UPDATE08022011

De Ierse regering heeft opnieuw geld uit het Stabiliteitsfonds nodig om de Ierse banken van de ondergang te redden. Het zou gaan om 50 mrd euro.

Anglo Irish Bank denkt in 2010 een recordverlies van 17,6 miljard euro te hebben geleden. Dat laat de genationaliseerde Ierse bank weten. Het enorme verlies tekent volgens de bank het ,,buitengewoon moeilijke jaar'' dat de Ierse bankensector en economie hebben doorgemaakt. De bank moest afgelopen jaar bijna 8 miljard euro afschrijven op leningen en verloor 11,5 miljard euro door de verkoop van bezittingen aan de 'bad bank' van de overheid, het fonds dat is opgezet om problematische bezittingen van de banken op te kopen. Anglo Irish, dat in 2009 al 12,7 miljard euro verloor, ging de afgelopen jaren bijna ten onder aan de ineenstorting van de Ierse vastgoedmarkt. De bank werd gered door de Ierse overheid, die ongeveer 30 miljard euro in de noodlijdende bank pompte. De Ierse overheid kreeg dat geld weer uit het EU-noodfonds.

 

De leiders van de zeventien landen die de euro hanteren, komen waarschijnlijk op zondag 13 maart bijeen in Brussel. Tijdens de extra topontmoeting willen ze praten over een pakket maatregelen om de schuldencrisis in de eurozone aan te pakken. Het gaat dan om het beter laten functioneren van het noodfonds voor de euro, maar ook over meer economische samenwerking en strengere straffen voor lidstaten die de EU-begrotingsregels negeren. De leiders van de niet-eurolanden zijn niet zo blij met het initiatief. Ze voelen zich buitengesloten. Tijdens de EU-top van afgelopen vrijdag legden Duitsland en Frankrijk een plan op tafel om de eurozonelanden economisch beter te laten samenwerken. De best presterende lidstaten, zoals Duitsland, Nederland en Finland, zouden als maatstaf moeten dienen. Volgens een uitgelekte notitie wil Duitsland op allerlei terreinen het beleid gelijkschakelen, bijvoorbeeld bij de vennootschapsbelasting, de pensioenen en de loonpolitiek. Diverse regeringsleiders, onder wie premier Mark Rutte, maakten duidelijk daar niets voor te voelen. Wordt vervolgd.

 

VPRO/Tegenlicht zond gisteravond de drama documentaire '2011, het jaar dat de euro valt' uit, waarin feit en fictie worden samengebracht tot een realistische verfilming van een scenario over de mogelijke toekomst van de euro. Dit toekomstscenario van van de hand van Kees Vendrik, financieel specialist van de Groen-Links fractie in de 2e Kamer, wordt deels verteld, deel verfilmd, en aangevuld met commentaren van Cees Maas, ex-thesaurier van het Ministerie van Financiën en cfo bij de ING Bank in de periode 2004-2007 (voorafgaand aan de bankencrisis), Gerrit Zalm, liberaal, oud-minister van Financiën en thans de topbestuurder bij ABN/Amro, Guy Verhofstadt, oud-premier van België, liberaal, en Arnoud Boot, hoogleraar Financiële Markten aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast spelen onder andere mee Philip Freriks, ex-anchormen van het NOS-journaal van 8 uur, NOS correspontente in Parijs Saskia Dekkers, financieel analist Mathijs Bouman, presentator bij RTLZ, de PVV-politicus Barry Madlener en Geert Mak, historicus. Het uitgaanspunt van deze drama-doku is het gegeven dat de euro onder vuur ligt van de financiële markten. Er zijn constructiefouten in de gezamenlijke munt aan de oppervlakte gekomen en die hebben het grootse Europese project aan de rand van de afgrond gebracht. Gaat de euro vallen en wat gaat er dan gebeuren? In een reactie op de website van de VPRO vraagt Olaf, na het zien van deze drama-docu wat er met zijn spaarcentjes gaat gebeuren? Olaf heeft het begrepen, heel veel anderen helaas niet. Die roepen maar wat, veelal onzin! De vraag die Tegenlicht aan de orde stelt is wat er gaat gebeuren als de euro zou vallen en hoe burgers daarop moeten reageren? Kunnen we de Nederlandse economie ontvlechten uit het web dat euro heet, en wat zijn de gevolgen? Tegenlicht kijkt vooruit naar de wereld van morgen en of er een toekomst is voor de euro. Het script is van Kees Vendrik, verder werken o.a. mee Gerrit Zalm, Cees Maas en Guy Verhofstadt. Deze documentaire is actueel gezien de ontwikkelingen in Egypte van deze week. Daar vielen vorige week in delen van het land de economie en geldtransacties stil als gevolg van het besluit van de regering het internetverkeer met de social networks plat te gooien. Door die beslissing van Mubarak c.s. viel in grote delen van Egypte het internet- en telefoonverkeer uit. Winkels werden geplunderd, banken waren dicht, geldautomaten waren leeg, internet lag grotendeels plat, waardoor geen creditcard- en pinbetalingen konden plaatsvinden. In theorie zou er een ruilhandel moeten zijn opgestart want mensen moeten toch eten. Op de vlieghaven van Caïro werd voor een flesje water 10 euro gevraagd. De conclusie moet zijn dat er chaotische toestanden ontstaan en de harmonie in financieel/economische zaken op slag is verdwenen, in dit geval, bij een burgerlijke opstand. Maar de drama-docu '2011, het jaar dat de euro valt', wordt een beeld geschapen dat U als lezer van UPDATE bekend moet zijn voorgekomen. En voor Olaf heb ik helaas geen goed nieuws. Ik twijfel of een zo genereuze geldelijke tegemoetkoming zoals de spaarders van de IceSave en de DSB bank hebben gekregen van de minister dan Financiën overeind kan blijven, dat zal de tijd leren. In feite heeft Vendrik een sf-scenario gepresenteerd dat vrijwel naadloos aansluit bij mijn visie op heden en toekomst: van de wereld, de EU, de eurozone, Nederland, de staatsschuld, de euro, het vacuüm aan leiderschap, economische groei, de banken. Zelfs in hoofdstuk 5: het happy end, is de docu actueel. Vorige week presenteerden Angela Merkel en Nicolas Sarkozy aan de Europese Raad, in Brussel bijeen, een 'European Pact', een politieke, economische, sociale en fiscale Europese Unie, die in de documentaire wordt gepresenteerd als de Verenigde Staten van Europa en waarbij Geert Mak vraagtekens bij stelt. Hij vraagt zich hardop af of dat nu wel is wat de grote verscheidenheid aan culturen nu wel echt willen. Verder is onduidelijk welke prijs de rijkere landen, waaronder ik ook Nederland reken, moeten gaan betalen aan fusie. De andere zijde van de medaille is dat Europa in de toekomst zal degraderen uit de eredivisie naar de eerste en misschien later zelfs wel naar de tweede divisie.

