UPDATE14122013/200 Het Kerstblog van 2013

Dit is het 200ste blog, dat ik publiceer. Ik wil met U terugkijken waar Europa nu staat en hoe Europa er 70 jaar geleden voorstond en schuw daarbij geen historisch tintje. Ik gebruik hiervoor citaten uit de Atlas van de Tweede Wereldoorlog, geschreven door Alexander en Malcolm Swanston, pagina 182 e.v., uit het hoofdstuk 'De Nieuwe Orde'. Adolf Hitler had een visioen als leider van Europa op politiek, economisch, cultureel en raciaal gebied. De macht van dit nieuwe Duitsland strekte zich uit tot de Oeral in het oosten, de Middellandse Zee in het zuiden en de Atlantische Oceaan in het westen. In 1941 heerste Duitsland over 15 staten. In Hitlers nieuwe raciale orde bekleedden de noordse volkeren een geprivilegieerde positie en de Slavische volkeren werden laagopgeleid werkvolk op de Balkan en de 'Latijnen' in het zuiden, werden gezien als bondgenoot maar niet als gelijkwaardig. De economische ordening van het Nieuwe Europa weerspiegelde de raciale ordening die na de Duitse veroveringen tussen 1939 en 1942 tot stand kwam. Duitsland legde economische eenwording op, met de rijksmark als reserve- en uiteindelijke enige munt en Berlijn als spin in dit Europa-brede web, gesteund door Wenen met zijn traditionele economische contacten in Midden-, Oost- en Zuidoost-Europa. Vanuit deze twee steden werden handel en industrie in Europa gedirigeerd. Duitse particuliere en staatsbedrijven werden aangemoedigd bedrijven in andere Europese landen over te nemen. In 1942-1943 was de Duitse greep op de Europese productiecapaciteit bijna totaal. Het bezette Europa werd geëxploiteerd als grootleverancier van grondstoffen, arbeid en voedsel. ………. De nieuwe economische inspanningen werden ondersteund door een netwerk van autobahnen en breedspoorlijnen dat zich vanuit Berlijn uitstrekte tot Kazan in het oosten, Parijs in het westen en Istanboel in het zuidoosten. De Führer plande vliegvelden in alle grote steden, met elkaar verbonden door gerieflijke vliegtuigen van vanzelfsprekend Duitse makelij. Hitlers uitverkoren elite diende in stijl te reizen. Einde citaten. Het Duitse regime kwam voort uit de NSDAP, Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei, die op 24 februari 1920 was ontstaan uit de DAP, de Deutsche Arbeiterpartei. De NSDAP groeide uit tot een nationaalsocialistische partij met extreem-rechtse en extreem racistische denkbeelden met als boegbeeld Adolf Hitler. De partij kwam in 1933 in Duitsland aan de macht door verleidelijke propaganda die appelleerde aan het ressentiment onder de Duitse bevolking en door terreur tegen en intimidatie van politieke tegenstanders. Tot de eerste regeringsdaden behoorden de beknotting van de vrijheid van meningsuiting en het verbieden van andere politieke partijen. Ik verklaar hier het woord 'ressentiment'. Van Dale, 12e druk, beschrijft het woord als 'gevoel van vijandigheid wegens aangedaan of vermeend onrecht meestal gepaard met verlangen om zich te wreken of die vijandigheid te doen blijken'. Het synoniem is: wrok, een bitter gevoel door aangedaan leed of onrecht en geneigdheid tot wraak. De historicus Geert Mak beschrijft in zijn boek 'In Europa' de vernederingen van het Duitse volk na het verlies van de Eerste Wereldoorlog. Het land was volledig ontregeld. Wilhelm II was gevlucht naar Nederland, waar de ex-keizer onderdak kreeg in Huis Doorn. Vernederde frontsoldaten weigerden de wapens in te leveren en maakten in groepjes het land onveilig. Communisten en socialisten proberen elk hun slag te slaan. De nederlaag zette alle tegenstellingen op scherp. De herstelbetalingen, die werden opgelegd bij het Vredesverdrag van Versailles in 1919, bedroegen 132 miljard goudmark, een astronomisch groot bedrag. Na de Eerste Wereldoorlog erfde de Weimarrepubliek de oorlogsschulden van het keizerrijk. Terwijl ze grote herstelbetalingen moest betalen, resulteerden de verloren oorlog en de ineenzakkende economie in onoplosbare sociale en politieke problemen. Belastingverhogingen om de schulden te voldoen waren nauwelijks een optie. De regering moest lenen en kon dat alleen bij de centrale Reichsbank, die de benodigde gelden verstrekte door bankbiljetten te laten drukken. De inzet om aan de opgelegde verplichtingen te kunnen voldoen was een inflatoir financieel/monetair beleid te gaan voeren. Dat leidde tot catastrofale ontwikkelingen. De inflatie werd volstrekt onbeheersbaar. Veel mensen raakten hun spaargeld kwijt, de reële lonen gingen achteruit en pensioengelden gingen verloren. Onderstaand de drastische prijsverandering van 1 kilo brood tussen 1921 en 1923. In december 1921 kostte het brood 4 mark, een jaar later 163 mark, in januari 1923 steeg de prijs naar 250 mark, 3 maanden later kostte het al 474 mark, weer 4 maanden later werd er 69.000 mark voor betaald en in november 1923, op het hoogtepunt van de superinflatie, 201.000.000.000 mark. Een ander voorbeeld: in 1914, voor het begin van de WO I