UPDATE15102016/346 In de strijd tegen belastingontwijking en -ontduiking worden fiscale deskundigen naar de Tweede Kamer geroepen voor een zogenoemde parlementaire ondervraging onder ede

 

Er moet volgens de Griekse autoriteiten veel meer tempo worden gemaakt met de zogeheten ‘relocatie’ van erkende vluchtelingen om de overvolle Griekse kampen te ontlasten. In Griekenland zitten nu 6.680 asielzoekers klaar om te worden opgehaald door Europese lidstaten, meldt het Griekse Coördinatiecentrum voor de Vluchtelingencrisis. De Europese Commissie stelt dat nu juist wel schot zit in de beloofde relocatie vanuit Griekenland en Italië. Vorige zomer spraken de lidstaten af 160 duizend asielzoekers over te nemen, maar daar kwam afgelopen jaar niets van terecht. Inmiddels is het tempo opgevoerd en zijn 4.455 van de beloofde 66.400 asielzoekers uit Griekenland opgehaald. Na Frankrijk (1.721 vluchtelingen) maakte Nederland (548) als tijdelijk EU-voorzitter goede sier maar nog steeds wachten ruim 3.200 anderen in Griekenland op een enkeltje Schiphol. ‘Het schiet niet op’, zegt Athanasios Koutsis, de woordvoerder van het coördinatiecentrum. ‘Er zitten hier duizenden mensen klaar met hun koffertje maar het wachten is op vliegtuigen vanuit de lidstaten.’ Met de gezinshereniging is het nog droeviger gesteld: van de bijna 2.000 gezinnen die daarom hebben verzocht zijn slechts 283 mensen overgebracht. De Europese lidstaten hebben lange tijd als verweer aangevoerd dat zij geen vluchtelingen konden overnemen omdat de Grieken hun asielregistratie niet op orde hadden. Maar die achterstand is nu ingelopen. Sinds juni zijn tienduizenden kansrijke asielzoekers geregistreerd met hulp van Europese douanebeambten en de vluchtelingenorganisatie UNHCR. De geregistreerde vluchtelingen kregen de keuze tussen asielaanvraag in Griekenland, gezinshereniging en relocatie. ‘De rollen zijn omgedraaid. Doordat de Grieken het tempo hebben opgevoerd, lopen nu de lidstaten achter’, zegt Besim Ajeti van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) die de relocatie in Griekenland uitvoert. In heel Griekenland zijn 60 duizend vluchtelingen gestrand na de deal met Turkije van 20 maart. Van hen kwamen 47 duizend vast te zitten op het vasteland nadat de grenzen op de Balkan dicht gingen, de rest is na 20 maart aangekomen op de Egeïsche eilanden en wordt daar vastgehouden. De afspraak was dat ze zouden worden teruggestuurd naar Turkije, maar dit gebeurt amper. Het leeuwendeel van de vluchtelingen heeft asiel aangevraagd in Griekenland om hun deportatie te voorkomen en wacht nu de aanvraag af. De 13 duizend vluchtelingen op de eilanden komen pas voor relocatie of gezinshereniging in aanmerking als de groep vluchtelingen op het vasteland is weggewerkt. Veel mensen zitten nog steeds in tenten, er zijn geen douches of ze zijn niet afgescheiden. Vrouwen en minderjarigen lopen hierdoor onaanvaardbare risico’s. Op de eilanden lopen de spanningen ondertussen op. Andere halve week geleden ging nog een vluchtelingenkamp op Lesbos in vlammen op na onrust tussen Afghanen en Syriërs die het wachten en de onzekerheid beu zijn. Volgens vluchtelingenorganisatie UNHCR is de humanitaire situatie in veel opvanglocaties ‘onaanvaardbaar’. ‘Mensen zijn ziek van het wachten. Ze zijn oorlog en geweld ontvlucht in de hoop op een beter leven, maar die hoop vervliegt met de dag.’ Europa is niet in staat deze vluchtelingen op te vangen en zorg te bieden. Amnesty International heeft berekend dat de relocatie ‘in dit tempo’ nog achttien jaar gaat duren. Bovendien arriveren dagelijks 100 illegale migranten in bootjes vanuit Turkije op de al overvolle eilanden. De Griekse viceminister van Buitenlandse Zaken Nikos Xydakis zei onlangs dat de vluchtelingen naar ‘beveiligde’ opvanglocaties op het vaste land moeten worden overgebracht. Hij zei dat de EU-landen ‘medeplichtig’ zijn aan de brand op Lesbos en de onrust op de eilanden. ‘Dit is het gevolg van het gebrek aan herverdeling en het gebrek aan steun van de EU.’

Het was deze week van de Duurzaamheid en daar werd in de media en in het onderwijs aandacht aan besteed. Het dagblad Trouw kwam met een speciale bijlage waarin opgenomen de jaarlijkse lijst met de ranglijst van ‘de duurzame 100’. In de TOP25 was de politiek vertegenwoordigd met op tien Esther Ouwehand, kamerlid voor de Partij van de Dieren, op twaalf de fractievoorzitter van Groen/Links, Jesse Klaver en op 22 de fractievoorzitter van de PvdD, Marianne Thieme. Uit het bedrijfsleven op zeven Feike Abesma, voorzitter van de RvB bij DSM, op negen Paul Polman, voorzitter RvB Unilever, op zes hoogleraar duurzaamheid en transities, Jan Rotmans en op acht Louise Vet, de directeur van het Nederlands Instituut voor ecologie, een van de onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Marianne Thieme is weer terug in de TOP25 door haar boek ‘de kanarie in de kolenmijn’, dat ze samen schreef met financieel geograaf Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de UvA. Het boek heeft al een vierde druk bereikt en er is nu ook een Engelse vertaling verkrijgbaar. De schrijvers pleiten voor een drastische politieke koerswijziging om de aarde leefbaar te houden. Economische groei is het probleem van deze tijd, niet de oplossing. Thieme voerde ook campagne tegen het vrijhandelsakkoord met Oekraïne om daarmee de import van plofkippen en legbatterijeieren te blokkeren.