Ik heb er maanden geleden al voor gewaarschuwd toen de Jager stelde dat onze gestegen export vooral gaat de naar de EU-landen, dat er mogelijk risico's zitten aan deze exportgroei. Ik heb toen erop gewezen dat alle 26 landen van de EU onze vrienden zijn geworden en dat je voor een vriend wat over moet hebben, ook als die vriend in de problemen zit. Het gevolg kan zijn dat wij exporteren naar EU-landen, die de rekening niet kunnen betalen. Daar is een oplossing voor. De producent krijgt een order om goederen te leveren en hij kent de problemen bij de importeur. Het bedrijf gaat naar kredietverzekeraar die buitenlandse debiteurenvorderingen dekt. Als de rekening van de transactie niet tijdig wordt betaald dan claim je dat bedrag bij de verzekeraar. Gaat het over een buitenlandse afnemer dan maakt de verzekeraar gebruik van de garanties die het Ministerie van Financiën daarvoor ingeruimd heeft. En als de importeur echt niet in staat is te betalen dan betaalt de overheid van dat land uiteindelijk de rekening met staatsobligaties, waarvan je dan maar moet afwachten wat die opleveren. Het was wel even schrikken toen gisteren drie vooraanstaande economen waarschuwden dat de belastingbetaler grote risico's loopt omdat de overheid steeds vaker garant staat. Even wat cijfers: Nederland geeft per jaar uit aan onderwijs 30 mrd, aan zorg 60 mrd, het bbp is 600 mrd, de staatsschuld is iets tegen de 400 mrd euro aan en voor hoeveel geld staat de Staat garant: schrik niet 209.000.000.000 euro. Dus > de helft van de staatsschuld en 1/3 deel van het bbp. De groei van deze garantstellingen door de Staat is spectaculair: in 2008 ging het nog maar om 75 mrd, in 2009 om 164 mrd en momenteel om 209 mrd, onder te verdelen in 95 mrd voor banken en verzekeraars, 33 mrd voor het Stabiliteitsfonds/EFSF van de muntunie/euro en 80,5 mrd voor het bedrijfsleven. De economen Arnoud Boot, Lans Bovenberg en Bas Jacobs trekken aan de noodrem: "Als het toch slecht gaat, kunnen die garanties ingeroepen worden. En dat is een groot risico voor de belastingbetaler". Volgens minister De Jager van Financiën verdient Nederland vooral aan de garantstellingen. Dat is waar: asociaal veel. Aan de garantstelling voor Ierland verdienen we 2%. "Het is fors", zei De Jager op het moment dat Nederland garant ging staan voor Ierland. Econoom Jacobs hekelt de opstelling van de minister. "Het is laakbaar dat hij dit soort uitspraken doet. Want garant staan is niet gratis. Het risico heeft een prijs voor de Nederlandse belastingbetaler" en waarom wordt hem dat niet verteld? Onno Ruding, de ooit briljante bankier, zei er ook wat over in Nieuwsuur, maar dat ging helemaal nergens over. Hij hield alleen de hand boven het hoofd van de Jager (ook CDA).

De Jager wil nu wel gaan inventariseren hoe groot de risico's precies zijn. "Het is zeker een groot bedrag, internationaal trouwens niet ongebruikelijk, en we gaan er toch heel kritisch naar kijken", aldus De Jager. "Wat is het nut en de noodzaak en wat is de prijs die je vraagt in verhouding tot het risico?".

Er is de nodige opschudding ontstaan over een uitzending van Zembla/VARA van afgelopen zaterdag over de problemen bij de pensioenfondsen. Die problemen zijn niet nieuw. Tien jaar geleden heb ik bij de vakbond al aan de bel getrokken over het beleid van de bestuurders van de pensioenfondsen. Mij werd toen al duidelijk dat een aantal bestuurders onbekwaam waren om een pensioenfonds te besturen. Nu heeft Zembla gerapporteerd dat de Nederlandse pensioenfondsen in vergelijking met andere beleggers in Europa de afgelopen 20 jaar slecht hebben gepresteerd. In totaal liepen de institutionele beleggers daardoor 145 miljard euro mis. Per pensioendeelnemer komt dat neer op gemiddeld 20.000 euro. “Als dit private beleggingen waren geweest, dan had je je vermogensbeheerder al lang aan de kant gezet en een ander gezocht'', zegt Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Maar dat kunnen Nederlandse werknemers niet doen, want ze zijn verplicht deelnemer aan die pensioenfondsen.'' Een werknemer werkt een dag in de week voor zijn pensioenpremie, maar ook maar de geringste invloed op wat er met dat geld gebeurt heeft hij niet. Een deel van het probleem komt voort uit een wijziging van het beleggingsbeleid. De pensioenfondsen zijn vanaf de jaren negentig steeds meer in aandelen gaan beleggen. In 1989 mocht 15% in aandelen worden belegd, nu is dat 61%. Twee beurscrises, in 2002 en 2008, hebben de fondsen daardoor flink uitgehold, aldus Zembla. De Nederlandsche Bank concludeerde in 2009 dat de pensioenfondsen 112 miljard euro hadden verloren door de beurscrash van een jaar eerder. Als de beleggingsmix vanaf 1989 hetzelfde was gebleven, n.l. 15 procent aandelen, zou er nu bovendien 36 miljard euro meer in de pensioenkassen hebben gezeten. De switch naar meer aandelen is dus een gigantische flop geworden. Zembla onderzocht daarnaast ook de omvang van de zogenaamde ‘uitholling’. Eind jaren tachtig waren de pensioenkassen goed gevuld. Het kabinet Lubbers besloot toen tot premieverlagingen bij het pensioenfonds ABP en haalde ook geld uit de kas om het begrotingstekort te dekken. In totaal haalden meerdere kabinetten 13 mrd euro uit het ABP. ‘Naar mijn mening was de situatie op orde’, zegt oud-minister Ruding daar nu over. ‘Je moet met ieder pensioenfonds, ook bij het ABP, met buffers werken. Je kunt er over twisten hoeveel, 120 procent misschien, maar zeker geen twee- of driehonderd procent.’ Het bedrijfsleven volgde dit voorbeeld en hevelde ook miljarden uit de pensioenfondsen naar het eigen bedrijf over. Als deze uitholling niet zou hebben plaatsgevonden, zou er volgens de analyse van Zembla nu 799 miljard euro méér in de pensioenkassen zitten, meer dan een verdubbeling van de huidige reserves. De dekkingsgraad zou dan 240 procent zijn geweest, meer dan genoeg om de gestegen levensverwachting, inflatie en financiële tegenvallers op te vangen. ‘Of mijnheer Ruding nu vindt of het wel of niet genoeg is wat in de kas zit, dat is voor mijnheer Ruding geen reden om zijn hand in die kas te steken. Dat noemen wij dus in gewone mensentaal diefstal’, zegt professor Kees de Lange, voorzitter van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen. ‘Wij hebben de pensioenfondsen al een aantal jaren voor de risico's van beleggen in aandelen gewaarschuwd, ook al vóór de kredietcrisis. Maar in een periode dat de bomen tot in de hemel groeien, is dat een boodschap die niet erg overkomt’, aldus Joanne Kellerman, directeur pensioenen bij De Nederlandsche Bank. Peter Gortzak, vice-voorzitter van het FNV, zegt dat van pensioenroof of diefstal geen sprake is. Wij hebben gedaan wat we konden!

Nu is de politiek aan bod. De Tweede Kamer eist opheldering van de pensioenfondsen over hun beleggingsbeleid. Aanleiding is een brief van de belangenorganisatie van accountants (NBA) en beweringen van het televisieprogramma Zembla dat de pensioenen de laatste jaren slecht zijn beheerd. De NBA zei eerder deze week in een open brief dat de pensioenfondsen de suggestie wekken dat werknemers een waardevast pensioen krijgen, terwijl dat helemaal niet zeker is. De beroepsorganisatie wil dat deelnemers aan de pensioenfondsen daarom beter voorgelicht worden over de risico's die zij lopen.

DFT meldt dat de Duitse industrie in december 3,4 procent minder nieuwe orders heeft ontvangen dan een maand eerder. Dat maakte de Duitse centrale bank bekend. Daarmee viel de daling aanzienlijk sterker uit dan verwacht. Economen hadden tegen persbureau Reuters gemiddeld een afname met 1,5 procent voorspeld. De meest negatieve voorspelling ging uit van een daling met 2,6 procent. In november kwamen nog 5,2 procent meer orders binnen dan in de voorgaande maand. In de maanden november en december samen kreeg de Duitse industrie gemiddeld ruim 21 procent meer nieuwe orders dan in dezelfde periode in 2009.