werd 4,20 mark betaald voor een $, 2½ jaar later was de koers gestegen naar 420 mark, op 24 juli 1923 werd genoteerd voor een $ 0,414 mln mark, 80 dagen later bedroeg deze 5060 mln mark. Behalve deze superinflatie, speelde ook de grote werkeloosheid een rol, die tot grote ontevredenheid onder het volk leidde. Dat is wat zich in de 20er en begin 30er jaren afspeelde in Duitsland. In 1933 bereikte het ressentiment zijn hoogtepunt met de benoeming tot Rijkskanselier van Adolf Hitler, Oostenrijker van geboorte (1889) en leider van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij. Vanaf 1934 tot zijn dood op 30 april 1945 was hij staatshoofd (zowel Führer als rijkskanselier). Hitler veranderde Duitsland van een beginnende democratie in een totalitaire staat met hemzelf als de absolute dictator, die elke tegenstand tegen zijn regime op meedogenloze wijze de kop indrukte. Tegenstanders werden opgesloten in concentratiekampen waar miljoenen mensen werden vermoord. Het werkloze Duitsland werd in betrekkelijk heel korte tijd aan het werk gezet met de aanleg van autowegen, de Volkswagen fabriek en met bedrijven die werkten voor de bewapening van het leger. Hij negeerde volledig alle beperkingen die waren opgelegd in het Verdrag van Versailles, maar noch Frankrijk, noch Engeland grepen in. Ze keken ernaar en keerden zich om. Hitler's streven om de vernederingen van de Vrede van Versailles (1919) voor Duitsland ongedaan te maken en zijn expansiepolitiek om Lebensraum voor Duitsland te creëren, leidden in 1938/39 tot het begin van de Tweede Wereldoorlog. De Duitse bewapening was veel daadkrachtiger dan van heel West-Europa bij elkaar. Frankrijk moest worden vernederd opdat het Duitse volk zich voor het verlies van de Eerste Wereldoorlog kon wreken. Eind 1942 bestond het Groot-Duitse Rijk uit Duitsland incl West-Pruisen, Oost-Pruisen, Wartheland, Lemberg, het Generaal-Gouvernement van Polen, Oostenrijk, Sudetenland, en door Bohemen-Moravië, (wat nu Tsjechië is), Opper-Donau, Neder-Donau, Salzburg, Karinthië en Stiermarken. De bondgenoten waren Finland, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Albanië, Italië en een deel van Libië. De bezette landen waren Noorwegen, Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Kroatië, Servië, Montenegro, Griekenland, Estland, Letland, Litouwen, het Rijkscommissariaat Ostland en het Rijkscommissariaat Oekraïne. Neutraal in Europa waren toen Zweden, Ierland, Zwitserland, Portugal, Spanje en Turkije. De Europese tegenstanders, de Geallieerden dan wel landen onder controle van de Geallieerden in Noord-Afrika, het Midden Oosten en Europa), van het Duitse Rijk waren het Verenigd Koninkrijk, een deel van Libië, Egypte, Jordanië, Saoedi-Arabië, Syrië, Irak, Perzië (nu Iran) en de Sovjet-Unie. We weten hoe het Groot-Duitse Rijk omgegaan is met de raciale uitvoering van het beleid: de bruinhemden maakten plannen voor de systematische vernietiging van Joden, zigeuners en andere ongewenste personen (tegenstanders van het Nazi bewind), die werden uitgevoerd in een reeks speciale vernietigingskampen onder toezicht van het SS-Reichssicherheitshaupambt in Berlijn. Begin mei 1945 moest Nazi-Duitsland capituleren. Europa lag in puin. Ik maak nu de overstap naar de na-de-oorlogse-periode. De grote vrees was dat het verlies van WO II op termijn opnieuw zou kunnen gaan leiden tot vormen van ressentiment. Dat brachten de Fransman Jean Monnet en de Duitser Robert Schuman in 1952 tot het initiatief om de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) op te richten met als deelnemende landen Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, België en Luxemburg. De gedachte achter dit initiatief was dat je beter met elkaar kunt samenwerken dan oorlog voeren. Voor de Europese burgers zou dat moeten leiden naar een continent van 'vrede en vrijheid'. Later namen zij het voortouw voor de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) met als doel een interne markt op te zetten, waarbinnen bedrijven zaken met elkaar zouden kunnen doen. Dat is tot op de dag van vandaag een groot succes gebleken. Als ik kijk naar het Europa van nu, zie ik veel te veel nationalistisch gedreven leiders, die alleen aandacht schenken aan al datgene wat voor hen 'geld' oplevert. Het Europese gedachtengoed van Monnet en Schuman is ver te zoeken. Toch ligt dit ten grondslag aan de Frans-Duitse as, waarin niet ressentiment maar verzoening centraal stond. Nooit zou er tussen de beide grootmachten in Europa weer zo'n verschrikkelijk gewelddadig conflict uitbreken als drie keer eerder was gebeurd. In de oorlog van 1870-1871 tegen Pruisen verloor Frankrijk zijn positie als de machtigste staat op het Europese continent aan een verenigd Duitsland dat Elzas-Lotheringen annexeerde. De beide wereldoorlogen van 1914-1918 en 1939/1945 waren grootser van inzet, waar Duitsland twee keer de strijd verloor van de Geallieerdenen mede door de Amerikaanse inmenging in het