Na de onrust in de eerste drie maanden van het jaar is de vrees voor een harde landing van de economie in China geleidelijk steeds meer naar de achtergrond verdwenen, terwijl de schuldenberg van de economische grootmacht met de dag dreigender wordt. Robin Parbrook, Hoofd Aziatische aandelen bij Schroders benadrukt dat Chinese banken op een enorme berg van schulden zitten, maar zal, volgens, hem het Aziatische land niet op een crisis afstevenen, gelet op het enorme overschot op de lopende rekening en een hoog spaartegoed van de burgers. Wel houdt hij er rekening met een Japans scenario met een vertragende economie en deflatie die regelmatige stimulering door de Chinese overheid in hand zal werken. Craig Botham, econoom opkomende markten bij Schroders, meent dat er niet direct een gevaar dreigt voor een financiële crisis in China gezien de compositie van de bankfinanciering, maar zullen de zorgen over de Chinese banken de komende jaren boven de markt blijven hangen. Abdallah Guezour, Hoofd EMD Absolute Return bij Schroders, signaleert dat de economie in China gebukt gaat onder toenemende onevenwichtigheid en wordt er volgens hem nog weinig werk gemaakt met het terugdringen van de schuldenberg. Het goede nieuws is, in zijn visie, dat veel van de noodzakelijke aanpassingen op een aantal markten al in de prijs is verdisconteerd. Het IMF heeft uitgerekend dat de totale schuldenlast in de wereld vorig jaar $152 biljoen bedroeg, gelijk aan 225% van het wereld-bbp. De schuldenberg is daarmee groter dan ooit. Tegenover iedere dollar die er in de wereldeconomie verdiend wordt, staat steeds meer schuld. De export van China is in september in het sterkste tempo gedaald van de afgelopen zeven maanden. De Chinese export gemeten in dollars zakte met 10% in vergelijking met een jaar eerder, na een daling met 2,8% in augustus. Daarmee zakte de uitvoer sterker dan economen hadden verwacht. China zag de export naar de Europese Unie met bijna 10% afnemen, terwijl die naar de Verenigde Staten met ruim 8% kromp. De import van de tweede economie van de wereld nam met 1,9% af. China heeft te kampen met een zwakkere binnenlandse vraag, terwijl de export onder druk staat door de tragere wereldhandel.

