UPDATE 31-10 1-11 2020/554 Geert Mak schreef de Epiloog voor zijn Grote Verwachtingen

Grote Verwachtingen, een boek van Geert Mak uit 2019, waarin hij schrijft vanuit het verleden, het heden en de toekomst. In mei 2020 vervolgt hij die correspondentie in zijn boek Epiloog op Grote Verwachtingen, maar nu bekeken door Mak nu en een ‘vriend’ die in 2069 leeft, ook hijzelf. Nog voor het laatste boek verkrijgbaar is heb ik al kennis genomen van de inhoud (de E-paper kost maar €4,99). Hij schetst een somber beeld van falende politici, een verwend volk en een onzekere toekomst. Hij stelt de vraag hoe maakbaar onze samenleving nog is. Hoe knap zijn onze Knappe Koppen (KK’s) in werkelijkheid? Om te beginnen eerst uit ieder boek de begin pagina’s, om een indruk te geven van de tekst van de 588 pagina’s van zijn eerste boek en dan de 88 van zijn Epiloog. Een epiloog gebruikte Plato al als de narede van een treurspel.

Het kan niet op 1999. Het begon zo grandioos. Net als bij de aanvang van de 20ste eeuw was de start van de 21ste eeuw één groot triomffeest. De Koude Oorlog was voorbij, de beurzen dansten, de champagne ging niet per fles maar per doos over de toonbank, het volksdagblad De Telegraaf toeterde het rond, die vrijdag de 31ste december, vanaf elke kiosk: ‘Het kan niet op!’ De economische groei zette onverminderd door, het werkloosheidspercentage was ongekend laag, voor het eerst sinds een kwart eeuw kende de schatkist geen tekorten. De krant: ‘Nooit eerder ging het de burgers, in elk geval in de westerse wereld, zo goed als nu.’ De viering zelf was luxueuzer dan ooit, er was alleen al in Nederland een recordaantal van drie miljoen flessen ‘bubbels’ verkocht. ‘Zowel voor thuis als op een feest geldt: chic en excentriek,’ aldus een kledingexpert. ‘Zo is de boa (een slinger van vogelveren, bont of zachte stof) bijvoorbeeld weer helemaal in, en voor de vrouwen geldt: veel bloot.’ Opnieuw stapte Europa vrolijk en welgemoed over de drempel van een nieuwe eeuw, vol vertrouwen en optimisme. Die laatste dagen van het jaar 1999, ze staan me nog scherp voor de geest. Ik was journalist, historicus, al decennialang, ik had dat hele jaar door Europa getrokken. Ik schreef elke dag een klein stukje op de voorpagina van mijn krant, NRC Handelsblad, naderhand groeide dat allemaal uit tot een boek. Het was bedoeld als een soort inspectietocht: hoe lag Europa erbij, aan het eind van het millennium? Maar tegelijk was het een reis door de tijd: hoe hadden de mensen, overal in Europa, de jaren dertig meegemaakt, en de jaren vijftig en zestig, en al die oorlogen, vervolgingen en andere rampen, hoe hadden ze die doorstaan? Ik volgde dat volle jaar de eeuw, maand na maand. Ik zag gewonde landen en steden vol littekens, ik zag ook wonderbaarlijk herstel, en ik luisterde, dat vooral. 24 grote verwachtingen In Leningrad interviewde ik bijvoorbeeld de actrice Aleksandra Vasiljeva, 102 jaar oud, over de Russische Revolutie van 1917. Ze was fragiel als een pluisje, maar haar ogen schitterden: ‘Het was zo opwindend! Heel gevaarlijk! Gelukkig werkte mijn man bij de film, een filmster, dat vonden al die soldaten en bandieten prachtig, die schoten ze niet dood.’ Met de bejaarde politicus Nigel Nicolson probeerde ik, op zijn buitengoed in Kent, een nieuwe vinding uit: we maakten thee in een magnetron. Later las hij een brief voor van zijn vader, de diplomaat Harold Nicolson, uit 1919: ‘Hier zit ik dus, een kind in al deze zaken, drie oude mannen te adviseren: Lloyd George, Clemenceau en president Wilson. En die drie zijn bezig Europa op te delen alsof het een taart is.’ De Amsterdamse Truusje Roegholt had nog altijd een licht Duits accent. Ze vertelde over haar jeugd in Keulen, 1933: ‘Iedereen marcheerde opeens in mooie nieuwe uniformen. Het had een verpletterend effect. Al die arme mensen waren opeens iemand. Ze zongen de grootste onzin, maar ze hadden nieuwe schoenen!’ In Hotel Astoria, Boedapest, beschreef de schrijver György Konrád de Hongaarse opstand van 1956: ‘We leefden dat laatste weekend in een prachtige illusie. Vanuit het platteland kwamen geruchten over Russische tankbewegingen, maar dat was enkel een misverstand, dachten we.’ Ik ging op bezoek bij de voormalige bondspresident, Richard von Weizsäcker; hij vertelde over de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989: ‘Ik was de volgende dag niet te houden, ik ben totaal alleen de vlakte van de Potsdamer Platz overgestoken. Ik wandelde naar de barakken van de ddr-grenspost en daar stapte een luitenant van de Volkspolizei naar buiten, hij herkende mij, salueerde, en zei toen kalm: “Mijnheer de president, ik deel u mee dat er geen bijzonderheden te melden zijn.”’ In de Brusselse volkswijk Molenbeek dwaalde ik met mijn vriend Pierre Platteau langs de lege etalages en de grijze winkelruiten, op zoek naar de restanten van de ‘droombioscopen’ van zijn jeugd. ‘Die prachtige Kinox, kijk eens wat ervan is geworden: een enorme Turkse stoffenzaak vol koopjesbakken waarin gesluierde vrouwen staan te graaien.’ Eind december 1999 was het voorbij, de eeuw en de reis. De Joegoslavische oorlogen waren achter de rug, met moeite had ik me kunnen losmaken uit een dichtgesneeuwd Sarajevo. Op Oudjaarsdag was ik thuis. ‘In het verre oosten is de nieuwe eeuw al begonnen,’ zeiden ze ’s middags op de televisie. ‘De zogenaamde millenniumbug lijkt zich rustig te houden.’ Dat vreemde fenomeen was geen verzinsel: de diepste kern van alle grote computersystemen dateerde vaak nog uit de jaren zestig, de jaartallen werden daarbinnen gemakshalve aangeduid met twee cijfers, bij de overgang van 1999 naar 2000 zou ‘99’ weer ‘00’ worden, en dan kon zo’n computer wel eens denken dat we terug waren in het jaar 1900. Op 31 december 1999, klokke twaalf, zouden computers over de hele wereld wellicht de kluts kwijtraken, de stroom zou uitvallen, bankrekeningen zouden wegsmelten, vliegtuigen zouden stuurloos rondzwalken, het kon een apocalyptische puinhoop worden, dat begin van de nieuwe eeuw. Niemand wist wat er zou gebeuren in de kelders van, bijvoorbeeld, de banken en andere complexe organisaties. Voor de eerste keer ontstond onder het publiek een diepe zorg over een moderne techniek die niet meer te hanteren leek en die totaal uit de hand zou kunnen lopen: in banken, ministeries, ambassades, overal zaten die nacht crisisteams klaar, je wist het maar nooit. Uiteindelijk gebeurde er niets. De mensen liepen de straat op, staken vuurwerk af, lieten de kurken knallen. Zelf bracht ik die gedenkwaardige avond door in een Amsterdams grachtenhuis met andere vrienden, in het zicht van de oudste kerktoren, al zo’n zeven eeuwen waakt die over de stad. Het was een traditie: altijd met dezelfde groep mensen wachtten we, jaar na jaar, op de twaalf slagen en daarna stonden we op het balkon te kijken naar het vuurwerk. Een vriend had zich verschanst in een andere toren, om twaalf uur luidde hij eigenhandig met een paar metgezellen de klokken, zo strooide hij ieder jaar zijn zegeningen uit over de stad. Het geknal overstemde dat jaar alles en iedereen. De economie liep als een trein en dat gold helemaal voor de coffeeshops en de drugshandelaars aan de overkant van de gracht. Ze hadden dat jaar gigantisch uitgepakt, tienduizenden guldens aan drugsgeld werden opgestookt aan duizendklappers, raketten en nabranders. Voordat we het beseften hadden de dealers alle kerktorens laten verdwijnen in een stinkende mist van kruitdampen. Ook dat was een Amsterdamse traditie. Ach, iedereen had zijn eigen herinneringen aan die nacht. José Martí Font, een journalist in Barcelona, vertelde me over een groot huis, stampvol vrienden: ‘We waren zonder uitzondering dronken. We gooiden de glazen gewoon uit het raam, terwijl de zon langzaam opkwam. We waren door het dolle heen. Alles ging beter worden, de euro kwam eraan, het geld zou als manna op ons neerdalen!’ Aydin Soei, de zeventienjarige zoon van Iraanse vluchtelingen vierde de komst van de nieuwe eeuw in een kale garage, ergens achter in Kopenhagen. ‘Ik was met klasgenoten van het gymnasium, we kwamen daar vaker, sliepen er ook wel. Ik herinner me die avond nog goed, ik had in de uitverkoop sokken gekocht met “2000” erop geprint. En iedereen vroeg zich af of al die computers straks werkelijk zouden uitvallen. We hadden feestkleding aan, ik zie de foto’s nog voor me, de meisjes in avondjurk, de jongens in smoking. Het ziet er eigenlijk heel gek uit, kinderen die een smoking dragen. Ik had natuurlijk wel een heel ander verhaal dan al die anderen, daarvan hadden ze geen idee.’ Gábor Demszky was op dat moment burgemeester van Boedapest, hij was de grote opponent van Viktor Orbán. ‘We waren op skivakantie in Oostenrijk. Ik had een nieuwe vriendin, ik had twee kinderen en zij ook. Mijn ex en ook de hare, iedereen was mee, een groots familiegebeuren. Orbán was op dat moment premier en hij probeerde alle geld en alle macht van de steden in handen te krijgen. Ik was voor zijn clan de grootsteedse-intellectuele-liberale Jood. In werkelijkheid was ik geen Jood, maar wel een lastige liberaal. Het was een politieke oorlog, permanent. In die tijd had ik geld genoeg om iedereen te trakteren. Nu zou ik dat niet meer kunnen.’ Umayya Abu-Hanna, de Finse tv-omroepster van Palestijnse origine die ik tijdens deze Europa-reis had ontmoet, toostte op de nieuwe eeuw in een prachtig 18de-eeuws huis, midden in Helsinki. ‘Voedsel was opeens erg in de mode, iedereen in Finland wilde urban zijn, en international. Vooral via eten. Mijn vrienden hielden het rustig, er was heerlijke Franse champagne, we keken naar een speciaal tv-programma over de Finse geschiedenis, het beste van dit en het mooiste van dat, we waren met vier koppels en een paar kinderen, niemand verwachtte iets, ten goede of ten kwade, het kabbelde maar door, alsof we in een kano zaten.’ In het Servische Novi Sad was er weinig te vieren. Nog zo’n metgezel van toen, de filmer Želimir Žilnik, keek die avond terug op een krankzinnig decennium. In het begin van de jaren negentig bloeide zijn stad, het welvarende Joegoslavië gold als een gouden kandidaat voor de EU. Maar in 1999 waren de prachtige Donaubruggen kapotgebombardeerd, Op de markt verkochten oude dames hun bontjas, de prijs van een pakje sigaretten steeg met het uur, de criminelen die ooit voor de communistische geheime dienst werkten, waren nu de helden van de nationalisten. ‘Het was één grote, langdurige plunderpartij. Graaien, graaien. Daar kwamen al die etnische zuiveringen op neer.’ Zijn vriend, de schrijver Aleksandar Tišma, toen: ‘Iedere arme man is een dwaas, weet je. Zijn kleren zijn vuil, zijn haar is niet geknipt. Zo zijn wij ook dwazen. Wij zijn de dorpsidioten van de wereld.’ In het Noorse Kirkenes werd de jaarwisseling ingetogen en in huiselijke kring gevierd, het was nooit anders geweest. De EU was rond de eeuwwisseling het grootste handelsblok ter wereld, met de grootste consumentenmarkt, de grootste economie en het grootste reservoir aan niet-militaire kennis en technologie. Vrede en veiligheid waren solide verankerd, het bondgenootschap met Amerika was vanzelfsprekend, Rusland was geen gevaar meer – sinds de perestrojka van Michail Gorbatsjov was er een nieuwe ‘Europese ruimte’ in de maak, zelfs een toekomstig Russisch lidmaatschap van de NAVO hoorde tot de mogelijkheden. Londen en Frankfurt golden als de belangrijkste financiële centra ter wereld, Berlijn was herboren, Warschau moderniseerde razendsnel, Amsterdam begon een nieuwe groeispurt. Reykjavik was een heel speciaal geval, die nuchtere IJslanders leken een zevende zintuig te hebben voor speculeren en geld verdienen. In 2007 bezaten ze vijftig keer meer buitenlandse aandelen dan aan het begin van de eeuw, sommige kabeljauwvissers hadden opeens huizen in Londen en Kopenhagen en hielden verjaarspartijtjes waar Elton John voor een miljoen pond twee liedjes zong. Het was voorspoed die werd aangejaagd door een extreme mate van globalisering. We hadden in 1999 nog maar nauwelijks internet, we betaalden nog met Duitse marken, Franse francs en Nederlandse guldens, Google en Amazon waren iets voor een kleine groep liefhebbers. Een grotendeels papierloze werk- en leefwereld lag nog ver buiten ons bevattingsvermogen. De mobiele telefoon was op de markt gekomen, een Nederlandse filmer had de mensen op straat erover geïnterviewd, bijna niemand zag er het nut van in: ‘Onnodig, ik heb al een antwoordapparaat.’ ‘Lijkt me vreselijk om altijd bereikbaar te zijn.’ Toch waren veel bedrijven de nationale grenzen allang ontstegen. Een Renault of een Volvo werd al niet meer in één fabriek in Frankrijk of Zweden gemaakt, nee, de onderdelen van beide auto’s kwamen uit de hele wereld: het kan niet op en pas op het laatst werden ze samengevoegd tot een auto – en dat kon net zo goed in Duitsland als in Tsjechië gebeuren. Datzelfde gold voor voedsel en allerlei andere producten. Ik herinner me het beeld, in het grauwe Oost-Duitse Görlitz, van een vrachtauto met felgele bananen, en de opwinding daarover. Dat was vlak na de val van de Muur. Amper tien jaar later konden ook de voormalige Oost-Duitsers alles uit de hele wereld kopen, van wijn en elektronica tot het meest exotische fruit, vaak voor opvallend lage prijzen. Een Chinees radiootje kostte nauwelijks meer dan het kerstnummer van The Economist. De hele wereld profiteerde. Overal steeg de kwaliteit van leven – al bleven er enorme ongelijkheden bestaan. De Indiase auteur Pankaj Mishra beschreef het ontstaan van een ‘gigantische, homogene wereldmarkt waarin mensen worden geprogrammeerd om hun eigenbelang te maximaliseren en dezelfde dingen te willen, ongeacht hun culturele achtergrond of persoonlijk temperament’. Het was een bevestiging van wat de filosoof Hannah Arendt al in 1968 voorspelde: dat alle volkeren op aarde voor het eerst in de geschiedenis in een ‘gedeeld heden’ zouden leven. Er begon een totaal nieuwe tijd, en die laatste dagen van de 20ste eeuw hadden daarvan zo nu en dan al iets laten zien, als luikjes die openklapten voor een blik op de toekomst. In mei 2020 schrijft de historicus aan een ‘vriend’, hijzelf, die in 2069 leeft: Waarde vriend, Wie had dat ooit kunnen bedenken, dat ons rondtollende bestaan zo plotseling in het luchtledige zou belanden. Zo’n drie maanden geleden dacht ik dat we klaar waren met deze periode, dat jij en ik elkaar de hand konden drukken en dat we elk ons weegs konden gaan, ik naar mijn eigen tijd, jij een halve eeuw verder. Op mijn slapeloze momenten bekroop me, eerlijk gezegd, soms wel het zorgelijke gevoel dat dit hele boek eigenlijk alleen maar een voorspel beschreef – al had ik geen idee waarvan dit dan het voorspel was. Inmiddels weten we iets meer. Dit nagekomen verslag heb je dus nog van me tegoed. Als een donderslag bij heldere hemel waren wij aan de beurt. Wij, de zondoorstoofde generaties van deze decennia, werden in het voorjaar van 2020 uit onze roes wakker geschopt en proefden voorzichtig het vergeten woord ‘noodlot’ op onze tong. We waren toch onsterfelijk? We hadden toch een afspraak, in dit zelfbewuste deel van de wereld, dat iedereen veilig was, en dat alles kon worden geregeld? Een vrouw in Sarajevo vertelde me ooit hoe zij in 1992 als jong meisje het begin van de Bosnische Burgeroorlog had beleefd: ‘Ach,’ zei ze, ‘mijn ouders, mijn grootouders, iedere generatie had wel een oorlog meegemaakt. Wij dachten simpelweg: oké, nu is het onze beurt.’ Zelf moet ik denken aan mijn ouders, toen die in het voorjaar van 1942 het onheil zagen oprukken. Op een stille vrijdagochtend in maart reed opeens een bataljon Japanse wielrijders hun stad Medan binnen en bezette het politiebureau: in één klap was het voorbij met hun comfortabele Indische bestaan en begonnen de vernederingen, de honger en het prikkeldraad. Niemand wist hoelang het zou duren en of je dit sowieso zou overleven. En ik denk aan mijn grootouders, op die warme zomermiddag eind juli 1914, toen in hun Schiedam alle klokken gingen luiden en de vrouwen met de punt van hun schort hun tranen afveegden en de mannen riepen: ‘Oorlog, joh!’ In één klap was het voorbij met de Europese wereld van zekerheden. Vier jaar later overleefde mijn vader, als jonge student, ternauwernood de Spaanse griep van 1918 en 1919 – over de hele wereld stierven tussen de 20 en 40 miljoen mensen, 400.000 in Engeland, 300.000 in België, 60.000 in Nederland. En nu bungelen we zelf. Ik ben tegenwoordig een van de klokkenluiders van mijn dorp. Iedere woensdagavond sta ik een kwartier lang in het donkere hok onder aan de toren aan het klokkentouw te trekken, naast de lijkbaar en wat andere oude dorpsrommel, ik geef een paar flinke rukken en dan begint het ergens ver boven mijn hoofd te beieren, samen met honderden andere klokken, over het hele land. De gezamenlijke kerken hebben dit bedacht, als moment van ‘hoop en troost’, maar zelf denk ik eerder aan ‘brand’ en ‘groot alarm’. En dat is het natuurlijk ook. Het is alsof een engel uit het boek Openbaringen plotseling is neergedaald en met zijn adem dood en rampspoed over deze aarde blaast: een nieuw virus is opgestaan, het verspreidt zich ongemerkt en razendsnel en het kan met name voor oudere en kwetsbare mensen dodelijk zijn. Het heeft van de wetenschappers direct een fraaie naam gekregen, sars-CoV-2, ofwel severe acute respiratory syndrome coronavirus 2, ofwel COVID-19, maar ze kennen hem nog niet goed, hij is grillig, vaak onzichtbaar, en dan weer fel en dodelijk. Het is een mysterieuze tegenstander die scherp op leeftijd selecteert: de jeugd heeft er weinig last van, sommige dertigers en veertigers worden doodziek en wie de zestig is gepasseerd kan zomaar opeens de dood in de ogen kijken. Dokters doen wat ze kunnen, maar staan, vooralsnog, met lege handen: geneesmiddelen zijn er niet, een vaccin moet nog worden ontwikkeld. In Spanje en Italië stapelen de doden zich op in kerken en koelcellen – er is geen ruimte en tijd om ze zo snel te begraven. Van Madrid tot New York zien de ziekenhuizen eruit als veldhospitalen. Ondertussen vindt overal ook nog eens een groot en eenzaam sterven plaats, vooral in de verzorgings- en verpleeghuizen. Boccaccio had het er al over toen hij de Florentijnse pestepidemie van 1348 beschreef: iedere burger meed zijn medeburgers, verwanten zochten elkaar ‘zelden of nooit’ meer op, of zagen elkaar ‘slechts vanuit de verte’. Ook nu is afstand houden de nieuwe deugd. Als niet iedereen thuisblijft kan immers, volgens de huidige scenario’s, 20% tot 60% van de bevolking worden aangetast, daarvan kan 10% tot 15% zeer ernstig ziek worden, maar liefst 5% van de patiënten zal soms weken aan de beademing moeten – geen enkel land kan opeens zo’n veelvoud aan intensivecarebedden regelen. De komende maanden zullen er, alleen al in Europa, naar schatting vele tienduizenden doden vallen. Zonder lockdown, in allerlei vormen, kunnen er net als bij de Spaanse griep weer miljoenen doden vallen. Dit is voor onze generaties nieuw en onbekend terrein. Geen regering heeft enig idee, de experts hebben nu de touwtjes in handen, we leven plotseling onder een medisch regime. Iedereen is bang en bezorgd. Mensen die we kennen zullen sterven, misschien wel geliefden, misschien wel wijzelf. We zitten boven op het nieuws, wat we meemaken is onwezenlijk: bijna alle Europese landen zijn op slot gegaan, aanvoerlijnen zijn onderbroken, een vijfde van de wereldbevolking zit thuis in isolatie, scholen zijn dicht, bijeenkomsten zijn verboden, theaters, cafés en restaurants zijn gesloten, op de straten zie je geen mens. In de Amsterdamse binnenstad loop je door de foto’s van een verstilde 19de eeuw, in ons dorp is het afgelopen met de kaartavondjes en de toneelrepetities. We zien reclames op de tv, vrolijke feestjes, mensen die elkaar de hand schudden, en het zijn al beelden uit een andere tijd. Iedere avond worden op het scorebord van het televisienieuws de laatste doden bijgeschreven, een zaterdagkrant, eind maart, telt opeens negen pagina’s overlijdensadvertenties, waaronder die van twee bejaarde echtparen die er gezamenlijk zijn uit gestapt. We staan met open mond te kijken naar die abrupte stilstand van onze wereld, beklemd en vooral verbijsterd. Deze crisis betekent een economische en sociale ordeverstoring op een niet eerder vertoonde schaal. De beurzen lijken wel behekst. Alles stortte die eerste weken tegelijk ineen: én de aandelen, én de obligatiemarkt, én het goud, alle koersen raakten in een vrije val. De olieprijzen vielen terug naar het laagste niveau sinds de eeuwwisseling – nu zijn ze zelfs negatief: per vat olie krijgen de kopers €40 toe omdat er geen plek meer is om al die onverkochte olie op te slaan. Sommigen verkondigen het einde van dit verbluffende en ontwrichtende tijdperk van globalisering en neoliberalisme, zo nu en dan valt zelfs al de term ‘paradigmawisseling’. (paradigma=samenhangend stelsel van modellen en theorieën ) Wat daarvan klopt, jij kunt dat in 2069 beter beoordelen dan ik. ‘De toekomst is niet te voorspellen,’ schrijft mijn favoriete columnist. ‘En van het weinige wat wel valt te voorspellen wil je de helft niet weten.’ Zo is het op dit moment met ons gesteld. Misschien vind je, achteraf, dat we overdrijven. Oorlog is erger, en dat geldt ook voor duizend andere gruwelijkheden uit het verleden. Maar ik zie wel een gitzwarte horizon, en die komt iedere dag dichterbij. Naast alle angst, pijn, dood en verdriet komt er een economisch noodweer van ongekende omvang op ons afzeilen. De Europese Commissie voorspelt voor dit jaar een krimp van 7,5% voor de hele eurozone – ter vergelijking: in 2009, op het diepste punt van de bankencrisis, kromp de Europese economie met 4,5%. Voor Italië, Spanje, Kroatië en Griekenland wordt het vermoedelijk een krimp van rond de 9%, voor Frankrijk 8%, voor Nederland en Duitsland ruim 6%. De percentages uit de rekencentra van het IMF komen op hetzelfde neer. Die verschillen zullen de eurozone verder uiteendrijven. De wereldeconomie zal met 3% krimpen – maar dat is het gunstigste scenario. Het wordt een crisis die veel verder en dieper zal reiken dan de bankencrisis van 2008 en die nu al wordt vergeleken met de Grote Depressie van de Dertiger Jaaren. Bankier Steven Seijmonsbergen, die als balansbeheerder van de Fortisbank de bankencrisis van binnenuit meemaakte, vertelde me dat hem die septemberweken van 2008 regelmatig het zweet in de handen stond: het hele financiële systeem kon van het ene moment op het andere vastlopen, er kon opeens geen euro meer uit de geldautomaten komen. Hij keek uit het raam naar het leven op straat en dacht: beseffen jullie wel dat dit in één klap tot stilstand kan komen? Wat toen ternauwernood werd voorkomen, is dit voorjaar alsnog werkelijkheid geworden. Alleen draaien de geldautomaten nu door, maar komen, over de hele wereld, de mensen niet meer uit hun huizen. En dat maakt dat deze crisis van 2020, anders dan in 1929 en 2008, de economie, vooral de kleine en middelgrote bedrijven, in het hart raakt, onmiddellijk en direct. Het is een catastrofe die, zoals altijd, vooral de allerarmsten zwaar zal treffen: de sloppenbewoners in Azië en Zuid-Amerika die toch al nauwelijks beschikken over medische voorzieningen, de dagloners in Afrika – de helft van de werkende bevolking – die hun kansen op werk en eten zien verdampen, de miljoenen vluchtelingen en ontheemden, maar ook de talloze ‘benedenmodale’ huishoudens in Europa en de Verenigde Staten. Voor ontwikkelingslanden kan de coronacrisis uitlopen op de grootste ramp van deze decennia. De grote verbeteringen in de mondiale levensstandaard van de afgelopen dertig jaar zullen, deels, weer worden tenietgedaan. De VN waarschuwde voor ‘hongersnoden van Bijbelse proporties’ die zeker 265 miljoen mensen zullen raken, met alle volksverhuizingen en massasterfte die dat met zich mee zal brengen. Meer dan een derde van