conflict. Binnen het kader van de ontluikende Europese samenwerking, zoals die door Monnet en Schuman werd vormgegeven, hebben de Franse staatshoofden en Duitse bondskanseliers een Frans-Duitse as gesmeed en instandgehouden. Het zijn Konrad Adenauer en Charles de Gaulle geweest die in 1963 in het Elysée het Frans-Duitse vriendschapsverdrag tekenden. Adenauer kwam naar Reims om de verzoening te vieren met een Hoogmis in de kathedraal. Daarna kwamen de koppels George Pompidou en Willy Brandt, Valéry Giscard d'Estaing en Helmut Schmidt, Francois Mitterand en Helmut Kohl, Jacques Chirac en Gerhard Schroeder, Nicolas Sarkouzy en Angela Merkel en nu Francois Hollande en Angela Merkel. Nooit eerder was de Frans-Duitse as zo bekoeld als nu. Er is geen sprake meer van een hechte verbintenis met min of meer hartelijke relaties en dat voelt niet goed aan. Merkel en Sarkouzy leken een team, maar wellicht bedriegt die schijn. Terwijl Sarkouzy in de periode 2007-2012 aan een mank paard trok (Frankrijk) stond Merkel hem terzijde. Althans zo leek het. Het vreemdste wat eind januari 2012 plaatsvond was de uitspraak dat Merkel Sarkouzy, op een aantal verkiezingsbijeenkomsten voor zijn herverkiezing eind april/begin mei zou gaan ondersteunen. Begin maart 2012 werd dat voornemen teruggenomen om te voorkomen dat de campagne de indruk zou kunnen wekken dat de Franse president afhankelijk zou zijn van Berlijn. Daar zat natuurlijk wel iets in. Misschien was dat ook wel de opzet. Sarkouzy was, ook niet met de steun van Merkel, in staat geweest de grote problemen in Frankrijk op te lossen. De vraag rijst dan: zou Berlijn voor ogen te hebben gehad de regie over Frankrijk over te nemen en Sarkouzy uitsluitend nog te belasten met de ceremoniële taken. Ik sluit dat helemaal niet uit. Op voorhand had Merkel al laten weten dat ze in de beleidsvoornemens van François Hollande geen vertrouwen had. Na zijn verkiezing vloog Hollande als eerste naar Berlijn. Bij Merkel kreeg hij een koude douche. De deplorabele toestand van de Franse economie en financiële status, de boedel die Sarkouzy achterliet, moest Hollande zelf maar oplossen. Geen uitgestoken hand van Merkel dus! Anderhalf jaar later kampt Frankrijk nog altijd met grote problemen. Noodzakelijke hervormingen die niet van de grond komen, een veel te hoge werkeloosheid, ingrepen in de sociale status, belastingverlagingen in plaats van verhogingen, te weinig daadkracht van de President. Frankrijk is veruit de zwakste partner van de Frans-Duitse as. Je moet je afvragen of de Frans-Duitse as nog levensvatbaar is? Misschien is die al een zachte dood gestorven. Dat zou buitengewoon schadelijk kunnen worden voor Europa. In feite wordt Europa geregeerd door Berlijn en worden de directieven uitgevoerd in Brussel. Duitsland is op dit moment veruit het machtigste van de 28 EU-landen op politiek, economisch en financieel terrein. Frankrijk, Italië en Spanje zijn geen partij meer binnen de Europese Unie en de eurozone. Alleen Engeland, die de euro niet voert, kan het de Duitsers nog moeilijk maken dan wel uit de EU stappen. Als ik kijk naar de wijze waarop Merkel omgaat met de Grieken heb ik geen geruststellend gevoel. De hele Griekse problematiek is ook te wijten aan de Grieken zelf, die ervan uitgingen dat de toezegging van de andere eurolanden dat ze 'vrienden zouden zijn in goede en slechte tijden en het land zouden begeleiden naar ons welvaartsniveau' veel te letterlijk hebben genomen. In hoeverre moet je dat de Grieken kwalijk nemen als de Franse en Duitse banken in dezelfde val liepen. Die stonden in de rij om de zwakkere eurolanden kredieten te verlenen zonder het risicoprofiel te toetsen. Het waren immers 'eurolanden' en die werden afgedekt door het rijkere noorden, meenden ze te weten. En toen de aap uit de mouw kwam na tien jaar schreeuwden de rijkere eurolanden moord en brand dat ze belazerd waren door de zwakkere landen. Medeschuldig aan dit debacle waren de regeringsleiders, Balkenende c.s., die geen controle hielden op de gemaakte afspraken. De banken werden gered door Merkel die de Griekse schulden in handen van de banken, overhevelde naar de belastingbetalers uit de eurozone, zonder zich daarvoor te verantwoorden. Bos en de Jager waren te zwak om daar oppositie tegen te voeren. Op 9 oktober 2012 bracht Merkel een bezoek aan Griekenland met een handelsmissie. Er zit veel kwaad bloed bij de Grieken over de Duitsers en over Merkel. Er zou ook nog een onbetaalde rekening van Griekenland liggen in Berlijn. In WO II hebben de Duitsers al het goud uit de kluizen van de Griekse centrale bank gehaald en gebruikt om de oorlogsindustrie daarmee te financieren. Na de oorlog is dat nooit op een fatsoenlijke wijze afgehandeld. Over het bezoek van Merkel schreef de VK toen onder meer: ' Naast blokkades van het Griekse parlement werd er bij de Duitse ambassade gedemonstreerd tegen de 'kolonisering van Griekenland' door Berlijn. Meer dan hun eigen