Een artikel over het Belgische pensioenstelsel: tikkende tijdbom onder pensioenstelsel. Voor wie zijn of haar hele leven financieel heeft bijgedragen (of daar nog mee bezig is) om later een redelijk pensioen te ontvangen is het bijzonder frustrerend en angstwekkend te moeten vernemen dat er geen enkele garantie bestaat dat er over enkele jaren nog voldoende geld zal zijn in België om de pensioenen uit te betalen, schrijft de columnist Jan Schils over het nieuwe boek ‘Het Grote Pensioenbedrog’ van prof. emeritus Jef Vuchelen en de econoom Mark Scholliers, beiden van de Vrije Universiteit Brussel. De pensioensituatie is niet alleen ernstig, ze is zelfs kritiek. Dat kan zonder overdrijving en niet gedreven door bangmakerij worden geconcludeerd na kennis te hebben genomen van het boek over ‘hoe uw pensioen op drijfzand is gebouwd’. De specialisten willen ook de mythe doorbreken dat de pensioenkosten ‘onder controle zijn’ zoals de politiek beweert, en volgen de vele economen (die geloofwaardiger zijn) die dat ten stelligste ontkennen. Het tweetal publiceerde twee jaar geleden al het boek Uw pensioen onder vuur? Vecht terug. Een veelzeggende titel die helaas geen indruk blijkt te hebben gemaakt op de politieke wereld en de vakbonden, die respectievelijk de noodzakelijke hervormingen van het pensioenstelsel blijven uitstellen of die hardnekkig en via de straat blijven afwijzen. Het enige twistpunt tussen beide partijen is het geleidelijk optrekken van de pensioenleeftijd naar 67 jaar. Maar over de manier waarop dat in goede banen kan en moet worden geleid (niet in het minste financieel) heerst alom een apathische houding. Daartegenover stellen de auteurs dat de tot nu toe genomen maatregelen van de regering, zoals de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, niet zullen volstaan. Toch is het niets te vroeg om de behoeften voor de financiering van het Belgische pensioensysteem voor de komende jaren eens duidelijk te definiëren. Dit is geen materie voor politieke spelletjes noch voor overdreven vakbondseisen. Tegenover de tijdbom, die intussen blijft doortikken tot het hele systeem uit elkaar spat, spreiden zij een totaal onverantwoorde laksheid en ongeïnteresseerdheid ten toon. Blijkbaar is het probleem voor hen politiek nog niet rijp en ondernemen ze pas actie als het te laat is, zoals zo vaak gebeurt in België. De maatregelen van de Belgische regeringen zijn niet veel meer dan wat gemorrel in de marge. De Belgen kennen geen Troonrede maar wel een State of de Union. De beleidsverklaring zou de Belgische premier Charles Michel op 11 oktober in het Belgische Parlement hebben voorgelezen, maar op het allerlaatste moment bleek de begroting nog niet op orde te zijn. Het begrotingstekort zou kunnen worden opgelost door opnieuw te bezuinigen op de zorguitgaven, maar daar was geen meerderheid voor bij de vier coalitiepartijen. Ook fiscale maatregelen om de belastingen voor de rijken te verhogen haalde de eindstreep niet. Gevolg: een regeringscrisis. Beide auteurs laten een niet mis te verstane waarschuwing horen: ‘Het wettelijk pensioenstelsel staat op instorten.’Zonder drastische maatregelen kan er volgens hen geen sprake van zijn dat we ooit het pensioen krijgen waar we recht op hebben en waarop we dus ook zouden moeten kunnen rekenen. Ze noemen de maatregelen van de opeenvolgende Belgische regeringen lapwerk en ‘niet veel meer dan wat gemorrel in de marge’. Kan een oordeel vernietigender zijn? De auteurs vegen ook de vloer aan met allerlei commissies en instellingen, die prognoses opstellen over de vergrijzing en de pensioenen. Die prognoses zijn volgens hen veel te optimistisch. De vergrijzingskosten worden namelijk systematisch onderschat en de economische conjunctuur overschat. Ook vandaag zijn er al alternatieve inkomsten nodig uit de btw-opbrengsten zodat de pensioenen betaalbaar blijven. Een van de politieke partijen in het Belgische parlement stelt voor dat het spaargeld van de burgers aangewend zou kunnen worden om de gaten in de begroting 2017 te dichten. Wat Vuchelen en Scholliers er niet bij zeggen (wat begrijpelijk is, want het is niet hun taak om aan politiek te doen) is dat dergelijke prognoses vaak eerst politiek worden gewogen en bijgesteld om cijfers en gegevens wat gunstiger voor te stellen om ze in de politieke kraam van het moment te laten passen. Anderzijds deinst het tweetal er niet voor terug bepaalde stellige conclusies te weerleggen of af te zwakken. Zo zal de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar volgens de auteurs de verwachtingen maar deels inlossen. Of anders gezegd: de pensioenkosten zullen wel dalen, maar de verhoging van de pensioenleeftijd dreigt ook voor extra 300.000 werklozen te zorgen, omdat de ouderen die langer blijven werken, geen plaats maken voor jongeren op de arbeidsmarkt. Ze raden de jongeren daarom aan zelf tijdig te beginnen te sparen om later een kapitaaltje achter de hand te hebben. Volgens de auteurs bestaat de kans dat ook in België fors in de pensioenen zal worden gesneden zoals in Griekenland is gebeurd. ‘Ooit komt er een pensioencrisis, de vraag is alleen wanneer’, klinkt het somber, want daarmee daalt de koopkracht en dat werkt negatief door in de economische groei. Met hun boek zeggen de auteurs alle betrokkenen bij het pensioendossier te willen wakker schudden. Als er niets wordt gedaan en de huidige koers wordt aangehouden, zien ze maar twee uitwegen om niet te crashen. Dat zijn de pensioensbijdragen spectaculair verhogen of de pensioenen drastisch verlagen. Voor de politiek, die vooral handelt in functie van de gevolgen van haar handelen bij verkiezingen, wordt dat een moeilijke keuze: tussen de pest of de cholera! Vandaar ook de afwachtende houding van die kant. De auteurs spuien niet alleen kritiek, ze dragen ook een mogelijke oplossing aan. Ze geven de beleidsmakers een totaal nieuw pensioensysteem in overweging, waarin een wettelijk basispensioen van €1000 voor iedereen is opgenomen en daarbovenop een wettelijk aanvullend pensioen van €500. Dat wettelijk basispensioen moet gefinancierd worden met de bijdragen van de actieve bevolking zoals dat ook nu het geval is. Het wettelijk aanvullend pensioen moet door elke burger zelf bijeen worden gespaard via een verplichte vorm van individueel pensioensparen. Dit voorstel dat een dubbele pensioenopbouw inhoudt, betekent voor de werknemers een hoger inkomen dan ze momenteel hebben. Nu bedraagt een gemiddeld werknemerspensioen €1200. Het ambtenarenpensioen ligt nu in België gemiddeld op €2400. Het was al eerder de bedoeling die ongelijkheid weg te werken. Ook de auteurs willen beide pensioenen geleidelijk gelijkgeschakeld zien. Ze willen echter niet dat er geraakt wordt aan verworven pensioenrechten. Het nieuwe systeem zou voor alle nieuwkomers op de arbeidsmarkt moeten gelden. De eerste reacties op die voorstellen waren gemengd. Het wettelijk basispensioen (een soort AOW die in Nederland al tientallen jaren bestaat voor mensen die daarvoor maandelijks een premie betaalden) wordt over het algemeen positief onthaald. Uit liberale hoek vingen we wel de vraag op ‘wie voor Sinterklaas moet spelen om het nieuwe systeem te financieren?’. Met het verplicht pensioensparen hebben meer mensen moeite. Ze vinden dat dit op vrijwillige basis moet blijven geschieden. Vlak voor het sluiten van dit blog kwam het nieuws naar buiten dat de Belgische liberale premier Charles Michel, in afzonderlijke gesprekken met de coalitiegenoten, erin zou zijn geslaagd het begrotingstekort 2017 van €3 mrd te dichten. Nadere informatie is op dit moment nog niet beschikbaar. Een ander hoofdpijndossier voor de Belgische regering is een uitspraak van het regionale Waalse parlement dat met grote meerderheid heeft besloten geen goedkeuring te verlenen aan de Ceta, het vrijhandelsverdrag van de EU met Canada. De Waalse landbouw en industrie zijn bang voor oneerlijke concurrentie van Canada. Er is zeven jaar vergaderd over dit vrijhandelsverdrag, waar 2 jaar geleden al een principe-akkoord over bereikt was. Op 27 oktober zouden de EU-lidstaten en Canada de handtekeningen zetten en het glas heffen. Onder de Europese bevolking bestaan bezwaren over aantasting van arbeidsrecht en consumentenbescherming. Verder kunnen Amerikaanse multinationals met vestigingen in Canada en binnen de EU gebruik maken van de afspraken die zijn gemaakt in de CETA over schadebehandeling door een arbitragehof. Dat belooft weinig goeds voor Europa.