DFT meldt dat de Japanse regering op korte termijn hervormingen moet doorvoeren om de enorme schuldenlast van het land aan te pakken. Dat zegt de president van de Japanse centrale bank, Masaaki Shirakawa. ,,De Japanse overheidsfinanciën staan er slecht voor''. Daardoor dreigt het vertrouwen in Japan af te nemen, wat zeer negatieve effecten kan hebben voor de economie, waarschuwde hij. Japan kampt met een schuldenlast die bijna twee keer zo groot is als de omvang van de eigen economie. Om die reden verlaagde kredietbeoordelaar Standard & Poor's eind januari de beoordeling van de kredietwaardigheid van het land. De vergrijzing van de Japanse bevolking zet de komende jaren steeds meer druk op de overheidsfinanciën, die nu al voor een derde deel worden gebruikt om de sociale voorzieningen te betalen. Premier Naoto Kan heeft daarom aangekondigd het sociale stelsel en het belastingsysteem op de schop te willen nemen. De oppositie weigert hier voorlopig echter aan mee te werken. De druk op Japan van de financiële markten valt tot nu toe mee, omdat de staatsschuld bijna helemaal in handen is van binnenlandse schuldeisers, zoals banken en pensioenfondsen. Analisten waarschuwen echter dat de druk op de regering de komende jaren toeneemt, als steeds meer gepensioneerden hun spaarpot aanspreken.

De Britse regering heeft besloten een extra belastingheffing op de bankensector in één keer door te voeren in plaats van een gefaseerde introductie. Londen kiest daarmee voor de harde lijn in de confrontatie met de banken, bedoeld om een verlaging van de bonussen te realiseren. Britse banken als Barclays en HSBC en de onderdelen van onder meer Goldman Sachs en Deutsche Bank in het Verenigd Koninkrijk moeten dit jaar 2,5 miljard pond sterling (2,95 miljard euro) betalen. Aanvankelijk zou het dit jaar om 1,7 miljard pond gaan, geleidelijk opgevoerd naar 2,5 miljard pond in 2012. Onder de codenaam 'Project Merlin' wil de Britse minister van Financiën, George Osborne, bewerkstelligen dat de sector meer geld uitleent aan kleine en middelgrote bedrijven. Dat geld moet worden vrijgemaakt door de bonussen te verlagen. Veel Britten houden banken verantwoordelijk voor de crisis en zijn verbolgen over de enorme bonussen die ook vorig jaar werden uitgekeerd. De bankiers in de City zijn des duivels. 

De Chinese centrale bank heeft voor de derde keer in vier maanden de rente verhoogd. De maatregel moet de inflatie verder indammen. De officiële rente gaat nu, na de verhoging met een kwart procentpunt, naar 6,06 procent. De Chinese autoriteiten proberen met een reeks van ingrepen de inflatie de baas te blijven. Zij vrezen dat de stijgende prijzen de sociale onrust zullen vergroten. Peking stelde ook al meerdere keren hogere eisen aan de kapitaalreserves die banken moeten aanhouden. Op deze manier zouden de banken minder uitlenen en zou er minder geld in omloop komen. De inflatie in China kwam in december uit op 4,6 procent. Een daling ten opzichte van november, toen de prijsstijgingen op 5,1 procent uitkwamen. De president van de Chinese centrale bank, Zhou Xiaochuan, zei in januari al dat de inflatie nog steeds te hoog was en dat er meer maatregelen zouden volgen. De olieprijs reageerde sterk op de renteverhoging in China. De prijs van een vat ruwe Amerikaanse olie daalde met 1,3 procent tot 86,38 dollar. Oliehandelaren denken dat door de renteverhoging de Chinese economie minder sterk zal groeien, waardoor de vraag naar olie afzwakt. Op de Europese beurzen bleef een reactie vrijwel uit.

De productie in de Duitse industrie is in december onverwacht voor de tweede achtereenvolgende maand gedaald. Dat bleek uit nieuwe cijfers van het Duitse ministerie van Economische Zaken. De industrie produceerde 1,5 procent minder dan in november. Economen hadden een kleine toename (0,3 procent) voorspeld. In november nam de productie volgens een nieuwe schatting al met 0,6 procent af. Eerder werd voor die maand een krimp van 0,7 procent gemeld. Volgens het ministerie werd de productie in de laatste maand van vorig jaar sterk beïnvloed door het winterse weer. De bouwproductie lag daardoor bijna een kwart lager dan in de voorgaande maand. In de maanden november en december samen lag de productie van de Duitse industrie nog altijd ruim 10 procent hoger dan een jaar eerder. In deze periode ging alleen de bouwproductie omlaag (min 6 procent).

In 2010 zijn 9620 faillissementen uitgesproken van bedrijven en natuurlijke personen. Dat is 9 procent minder dan in 2009. Het aantal bedrijfsfaillissementen kwam het afgelopen jaar uit op 6300. Dat is weliswaar 10 procent minder dan in 2009, maar volgens het CBS nog altijd een van de hoogste aantallen bedrijfsfaillissementen ooit in een jaar. In de bouw en de horeca nam het aantal bedrijven dat over de kop ging verder toe, met respectievelijk 20 en 7 procent. In alle andere sectoren daalde het aantal bedrijven dat de deuren noodgedwongen moest sluiten. Ondanks een sterke daling, was de zakelijke dienstverlening nog altijd de bedrijfstak met de meeste faillissementen. Zo'n 1500 bedrijven hielden ermee op, volgens het CBS veel rechtskundige, dienstverlenende en economische adviesbureaus, uitzendbureaus, architectenbureaus en technisch adviesbureaus. ,,Ook in de handel en reparatie was sprake van een hoog aantal faillissementen, vooral in de groot- en detailhandel in kleding en schoenen en in meubels en woninginrichting.'' In de bouw waren het vooral bedrijven in de utiliteitsbouw, zoals kantoren en scholen, die bankroet gingen. In de horeca waren het vooral restaurants en cafés die op de fles gingen. Binnen de financiële dienstverlening was de afname van het aantal faillissementen het afgelopen jaar het grootst, gevolgd door de zakelijke dienstverlening en de handel en reparatie van consumentenartikelen. Het aantal natuurlijke personen, particulieren en vennoten, dat niet meer aan de betalingsverplichtingen kon voldoen, daalde het afgelopen jaar met 7 procent tot 2300. ,,Verder werden in 2010 duizend eenmanszaken, waarvan ongeveer de helft zzp'ers, failliet verklaard'', aldus het CBS. Dat is 6 procent minder dan een jaar eerder.

DFT meldt dat de economie van India in het huidige boekjaar, eindigend op 31 maart, naar verwachting groeit met 8,6 procent. Het gaat om het hoogste groeitempo in drie jaar, ondanks een reeks renteverhogingen bedoeld om de economie af te remmen. De overheid baseert de prognose op groeicijfers van meer dan 8 procent voor sectoren zoals de industrie, de bouw, financiële dienstverlening en vastgoed. De economie groeide tussen 2006 en 2008, voordat de wereldwijde crisis had ingezet, met gemiddeld 9,5 procent. In het boekjaar 2008-2009 vertraagde de groei tot 6,7 procent. India heeft na China de snelstgroeiende economie ter wereld. Beide landen worstelen met de sterk stijgende inflatie, gedreven door aanhoudende hoge voedselprijzen. Premier Manmohan Singh van India waarschuwde vorige week al dat de stijgende prijzen een serieuze bedreiging vormen voor de economische groei. De Indiase centrale bank, Reserve Bank of India, heeft de rente sinds maart al zeven keer verhoogd om oververhitting van de economie te voorkomen. Mede daardoor is de groei van de industriële productie in het huidige boekjaar afgezwakt tot 8,8 procent, vergeleken met 11 procent een jaar eerder.

In de vorige UPDATE heb ik een reactie gegeven op de vraagstelling over 'Luchtfietsen'. Daarbij blijkt dat ik voorbij gegaan ben aan de stelling van prof Tissen dat een 100-jarige staatsobligatie altijd zal leiden tot verlies van vertrouwen in geld. Tissen formuleert dat als volgt: “Er verschijnen voorstellen om 100-jarige staatsobligaties uit te gaan geven! Dat is inderdaad een manier om schulden oneindig ver voor je uit te schuiven. Zelfs zover dat schulden eigenlijk niets meer waard zijn. Met als gevolg dat geld niets meer waard is.” Het zou hier kunnen gaan om emissie van Amerikaanse bonds, staatsobligaties, waarmee de VS de behoefte aan dollars zou kunnen stillen. Althans dat wordt gesuggereerd. Ik deel de mening van prof Tissen niet. Wij kennen al sinds jaar en dag de zogenaamde perpetuele obligatie. Dat is een vastrentende waarde met een onbepaalde looptijd (geen vastgestelde einddatum) en heeft derhalve een eeuwigdurend karakter. Dat beleggingsproduct is dus vergelijkbaar met een 100-jarige lening. A-sociaal aan zo een product is dat de aflossing pas plaats gaat vinden door onze achter, achterkleinkinderen! Beleggers kopen dit product in een periode dat de rente hoog staat en de perpetuele obligatie onder pari kan worden aangeschaft. Op een moment dat de rente daalt worden de obligaties weer verkocht met een hogere opbrengst. Ik ben het met Tissen eens dat het een ongebruikelijk product is: een 100 jarige staatslening, maar dat dat zal leiden tot verlies van vertrouwen, nee dat volg ik niet. Tenminste niet als de emissie slaagt. Als er in de markt onvoldoende belangstelling voor is, ja dan is er een risico dat de panelen gaan verschuiven. Maar dat is andere koek.