regering zien de Grieken Merkel als de aanstichtster van het bezuinigingsleed dat al drie jaar op hen neerdaalt. De bondskanselier wordt zonder schroom door Griekse cartoonisten als een nazibeul afgebeeld. Samaras is geen vriend van Merkel. De bondskanselier is niet vergeten hoe de Griekse premier in 2010 en 2011 als oppositieleider alle bezuinigingen van de toenmalige Griekse regering frustreerde. Dat de EU en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) al tot twee keer toe Athene met een lening overeind moesten houden (totaal: 240 miljard euro) is mede het gevolg van Samaras' opportunistische gedrag. Hij won er wel de verkiezingen mee.' Die stelling wordt uit zijn verband getrokken. Dat geld was bestemd om Griekse leningen bij Westerse banken af te lossen. De grote vraag was waarmee Merkel van Berlijn naar Athene vloog. Wat had ze de Grieken te bieden? In feite niets: ze sprak over 'harder werken tegen lagere lonen en meer bezuinigingen'. Waar weinig aandacht voor was, was de handelsmissie, die ze bij zich had. Waarvoor kwamen die ondernemers naar Griekenland. Reisden ze met Merkel mee om zich te oriënteren op (staats)bedrijven die voor een appel en een ei te koop zouden staan? Ik sluit dit zeker niet uit, want de trojka heeft deze week de uitbetaling van €1 mrd opgeschort omdat Griekenland niet heeft voldaan aan de eis van de ECB, het IMF en de EC om bezittingen van de Griekse Staat in de (uit)verkoop te doen. De EC geeft daarvoor de volgende motivering: 'pas als er voldoende vooruitgang is bij het opgelegde privatiseringsprogramma kan er sprake zijn van het uitkeren van het volgende deel van de leningen''. De trojka laat weten dat er in 2014 aanvullende bezuinigingen nodig zijn en pas daarna kan er verder worden onderhandelt over uitbetaling van de laatste delen van het hulpprogramma en de kwijtschelding van €10 mrd, waarover een principe-akkoord met de Grieken is overeengekomen. De duimschroeven worden nu echt aangedraaid. De aasgieren moeten kennelijk te vriend worden gehouden. Al eerder hadden de Grieken laten weten dat er geen acceptabele biedingen binnenkomen voor de overname van staatsbedrijven. Kennelijk wil iedereen voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Over hoe groot de elasticiteit is van een samenleving bij het terugdraaien van de welvaart, heb ik al veel eerder mijn mening kenbaar gemaakt. Als ik kijk naar het gewone Griekse volk is grens van het haalbare allang overschreden. Dus nog meer zware lasten afdwingen is op dit moment zeker geen optie. Daarmee wordt de kans groter dat de Grieken 'de handdoek in de ring gooien' en Europa laten voor wat het is. Daarbij neem ik in ogenschouw dat de Griekse beschaving uit de Oudheid, een bijzondere plaats inneemt voor het 'begrijpen' van de westerse wereld. Het theater en de filosofie werden geboren in Griekenland. De Grieken bedachten ook een systeem, de democratie, dat nu nog dient als ons politieke model. Honderden steden langs de kusten van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee verspreidden het hellinisdme, de levenswijze en het denken van de Grieken. De hellenistische wereld, vanaf 400 BC tot de Romeinse verovering van Griekenland en het Midden Oosten in 133 BC, besloeg een groot gebied dat zich uitstrekte van Sicilië en Zuid-Italië (Magna Graecia) tot in het noordwesten van India, het Zwarte Zee-gebied en Egypte. De oudste geschiedenis van Griekenland dateert van 1200 BC met de uitbraak van de Trojaanse Oorlog, die in 1184 BC eindigde met de list van het Paard van Troje. 800 BC schreef Homerus zijn dichtwerken. Wat ik hiermee wil zeggen is dat we de Grieken niet moeten onderschatten. Hitler stelde dat 'de Slavische volkeren werden laagopgeleid werkvolk op de Balkan', daar behoren de Grieken zeker niet toe. De Grieken zijn in hun eentje in staat om de hele eurozone op politiek-, economisch- en financieel terrein grote schade toe te brengen, resulterend in kapitaalverliezen. De Eurogroep stelt dat ze orde op zaken hebben gesteld in Griekenland en dat de Grieken ons geen schade meer kunnen toebrengen, maar op die lijn zit ik niet als ik kijk naar de ECB en de vorderingen die de Europese Hulpfondsen in Griekenland hebben gestopt. Het mag dan handelen om relatief 'kleine bedragen van honderden miljarden euro's', maar hoe groot zal de imagoschade zijn op de financiële markten? Hoe groot zal het belang van de ECB en de (centrale) banken zijn bij een default? Niet alleen het Griekse volk attaqueert tegen de harde maatregelen die de trojka hen oplegt, ook binnen het IMF en het Europees Parlement neemt de kritiek op de aanpak van de Griekse schuldencrisis toe. Een gedachte aan het einde van het jaar 2013: Merkel moet inbinden, de Frans-Duitse as moet worden gerepareerd en de Eurogroep moet orde op zaken stellen. Een mislukking van de Bankenunie betekent een enorme deuk in het imago van de EU op het gebied van crisisbestrijding, schrijft Trouw deze week, en terecht.