alle Afrikaanse banen en huishoudinkomens loopt gevaar. Het continent kent welgeteld twee laboratoria die corona-testen kunnen verwerken. Sommige landen tellen meer ministers dan ic-bedden. Uniek is de abruptheid van deze crisis: van het ene moment op het andere staan – ook goedlopende – bedrijven aan de rand van de afgrond. Alle Europese landen zoeken nu naar een eigen balans tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, en je ziet ze, wat dit betreft, terugvallen op hun oude tradities. Zweden, een individualistische vertrouwenssamenleving, legt de verantwoordelijkheid grotendeels bij de burgers zelf. Cafés, restaurants en scholen blijven open, alleen sportevenementen en bijeenkomsten met meer dan vijftig personen zijn verboden. Nederland, vanouds een burgerrepubliek, is weliswaar op slot, maar ook hier wordt veel aan de bevolking zelf overgelaten. Dat voelt goed, eerlijk gezegd, en dat heeft ook te maken met de houding van de huidige minister-president: hij toont zijn zorgen en zijn ‘duivelse dilemma’s’, hij geeft vertrouwen en daardoor krijgt hij, ondanks de onvermijdelijke missers, veel vertrouwen terug. In Frankrijk is, net als in België en Spanje, het tegendeel het geval: president Macron heeft, als een absolute monarch, het land compleet dichtgetimmerd. Niemand mag zonder vergunning zijn huis uit, de politie controleert alles en iedereen – ook op zaken die niets met het virus te maken hebben –, de straffen zijn zwaar, de greep van de overheid is totaal. Het land ligt er verlaten bij, meer dan één op de drie werknemers is door de sluitingen getroffen, zevenhonderdduizend bedrijven hebben voor acht miljoen mensen arbeidstijdverkorting aangevraagd. Ook Italië – eind april meer dan dertigduizend doden – ligt helemaal stil. Honderd- tot honderdvijftigduizend bedrijven dreigen de komende maanden failliet te gaan, de werkgelegenheid van twee tot drie miljoen Italianen. Voor Zuid-Italië kan het wel eens, zo wordt gevreesd, uitlopen op de grootste economische slachting sinds de Tweede Wereldoorlog. In de arme buurten van Napels gebruikt de camorra het uitdelen van voedselpakketten al als dekmantel om drugs te distribueren en de greep op de bevolking te versterken. Op het Griekse eiland Samos is, volgens de laatste berichten, het vluchtelingenkamp veranderd in een menselijke mestvaalt waar meer dan zesduizend mannen, vrouwen en kinderen bivakkeren, broeiend en stinkend, dag en nacht. Nog steeds is er nergens stromend water, de ratten rennen vrij rond, het aantal artsen in het toch al uitgeklede ziekenhuis is, na alle eerdere bezuinigingen, zo ongeveer gehalveerd. De levensader van het eiland, het toerisme, is vrijwel stilgevallen. In Engeland is nu zo weinig beschermende kledij dat het ziekenhuispersoneel hier en daar rondloopt in vuilniszakken, met snorkels voor hun mond en lasbrillen voor de ogen. Een Britse expert tegenover The Sunday Times: ‘Als je de afgelopen twee jaar de oudere managers van de National Health Service meemaakte, dan wist je dat een pandemie hun grootste angst was, hun ergste nachtmerrie, omdat ze er niet op waren voorbereid.’ In Duitsland pleegde een deelstaatminister, uit wanhoop over de coronacrisis, zelfmoord. Ook in Nederland worden tienduizenden huishoudens en bedrijven in een afgrond geduwd. Eén op de drie ondernemers in het midden- en kleinbedrijf heeft te maken met een omzetdaling van meer dan driekwart. De concertzalen, theaters en musea, stil en potdicht, zullen in drie maanden tijd een miljard aan omzet verliezen – een klap die het grootste deel van de toch al zwaargehavende culturele sector in dit zuinige land onmogelijk kan overleven. Een derde van de boekhandels, met name in de grote steden, dreigt om te vallen. In de ziekenhuizen liggen ic-afdelingen propvol, uitgeputte artsen en verpleegkundigen zwoegen, gekleed als marsmannetjes, zwetend en wanhopig door: ‘Je ziet de angst in de ogen van de patiënten, en je weet dat je weinig of niets kunt doen.’ Om de schaarse hulpmiddelen wordt gevochten. De keuzes zijn hartverscheurend. In het Joodse verzorgingshuis Beth Shalom in Amsterdam zijn inmiddels van de honderdtwintig bewoners meer dan twintig overleden – sommigen hadden nog Auschwitz overleefd. Op de televisie vertelt een Brabantse huisarts dat hij vroeger ongeveer één sterfgeval per week had, nu twee tot drie per dag. De plaatselijke begrafenisondernemer: vroeger één aanmelding per dag, nu drie. Veel van die coronadoden blijven onder de radar, omdat er geen test is gedaan. (tekst: Geert Mak) De situatieschets die de auteur beschrijft is van eind mei 2020, aan het einde van de Eerste corona-golf. Inmiddels zijn we 5 maanden verder en verkeren we midden in de Tweede corona-golf. Of er volgend voorjaar nog een Derde volgt, niemand weet dat. Zijn beschrijving van de grote sociaal/maatschappelijke crisis spreekt mij aan, maar in hoeverre die representatief is voor onze samenleving kan ik niet beoordelen. In zijn boek “Epiloog” geeft hij stap voor stap aan hoe COVID-19 zich heeft kunnen verspreiden, in betrekkelijk korte tijd, tot een, tot nu toe, onbeheersbare pandemie. Mak schroomt niet ‘man en paard’ te noemen die de bestrijding verkloot hebben: ontkennen, negeren, minimaliseren. Op de laatste dag van oktober 2020 meldt het RIVM: aantal geregistreerde besmettingen deze week ca 70.000, op 31 oktober 8740 een daling van 9819 met de voorgaande dag. Er liggen 2493 corona-patiënten in ziekenhuizen, waarvan 5839 op IC’s. Het aantal ziekenhuis- en IC-opnames zit nog steeds op de lijn van het slechtste scenario. Dat zegt voorzitter Kuipers van het Landelijk Netwerk Acute Zorg. Volgens Kuipers moeten we hopen dat het besmettingsgetal R onder de 1 zit, dan is de piek al bijna bereikt. Als de R ondanks de maatregelen boven de 1 ligt, is de piek van de tweede golf op zijn vroegst pas in de week van 17 november. Als de maatregelen geen effect hebben, liggen er op 1 december 6000 mensen in het ziekenhuis, veel meer dan in maart. In de hele wereld zijn 46 miljoen besmettingen geregistreerd en 1,2 miljoen doden, waarvan in de VS 9,3 miljoen en 235.000 doden, in India 8 miljoen en 121.000, in Brazilië 5,6 miljoen en 160.000 en in Frankrijk, Spanje, het VK en Italië tesamen 4,3 miljoen en 157.000 doden. De historicus meldt enkele makro-economische ontwikkelen. Die cijfers zijn correct maar voor dit moment is de vraag welke economisch/financiële gevolgen de tweede lockdown zal teweegbrengen. Lang niet overal binnen de EU zullen die ‘draagbaar’ zijn. Ik heb grote twijfels over de gevolgen van het monetaire beleid dat door grote en kleinere centrale banken wordt gevoerd. Geld in de markt blijven pompen is op enig moment eindig omdat daarmee het geld waardeloos wordt, hetgeen onherroepelijk leidt tot een hyperinflatie dan wel een ineenstorting van het financiële stelsel. Het verkrappen van de geldmarkten is weliswaar een papieren optie, maar in de praktijk veroorzaakt dat chaos. Mak schetst die situatie ook als hij schrijft dat hij “een gitzwarte horizon ziet, en die komt iedere dag dichterbij. Naast alle angst, pijn, dood en verdriet komt er een economisch noodweer van ongekende omvang op ons afzeilen. Het ruimgeldbeleid met lage en negatieve rentes blaast de koersen op de effectenbeurzen op en als die ballon weer leegloopt zijn de gevolgen niet beheersbaar. Politici en monetaire autoriteiten pompen geld in de markt om de sociaal maatschappelijke gevolgen van de economische krimp als gevolg van onder meer de corona-pandemie te beperken. Dat is korte termijnbeleid, want daarmee voorkomen ze niet een massale ontslaggolf en dat er een groot aantal faillissementen zal plaatsvinden. De krachten die momenteel rondwaren zijn sterker dan waarmee KK’s met geldinjecties de gevolgen trachten te minimaliseren. Uiteindelijk betaalt de samenleving (de belastingbetaler, waaronder de spaarders en de deelnemers die 40 jaar premie hebben betaald voor hun pensioen) daarvoor de prijs.