Ons economisch beleid moet maar één doel hebben: kennis produceren waarvoor betaald wordt en werk genereren waarvoor een kennisvraag is, schrijft prof Tissen. China houdt momenteel niet op met de wereld te verbazen. Het land van de mysterieuze glimlach heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een opkoper van buitenlandse economieën. Waar je ook kijkt, China heeft er wel een strategische positie opgebouwd. Of het nu in Afrika is of in Suriname, in Griekenland of Portugal, het maakt niet uit. China is er en zwaait enthousiast met het vlaggetje. De invloed van China kan niet meer worden ontkend, maar wordt dat wel. We zijn geneigd om vriendelijk en begripvol te reageren als China de haven van Piraeus koopt. We zijn niet verbaasd als de Rotterdamse haven door Chinese ondernemingen blijkt te worden gedomineerd. Met een glimlach kijken wij naar de stille uitholling van onze eigen concurrentiekracht. “Ho even, dat loopt zo’n vaart niet”, wordt er dan geroepen. “Ook de Chinezen hebben recht op een beetje welvaart”, stellen de pro-globalisten terecht. “Als zij het beter doen dan wij, mogen ze winnen”. Ook daar is veel voor te zeggen. Telkens als China weer eens laat zien dat het over-dominant wordt, bagatelliseren wij de zaak. China komt immers van ver en is nog lang niet in de buurt van het rijke westen. Misgun ik China iets? Nee, natuurlijk. Het Chinese plan doet erg denken aan de Japanse strategie van de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Toen werd Japan het nieuwe economische wereldwonder genoemd. Het land bleek in staat te zijn om razendsnel kopieën van producten op de markt te brengen, uiteraard tegen lage kosten. Met als gevolg dat iedereen Japans wilde leren. Nu is dat Chinees. Maar om te voorkomen dat China dezelfde weg naar beneden moet bewandelen als Japan is gegaan, pakken de Chinezen het slimmer aan. De regering realiseert zich dat er werkgelegenheid moet worden gecreëerd voor de steeds hoger opgeleide bevolking. Zo’n zes miljoen Chinezen komen per jaar van de universiteit en dat is een mooie groep om ‘werkversnellers’ van te maken. Want geef hen patenten en octrooien en ze gaan aan de slag om geld te verdienen (dat doen Chinezen graag) én om werk te verschaffen (daar krijgen ze opdracht toe). Tot zover geen probleem. We leven gelukkig in een vrije wereld. Die is bij de Chinezen wel véél beperkter dan bij ons, maar juist deze beperkte vrijheid maakt dat het land zich sneller en beter weet te organiseren dan wij in het Westen. Wij praten wat af over innovatie en hebben het dan vooral over de noodzaak om meer in het onderwijs te blijven investeren. Ik zie die noodzaak niet. Wij weten al veel, te veel. Dat verhindert ons om concurrerend te zijn. Kennis moet gecommercialiseerd worden. Ons economisch beleid moet maar één doel hebben: kennis produceren waarvoor betaald wordt en werk genereren waarvoor een kennisvraag is. Zal het nieuwe Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie hier het voortouw nemen? De Chinezen zijn in ieder geval eerder. <einde citaat>

Zonder bezuinigingen zou Nederland verder wegzakken in het moeras van een gefragmenteerde en bureaucratische samenleving, die bol staat van valsheid in geschrifte, oplichting en fraude, met name door instellingen in de publieke sector schrijft prof Heertje in een column. De belastingdienst kampt nog steeds met de nasleep van de miskleunen met de automatisering. Regelmatig worden massaal onjuiste aanslagen verstuurd en ten onrechte dwangbevelen opgelegd. In aansluiting hierop heeft men bij de belastingdienst Utrecht-Gooi een dehumaniserende handelwijze ontwikkeld. Deze handelswijze bestaat uit de volgende componenten. Gemaakte fouten worden ontkend. Cliënten van de belastingdienst worden op afstand gehouden. Medewerkers van de belastingdienst noemen niet langer hun naam. Gemaakte fouten worden toegeschreven aan de systemen. Handmatige correcties zijn onmogelijk. De directeur van de belastingdienst Utrecht-Gooi is onbereikbaar en blijft anoniem. Inspecteurs en andere medewerkers laten belastingbetalers een uur aan de telefoon wachten, waarin zij zogenaamd met een collega doorverbinden. Uiteindelijk komt er dan een dame van de afdeling persvoorlichting aan de lijn. Het grote voordeel van de bezuinigingswoede is dat deze wantoestanden worden blootgelegd en aanleiding geven tot reorganisaties en wellicht het humaniseren van processen. Bezuinigen is zo beschouwd het voertuig voor het investeren in saneren en het vernieuwen van de organisatorische verhoudingen. Bezuinigen is derhalve niet het tegengestelde van investeren, maar investeren ligt in het verlengde van bezuinigen. Zonder het thema van de bezuinigingen zou Nederland verder wegzakken in het moeras van een gefragmenteerde en bureaucratische samenleving, die bol staat van valsheid in geschrifte, oplichting en fraude, met name door instellingen in de publieke sector. Voor de staatssecretaris van financiën is er veel werk aan de winkel. <einde citaat>

RTLZ meldt dat de 10-jaarsrente op Nederlandse staatsleningen is gestegen naar 3,44%. Dat is het hoogste punt in 1 jaar tijd. Het afgelopen half jaar is de rente ruim 1%-punt opgelopen. Er zijn drie oorzaken aan te wijzen voor de flinke stijging van de rente, aldus RTL Z beurscommentator Peter van Zadelhoff.
1. Nederland was een veilige haven voor beleggers. Als zij geld staken in Nederlandse staatsleningen wilden zij genoegen nemen met een geringe vergoeding. Met Nederlandse staatsleningen wisten zij in ieder geval bijna zeker dat ze hun geld weer zouden terug krijgen. Bij leningen van PIGS-landen was dat een stuk minder zeker. Inmiddels is de (in zekere zin) paniek van een half jaar geleden wat geweken.
2. Nederland moet bijdragen aan het redden van onder meer Ierland. Daardoor stijgt het risicoprofiel van Nederland, hetgeen de rente opdrijft.
3. De vrees voor inflatie is gestegen en dat betekent dat beleggers een hogere rentevegoeding vragen.
Ook de rente van bijvoorbeeld Duitsland is gestegen. De rente van landen als Spanje en Griekenland staat eveneens een stuk hoger dan een jaar geleden, maar de laatste weken is hier sprake van een kleine daling.

RTLZ meldt dat de nieuwe Egyptische regering heeft besloten de lonen en pensioenen in de publieke sector met 15 procent te verhogen. De verhogingen worden vanaf de maand april van kracht, deelde de nieuwe minister van Financiën, Samir Radwan, mee. Hij zei dat er ook een fonds van 5 miljard Egyptische ponden komt (circa 620 miljoen euro) om mensen bij te staan die schade hebben geleden door vandalen of plunderaars in de afgelopen twee weken van onlusten en betogingen. Het Egyptische pond is door de onlusten op zijn laagste koers in zes jaar tijd beland. Er gaan nu 6 ponden in een Amerikaanse dollar (0,74 euro). Twee weken geleden gingen er nog ongeveer 5,75 Egyptische ponden in een dollar.