De Nederlandse samenleving heeft zich te afhankelijk gemaakt van banken en andere financiële instellingen, waardoor ons land erg gevoelig is geworden voor de wispelturigheid van de financiële markten. De overheid moet daarom meer doen om de dominantie van de financiële sector terug te dringen, stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Volgens het belangrijke adviesorgaan van de regering is het vertrouwen dat het financiële systeem overeind wordt gehouden door de huidige gedetailleerde regelgeving, niet terecht. Om Nederland beter bestand te maken tegen eventuele nieuwe financiële crises stelt de WRR daarom extra maatregelen voor. Zo moet Nederland stoppen met de fiscale stimulansen voor het aangaan van schulden, zoals de hypotheekrenteaftrek. Nog altijd hebben veel huishoudens met hun hypotheken grote schulden uitstaan. Daardoor heeft de geringste beweging in rente en aandelenmarkten invloed op het huishoudboekje. Banken en verzekeraars moeten volgens de raad weerbaarder worden door grotere buffers aan te leggen dan nu wordt geëist. Daarnaast wordt een onderzoek gevraagd naar de mogelijkheid om ‘omheiningen’ binnen financiële instellingen te introduceren. Het idee is om de verschillende onderdelen van een bank zodanig af te scheiden, dat problemen van het ene bedrijfsonderdeel niet direct kunnen overslaan naar andere bedrijfsonderdelen. Pensioenfondsen laten zich door hun focus op dekkingsgraden en rekenrente nu wel erg sterk leiden door kortetermijnontwikkelingen op de financiële markten. Dat zou best eens kritisch onder de loep genomen kunnen worden, vindt de raad verder. Zelfs woningcorporaties en zorginstellingen gaan de laatste jaren veel ingewikkelde financiële transacties aan, waardoor ze soms in de problemen komen. “Het financieel systeem is eerder leidend dan volgend of faciliterend geworden”, concludeert de raad.

Het Japanse techologieconcern Fujitsu gaat in het Verenigd Koninkrijk 1800 banen schrappen om de activiteiten meer te stroomlijnen en de competitie beter het hoofd te kunnen bieden. De afslanking van de Britse divisie zal volgend jaar gaan plaatsvinden als onderdeel van een programma om het bedrijf te transformeren. Fujitsu heeft in het Verenigd Koninkrijk werknemers bij diverse vestigingen, waaronder bij Manchester en in Belfast. Het Japanse bedrijf is onder meer actief met de productie van consumentenelektronica, computers en telecommunicatieapparatuur.

Samsung heeft naar aanleiding van het debacle rond de brandgevaarlijke smartphone Galaxy Note 7 zijn winstverwachting voor het derde kwartaal flink verlaagd. Samsung voorziet nu een operationele winst van $5,2 biljoen won (€4,2 mrd). Voordat het bedrijf deze week besloot de productie en verkoop van de geplaagde Galaxy Note 7 helemaal te staken, ging het nog uit van een resultaat van $7,8 biljoen won. De omzetverwachting is verlaagd van 49 naar 47 biljoen won. De Galaxy Note 7 kwam medio augustus op de markt. Al snel doken verhalen op over toestellen die spontaan in brand vlogen of ontploften. Met de vervanging van de batterij dacht Samsung het euvel te hebben verholpen, maar ook daarna bleken de toestellen nog brandgevaarlijk. Daarom trok het bedrijf deze week de stekker eruit. Met de winstwaarschuwing hangt Samsung voor het eerst een voorlopig prijskaartje aan de mislukking van de Galaxy Note 7. Beleggers namen hun verlies: er verdampte $17 mrd aan beurswaarde in 24 uur. De KLM verbiedt reizigers een Samsung Galaxy Note7 mee in het vliegtuig te nemen.

