeft slechts twee van de drie ‘D’ s geadresseerd, te weten de D van (interne) ‘Devaluatie’ en de ‘D’ van ‘Deflatie’, maar niet de ‘D’ van ‘Default’, oftewel schuldafboeking. En dat laatste is noodzakelijk om de problemen structureel op te lossen, aldus Lombard. Het bureau stelt vast, dat het eurocrisismanagement zich vooral heeft beperkt tot (interne) devaluatie van de zwakke landen, met deflatie daar als logisch gevolg. Maar om de massale werkloosheid in de zuidelijke landen aan te pakken (meer dan 50% onder de jeugd ondanks forse emigratie!) is méér nodig. Lombard waarschuwt, dat als er niet snel wat gebeurt, dit zal leiden tot maatschappelijke desintegratie, die het voortbestaan van de euro en zelfs de EU als geheel op het spel kan zetten. Het is dus in het belang van alle deelnemende landen om dit te voorkomen en de problemen op te lossen. De president van de Europese Centrale Bank (ECB), de Italiaan Mario Draghi, heeft bij herhaling verklaard ‘alles te zullen doen om de euro te redden’. Hij noemde de euro zelfs ‘onomkeerbaar’ (‘irreversible’). Maar zit er nog wel voldoende gereedschap in zijn kist? Afgelopen jaar heeft de ECB er alles aan gedaan om met monetaire maatregelen het tij te keren. De bancaire geldmarkt werd –tijdelijk- verruimd, de depositorente op bijna nul gezet en er werd een begin gemaakt met het opkopen van diverse ‘verpakte’ obligaties om de banken meer liquiditeiten te verschaffen. Echter, al die getroffen monetaire maatregelen van Draghi hebben in elk geval tot nu toe niet het gewenste herstel gebracht. Het rentewapen kan niet verder worden ingezet om de zwakke eurolanden bij te staan, want het staat al op nul (0,00%), terwijl de rente voor een land als Duitsland niet kan worden verhoogd vanwege de structuur van de muntunie.

Er is al enige tijd sprake van tweespalt in het ECB bestuur: drie van de zes vaste ECB bestuurders tégen het opkoopprogramma waren, waaronder de president van de Duitse centrale bank, Jens Weidmann. Het botert al langer niet tussen deze twee, want Weidmann is mordicus tegen het gevoerde beleid van Draghi. Deze heeft weliswaar gezegd zich niet zoveel aan te zullen trekken van deze tweespalt (‘er is geen unanimiteit nodig voor het besluit om over te gaan tot het opkopen van obligaties’), maar een dergelijke controverse is natuurlijk niet echt bevorderlijk voor een goede verstandhouding en goede samenwerking. En er speelt ook nog een andere heikele kwestie. Draghi wordt verweten aan monetaire financiering van lidstaten te doen, hetgeen uitdrukkelijk buiten zijn mandaat valt volgens een groep Duitse professoren. Zij hebben om die reden een zaak aangespannen tegen de ECB, waarbij zij stellen dat de ECB haar mandaat ruimschoots overschrijdt. De Europese Centrale Bank (ECB) gaat mogelijk zijn boekje te buiten met zijn grote opkoopprogramma van obligaties. Volgens het Duitse Constitutionele Hof in Karlsruhe zijn daar ‘significante’ aanwijzingen voor. Daarom heeft het hoogste hof van Duitsland een procedure hierover doorverwezen naar het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. De zaak draait om de vraag of de ECB met de stimuleringsmaatregelen buiten zijn mandaat zou gaan. De centrale bank pompt via het opkoopprogramma maandelijks nog altijd €60 mrd in de economie van de eurozone, maar volgens critici valt een dergelijk economisch aanjaagbeleid helemaal niet binnen de monetaire bevoegdheden. Meer dan een jaar geleden speelde er al een vergelijkbare zaak, over het zogeheten OMT-programma van de ECB. Klachten daarover werden zowel door het Duitse Bundesverfassungsgericht als het Europese Hof verworpen. Ik heb die vraag al veel eerder aan de orde gesteld. Het is duidelijk dat Berlijn zich grote zorgen gaat maken over de financieel/monetaire gevolgen die het opkoopprogramma aan het einde van dit jaar al €2000 mrd groot is. Dat de Europese politici van de rijkere eurolanden zich grote zorgen gaan maken over de overliquiditeit die is geschapen en waar geen oplossing voor handen ligt. Ik vrees wel eens dat dictator Draghi voortgaat met zijn monetair beleid omdat hij geen modellen heeft om de aangerichte schades te keren. U weet dat de vrees dat op enig moment het vertrouwen van burgers en/of financiële markten in de euro wegvalt. Het wankele vertrouwen van de financiële markten in de euro dreigt verloren te gaan. Als het EHvJ ‘nee’ zegt tegen het opkoopprogramma, dan heeft Draghi een probleem. En niet alleen hij, maar de hele eurozone. Immers, de communis opinio is, dat dan het wankele vertrouwen van de financiële markten in de munt weleens volledig verloren kan gaan. Naast deze formeel juridische bezwaren is een ander bezwaar van de groep professoren, dat ‘via de achterdeur’ sprake is van gezamenlijke financiering van staatsschulden. Weliswaar is er niet officieel sprake van uitgifte van ‘Europese obligaties’ maar de facto zijn die er via deze achterdeur wel gekomen. Niet alleen door de aankondiging van het opkoopprogramma van Draghi, maar ook door het Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM) te laten fungeren als achtervang bij de schuldfinanciering van eurozone lidstaten. En door de vorming van de Bankenunie zijn nu ook de gezamenlijke bankschulden van ‘iedereen’. Dat wil zeggen dat de schulden van bijvoorbeeld de Spaanse Griekse en Italiaanse banken voortaan mede worden gegarandeerd door onze banken. En vice versa. Maar zo ver is het natuurlijk nog niet. De auteur van dit artikel is van Jean Wanningen.

Ook in geïmporteerde eieren uit Polen is een te hoog gehalte van het insecticide fipronil gevonden. Dat bevestigt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), na een bericht daarover in het AD. De NVWA bevestigt dat er een ‘signaal’ is ontvangen dat bij een steekproef door de branche zelf, is gebleken dat de eieren de giftige stof bevatten. Een woordvoerder van de NVWA weet niet precies of er ook een officiële melding is gedaan zoals de pluimveesector verplicht is te doen. De woordvoerder zegt ook dat de branche zelf verantwoordelijk is als ze eieren importeert om te controleren of het veilige eieren zijn. Volgens het AD wil Eric Hubers, voorzitter Pluimveehouderij bij LTO, niet zeggen wie de besmette eieren heeft gevonden. Nederland exporteert jaarlijks ruim zeven miljard eieren. Ook in een aantal andere Europese landen zoals België, Frankrijk, Zwitserland, Zweden, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn met fipronil besmette eieren gevonden.

Slotstand indices dd 18 augustus 2017; week 32: AEX 519,64; BEL 20 3924,78; CAC-40 5114,15; DAX 30 12.165,19; FTSE 100 7323,98; SMI 8874,35; RTS (Rusland) 1027,85; DJIA 21674,51; NY-Nasdaq 100 5790,909; Nikkei 225 19470,41; Hang Seng 27.079,65; All Ords 5798,50; SSEC 3,208.542; €/$ 1,1774; goud $1284,20; dat is €35.078,27 per kilo; 3 maands Euribor -0,329% (1 weeks -0,379%, 1 mnds -0,371%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,524%; 10 jaar VS 2,1599%. 10 jaar Duitse Staat 0,396%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,09%. Een liter diesel hier aan de pomp €1,149.

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.