 

 

 

 

 

UPDATE08022011 Alle Menschen werden Brueder

 

De Ierse regering heeft opnieuw geld uit het Stabiliteitsfonds nodig om de Ierse banken van de ondergang te redden. Het zou gaan om 50 mrd euro.

Anglo Irish Bank denkt in 2010 een recordverlies van 17,6 miljard euro te hebben geleden. Dat laat de genationaliseerde Ierse bank weten. Het enorme verlies tekent volgens de bank het ,,buitengewoon moeilijke jaar'' dat de Ierse bankensector en economie hebben doorgemaakt. De bank moest afgelopen jaar bijna 8 miljard euro afschrijven op leningen en verloor 11,5 miljard euro door de verkoop van bezittingen aan de 'bad bank' van de overheid, het fonds dat is opgezet om problematische bezittingen van de banken op te kopen. Anglo Irish, dat in 2009 al 12,7 miljard euro verloor, ging de afgelopen jaren bijna ten onder aan de ineenstorting van de Ierse vastgoedmarkt. De bank werd gered door de Ierse overheid, die ongeveer 30 miljard euro in de noodlijdende bank pompte. De Ierse overheid kreeg dat geld weer uit het EU-noodfonds.

De leiders van de zeventien landen die de euro hanteren, komen waarschijnlijk op zondag 13 maart bijeen in Brussel. Tijdens de extra topontmoeting willen ze praten over een pakket maatregelen om de schuldencrisis in de eurozone aan te pakken. Het gaat dan om het beter laten functioneren van het noodfonds voor de euro, maar ook over meer economische samenwerking en strengere straffen voor lidstaten die de EU-begrotingsregels negeren. De leiders van de niet-eurolanden zijn niet zo blij met het initiatief. Ze voelen zich buitengesloten. Tijdens de EU-top van afgelopen vrijdag legden Duitsland en Frankrijk een plan op tafel om de eurozonelanden economisch beter te laten samenwerken. De best presterende lidstaten, zoals Duitsland, Nederland en Finland, zouden als maatstaf moeten dienen. Volgens een uitgelekte notitie wil Duitsland op allerlei terreinen het beleid gelijkschakelen, bijvoorbeeld bij de vennootschapsbelasting, de pensioenen en de loonpolitiek. Diverse regeringsleiders, onder wie premier Mark Rutte, maakten duidelijk daar niets voor te voelen. Wordt vervolgd.

 

VPRO/Tegenlicht zond gisteravond de drama documentaire '2011, het jaar dat de euro valt' uit, waarin feit en fictie worden samengebracht tot een realistische verfilming van een scenario over de mogelijke toekomst van de euro. Dit toekomstscenario van van de hand van Kees Vendrik, financieel specialist van de Groen-Links fractie in de 2e Kamer, wordt deels verteld, deel verfilmd, en aangevuld met commentaren van Cees Maas, ex-thesaurier van het Ministerie van Financiën en cfo bij de ING Bank in de periode 2004-2007 (voorafgaand aan de bankencrisis), Gerrit Zalm, liberaal, oud-minister van Financiën en thans de topbestuurder bij ABN/Amro, Guy Verhofstadt, oud-premier van België, liberaal, en Arnoud Boot, hoogleraar Financiële Markten aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast spelen onder andere mee Philip Freriks, ex-anchormen van het NOS-journaal van 8 uur, NOS correspontente in Parijs Saskia Dekkers, financieel analist Mathijs Bouman, presentator bij RTLZ en Geert Mak, historicus. Het uitgaanspunt van deze drama-doku is het gegeven dat de euro onder vuur ligt van de financiële markten. Er zijn constructiefouten in de gezamenlijke munt aan de oppervlakte gekomen en die hebben het grootse Europese project aan de rand van de afgrond gebracht. Gaat de euro vallen en wat gaat er dan gebeuren? In een reactie op de website van de VPRO vraagt Olaf, na het zien van deze drama-docu wat er met zijn spaarcentjes gaat gebeuren? Olaf heeft het begrepen, heel veel anderen helaas niet. Die roepen maar wat, veelal onzin! De vraag die Tegenlicht aan de orde stelt is wat er gaat gebeuren als de euro zou vallen en hoe burgers daarop moeten reageren? Kunnen we de Nederlandse economie ontvlechten uit het web dat euro heet, en wat zijn de gevolgen? Tegenlicht kijkt vooruit naar de wereld van morgen en of er een toekomst is voor de euro. Het script is van Kees Vendrik, verder werken o.a. mee Gerrit Zalm, Cees Maas en Guy Verhofstadt. Deze documentaire is actueel gezien de ontwikkelingen in Egypte van deze week. Daar vielen vorige week in delen van het land de economie en geldtransacties stil als gevolg van het besluit van de regering het internetverkeer met de social networks plat te gooien. Door die beslissing van Mubarak c.s. viel in grote delen van Egypte het internet- en telefoonverkeer uit. Winkels werden geplunderd, banken waren dicht, geldautomaten waren leeg, internet lag grotendeels plat, waardoor geen creditcard- en pinbetalingen konden plaatsvinden. In theorie zou er een ruilhandel moeten zijn opgestart want mensen moeten toch eten. Op de vlieghaven van Caïro werd voor een flesje water 10 euro gevraagd. De conclusie moet zijn dat er chaotische toestanden ontstaan en de harmonie in financieel/economische zaken op slag is verdwenen, in dit geval, bij een burgerlijke opstand. Maar de drama-docu '2011, het jaar dat de euro valt', wordt een beeld geschapen dat U als lezer van UPDATE bekend moet zijn voorgekomen. En voor Olaf heb ik helaas geen goed nieuws. Ik twijfel of een zo genereuze geldelijke tegemoetkoming zoals de spaarders van de IceSave en de DSB bank hebben gekregen van de minister dan Financiën overeind kan blijven, dat zal de tijd leren. In feite heeft Vendrik een sf-scenario gepresenteerd dat vrijwel naadloos aansluit bij mijn visie op heden en toekomst: van de wereld, de EU, de eurozone, Nederland, de staatsschuld, de euro, het vacuüm aan leiderschap, economische groei, de banken. Zelfs in hoofdstuk 5: het happy end, is de docu actueel. Vorige week presenteerden Angela Merkel en Nicolas Sarkozy aan de Europese Raad, in Brussel bijeen, een 'European Pact', een politieke, economische, sociale en fiscale Europese Unie, die in de documentaire wordt gepresenteerd als de Verenigde Staten van Europa en waarbij Geert Mak vraagtekens bij stelt. Hij vraagt zich hardop af of dat nu wel is wat de grote verscheidenheid aan culturen nu wel echt willen. Verder is onduidelijk welke prijs de rijkere landen, waaronder ik ook Nederland reken, moeten gaan betalen aan fusie. De andere zijde van de medaille is dat Europa in de toekomst zal degraderen uit de eredivisie naar de eerste en misschien later zelfs wel naar de tweede divisie.