Het kabinet ziet niets in nieuwe sancties tegen Rusland. Nú een debat houden over nieuwe straffen voor Moskou, zou juist averechts werken. Dat zei premier Rutte vandaag in de Kamer. Het parlement pleitte vandaag om verschillende redenen voor nieuwe sancties. Dat Rusland een loopje neemt met het onderzoek naar MH17 was daar één van. Rutte wil er echter voor waken om dat onafhankelijke onderzoek op deze manier politiek te maken. De premier zegt echter „de boosheid” van de Kamer over dit onderwerp te delen, omdat „Moskou doorgaat met twijfel zaaien.” Ook de manier waarop Rusland zich in Syrië manifesteert, is de Kamer en Rutte een doorn in het oog. Poetin steunt het regime van Assad volledig. Volgens Rutte is het echter onverstandig om daarom nu in Europa voor nieuwe sancties te pleiten. Volgens Rutte zal het namelijk „heel lastig” zijn om het daarover eens te worden in Europa. En als die discussie wordt gestart, maar zonder uitkomst eindigt, is de eenheid van Europa richting Moskou in het geding. „Die Russen geef je een cadeautje door een enorme discussie te voeren die leidt tot een klein boertje. Als je over sancties gaat praten, moet er ook echt iets gebeuren. En als je niet zeker weet dat er wat gaat gebeuren, moet je die discussie niet in het openbaar gaan voeren.” Het is een schimmig spel wat hier wordt gespeeld. Rutte was de man van de sancties voor de Russen, vanwege de Russische steun aan de rebellen in Oost-Oekraïne en de overname van de Krim. Daaroverheen kwam de vliegramp MH17. Hij stond er persoonlijk voor in dat de onderste steen boven zou komen. Toen de Onderzoeksraad voor Veiligheid met hun derde verslag kwamen stelden zij dat vlucht MH17 is neergehaald door een Buk-raket, zonder te zeggen wie de raket heeft afgevuurd. De plek van lancering ligt in een gebied dat 320 vierkante kilometer groot is. Oekraïne had het luchtruim boven het oosten van het land niet afgesloten, maar dat had wel gemoeten. Op 14 en 16 juli waren Oekraïense legertoestellen neergehaald met raketsystemen die passagiersvliegtuigen op kruishoogte konden raken. Op de dag van de ramp vlogen 160 vluchten over het oosten van Oekraïne. De Nederlandse regering stelt hierover niet te zijn gewaarschuwd voor een concrete dreiging voor burgervliegtuigen in het Oosten van Oekraïne. Daarom was er geen aanleiding voor Nederland om vliegmaatschappijen te waarschuwen. De werkelijkheid is anders. Op 14 juli 2014, drie dagen voor het neerstorten van vlucht MH17, heeft er een diplomatieke briefing plaatsgevonden in Kiev over de veiligheid in Oekraïne en met name in de regio’s Donetsk en Loehansk. De Nederlandse vice-ambassadeur Gerrie Willems was aanwezig evenals ongeveer twintig gasten. Onder hen de ambassadeurs Christof Weil (Duitsland), Simon Smith (Groot-Britannië) en Geoffrey Pyatt (Verenigde Staten). De diplomaten krijgen daar te horen dat voor het eerst zwaar luchtafweergeschut is gebruikt in Oost-Oekraïne. Een Oekraïens Antonov-toestel is neergehaald door separatisten. Volgens de Oekraïense samenvatting, gedateerd 15 juli, zijn de diplomaten de dag ervoor bijgepraat over het illegaal oversteken van de Russische-Oekraïense grens met ‘zwaar militair materieel’ door de Russen en het leveren van ‘Russische wapens en technologie aan militanten’ in de regio Donetsk en Loehansk. Deze informatie is de 14de juli vanuit de Nederlandse ambassade in Kiev naar den Haag verzonden. Het lijkt aannemelijk dat den Haag daarop geen actie heeft ondernomen. Hetgeen, achteraf, verwijtbaar is. 28 september jongstleden presenteerde het Joint Investigation Team (JIT) over de eerste resultaten van dit strafrechtelijk onderzoek, waarop woordvoerders van het Kremlin, het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken en het Russische ministerie van Defensie de professionaliteit, integriteit en onafhankelijkheid van het Nederlandse Openbaar Ministerie in twijfel trokken. De Russische ambassadeur is te verstaan gegeven dat dergelijke ongefundeerde kritiek onacceptabel is, volgens minister Bert Koenders. We hebben zelfs onze ambassadeur naar het Kremlin gestuurd om het Nederlandse standpunt te verdedigen. Het OM gaat door om de daders van het neerhalen van de MH17 te achterhalen. Het kabinet blijft zich er tot het uiterste voor inzetten om ze vervolgens voor de rechter te brengen. Het JIT-onderzoek richt zich nu op individuen en zodra we weten wie het gedaan heeft kijken we naar de gevolgen voor landen. Wij willen als regering het strafrechtelijk proces op geen enkele wijze compliceren of beïnvloeden. Koenders roept met klem alle landen, ook Rusland, op uitvoering te geven aan VNVR resolutie 2166. In deze resolutie wordt gesteld dat de daders verantwoordelijk moeten worden gehouden en dat alle staten daaraan dienen mee te werken. Daar is dus geen land van uitgesloten.’ Terug naar Rutte en zijn afhoudende stellingname om de Russen sancties op de leggen. Hij neemt aan dat daarvoor in de EU geen draagvlak aanwezig is. Wij sturen 3 oktober onze ambassadeur in Moskou naar het Kremlin om de Russen duidelijk te maken wat wij van hen ‘eisen’ en vervolgens blijft het stil totdat afgelopen week premier Rutte de Kamer laat weten dat het kabinet de Russen geen sancties gaat opleggen.