Ik wil toch reageren op 5 onderwerpen, die een bepaalde actualiteit hebben. Wat zijn de vorderingen die deze week zijn gemaakt in de relatie tussen de Europese banken versus de Bankenunie in oprichting. Het topoverleg in Berlijn, op Duits initiatief, over de plannen voor de Europese bankensector, heeft afgelopen weekend nog nog geen compromis opgeleverd. Bij het vooroverleg waren aanwezig de ministers van Financiën van de vier grootste economieën uit de eurozone (Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje) plus de voorzitter van de Eurogroep, onze landgenoot Dijssel, eurocommissaris Michel Barnier (Interne Markt), ECB- bestuurslid Jörg Asmussen en vertegenwoordigers van Litouwen, dat EU-voorzitter is. De discussie draaide onder meer om de organisatie van het mechanisme dat in werking moet treden als een bank failliet dreigt te gaan, en wie daar financieel voor moet opdraaien. De bedoeling is de belastingbetaler te ontzien. Er zijn echter grote meningsverschillen in de EU over de financiering en het toezicht. Een woordvoerder van de EC liet weten dat de plannen voor de bankensector de hoogste prioriteit hebben voor de commissie. Het doel is om voor het einde van dit jaar overeenstemming te bereiken over de plannen. Op de EU-top op 19/20 december moeten de knopen definitief worden doorgehakt. Over één onderwerp schijnt op hoofdlijnen wel overstemming te zijn bereikt zonder dat er details zijn afgesproken. De EU-ministerraad en het Europees Parlement hebben deze week overeenstemming bereikt over de Richtlijn voor Herstel en Afwikkeling van Banken. De banken, die aan het project meedoen, moeten in een resolutiefonds 1% van de verzekerde tegoeden storten om in geval van nood de redding van bankinstellingen mee te financieren. Er wordt vanuit gegaan dat de Europese bankensector zichzelf moet gaan redden en er €55 miljard uiterlijk in 2025 klaarstaat in een speciaal Europees reddingsfonds. Private partijen, zoals bankcrediteuren, aandeelhouders, houders van achtergestelde leningen en grote spaarders, moeten in 2016 mee gaan betalen aan de redding van een probleembank met een bedrag tot 8% van de passiva. Er zou over veel nog onenigheid heersen, maar over 'het potje' en de noodzaak dat banken hun eigen problemen moeten oplossen zonder dat de overheid bijspringt, is wel overeenstemming. In deze periode van nu tot 2016 zijn de banken aangewezen op nationale faillissementsfondsen, die naar verwachting alleen in uitzonderlijke gevallen aan elkaar mogen lenen. Dat betekent dat de belastingbetalers nog steeds aangesproken kunnen worden bij het redden van probleembanken. Een gevoelige kwestie is de vraag wie beslist over het aanwenden van al die miljarden. Vooral Duitsland eist een vetorecht voor de lidstaten uit vrees dat anders sterke Duitse banken opdraaien voor zwakke Franse of Italiaanse concurrenten. Bovendien wil Berlijn harde garanties dat de juridische constructie de toets der kritiek van het grondwettelijk Hof in Karlsruhe zal doorstaan. In het voorliggende compromis beslist de faillissementsraad over de sanering van een bank. Over het aanwenden van de stroppenpot krijgen de lidstaten extra zeggenschap: hoe groter het bedrag, hoe zwaarder hun stem zal wegen. De Europese Commissie wil dat de faillissementsraad zeggenschap krijgt over alle circa 6.000 banken in de eurozone, maar Duitsland, het machtigste land binnen de eurozone, legt de grens bij de 130 grote banken. Een compromis hierover is eveneens in de maak. Een vergelijk lijkt mogelijk met de formule dat de faillissementsraad wel verantwoordelijkheid draagt voor alle 6.000 banken, maar dat de raad het saneren van de kleine banken overlaat aan de nationale autoriteiten.

Het goed geïnformeerde Belgische dagblad De Morgen schrijft hier onder meer over dat 'op hun Ecofin-raad de EU ministers van Financiën deze week vooruitgang hebben geboekt in hun zoektocht naar een politiek akkoord over een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme voor noodlijdende banken en een bankenfonds. "Maar niets is beslist tot er ook over de details een akkoord is." De Eurogroep van komende dinsdag en de Ecofin-Raad van woensdag moeten definitieve klaarheid brengen, donderdag en vrijdag staat er een Europese top op de agenda. Het afwikkelingsmechanisme is een van de pijlers van de Europese bankenunie, die de link moet breken tussen de financiële sector en de nationale schatkisten. Er werd gisteren over verschillende punten een principeakkoord bereikt, maar die moeten de komende week nog in juridische teksten gegoten worden. Het meest opvallende onderdeel van het voorlopige akkoord is ongetwijfeld dat het fonds, waaruit geput kan worden om de liquidatie van banken te financieren, een juridische basis krijgt buiten het Verdrag van Lissabon. De landen die aan het mechanisme deelnemen, zullen voor dat fonds een nieuw intergouvernementeel verdrag op poten zetten. Het is uitkijken hoe het Europees Parlement, dat medewetgever is in deze materie, daarop zal reageren. Een en ander zou namelijk betekenen dat het EP geen inspraak krijgt over het fonds dat een, slechts beperkte, slagkracht krijgt van om en nabij de €55 mrd dat over een periode van tien jaar volgestort moet