Ik heb er maanden geleden al voor gewaarschuwd toen de Jager stelde dat onze gestegen export vooral gaat de naar de EU-landen, dat er mogelijk risico's zitten aan deze exportgroei. Ik heb toen erop gewezen dat alle 26 landen van de EU onze vrienden zijn geworden en dat je voor een vriend wat over moet hebben, ook als die vriend in de problemen zit. Het gevolg kan zijn dat wij exporteren naar EU-landen, die de rekening niet kunnen betalen. Daar is een oplossing voor. De producent krijgt een order om goederen te leveren en hij kent de problemen bij de importeur. Het bedrijf gaat naar kredietverzekeraar die buitenlandse debiteurenvorderingen dekt. Als de rekening van de transactie niet tijdig wordt betaald dan claim je dat bedrag bij de verzekeraar. Gaat het over een buitenlandse afnemer dan maakt de verzekeraar gebruik van de garanties die het Ministerie van Financiën daarvoor ingeruimd heeft. En als de importeur echt niet in staat is te betalen dan betaalt de overheid van dat land uiteindelijk de rekening met staatsobligaties, waarvan je dan maar moet afwachten wat die opleveren. Het was wel even schrikken toen gisteren drie vooraanstaande economen waarschuwden dat de belastingbetaler grote risico's loopt omdat de overheid steeds vaker garant staat. Even wat cijfers: Nederland geeft per jaar uit aan onderwijs 30 mrd, aan zorg 60 mrd, het bbp is 600 mrd, de staatsschuld is iets tegen de 400 mrd euro aan en voor hoeveel geld staat de Staat garant: schrik niet 209.000.000.000 euro. Dus > de helft van de staatsschuld en 1/3 deel van het bbp. De groei van deze garantstellingen door de Staat is spectaculair: in 2008 ging het nog maar om 75 mrd, in 2009 om 164 mrd en momenteel om 209 mrd, onder te verdelen in 95 mrd voor banken en verzekeraars, 33 mrd voor het Stabiliteitsfonds/EFSF van de muntunie/euro en 80,5 mrd voor het bedrijfsleven. De economen Arnoud Boot, Lans Bovenberg en Bas Jacobs trekken aan de noodrem: "Als het toch slecht gaat, kunnen die garanties ingeroepen worden. En dat is een groot risico voor de belastingbetaler". Volgens minister De Jager van Financiën verdient Nederland vooral aan de garantstellingen. Dat is waar: asociaal veel. Aan de garantstelling voor Ierland verdienen we 2%. "Het is fors", zei De Jager op het moment dat Nederland garant ging staan voor Ierland. Econoom Jacobs hekelt de opstelling van de minister. "Het is laakbaar dat hij dit soort uitspraken doet. Want garant staan is niet gratis. Het risico heeft een prijs voor de Nederlandse belastingbetaler" en waarom wordt hem dat niet verteld? Onno Ruding, de ooit briljante bankier, zei er ook wat over in Nieuwsuur, maar dat ging helemaal nergens over. Hij hield alleen de hand boven het hoofd van de Jager (ook CDA).

De Jager wil nu wel gaan inventariseren hoe groot de risico's precies zijn. "Het is zeker een groot bedrag, internationaal trouwens niet ongebruikelijk, en we gaan er toch heel kritisch naar kijken", aldus De Jager. "Wat is het nut en de noodzaak en wat is de prijs die je vraagt in verhouding tot het risico?".

Er is de nodige opschudding ontstaan over een uitzending van Zembla/VARA van afgelopen zaterdag over de problemen bij de pensioenfondsen. Die problemen zijn niet nieuw. Tien jaar geleden heb ik bij de vakbond al aan de bel getrokken over het beleid van de bestuurders van de pensioenfondsen. Mij werd toen al duidelijk dat een aantal bestuurders onbekwaam waren om een pensioenfonds te besturen. Nu heeft Zembla gerapporteerd dat de Nederlandse pensioenfondsen in vergelijking met andere beleggers in Europa de afgelopen 20 jaar slecht hebben gepresteerd. In totaal liepen de institutionele beleggers daardoor 145 miljard euro mis. Per pensioendeelnemer komt dat neer op gemiddeld 20.000 euro. “Als dit private beleggingen waren geweest, dan had je je vermogensbeheerder al lang aan de kant gezet en een ander gezocht'', zegt Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Maar dat kunnen Nederlandse werknemers niet doen, want ze zijn verplicht deelnemer aan die pensioenfondsen.'' Een werknemer werkt een dag in de week voor zijn pensioenpremie, maar ook maar de geringste invloed op wat er met dat geld gebeurt heeft hij niet. Een deel van het probleem komt voort uit een wijziging van het beleggingsbeleid. De pensioenfondsen zijn vanaf de jaren negentig steeds meer in aandelen gaan beleggen. In 1989 mocht 15% in aandelen worden belegd, nu is dat 61%. Twee beurscrises, in 2002 en 2008, hebben de fondsen daardoor flink uitgehold, aldus Zembla. De Nederlandsche Bank concludeerde in 2009 dat de pensioenfondsen 112 miljard euro hadden verloren door de beurscrash van een jaar eerder. Als de beleggingsmix vanaf 1989 hetzelfde was gebleven, n.l. 15 procent aandelen, zou er nu bovendien 36 miljard euro meer in de pensioenkassen hebben gezeten. De switch naar meer aandelen is dus een gigantische flop geworden. Zembla onderzocht daarnaast ook de omvang van de zogenaamde ‘uitholling’. Eind jaren tachtig waren de pensioenkassen goed gevuld. Het kabinet Lubbers besloot toen tot premieverlagingen bij het pensioenfonds ABP en haalde ook geld uit de kas om het begrotingstekort te dekken. In totaal haalden meerdere kabinetten 13 mrd euro uit het ABP. ‘Naar mijn mening was de situatie op orde’, zegt oud-minister Ruding daar nu over. ‘Je moet met ieder pensioenfonds, ook bij het ABP, met buffers werken. Je kunt er over twisten hoeveel, 120 procent misschien, maar zeker geen twee- of driehonderd procent.’ Het bedrijfsleven volgde dit voorbeeld en hevelde ook miljarden uit de pensioenfondsen naar het eigen bedrijf over. Als deze uitholling niet zou hebben plaatsgevonden, zou er volgens de analyse van Zembla nu 799 miljard euro méér in de pensioenkassen zitten, meer dan een verdubbeling van de huidige reserves. De dekkingsgraad zou dan 240 procent zijn geweest, meer dan genoeg om de gestegen levensverwachting, inflatie en financiële tegenvallers op te vangen. ‘Of mijnheer Ruding nu vindt of het wel of niet genoeg is wat in de kas zit, dat is voor mijnheer Ruding geen reden om zijn hand in die kas te steken. Dat noemen wij dus in gewone mensentaal diefstal’, zegt professor Kees de Lange, voorzitter van de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen. ‘Wij hebben de pensioenfondsen al een aantal jaren voor de risico's van beleggen in aandelen gewaarschuwd, ook al vóór de kredietcrisis. Maar in een periode dat de bomen tot in de hemel groeien, is dat een boodschap die niet erg overkomt’, aldus Joanne Kellerman, directeur pensioenen bij De Nederlandsche Bank. Peter Gortzak, vice-voorzitter van het FNV, zegt dat van pensioenroof of diefstal geen sprake is. Wij hebben gedaan wat we konden!

Nu is de politiek aan bod. De Tweede Kamer eist opheldering van de pensioenfondsen over hun beleggingsbeleid. Aanleiding is een brief van de belangenorganisatie van accountants (NBA) en beweringen van het televisieprogramma Zembla dat de pensioenen de laatste jaren slecht zijn beheerd. De NBA zei eerder deze week in een open brief dat de pensioenfondsen de suggestie wekken dat werknemers een waardevast pensioen krijgen, terwijl dat helemaal niet zeker is. De beroepsorganisatie wil dat deelnemers aan de pensioenfondsen daarom beter voorgelicht worden over de risico's die zij lopen.

DFT meldt dat de Duitse industrie in december 3,4 procent minder nieuwe orders heeft ontvangen dan een maand eerder. Dat maakte de Duitse centrale bank bekend. Daarmee viel de daling aanzienlijk sterker uit dan verwacht. Economen hadden tegen persbureau Reuters gemiddeld een afname met 1,5 procent voorspeld. De meest negatieve voorspelling ging uit van een daling met 2,6 procent. In november kwamen nog 5,2 procent meer orders binnen dan in de voorgaande maand. In de maanden november en december samen kreeg de Duitse industrie gemiddeld ruim 21 procent meer nieuwe orders dan in dezelfde periode in 2009.