Financieel/ecomische berichten

Het kabinet is niet bereid KLM van verdere staatssteun te voorzien, omdat het de luchtvaartmaatschappij niet is gelukt het eens te worden met de vakbonden over toekomstige bezuinigingen. Minister Hoekstra heeft staatssteun toegezegd van €3,4 mrd, met bezuinigingen tot 2025. Pilotenvakbond VNV wil nog geen handtekening zetten. Het het moment van sluiten van dit blog was KLM wel in overleg met het FNV. Er wordt door Wobke Hoekstra (CDA) hoog spel gespeeld want KLM kan het zonder steun uiterlijk nog een paar maanden volhouden. Hoekstra noemt de opstelling van de piloten “risicovol”. Financiën heeft ondertussen al wel een deel van de steun uitgekeerd. (bron: NOS) KLM moet 6,25% rente betalen op lening van de staat van €1 mrd en voor de banken die gezamenlijk $2,4 mrd leveren 1,35% boven euribor. De belastingbetaler draagt daarvoor 93% van het risico, de elf banken in het consortium gezamenlijk 7%. Voor KLM dat samen met zusterbedrijf Air France slechts 1,7 mrd waard is en in totaal ruim 10 mrd aan hulpleningen nodig heeft, een risicovolle steunmaatregel voor de Nederlandse belastingbetaler.

Ook niet rijke landen hebben uitgevonden hoe je geld kunt scheppen om de economie draaiende te houden zoals De FED, de ECB, de BoJ an de BoE doen door schuldtitels op te kopen en daarmee de liquiditeiten op de geldmarkten te verruimen en de koersvorming op de effectenbeurzen te ondersteunen in ‘magere jaren’. Het IMF waarschuwde daar deze week voor. Of dat een exclusief recht zou zijn van elite-landen. De realiteit is ook dat de Wereldbank en het IMF onvoldoende financiële steun verlenen aan armlastige landen. Trouw laat in een grafiek zien van het IMF om welke landen het gaat. Het getal achter het land geeft aan om welk percentage van het bbp het gaat: Chili (3%), Indonesië 3,8%), Philippijnen (4,2%), Polen (4,6%), Kroatië (4,9%), Ontwikkelde landen, waaronder de eurozone (5,9%), Japan (9%), VS (11,8%) en het VK (12%). De grootte van de inkoopkoopprogramma’s van Roemenië, Maleisië, Zuid-Afrika, India, Thailand, Columbia, Ghana, Hongarije en Turkije liggen onder de 2%. Het IMF stelt dat de stress op de financiële markten voor deze landen erdoor is afgenomen. Maar wat is de keerzijde van de medaille op de langere termijn? Met dit alom bejubelde monetaire beleid wordt in feite de waarde van een land overgedragen aan de financiële markten. Hetzelfde geld wordt door deze truc twee keer beleend. Eerst leent de overheid het geld middels staatsobligaties en geeft dat geld uit en vervolgens koopt de centrale bank die obligaties weer op en pompt de opbrengst weer terug in de markt als zogenaamd gratis geld.