worden met bijdragen van de financiële sector. Tijdens die overgangsperiode willen de lidstaten dat het fonds in "nationale compartimenten" onderverdeeld wordt, pas na tien jaar zou er sprake zijn van een werkelijk Europees, gemeenschappelijk fonds en zou er geen onderscheid meer worden gemaakt tussen de bijdragen van de lidstaten afzonderlijk. In het voorlopige akkoord hebben de ministers zowel voor de Europese Commissie als voor de Raad van lidstaten een rol weggelegd bij de beslissing over het opstarten van een liquidatieprocedure. Europees commissaris voor de Interne Markt Michel Barnier hoopt dat daar de komende week nog aan gesleuteld kan worden. "Dit is volgens mij te complex voor mij. Of het nu de Commissie is of de Raad, de rolverdeling moet duidelijk zijn. Hier hebben we nog werk voor de boeg." De voornaamste bezorgdheid daar is dat de instelling die over een bankresolutie beslist, dat binnen de 24 of de 48 uur moet kunnen doen. Het resolutiemechanisme zal van toepassing zijn in de EU-lidstaten die ook onder het bankentoezicht van de ECB vallen: alle landen van de eurozone, aangevuld met de vrijwillige deelnemers van buiten de eurozone. De meeste landen wilden dat het mechanisme voor alle banken van die landen zou gelden, maar dat lijkt niet het geval te zullen zijn. Met name Duitsland staat erop dat het zelf de volle bevoegdheid over zijn kleinere spaarbanken kan behouden. Definitief is er, met andere woorden, nog niets beslist. Na Nieuwjaar kunnen vervolgens de onderhandelingen met het Europees Parlement aangeknoopt worden, in de hoop nog voor het einde van de legislatuur tot een akkoord te komen. Daar achteraan komen dan de banken met hun hulpfonds. Er zijn nog wel wat vragen over deze aanpak te stellen. In hoeverre is het Europese bankwezen bij dit plan betrokken, is er draagvlak voor, gaan de bijdragen van het Nederlandse bankwezen gebruikt worden voor de redding van Italiaanse banken, hoe groot worden de bijdragen en welke definitie wordt daarvoor gebruikt? Dan is er nog de vraag of €55 mrd wel voldoende is om de meeste Europese banken te redden? Ter vergelijking: tijdens de jongste bankencrisis vloeide er van 1 oktober 2008 tot 31 december 2011 ruim 1615 miljard euro overheidsgeld om zieke banken overeind te houden. Volgens Brussel ging het in die periode in Nederland om 95,16 miljard. En dan die termijn van 10 jaar die de banken krijgen om het geld bijeen te sprokkelen. Hoe gaan banken tot 2025 gered worden. Hoe gaat het verder met de herkapitalisatie van de Europese banken, die volgend jaar moet worden doorgevoerd? Heel veel vragen, zonder politieke antwoorden. Voor mij is deze financieel/politieke uitspraak een stap in het duister. Ik betwijfel of er ooit iets van terecht komt. Ik plaatst enkele kanttekeningen bij de tot dusverre bereikte resultaten. De aanpak van het project dat op tafel ligt over de wijze waarop falende Europese banken moeten worden aangepakt: hoe, door wie en voor wiens rekening op hoofdlijnen geeft weinig vertrouwen. De doelstelling over de wijze waarop banken gered gaan worden in de toekomst, de rekening wordt niet meer bij de belastingbetaler neergelegd, is ondoorzichtig. Er komt een fonds, waarin de banken een bedrag moeten gaan storten van rond de €55 mrd, dat de eerste tien jaar wordt ingedeeld in nationale compartimenten, die op verzoek van de Duitsers daarna geleidelijk aan moeten samensmelten tot een Europese 'pot'. Deze stroppenpot wordt onttrokken aan het democratisch toezicht. Het Europees Parlement wordt 'buitenspel' gezet. Duitsland eist dat Duitse spaarbanken niet onder het toezicht komen van de ECB, maar van de Bundesbank. De vraag rijst dan wat de Duitsers te verbergen hebben? Voor de hand ligt dat er eerst nog verliezen moeten worden weggewerkt en balansen moet worden schoongepoetst voordat duidelijk wordt dat niet alle Duitse spaarbanken voldoen aan de normen die aan banken worden gesteld. Je moet je niet voorstellen dat Merkel het Duitse volk moet gaan vertellen dat niet al het spaargeld op een zorgvuldige wijze wordt beheerd. De Duitse voorwaarde dat het Duitse compartiment in de Europese 'pot' voorlopig niet mag worden gebruikt om Italiaanse en Spaanse banken te redden, doet onrealistisch aan. Het is een uiting van nationalistisch denken, niet Europees. Ook over de beslissingen die door de resolutie-autoriteit moeten worden genomen is de besluitvorming troebel. De regeringsleiders moeten hier volledig uit beeld. Het is een waanzinnig idee om de regeringsleiders in charge te brengen als er ergens een bank op omvallen staat. Het doel is goed, de uitwerking krijgt van mij een dikke onvoldoende omdat een aantal cruciale onderdelen pas over >10 jaar, door een volgende generatie politici moeten worden uitgevoerd. De vraag over hoe nu verder met deze politieke elite geeft slechts 2 opties: doormodderen totdat deze incapabele, nationaal ingestelde, regeringsleiders vastlopen in de modder doordat ze niet langer het vertrouwen genieten van externe e/o financiële partijen dan wel kiezen voor politici met een visie op Europa met alle ups en downs die dat nog met zich mee gaat brengen. Doorgaan met behoud van het welvaartsniveau van voor 2008 is een gepasseerd station.