De industriële productie in de eurolanden lag in augustus 1,6% hoger dan een maand eerder. De stijging volgt op een afname met 0,7% in juli. Voor de gehele Europese Unie is er een toename van de industriële productie met 1,4%, na eveneens een daling van 0,7% een maand eerder. Op jaarbasis nam de productie in augustus in zowel de eurozone als de gehele EU met 1,8% toe. Van de EU-lidstaten waarvan afzonderlijke cijfers beschikbaar zijn, kende Tsjechië met 12,1% de sterkste toename. Best presterende euroland was Nederland met een productiegroei van 4,4%, gevolg door Duitsland met 3,1%. In Finland en Zweden kromp de productie met respectievelijk 3,5 en 2,9%. Europabreed zat met name de productie van kapitaalgoederen (3,8%), duurzame consumentengoederen (2,7%) en energie (1,9%) in de lift. De productie van niet-duurzame consumentengoederen daalde daarentegen met 0,5%.

Komt Nederland als ‘belastingparadijs’ onder druk te staan van de Haagse politiek? In de strijd tegen belastingontwijking en -ontduiking worden onder meer brievenbusfirma’s naar de Tweede Kamer geroepen. De Kamer besloot tot een zogenoemde parlementaire ondervraging. Dat is de eerste keer. De parlementaire ondervraging is, na een parlementaire enquête, het zwaarste onderzoeksmiddel dat de Kamer kan inzetten. Getuigen zijn verplicht op te komen dagen en worden onder ede gehoord. Het onderzoek komt er op aandringen van regeringspartij PvdA en oppositiepartij GroenLinks. Zij willen „de onderste steen boven”. Ze reageren op de recente onthullingen over grootschalige belastingontwijking en -ontduiking (Panama Papers, Lux leaks, Mexico Papers). De politieke partijen willen trustkantoren en brievenbusmaatschappijen horen, net als fiscalisten/adviseurs die constructies bedenken waarmee rijke particulieren hun vermogen wegsluizen en belasting ontduiken. Het plan kwam van PvdA-Kamerlid Ed Groot en Rik Grashoff van GroenLinks. „Het schandaal rond de Panama Papers openbaarde een groot netwerk van trustkantoren en belastingadviseurs die multinationals en rijke mensen helpen belasting te ontwijken. Nederland speelt in dit spel een schimmige rol”, aldus Grashoff. Hij ziet de mini-enquête als een „belangrijke stap om veel van de fiscale constructies bloot te leggen die belastingontwijking legaal mogelijk maken.”

Je vraagt jezelf al een tijdje af wat de waarde nog is van je (spaar)geld. Van de euro’s die op je spaarrekening nu nog 0,3% rente opleveren, maar binnenkort mogelijk negatief gaat renderen. Je maakt jezelf wijs dat als banken, als gevolg van het monetaire beleid uit Frankfurt, in zwaar weer terecht komen, er €100.000 per bank gedekt wordt door het Deposito-Garantie Stelsel. De werkelijkheid is dat iedere dag de waarde van (spaar)geld daalt. In feite is er zoveel geld in omloop gebracht door de ECB en de 19 aangesloten nationale centrale banken, waardoor geld geleend kan worden tegen nul procent, dat geld geen tot nauwelijks meer iets waard meer is. De ING deed daar onderzoek naar: de helft van de Nederlanders vindt het wel een goed idee zou zijn als de Europese Centrale Bank (ECB) maandelijks een geldbedrag op hun rekening zou storten in de vorm van ‘helikoptergeld’. Dat heeft het economisch bureau van ING uitgezocht. Dat de ECB gewone mensen geld zou geven klinkt misschien als een gek plan, maar het is eigenlijk een variant op maatregelen die de centrale bank nu al toepast om de inflatie en economische groei in de eurozone aan te jagen. Er wordt indirect al op grote schaal geld in de economie gepompt door obligaties op te kopen. Voorwaarde is natuurlijk wel dat mensen dat maandelijkse extraatje ook gaan uitgeven. En daar loopt het plan spaak, blijkt uit de studie waarvoor bijna 12.000 mensen in twaalf Europese landen zijn ondervraagd. De meerderheid van de respondenten gaf aan deze meevaller vooral achter de hand te willen houden. Een plan om als het ware geld uit een helikopter te gaan gooien, om de economie te helpen, werd al bedacht in 1969 door de econoom Milton Friedman. Het idee, zoals ING dit beschrijft, is nog nooit in de praktijk gebracht. Günter Hannich schrijft deze week over dit onderwerp onder meer het volgende: ‘op dit moment schrijf ik regelmatig over het risico van een grote crash, die ons op dit moment bedreigt. Uit de vele vragen die mij worden gesteld weet ik dat er is zelfs geen nauwkeurig beeld is over de wijze waarop een crash ontstaat. Geld is de belangrijkste factor in een crash. Allereerst moet duidelijk zijn wat geld is. Veel geld waar tegenwoordig naar wordt verwezen is helemaal geen held. Alleen de uitgegeven munten en de bankbiljetten zijn geld, stelt de vermogensbeheerder Hannich. Bankrekeningen zijn daarentegen enkel beloften op de uitbetaling van de cash. Bank deposito’s zijn dus geen geld, maar alleen de belofte van geld! Als nu een crash komt, dan zijn zeer snel meer en meer banken failliet. Bij de crash gaat het onvermijdelijk tot een tekort aan geld. Het was zeer dramatisch in Cyprus in het voorjaar van 2013, of in Griekenland in de zomer, 2015.In beide gevallen viel het bankwezen stil: er was veel teveel te weinig cash voorhanden. Voor de pinautomaten stonden lange wachtrijen – en in Griekenland, de uitbetaling was, tijdelijk, volledig geschorst. Dergelijke noodsituaties kunnen opnieuw optreden, wegens gebrek aan cash in het monetaire systeem. Als banken niet langer kunnen voldoen aan het opnemen van (spaar)geld, zal geen hyperinflatie ontstaan, maar een deflatoire spiraal.