Hans Nauta schreef deze week in Trouw: Nu landen zoals Duitsland en Frankrijk de teugels aantrekken en strengere maatregelen nemen tegen het coronavirus, betrekken de vooruitzichten voor de Europese economie. Vooral november wordt een slechte maand, voorspelt Christine Lagarde. Er zijn veel signalen die erop wijzen dat het economische herstel van de eurozone sneller dan verwacht momentum verliest. “De stijging van het aantal Covid-19-besmettingen en de intensivering van de beperkende maatregelen drukken op de activiteiten. Dat leidt tot een duidelijke verslechtering op de korte termijn.” Al sinds september verliest de Europese economie vaart, zegt Lagarde. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het dalende consumentenvertrouwen en de moeilijkheden van de dienstensector. ING waarschuwt in een analyse voor een ‘dubbele dip’, waarbij de economie in het vierde kwartaal krimpt. “Of dat gebeurt, weten we niet”, zei Lagarde. Dat hangt namelijk af van het effect van de corona-maatregelen. Tot die tijd loopt het bestaande programma door. Zoals het opkoopprogramma PEPP, het pandemic emergency purchase programme. Dat heeft een waarde van 1350 mrd en wordt tot juli 2021 voortgezet. Het opkopen van schuldpapieren brengt rust op de financiële markten en maakt lenen goedkoper. Zo stroomt er meer geld in de economie en dat dempt de crisis, luidt de gedachte. Naar eigen zeggen hebben de crisismaatregelen van de ECB 1 miljoen banen gered. Verder is het essentieel dat overheden hun financiële vangnetten, zoals de steunpakketten voor bedrijven en werknemers, niet te snel weghalen, zei Lagarde eerder al. ING noemt het scenario waarmee de centrale bank werkt ‘gedateerd’. “Hernieuwde onzekerheid, lockdownvermoeidheid, banenverlies en faillissementsvrees kunnen deuken slaan in het vertrouwen, de uitgaven en de investeringen”, is de waarschuwing. Ondertussen speelt ECB met het idee om een ‘bad bank’ op te richten, waar Europese banken hun slechte leningen kunnen onderbrengen als de gevreesde faillissementsgolf er daadwerkelijk komt, en de banken met kredieten blijven zitten die nooit meer worden afgelost. Dat het opkopen van schuldpapier tot tevredenheid op de financiële markten leidt is herkenbaar maar of de negatieve bijwerkingen ervan niet tot grote problemen leidt sluit ik ook niet uit. De ECB, het IMF en de Wereldbank stimuleren een beleid van steeds meer geld in de markt pompen maar tegelijkertijd wordt de waarde aan het geld ontnomen. En de verliezen die dat veroorzaakt kunnen groter worden dan de kortstondige winsten van het vooruitschuiven van werklozen en faillissementen. Op den duur ontstaat, vanuit links of rechts, een chaos, want geld staat dan niet meer voor waarde. Daarbij komt dat het bankwezen erdoor in steeds moeilijker posities worden gemanoeuvreerd als geld waardeloos wordt.

De vier grootste tabaksbedrijven ter wereld sluizen jaarlijks miljarden door Nederland om belasting te ontwijken. Dat is de conclusie van journalistencollectief The Investigative Desk, waar NRC over schrijft. De bedrijven waar het om gaat zijn British American Tobacco, Philip Morris, Japan Tobacco en Imperial Brands. De journalisten keken naar financiële transacties in de periode 2010-2019. De tabaksfabrikanten zouden Nederlandse brievenbusfirma’s gebruiken als doorvoerhaven voor een deel van hun buitenlandse inkomsten. Jaarlijks gaat het volgens de onderzoeksjournalisten om zeker €7,5 mrd aan dividend, rente en royalty’s. (bron: NOS)

De Amerikaanse vliegtuigbouwer Boeing gaat waarschijnlijk nog eens 7.000 arbeidsplaatsen extra schrappen als gevolg van de moeilijke marktomstandigheden in de luchtvaartsector. In een verklaring aan het personeel zei Boeing-topman David Calhoun dat de crisis het bedrijf dwingt tot maatregelen. Dit voorjaar kondigde het bedrijf al aan 16.000 banen te laten verdwijnen, hoofdzakelijk in de VS. Dat kwam neer op ongeveer 10% van het wereldwijde personeelsbestand. Boeing zag de omzet in het derde kwartaal weer hard dalen; op jaarbasis met 29% tot $14,1 mrd. Er werd een nettoverlies geleden van $466 mln tegen een winst van $1,2 mrd een jaar eerder. De tak voor commerciële vliegtuigen zag een omzetdaling van 56%. (bron: DFT)
Luchtvaartmaatschappijen gaan volgend jaar massaal failliet zonder financiële steun van de overheid, zegt Alexandre de Juniac, topman van de internationale brancheorganisatie IATA. Volgens hem hebben maatschappijen geld om het nog zo’n negen maanden vol te houden. “Ze kunnen niet snel genoeg op de kosten besparen om de gekrompen inkomsten te kunnen compenseren”, aldus De Juniac. De totale omzet van de industrie wordt in 2021 naar verwachting gehalveerd ten opzichte van vorig jaar. IATA denkt dat het vliegverkeer in heel 2020 met 66% daalt ten opzichte van vorig jaar. “Het vierde kwartaal wordt buitengewoon moeilijk en er zijn weinig aanwijzingen dat de eerste helft van 2021 significant beter zal zijn, zolang de grenzen gesloten blijven en aankomstquarantaines blijven bestaan”, zegt De Juniac. (bron: DFT)

Bij bierbrouwer Heineken verdwijnen honderden banen door de coronacrisis. Er wordt gesneden in de personeelskosten op het hoofdkantoor in Amsterdam en bij regionale kantoren. Heineken wil nog geen concrete aantallen banen noemen. Heineken heeft de cijfers bekendgemaakt over het derde kwartaal, waarin over de hele wereld de coronacrisis heerste. De bierverkoop daalde door de crisis, onder meer doordat belangrijke markten als Zuid-Afrika en Mexico alcohol verboden. De nettowinst in de eerste negen maanden was zo’n €400 mln. Vorig jaar maakte Heineken nog €1.700 mln winst in dezelfde periode. (bron: NOS)

Nederlandse banken hebben sinds het begin van de coronacrisis in maart €28 mrd aan steun verleend. De NVB, de Nederlandse Vereniging van Banken, meldt dat ruim 166.000 ondernemers en bijna 36.000 particulieren er gebruik van maakten. Ze hoefden onder meer tijdelijk geen aflossingen te doen.

Corona berichten

Het Outbreak Management Team vindt dat er in de kerstvakantie een negatief reisadvies moet gelden voor vakanties in het buitenland. In het laatste advies aan het kabinet staat dat er risico’s zijn bij wintersportvakanties, onder meer door skiliften en groepsvervoer. Volgens de experts zijn buitenlandse reizen een risico voor de verspreiding van het coronavirus. Daarbij verwijzen ze naar de zomer, toen mensen het virus meebrachten uit het buitenland. Ook zeggen de experts dat ¾ van de reizigers uit ‘oranje’ gebied toen niet in quarantaine ging, zoals wel de bedoeling was. (bron: NOS)

De musical Soldaat van Oranje wordt voor onbepaalde tijd stilgelegd. “Het telkens opstarten en weer stilleggen van de productie is noch voor onze medewerkers noch voor ons publiek een situatie die vol te houden is”, schrijft de langstlopende voorstelling ooit in Nederland. Mensen die al kaartjes hadden gekocht, krijgen bericht. (bron: NOS) En wat staat er in die brief? Krijgen ze hun geld terug of krijgen ze een voucher voor een latere datum?