En verder de lobby van de Bankensector met betrekking tot het versterken van de solvabiliteit van de Europese banken. In 2010 bestond er overeenstemming, Wellink weet daar alles van, over verhoging van de buffers tot 8% voor nutsbanken en tot 11% voor de systeembanken. Dat waren heel goede besluiten, die toen genomen werden. Maar die zijn inmiddels alweer onder tafel geschoffeld. De banken verzetten zich, met hand en tand, nu al tegen 4%. Drie procent zou het maximaal haalbare zijn. Daarmee wordt de belastingbetaler niet gesauveerd. De politiek is momenteel bezig met een ‘strafexpeditie’ tegen de bankensector. Ze doet dat om invloed terug te winnen in de samenleving. Het bankbashen gaat echter ten koste van welvaart en economische groei. Politici moeten niet vergeten dat Nederland als handelsnatie alle belang heeft bij een gezonde bankensector. De nieuwe generatie bankbestuurders moeten nieuwe kansen krijgen voor het duurzaam leiden van banken. Ze moeten vooral dienstbaar zijn aan de samenleving en niet leunen op het spaargeld van de burgers. Deze kritische woorden zijn niet afkomstig van een bankier, maar van Antony Burgmans. Lees dit artikel verder op http://fd.nl/economie-politiek/994713-1312/burgmans-hekelt-aanpak-bankensector-door-politiek Standard & Poor’s gaat ervan uit dat Nederlandse belastingbetalers nog zeker twee jaar feitelijk garant zullen moeten staan voor de banken, in het geval die in de problemen komen. Hoewel er in Nederland en Europa al flinke stappen zijn gezet om de reddingslijn tussen overheden en banken door te snijden, verwacht dat kredietbeoordelaar dat de achtervang de komende twee jaar nog intact zal moeten blijven. Direct gevolg van de afwaardering van de Staat naar AA+ was de afwaardering van ING Bank en de twee 'overheidsgerelateerde' banken BNG Bank (Bank der Nederlandse Gemeenten) en NWB Bank (de Waterschapsbank). Eerder had S&P al Rabobank afgewaardeerd. De kredietbeoordelaar ziet aanhoudende druk op de winsten van banken vanwege de lage economische groei en consumentenvertrouwen. Ook neemt de regeldruk op banken toe, waardoor de resultaten onder druk zullen blijven staan. S&P benadrukt dat het Nederlandse bankensysteem 'gezond' is en verwacht dat de kapitaalpositie van de banken de komende tijd verder zal verbeteren. S&P gaat er echter ook vanuit dat, mocht er een bank dreigen om te vallen, de Staat alsnog zal inspringen. Die aanname beperkt zich niet tot ons land. S&P gaat ervan uit dat het Europese bankwezen nog kwetsbaar is. Van de 50 Europese topbanken lopen er 30 nog een kans op een lagere creditrating. Het herstel van de economie in de EU verloopt nog langzaam en de omstandigheden zijn nog onzeker waardoor de opbouw van buffers traag verloopt. Een ander aspect is de lage rentestand en de door de Europese politici opgelegde afdracht van 1% van de verzekerde tegoeden voor de opbouw van het resolutiefonds. Daarbij komt ook nog de herkapitalisatie van de financiële instellingen. S&P maakt het allemaal nog ondoorzichtiger met de prognose dan de Europese banken voor het aanleggen van grotere buffers (Basel III) voor 2019 nog €110 mrd nodig zullen hebben. Daarbij komt dat er terughoudendheid bij de banken is bij het verstrekken van hypotheken en de kredietverlening aan het bedrijfsleven en specifiek aan het MKB. Ook al bereiken de regeringsleiders komende donderdag overeenstemming over de Bankenunie dan nog zal het Europees Parlement zich over het voorstel willen buigen, moeten 28 nationale regeringen het voorleggen aan de 28 parlementen en als al die stappen succesvol kunnen worden gezet blijft het laatste woord aan het Constitutionele Hof in Karlsruhe, die zich moet uitspreken of de Bankenunie niet tegenstrijdig is met de Duitse Grondwet. En dat allemaal met op de achtergrond de verkiezing van een nieuw Europees Parlement op 22 mei 2014. Het kan niet zo zijn dat de Bankenunie een niet-democratische instelling wordt die zich onttrekt aan parlementaire controle. Wordt vervolgd.

Een nieuwe wereldwijde recessie in 2014 ligt nog altijd op de loer, vooral omdat overheden er niet in slagen om de torenhoge staatsschulden terug te dringen. Daarvoor waarschuwt de Amerikaanse econoom Eugene Fama, een van de Nobelprijswinnaars voor Economie. Hij maakt zich met name zorgen over de financiering van de schuldbergen in de Verenigde Staten en Europa (ik zou Japan erbij willen voegen). 'Als er weer een recessie komt, dan komt die wereldwijd', zegt Fama. Hij stelt vraagtekens bij een aantal zaken: de enige reden waarom de werkloosheid in de VS volgens hem onlangs is gedaald tot 7%, het laagste niveau in vijf jaar tijd, is omdat mensen helemaal zijn gestopt met solliciteren. 'Het herstel op de arbeidsmarkt is vreselijk verlopen. Ik ben er helemaal niet gerust op en ik geloof niet dat we erg goed uit de vorige recessie zijn gekomen', constateert de topeconoom. Hij maakte naam met zijn analyse hoe actuele prijzen van bijvoorbeeld aandelen, obligaties en huizen (financiële activa) zich ontwikkelen en doorwerken op de financiële markten.