DFT meldt dat de Japanse regering op korte termijn hervormingen moet doorvoeren om de enorme schuldenlast van het land aan te pakken. Dat zegt de president van de Japanse centrale bank, Masaaki Shirakawa. ,,De Japanse overheidsfinanciën staan er slecht voor''. Daardoor dreigt het vertrouwen in Japan af te nemen, wat zeer negatieve effecten kan hebben voor de economie, waarschuwde hij. Japan kampt met een schuldenlast die bijna twee keer zo groot is als de omvang van de eigen economie. Om die reden verlaagde kredietbeoordelaar Standard & Poor's eind januari de beoordeling van de kredietwaardigheid van het land. De vergrijzing van de Japanse bevolking zet de komende jaren steeds meer druk op de overheidsfinanciën, die nu al voor een derde deel worden gebruikt om de sociale voorzieningen te betalen. Premier Naoto Kan heeft daarom aangekondigd het sociale stelsel en het belastingsysteem op de schop te willen nemen. De oppositie weigert hier voorlopig echter aan mee te werken. De druk op Japan van de financiële markten valt tot nu toe mee, omdat de staatsschuld bijna helemaal in handen is van binnenlandse schuldeisers, zoals banken en pensioenfondsen. Analisten waarschuwen echter dat de druk op de regering de komende jaren toeneemt, als steeds meer gepensioneerden hun spaarpot aanspreken.

De Britse regering heeft besloten een extra belastingheffing op de bankensector in één keer door te voeren in plaats van een gefaseerde introductie. Londen kiest daarmee voor de harde lijn in de confrontatie met de banken, bedoeld om een verlaging van de bonussen te realiseren. Britse banken als Barclays en HSBC en de onderdelen van onder meer Goldman Sachs en Deutsche Bank in het Verenigd Koninkrijk moeten dit jaar 2,5 miljard pond sterling (2,95 miljard euro) betalen. Aanvankelijk zou het dit jaar om 1,7 miljard pond gaan, geleidelijk opgevoerd naar 2,5 miljard pond in 2012. Onder de codenaam 'Project Merlin' wil de Britse minister van Financiën, George Osborne, bewerkstelligen dat de sector meer geld uitleent aan kleine en middelgrote bedrijven. Dat geld moet worden vrijgemaakt door de bonussen te verlagen. Veel Britten houden banken verantwoordelijk voor de crisis en zijn verbolgen over de enorme bonussen die ook vorig jaar werden uitgekeerd.

 

De Chinese centrale bank heeft voor de derde keer in vier maanden de rente verhoogd. De maatregel moet de inflatie verder indammen. De officiële rente gaat nu, na de verhoging met een kwart procentpunt, naar 6,06 procent. De Chinese autoriteiten proberen met een reeks van ingrepen de inflatie de baas te blijven. Zij vrezen dat de stijgende prijzen de sociale onrust zullen vergroten. Peking stelde ook al meerdere keren hogere eisen aan de kapitaalreserves die banken moeten aanhouden. Op deze manier zouden de banken minder uitlenen en zou er minder geld in omloop komen. De inflatie in China kwam in december uit op 4,6 procent. Een daling ten opzichte van november, toen de prijsstijgingen op 5,1 procent uitkwamen. De president van de Chinese centrale bank, Zhou Xiaochuan, zei in januari al dat de inflatie nog steeds te hoog was en dat er meer maatregelen zouden volgen. De olieprijs reageerde sterk op de renteverhoging in China. De prijs van een vat ruwe Amerikaanse olie daalde met 1,3 procent tot 86,38 dollar. Oliehandelaren denken dat door de renteverhoging de Chinese economie minder sterk zal groeien, waardoor de vraag naar olie afzwakt. Op de Europese beurzen bleef een reactie vrijwel uit.

 

De productie in de Duitse industrie is in december onverwacht voor de tweede achtereenvolgende maand gedaald. Dat bleek uit nieuwe cijfers van het Duitse ministerie van Economische Zaken. De industrie produceerde 1,5 procent minder dan in november. Economen hadden een kleine toename (0,3 procent) voorspeld. In november nam de productie volgens een nieuwe schatting al met 0,6 procent af. Eerder werd voor die maand een krimp van 0,7 procent gemeld. Volgens het ministerie werd de productie in de laatste maand van vorig jaar sterk beïnvloed door het winterse weer. De bouwproductie lag daardoor bijna een kwart lager dan in de voorgaande maand. In de maanden november en december samen lag de productie van de Duitse industrie nog altijd ruim 10 procent hoger dan een jaar eerder. In deze periode ging alleen de bouwproductie omlaag (min 6 procent).

 

In 2010 zijn 9620 faillissementen uitgesproken van bedrijven en natuurlijke personen. Dat is 9 procent minder dan in 2009. Het aantal bedrijfsfaillissementen kwam het afgelopen jaar uit op 6300. Dat is weliswaar 10 procent minder dan in 2009, maar volgens het CBS nog altijd een van de hoogste aantallen bedrijfsfaillissementen ooit in een jaar. In de bouw en de horeca nam het aantal bedrijven dat over de kop ging verder toe, met respectievelijk 20 en 7 procent. In alle andere sectoren daalde het aantal bedrijven dat de deuren noodgedwongen moest sluiten. Ondanks een sterke daling, was de zakelijke dienstverlening nog altijd de bedrijfstak met de meeste faillissementen. Zo'n 1500 bedrijven hielden ermee op, volgens het CBS veel rechtskundige, dienstverlenende en economische adviesbureaus, uitzendbureaus, architectenbureaus en technisch adviesbureaus. ,,Ook in de handel en reparatie was sprake van een hoog aantal faillissementen, vooral in de groot- en detailhandel in kleding en schoenen en in meubels en woninginrichting.'' In de bouw waren het vooral bedrijven in de utiliteitsbouw, zoals kantoren en scholen, die bankroet gingen. In de horeca waren het vooral restaurants en cafés die op de fles gingen. Binnen de financiële dienstverlening was de afname van het aantal faillissementen het afgelopen jaar het grootst, gevolgd door de zakelijke dienstverlening en de handel en reparatie van consumentenartikelen. Het aantal natuurlijke personen, particulieren en vennoten, dat niet meer aan de betalingsverplichtingen kon voldoen, daalde het afgelopen jaar met 7 procent tot 2300. ,,Verder werden in 2010 duizend eenmanszaken, waarvan ongeveer de helft zzp'ers, failliet verklaard'', aldus het CBS. Dat is 6 procent minder dan een jaar eerder.

 

DFT meldt dat de economie van India in het huidige boekjaar, eindigend op 31 maart, naar verwachting groeit met 8,6 procent. Het gaat om het hoogste groeitempo in drie jaar, ondanks een reeks renteverhogingen bedoeld om de economie af te remmen. De overheid baseert de prognose op groeicijfers van meer dan 8 procent voor sectoren zoals de industrie, de bouw, financiële dienstverlening en vastgoed. De economie groeide tussen 2006 en 2008, voordat de wereldwijde crisis had ingezet, met gemiddeld 9,5 procent. In het boekjaar 2008-2009 vertraagde de groei tot 6,7 procent. India heeft na China de snelstgroeiende economie ter wereld. Beide landen worstelen met de sterk stijgende inflatie, gedreven door aanhoudende hoge voedselprijzen. Premier Manmohan Singh van India waarschuwde vorige week al dat de stijgende prijzen een serieuze bedreiging vormen voor de economische groei. De Indiase centrale bank, Reserve Bank of India, heeft de rente sinds maart al zeven keer verhoogd om oververhitting van de economie te voorkomen. Mede daardoor is de groei van de industriële productie in het huidige boekjaar afgezwakt tot 8,8 procent, vergeleken met 11 procent een jaar eerder.

In de vorige UPDATE heb ik een reactie gegeven op de vraagstelling over 'Luchtfietsen'. Daarbij blijkt dat ik voorbij gegaan ben aan de stelling van prof Tissen dat een 100-jarige staatsobligatie altijd zal leiden tot verlies van vertrouwen in geld. Tissen formuleert dat als volgt: “Er verschijnen voorstellen om 100-jarige staatsobligaties uit te gaan geven! Dat is inderdaad een manier om schulden oneindig ver voor je uit te schuiven. Zelfs zover dat schulden eigenlijk niets meer waard zijn. Met als gevolg dat geld niets meer waard is.” Het zou hier kunnen gaan om emissie van Amerikaanse bonds, staatsobligaties, waarmee de VS de behoefte aan dollars zou kunnen stillen. Althans dat wordt gesuggereerd. Ik deel de mening van prof Tissen niet. Wij kennen al sinds jaar en dag de zogenaamde perpetuele obligatie. Dat is een vastrentende waarde met een onbepaalde looptijd (geen vastgestelde einddatum) en heeft derhalve een eeuwigdurend karakter. Dat beleggingsproduct is dus vergelijkbaar met een 100-jarige lening. A-sociaal aan zo een product is dat de aflossing pas plaats gaat vinden door onze achter, achterkleinkinderen! Beleggers kopen dit product in een periode dat de rente hoog staat en de perpetuele obligatie onder pari kan worden aangeschaft. Op een moment dat de rente daalt worden de obligaties weer verkocht met een hogere opbrengst. Ik ben het met Tissen eens dat het een ongebruikelijk product is: een 100 jarige staatslening, maar dat dat zal leiden tot verlies van vertrouwen, nee dat volg ik niet. Tenminste niet als de emissie slaagt. Als er in de markt onvoldoende belangstelling voor is, ja dan is er een risico dat de panelen gaan verschuiven. Maar dat is andere koek.