Doorwerken in de zorg terwijl je recent positief bent getest op het coronavirus: dat gebeurt ook in Nederland. Volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) komt de continuïteit van zorg op steeds meer plekken onder druk te staan en raken oplossingen om toch aan (vervangend) personeel te komen uitgeput. De inspectie ontvangt signalen dat zorgaanbieders steeds vaker genoodzaakt zijn zorgverleners met milde klachten toch in te zetten. Argos Zorggroep, met elf locaties voor ouderenzorg, is zo’n instelling waar personeel na een positieve test mag doorwerken. Argos heeft veel last van uitval en wijzigde daarom een aantal dagen geleden het interne beleid, zegt manager communicatie Karin Hersbach. Medewerkers met een positieve test mogen werken op Covid-afdelingen, waar cliënten wonen die ook besmet zijn. Een besmette collega werkt zoveel mogelijk individueel, eet alleen en kleedt zich alleen om. Hersbach noemt het een noodgreep. “We doen dit liever niet, maar de continuïteit van de zorg komt in het geding en dan staat het protocol van het RIVM dit toe.” Ze zegt dat werken na een positieve test vrijwillig is. “Niemand wordt verplicht om te werken, maar we stellen het wel op prijs.” Cliënten zijn niet betrokken bij dit besluit, de bedrijfsartsen en de GGD wel, aldus Argos. De richtlijn van het RIVM biedt volgens de inspectie inderdaad ruimte om bij uitzondering besmet personeel met milde klachten te laten doorwerken. Voor alle andere Nederlanders geldt na een positieve test tien dagen quarantaine. Eerder deze maand berispte de inspectie een verpleeghuislokatie van Present in Leerdam, waar besmet personeel in overleg met de GGD bleef werken. In het verpleeghuis constateerde de inspectie enkele risico’s. Zo lunchten positief en negatief geteste medewerkers in dezelfde ruimte en maakten ze gebruik van hetzelfde toilet. De locatie heeft tot 12 november om verbeteringen aan te brengen en mag tot dan geen nieuwe cliënten aannemen. Het is volgens de IGJ ondoenlijk om te controleren of ieder verpleeghuis, ziekenhuis of ggz-instelling de protocollen van het RIVM naleeft. De inspectie adviseert zorgorganisaties om in overleg met de bedrijfsarts of GGD schriftelijk vast te leggen hoe er wordt gewerkt ten tijde van quarantaine. (bron: Trouw) FNV Zorg en Welzijn uit hun zorgen over besmet zorgpersoneel dat toch doorwerkt. De vakbond plaatste een nieuw bericht over het onderwerp op sociale media. “Daar kwamen veel felle reacties op”, zegt bestuurder Elise Merlijn. “Meer leden zeggen dat het gewoon gebeurt, dat je moet komen werken ondanks een positieve test. Gelukkig zijn er ook zorginstellingen die er alles aan doen om te voorkomen dat besmet personeel aan het werk gaat.” Merlijn wil geen namen noemen van zorgbedrijven. De FNV-bestuurder noemt de uitzondering in het RIVM-protocol onaanvaardbaar. “In heel Nederland moet je in quarantaine na een positieve test, maar als je met de kwetsbaarste mensen van het land werkt, dan kun je de regels wel wat minder nauw nemen. Ingepakt in beschermende kleding of niet, het risico is hartstikke groot dat er ergens iets misgaat.”

Frontberichten

“Het is te vroeg om harder op de rem te trappen”, zei premier Rutte tijdens een persmoment maandag. Hij verwacht dat deze week de effecten van de gedeeltelijke lockdown duidelijk worden. De groei van het aantal besmettingen vlakt af, maar de cijfers zijn te hoog, zei Rutte. Hij gaat ervan uit dat er komende dinsdag weer een nieuwe persconferentie zal plaatsvinden met mogelijk aangepaste richtlijnen. Rutte herhaalde dat alle scenario’s op tafel liggen, inclusief een volledige (gestripte) lockdown. Hij riep iedereen op zich aan de voorschriften te houden. De groei van het aantal besmettingen vlakt af, maar de cijfers zijn te hoog, zei Rutte. Hij riep iedereen op zich aan de voorschriften te houden. (bron: NOS)

De belangenvereniging van de horeca zegt “moedeloos” te worden van de boodschap van minister De Jonge dat de corona-maatregelen tot in december van kracht blijven. De horeca moet al die tijd dicht blijven. De club pleit voor meer financiële steun, want “de schulden stapelen zich op”. Sportkoepel NOC*NSF reageert gelaten op de verlenging van de maatregelen. Het seizoen is net opgestart, de situatie is vervelender dan in het voorjaar, zegt een woordvoerder. De belangenbehartiger van orkesten is teleurgesteld en zegt hard gewerkt te hebben om zalen coronaproof te maken. Het ledental van sportscholen is de afgelopen maanden gestegen naar 80% tot 90% ten opzichte van het begin van de coronacrisis. Rond de heropening in juli was dat nog zo’n 70%, zegt brancheorganisatie NL Actie. Toch draaien de meeste sportscholen nog met verlies. Door de hoge vaste kosten is juist die laatste 10 à 20% nodig om winst te maken. Een echte lockdown zouden veel centra niet overleven, denkt de organisatie. De leden die nog wegblijven zijn vooral ouderen, omdat ze zich meer zorgen maken over het risico op coronabesmettingen in de sportscholen. (bron: NOS)

Bondskanselier Merkel heeft in het parlement gewaarschuwd dat de Duitse intensivecare-afdelingen binnen enkele weken overbelast dreigen te raken. Ze zei dat haar land zich moet opmaken voor vier lange, zware wintermaanden. Maandag gaan nieuwe maatregelen in. Zo moeten cafés en restaurants dicht, is publiek in de Bundesliga verboden en mogen Duitse toeristen niet meer ergens overnachten. Dat beperkt de vrijheid en schaadt bedrijven, erkende ze. Maar het is een dramatische situatie, zei ze. Populisten die beweren dat het virus ongevaarlijk is, noemde Merkel “gevaarlijk en onverantwoordelijk”. (bron: NOS)

Amsterdam: Mensen schieten in de stress door al hun schuldeisers en openen hun post niet meer. In 2019 werden op 5.000 bijstandsuitkeringen beslag gelegd. Hoe kun je op een bijstandsuitkering beslag leggen? Ruim 14.000 Amsterdammers hebben in 2019 een boete gekregen voor het niet tijdig betalen van hun zorgpremie. 25.000 inwoners van de hoofdstad hebben betalingsachterstanden. In 2019 werd €50.000.000 aan schulden gesaneerd via de gemeentelijke Kredietbank. Om te voorkomen dat de schulden van Amsterdammers te hoog oplopen stopt de gemeente met incasso’s en aanmaningen tot er een oplossing is gevonden voor de schulden.

Het Rode Kruis meldt dat in de komende tijd steeds meer mensen in ons land steeds minder te eten hebben door de wereldwijde corona-pandemie. Zij hebben besloten dagelijks 3000 mensen een maaltijd aan te bieden.

Het kabinet weet nog niet of ze vuurwerk tijdens de jaarwisseling moeten verbieden of gelimiteerd moeten toestaan. Gemeenten, waaronder Rotterdam en Nijmegen hebben het al verboden. Advies: helemaal niet toestaan om de zorg niet extra te belasten.

Voedsel, onderdak en sociale ondersteuning zijn burgerrechten voor de bevolking!

De Europese Commissie gaat een ‘minimumloon’ in de hele EU opstarten. Maar zo mag dat niet heten, het gaat een ‘behoorlijk’ loon heten, want het ‘minimumloon’ is van de EU-lidstaten. De EC beweegt zich hiermee op drijfzand.

De eurozone toont het sterkste economische herstel ooit in het 3e kwartaal met een groei van 13% t.o.v. het kwartaal ervoor, maar bereikte niet de stand van het 1ste kwartaal. Door de Tweede corona-crisis wordt een veel slechter 4e kwartaal verwacht.