DNB ziet een voorzichtig herstel in de toekomst. Wat heeft het voor zin om nu al naar buiten te komen met de stelling dat de centrale bank aan de Weteringschans over 1½ jaar een lichte verbetering van de economie verwacht. Maar om niet al te enthousiast over te komen: de werkeloosheid blijft wel stijgen. Nederland heeft de weg naar boven weer gevonden maar …… het herstel is verre van uitbundig. Het zal zeker nog wel even duren voordat de gevolgen doordringen tot de samenleving. Pas aan het einde van dit decennium zal de werkeloosheid stabiliseren. Wat moet ik met die prietpraat van Job Swank. Een paar parameters staan er wat vriendelijker bij. Maar in 2014 daalt de binnenlandse consumptie nog altijd met 1,3%. DNB is er bij de Economische Verkenningen altijd vanuit gegaan dat er bij prognoses tegenvallers kunnen optreden, waardoor ze moeten worden aangepast. Terecht. Maar deze keer zijn er ook nog onbekende meevallers in de prognoses meegenomen. Als die meevallers er niet komen moeten de aannames neergaand worden bijgesteld. Ik zal zeker niet bestrijden dat zich meevallers kunnen voordoen, maar ga daar niet van uit, want dan vallen de echte cijfers tegen en verliezen de producenten en consumenten nog meer het vertrouwen in de overheid. Juist ook omdat het vertrouwen in Rutte en zijn kabinet al zwaar is aangetast. Wat gaat er gebeuren als er geen politieke overeenstemming ontstaat over de inrichting van de Bankenunie of als Griekenland, tegen de verwachtingen van de Eurogroep in, toch uit het euro-project stapt? Blijven alle aannames voor 2015 dan overeind? De Telegraaf kwam deze week met het bericht dat de automobilist het pensioengat moet gaan dichten doordat het kabinet de aanschafbelasting voor nieuwe auto's (bpm) zou gaan verhogen. Het overleg van het kabinet met de 5 oppositiepartijen ligt al bijna 2 weken stil. Afhankelijk van welke oplossing uit de bus rolt, is het financiële gat dat opgevuld moet worden naar verwachting minimaal 400 tot 500 miljoen euro per jaar. Regeringspartijen VVD en PvdA en oppositiepartijen CDA, D66, CU, GroenLinks en SGP moeten nu knopen gaan doorhakken wat voor hen acceptabel is en wat niet. Ingewijden stellen dat CDA en GroenLinks waarschijnlijk zullen afvallen, omdat hun eisen onhaalbaar zouden zijn. Maar de coalitie heeft, naar verluidt, ook nog de handen vol aan het meekrijgen van de CU. Deze partij hecht zeer aan een hoger opbouwpercentage, maar dat betekent ook een groter gat in de begroting. De CU verwacht nu een concreet pensioenvoorstel van het kabinet. Tot nu toe hebben de pensioenwoordvoerders van de partijen met Dijssel alleen gepraat over oplossingen ’binnen het dossier’, dat wil zeggen dat er geld moet worden gevonden in de pensioenen. Onder andere pensioenuitvoerders zullen hun btw-vrijstelling kwijtraken, wat ruim €100 mln moet opleveren. Ook het ’aftoppen’ van de fiscaalvriendelijke pensioenopbouw bij een bepaalde inkomensgrens levert geld op, maar over de hoogte van die grens zijn VVD en PvdA onderling zeer verdeeld.

Uit de laatste politieke peiling van Maurice de Hond blijkt dat alle oppositiepartijen, getoetst aan de verkiezingsuitslag van 12 september 2012, plussen, terwijl de beide coalitiepartijen minnen, de VVD met 21 zetels, de PvdA met 25 zetels. De grootste winst gaat naar de PVV (29) met 14 zetels, daarna D66 (21) met 9 zetels, de SP (23) met 8 zetels. Het CDA pluste 2 zetels, ten koste van de VVD en D66 en komt met 18 zetels op een plus van 5 zetels. In de peiling werd ook gevraagd naar het vertrouwen in de fractievoorzitters. Daar krijgt Emile Roemer (SP) het hoogste rapportcijfer (4,9) gevolgd door Alexander Pechtold (D66) en CDA-leider Sybrand Buma (4,6). Wilders, die vrijwel onderaan staat (3,7) scoort wel het hoogst onder de eigen kiezers (7,8). Samsom scoort het laagst onder de eigen kiezers (4,8). Wat hier opvalt is dat geen enkele fractieleider een vijfje haalt, laat staan een voldoende.

Kort Nieuws

De Kerstinkopen liggen dit jaar wat lager dan die van vorig jaar. Het percentage Nederlanders die de Kerst gaan vieren daalt van 89 naar 86 en ze besteden ook wat minder. Er wordt meer thuis gegeten dan buiten de deur, meer mensen hebben een kunst- kerstboom en ze besteden ook minder geld aan cadeaus.

Het CBS meldde, in de hype om met positieve berichten naar buiten te komen, dat de industriële productie in oktober met 0,4 was gestegen. Deze week meldde Eurostat dat in de eurozone de industriële productie in oktober met 1,1% was gedaald en dat Nederland met 0,3% was afgenomen. Dat maakt dus een verschil met het CBS van 0,7%. Het CBS neemt de gaswinning niet mee, omdat daarbij de onzekerheid van het weer een rol speelt, zeggen ze. Eurostat neemt die data voor alle 28 EU-landen wel mee.

Ook de economische bureaus van de ING en de RABO kwamen met positieve vooruitzichten voor de Nederlandse economie in 2014. De eerdere schatting van de ING werd verhoogd van 0,0% naar 0,5% en die van de RABO van 0,0 naar 0,25-0,5%. Het optimisme is gebaseerd op onze exportkansen, die toenemen. Ik neem die optimistische prognoses nog niet over. Ik zie nog veel te veel dossiers, waarover nog geen visie is. Als ik kijk naar de hervormingen die in ons land moeten worden doorgevoerd en in Europa nog moeten worden opgestart dan is er nog veel werk te doen voordat er geclaimd kan worden dat er licht in de tunnel zichtbaar wordt. De exporterende industrie doet het goed en beperkt op die wijze een val van onze economie, maar die kunnen in hun eentje dit land niet redden. Daarvoor moet de politiek een visie op tafel leggen voor de toekomst op de middellange en langere termijn.

Slotstand indices 13 december 2013/week 50: AEX 376,86; BEL 20 2.751,81; CAC 40 4.059,71; DAX 30 9.006,46; FTSE 100 6.439,96; SMI 7828.91; RTS (Rusland) 1391,85; DJIA 15755,36; Nasdaq 100 3456,401; Nikkei 15403,11; Hang Seng 22009,53; All Ords 5.101,50; €/$ 1,3742; goud $1238,70, dat is €28.952,87 per kg, 3 maands Euribor 0,282%, 10 jarig 2,135%.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch met de tags , , , . Bookmark de permalink.