Ons economisch beleid moet maar één doel hebben: kennis produceren waarvoor betaald wordt en werk genereren waarvoor een kennisvraag is, schrijft prof Tissen. China houdt momenteel niet op met de wereld te verbazen. Het land van de mysterieuze glimlach heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een opkoper van buitenlandse economieën. Waar je ook kijkt, China heeft er wel een strategische positie opgebouwd. Of het nu in Afrika is of in Suriname, in Griekenland of Portugal, het maakt niet uit. China is er en zwaait enthousiast met het vlaggetje. De invloed van China kan niet meer worden ontkend, maar wordt dat wel. We zijn geneigd om vriendelijk en begripvol te reageren als China de haven van Piraeus koopt. We zijn niet verbaasd als de Rotterdamse haven door Chinese ondernemingen blijkt te worden gedomineerd. Met een glimlach kijken wij naar de stille uitholling van onze eigen concurrentiekracht. “Ho even, dat loopt zo’n vaart niet”, wordt er dan geroepen. “Ook de Chinezen hebben recht op een beetje welvaart”, stellen de pro-globalisten terecht. “Als zij het beter doen dan wij, mogen ze winnen”. Ook daar is veel voor te zeggen. Telkens als China weer eens laat zien dat het over-dominant wordt, bagatelliseren wij de zaak. China komt immers van ver en is nog lang niet in de buurt van het rijke westen. Misgun ik China iets? Nee, natuurlijk. Het Chinese plan doet erg denken aan de Japanse strategie van de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Toen werd Japan het nieuwe economische wereldwonder genoemd. Het land bleek in staat te zijn om razendsnel kopieën van producten op de markt te brengen, uiteraard tegen lage kosten. Met als gevolg dat iedereen Japans wilde leren. Nu is dat Chinees. Maar om te voorkomen dat China dezelfde weg naar beneden moet bewandelen als Japan is gegaan, pakken de Chinezen het slimmer aan. De regering realiseert zich dat er werkgelegenheid moet worden gecreëerd voor de steeds hoger opgeleide bevolking. Zo’n zes miljoen Chinezen komen per jaar van de universiteit en dat is een mooie groep om ‘werkversnellers’ van te maken. Want geef hen patenten en octrooien en ze gaan aan de slag om geld te verdienen (dat doen Chinezen graag) én om werk te verschaffen (daar krijgen ze opdracht toe). Tot zover geen probleem. We leven gelukkig in een vrije wereld. Die is bij de Chinezen wel véél beperkter dan bij ons, maar juist deze beperkte vrijheid maakt dat het land zich sneller en beter weet te organiseren dan wij in het Westen. Wij praten wat af over innovatie en hebben het dan vooral over de noodzaak om meer in het onderwijs te blijven investeren. Ik zie die noodzaak niet. Wij weten al veel, te veel. Dat verhindert ons om concurrerend te zijn. Kennis moet gecommercialiseerd worden. Ons economisch beleid moet maar één doel hebben: kennis produceren waarvoor betaald wordt en werk genereren waarvoor een kennisvraag is. Zal het nieuwe Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie hier het voortouw nemen? De Chinezen zijn in ieder geval eerder. <einde citaat>

 

Zonder bezuinigingen zou Nederland verder wegzakken in het moeras van een gefragmenteerde en bureaucratische samenleving, die bol staat van valsheid in geschrifte, oplichting en fraude, met name door instellingen in de publieke sector schrijft prof Heertje in een column. De belastingdienst kampt nog steeds met de nasleep van de miskleunen met de automatisering. Regelmatig worden massaal onjuiste aanslagen verstuurd en ten onrechte dwangbevelen opgelegd. In aansluiting hierop heeft men bij de belastingdienst Utrecht-Gooi een dehumaniserende handelwijze ontwikkeld. Deze handelswijze bestaat uit de volgende componenten. Gemaakte fouten worden ontkend. Cliënten van de belastingdienst worden op afstand gehouden. Medewerkers van de belastingdienst noemen niet langer hun naam. Gemaakte fouten worden toegeschreven aan de systemen. Handmatige correcties zijn onmogelijk. De directeur van de belastingdienst Utrecht-Gooi is onbereikbaar en blijft anoniem. Inspecteurs en andere medewerkers laten belastingbetalers een uur aan de telefoon wachten, waarin zij zogenaamd met een collega doorverbinden. Uiteindelijk komt er dan een dame van de afdeling persvoorlichting aan de lijn. Het grote voordeel van de bezuinigingswoede is dat deze wantoestanden worden blootgelegd en aanleiding geven tot reorganisaties en wellicht het humaniseren van processen. Bezuinigen is zo beschouwd het voertuig voor het investeren in saneren en het vernieuwen van de organisatorische verhoudingen. Bezuinigen is derhalve niet het tegengestelde van investeren, maar investeren ligt in het verlengde van bezuinigen. Zonder het thema van de bezuinigingen zou Nederland verder wegzakken in het moeras van een gefragmenteerde en bureaucratische samenleving, die bol staat van valsheid in geschrifte, oplichting en fraude, met name door instellingen in de publieke sector. Voor de staatssecretaris van financiën is er veel werk aan de winkel. <einde citaat>

RTLZ meldt dat de 10-jaarsrente op Nederlandse staatsleningen is gestegen naar 3,44%. Dat is het hoogste punt in 1 jaar tijd. Het afgelopen half jaar is de rente ruim 1%-punt opgelopen. Er zijn drie oorzaken aan te wijzen voor de flinke stijging van de rente, aldus RTL Z beurscommentator Peter van Zadelhoff.
1. Nederland was een veilige haven voor beleggers. Als zij geld staken in Nederlandse staatsleningen wilden zij genoegen nemen met een geringe vergoeding. Met Nederlandse staatsleningen wisten zij in ieder geval bijna zeker dat ze hun geld weer zouden terug krijgen. Bij leningen van PIGS-landen was dat een stuk minder zeker. Inmiddels is de (in zekere zin) paniek van een half jaar geleden wat geweken.
2. Nederland moet bijdragen aan het redden van onder meer Ierland. Daardoor stijgt het risicoprofiel van Nederland, hetgeen de rente opdrijft.
3. De vrees voor inflatie is gestegen en dat betekent dat beleggers een hogere rentevegoeding vragen.
Ook de rente van bijvoorbeeld Duitsland is gestegen. De rente van landen als Spanje en Griekenland staat eveneens een stuk hoger dan een jaar geleden, maar de laatste weken is hier sprake van een kleine daling.

RTLZ meldt dat de nieuwe Egyptische regering heeft besloten de lonen en pensioenen in de publieke sector met 15 procent te verhogen. De verhogingen worden vanaf de maand april van kracht, deelde de nieuwe minister van Financiën, Samir Radwan, mee. Hij zei dat er ook een fonds van 5 miljard Egyptische ponden komt (circa 620 miljoen euro) om mensen bij te staan die schade hebben geleden door vandalen of plunderaars in de afgelopen twee weken van onlusten en betogingen. Het Egyptische pond is door de onlusten op zijn laagste koers in zes jaar tijd beland. Er gaan nu 6 ponden in een Amerikaanse dollar (0,74 euro). Twee weken geleden gingen er nog ongeveer 5,75 Egyptische ponden in een dollar.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch met de tags . Bookmark de permalink.