Minister-president Rutte sprak deze week in Zwolle de jaarlijkse Thorbeckelezing uit. Over ‘regeerbaarheid’ moest het gaan, maar Rutte koos ervoor te praten over zijn eigen functie: die van minister-president. Hij deed daar verrassende uitspraken over. Zijn betoog: dat er van die functie amper een omschrijving bestaat, is misschien merkwaardig, maar het moet wel zo blijven. Hij vertelde hoe hij bijvoorbeeld in Europa maar gewoon optreedt als regeringsleider, ook al kent het Nederlandse staatsrecht die term helemaal niet. En dat zijn rol steeds groter wordt, naarmate de politieke omstandigheden ingewikkelder worden. “Het beroep op de premier van dienst wordt groter. Aan hem is per slot van rekening de coördinatie en afstemming opgedragen.” Toch zegt Rutte: laat die functieomschrijving vaag. Leg het niet vast. Geef een premier geen formele macht. “In mijn baan komt het meer dan ooit aan op coördinatie en zorgen voor eenheid. Hoe meer officiële verantwoordelijkheden en mandaten, des te lastiger wordt het de kerntaak goed en succesvol uit te voeren.” Toen ik deze tekst herlezen had, ontstonden vragen. Wij leven in een democratie, waarin de regering verantwoording aflegt aan het volk (het Parlement) over het uitgevoerde beleid. Daar is de premier dus helemaal niet mee bezig, integendeel, hij doet maar wat, waarvan hij denkt dat het het meest haalbare is in de gegeven omstandigheden. Geef mij geen opdrachten, hou mijn functieomschrijving zo vaag mogelijk, zodat ik staande kan blijven in dit kabinet, in de Europese Raad. Onze Grondwet kent geen ‘regeringsleider’ en nergens wordt die functie gekoppeld aan die van premier. Staatsrechtelijk moet worden vastgesteld of, in de zin van de Grondwet, de Koning niet meer rechten heeft dan de premier. In ieder geval moet deze lacune in de Grondwet zo snel mogelijk worden gerepareerd en daarbij worden aangegeven aan welke functie-eisen de premier en de regeringsleider moet voldoen. Zoals de premier de situatie schetst is er sprake van ‘gerommel van de eerste orde’. Al twee weken zie ik de politieke en liberale partijleider van de VVD, de premier, en de regeringsleider op de TV en in de media met de aankondiging dat hij een plan heeft om onze kinderen dezelfde welvaart te geven als de ouders van nu. Weliswaar met een voorbehoud dat hij nog niet precies weet hoe hij dat moet gaan realiseren. Als ik kijk naar de resultaten van zijn hervormingen en bezuinigen van 2 kabinetten Rutte, dan vallen een aantal projecten door de mand met een dikke onvoldoende. Neem de jeugszorg die nu door de gemeenten moet worden uitgevoerd en daarvoor te weinig geld hebben gekregen waardoor de pot voor gespecialiseerde zorgverleners dit jaar nu al leeg is. Neem de ggz, waar de wachtlijsten onaanvaardbaar langer worden. Kinderen en volwassenen moeten steeds langer wachten voordat ze hulp krijgen van de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Een kind wacht nu gemiddeld 5,3 weken op het eerste gesprek, de hoogste uitschieter is 15 weken. Volwassenen krijgen gemiddeld na 4,9 weken een intakegesprek. De landelijke afspraak is een maximale wachttijd van vier weken. Voor iemand met psychische problemen kan wachten schadelijk zijn, zegt Jacobine Geel, voorzitter van de brancheorganisatie van ggz-instellingen. “De patiënt voelt zich niet gezien, dat verergert het ziektebeeld.” Met die zwaardere klachten komt hij de ggz-instelling binnen, die weer een intensievere behandeling moet bieden. “Dat is uiteindelijk duurder en slecht voor de zorg.” Neem alle ellende die de pgb heeft veroorzaakt en nog steeds niet overal is opgelost. In Almere krijgt een kind met angststoornissen even geen hulp meer. Almere betaalt alleen nog probleemgevallen die in een crisis verkeren, in alle andere gevallen moeten de ouders of de zorgverleners zelf de hoogstnoodzakelijke behandeling zelf maar betalen. Geen enkele gemeente heeft de zorg voor ‘verwarde personen’ op orde. De Participatiewet van Klijnsma haalt de gemaakte afspraken niet. Gebrek aan deskundigheid bij veel WMO-loketten. Centraal staat de burocratie, de burger wacht …….

Het kabinet is hard op weg om te voldoen aan de reductie van broeikasgassen omdat de rekenmethodiek is aangepast waardoor er een winst van 4% kon worden doorgevoerd. De overheid zegt dat we op schema liggen met de CO2 uitstoot, maar of het nu beter gaat met het milieu is maar de vraag.