De klimaatdoelen komen nog niet in beeld, ondanks een diepe dip van de CO2-uitstoot dit jaar. Het tempo van het terugdringen van de CO2 van de bedrijven moet verdubbelen, schrijft het Planbureau voor de Leefomgeving om de broeikassen-uitstoot over 10 jaar met 49% terug te kunnen brengen. Op basis van de huidige stand komt die uit op 34% lager.

Overwegingen

Hoe maakbaar is onze maatschappij nog, in hoeveel zaken zijn wij afhankelijk van derden en wie bepaalt in feite ons beleid? Knappe koppen (KK’s) denken dat zij, en zij alleen, de wijsheid in pacht hebben. Dat zij in staat zijn samenlevingen ‘maakbaar’ te maken en te houden. Niets is minder waar, zij denken dat wel en verkondigen dat in den brede en laten dat beeld ondersteunen vanuit de wetenschappelijke en politieke hoek om de zwakke onderdelen buiten schot te houden. Ik doel dan niet aan al het gelieg en bedrieg dat Trump dagelijks rondtwittert, want dat is doorzichtig. Ik waarschuw al enkele maanden voor de stabiliteit van het monetaire beleid en de onzekerheden die rond het bankwezen zwermen. Onze banken hebben ‘voldoende vlees op de botten om de gevolgen van de eerste corona-golf te overleven’, zei Klaas Knot. Maar over de financiële verliezen die bedrijven en consumenten bedreigen als de tweede corona-golf doorzet is hij veel minder positief: banken kunnen in de problemen komen. Geert Mak schetst een beeld vanuit een historisch perspectief, dat weinig goeds geeft: falende politici en experimenterende monetaire autoriteiten, een verwend volk dat niet gewend is om met noodlot om te gaan en onzekere toekomst.

Nederland moet radicaal anders na gaan denken over zijn corona-aanpak, stellen Prof. dr. Rudi Westendorp (61) is internist en Prof. dr. Marli Huijer (65), hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van 2015 tot 2017 bekleedde zij de rol van Denker des Vaderlands. Ze pleiten, in het Parool, voor een nationaal corona-akkoord, waarin het redden van levens niet het enige belangrijke is. Westendorp stelt dat corona kan nog jaren bij ons blijven en als het niet corona is, dan wacht ons op termijn wel weer een andere pandemie. “Het is onvermijdelijk. Er zijn steeds meer mensen, die steeds meer reizen. Die wisselen virussen en bacteriën uit met een snelheid die niet meer verenigbaar is met de biologie van ons lijf.” Hij waarschuwt dat we van een vaccin geen wonderen moeten verwachten. “Als het al snel komt, maar naar een hiv-vaccin zoeken we al sinds de jaren tachtig, er is veel scepsis, niet iedereen zal een vaccinatie willen en een vaccin zal bovendien niet iedereen beschermen.” Nog los van de bijwerkingen die zich zeker zullen voordoen. ”Nu worden vooral mensen op hoge leeftijd of met een zwakke gezondheid dodelijk getroffen. Elke overledene aan corona overlijdt gemiddeld enkele jaren te vroeg. Je wil niet dat dat jezelf overkomt, en ik zou ook niet willen dat mijn moeder aan corona overlijdt. Maar verantwoordt wat we nu doen de enorme schade die wordt toegebracht aan onze economie, de horeca, culturele sector, zoveel andere medische zorg die wordt uitgesteld? Nee.” Huijer: “De bevolking groeit en mensen worden steeds ouder. Door hun verminderde weerstand kan een virus onder ouderen heel hard toeslaan. Als oudere moet je beseffen dat het niet in het gemeenschappelijke belang is om alles uit de kast te halen om jou als individu te redden, tegen maximale kosten. We zijn niet meer gewend om met zo’n acute vorm van sterven om te gaan. Dat legt verplichtingen op aan eenieder die deel uitmaakt van de samenleving. Maar dan moeten lagen in de bevolking daarvan wel worden overtuigd, dat is de opdracht aan Rutte c.s.
De EU is niet gebouwd op visies, maar op doormodderen, stelt Adriaan Schout, van het Instituut Clingendael. De vraag is echter waar Europa momenteel staat in de strijd om een nieuwe wereldleider en welke positie Europa, als de kaarten geschud zijn, voor zichzelf heeft bevochten? Op het eerste niveau, op het tweede of slechts op de derde rij.

De regeringsleiders, onder meer Mitterrand, Kohl en Lubbers, die de EU, in het Verdrag van Maastricht 1991, hebben vormgegeven met de opdracht ‘bouw een ever closing union’ voor de 740 miljoen inwoners, is tot dusverre niets terecht gekomen. De politieke leiders van twintig jaar geleden waren grotere staatsmannen (met visie) dan de uitvoerders die daarna het geschetste Europese bouwwerk moesten bouwen en inrichten. Nog altijd zijn er geen architecten aan het werk, niet in de 27 EU-lidstaten, noch in Brussel. Onze politieke leiders modderen door met als doel nationale belangen te beschermen. Dat wordt gerealiseerd doordat alle grote kleine en piepkleine staten het vetorecht hebben. Het resultaat daarvan is dat onze jongeren en volgende generaties worden opgezadeld met het Avondland Europa.

©2020 hannesdewitte@02051935.nl

Slotstand indices d.d. 30 okt 2020; week 44: AEX 533,88; Bel20 3.043,36; CAC40 4.594.24; DAX30 11.556,48; FTSE 100 5.577,27; SMI 9.587,15; RTS (Rusland) 1.066,60; SXXP (Stoxx Europe 600) 342,36; DJIA 26.501,60; NY-Nasdaq 100 11.052,95; Nikkei 22.977,13; Hang Seng 24.107,42; All Ords 6.133,20; SSEC 3.224,53; €/$1.165; BTC/USD $13.567,25; 1 troy ounce goud $1.878,60, dat is €51.858,05 per kilo; 3 maands Euribor -0,523%; 1 weeks -0,541%; 1 mnds -0,548%; 10 jarig Nederlandse Staat -0,511%; 10 jaar VS 0,8569%; 10 jaar Belgische Staat -0,385%; 10 jaar Duitse Staat -0,625%; 10 jaar Franse Staat -0,338%; 10 jaar VK 0,262%; 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,545%; 10 jaar Japan 0,035%; Spanje 0,136%; 10 jaar Italië 0,719%. Een liter E10 hier aan de pomp €1,541.

De indices van de belangrijkste aandelenbeurzen noteerden lager, het corona-virus is nog altijd niet onder controle en de dollar en de bitcoin stegen. Slecht nieuws vanuit bepaalde sectoren in het bedrijfsleven, oplopende begrotingstekorten, stijgende staatsschulden en werkloosheid en de financieel/economische gevolgen van het voortdurende krimp-scenario, mede als gevolg van corona, bepalen de sfeer. De goudprijs in $$ daalde, in €€ stabiel. De rentetarieven daalden. Ik voeg ook deze week weer een lijst toe van 10 landen met een rentenotering voor 30-jarig staatspapier. In de meeste landen daalden de tarieven: Zwitserland -0,337%; Duitsland -0,22%; Nederland -0,123%; Frankrijk 0,354%; Japan 0,6406%; VK 0,817%; Spanje 0,937%; Canada 1,2306%; Italië 1,585%; VS 1,6298% . 5-jarig staatspapier met een negatieve rente: Duitsland -0,819%; Zwitserland -0,724%; Nederland -0,744%; Frankrijk -0,692%; België -0,698%; Denemarken -0,657%; Spanje -0,33%; Japan -0,1004%; VK -0,038%.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.