De onzekerheid over de groeiende populariteit bij onder meer de anti-Europese politieke partijen heeft impact op de investeringen van bedrijven en de bestedingen bij consumenten. Dat stelt Stephanie Kelly, politiek econoom van Standard Life Investments. Volgens Kelly drukken naast het toenemend populisme ook een verharding van ideologische politieke verdeeldheid bij veel ontwikkelde landen voortkomend uit de nasleep financiële crisis steeds meer een stempel op de economische groei. Zij wijst er op dat bedrijven en consumenten een afwachtende houding aannemen met het oog op de onzekere uitkomsten van bepaalde politieke gebeurtenissen en de hand op de knip zullen houden totdat meer duidelijkheid daarover is. Zolang de onderliggende thema’s als inkomensongelijkheid en zorgen over handel en migratie niet worden aangepakt zullen deze factoren hun verstorende uitwerking blijven uitoefenen op de politiek en de beleidsonzekerheid verder vergroten met gevolgen voor de economische groei, stelt Kelly.

De verkoop van nieuwe personenauto’s is in het derde kwartaal opnieuw gedaald ten opzichte van een jaar eerder. Vorig kwartaal werden circa 91.000 nieuwe auto’s aan de man gebracht, ten opzichte van bijna 100.000 auto’s in het derde kwartaal van 2015. Daarmee werd de lijn van de eerste helft van dit jaar doorgetrokken. In de eerste negen maanden van 2016 werden in totaal 15.600 minder nieuwe auto’s verkocht dan vorig jaar, wat een afname is van 5%. Met de verkoop van tweedehandsauto’s gaat het wel goed. De verkoop daarvan steeg vorig kwartaal met 5%, naar 473.000 wagens. De laatste piek in de verkoop van nieuwe auto’s stamt uit 2011. Sinds dat jaar nemen de verkopen af. De meeste nieuwe auto’s worden aan 55-plussers verkocht.

Ruim de helft van de dieselauto’s die in ons land een milieucertificaat hebben gekregen stoot meer uitlaatgassen uit dan de fabrikanten opgeven. Dat constateert de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) na onderzoek van dertig dieselauto’s. Bij zestien blijkt de emissie tijdens het rijden op de weg beduidend hoger dan tijdens de test op de rollenbank. De geconstateerde afwijkingen komen naar voren bij het variëren met de snelheid, tijd, afstand of buitentemperatuur, aldus de RDW. Zulke afwijkingen zijn in principe verboden tenzij het noodzakelijk is om motorschade te voorkomen. De dienst heeft het onderzoek uitgevoerd naar aanleiding van het schandaal rond de sjoemelsoftware bij Volkswagen.

Voor de ECB komt komende donderdag te vroeg om een verlenging van het obligatieaankoopprogramma aan te kondigen, zo meent Carsten Brzeski van ING. De econoom denkt echter wel dat voorzitter Mario Draghi dan een tipje van de sluier zal oplichten. Brzeski constateert dat enkele leden van de ECB een hardere toon beginnen aan te slaan. Deze gaan soms gepaard met de waarschuwing dat het handhaven van een extreem lage rente voor een lange periode onbedoelde risico’s met zich meebrengt. De eerste geruchten over tapering (= een geleidelijke afbouw van de aankoopprogramma’s van obligaties door een centrale bank) doken begin deze maand op. De econoom ziet een afbouw van het opkoopprogramma niet snel gebeuren. Wel is hij blij met de herinnering dat hier ooit een einde aan komt. Brzeski is benieuwd of de ECB donderdag bij de toelichting op het rentebesluit ingaat op de schaarste aan op te kopen obligaties. Zo ja, dan is dat een duidelijke indicatie dat de centrale bank op een verlenging van het opkoopprogramma aanstuurt. Tot maart 2017 doet het schaarsteprobleem volgens hem zich namelijk niet voor. Als meest waarschijnlijke oplossing voor het probleem ziet hij het oprekken van het percentage obligaties dat de ECB van een land of bedrijf mag kopen van 33% naar 49,9%. Ik deel de optimistische visie van Brzeski niet voor wat betreft de beschikbare ruimte op de markt om eerste klas obligaties op te kunnen blijven kopen. Het kan niet zo zijn dat dit opkoopprogramma van €80 mrd per maand uiteindelijk niet zal leiden tot het ontstaan van ongewenste ontwikkelingen. De centrale banken doen maar wat (ongekende liquiditeitsverruiming gepaard gaand met extreem lage dan wel negatieve renteniveaus) en onderkennen niet de risico’s die ze scheppen door het monetaire beleid dat ze voeren.

©2016 hannesdewitte@gmail.com

Slotstand indices 14 oktober 2016; week 41: AEX 450,50; BEL 20 3.555,49; CAC-40 4470,92; DAX 30 10.580,38; FTSE 100 7013,55; SMI 8.089,91; RTS (Rusland) 983,04; DJIA 18138,38; NY-Nasdaq 100 4.808,485; Nikkei 225 16856,37; Hang Seng 23.261,25; All Ords 5518,50; SSEC 3063,809; €/$ 1,09,72; goud $1250,50; dat is €36658,47 per kg, 3 maands Euribor -0,311% (1 weeks -0,379%, 1 mnds -0,371%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,158%, 10 jaar VS 1,7696%. Een liter diesel hier aan de pomp €1,159, elders €1,264.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.