UPDATE 24112018/454 Het Britse lagerhuis beslist nog over het Brexit-akkord van May met de EU

Sir Ian Kershaw, Engels hoogleraar in de moderne geschiedenis aan de Universiteit van Sheffield

Deze 75-jarige Britse historicus geldt als een van ‘s werelds meest prominente onderzoeker van het Europa in de periode 1914 tot 2017. Hij schreef daarover twee boeken: De afdaling in de hel (1914-1949) en Een naoorlogse achtbaan (1950-2017). Dit laatste boek presenteerde hij kortelings geleden in Amsterdam. Het Parool interviewde de geschiedschrijver daarover en publiceerde dat op 15 november j.l. Hoe is de toestand van De Europese Unie? Daarover zegt de historicus “ernstig, maar niet fataal”. Europa zit momenteel in de ernstigste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog, maar hij verwacht niet dat de EU hieraan ten gronde zal gaan. Hij stelt dat inmiddels de verwevenheid zo groot is dat het continent zou kunnen omvallen. De eurozone duidt hij als de zwakste plek. [hoe sterk de EU is, hangt mijn inziens niet alleen af van de daadkracht van de grote eurolanden, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje, met een belang van 80%. de 19 eurolanden samen vormen de grootste meerderheid van de EU-27 met een belang van 70%. probleemgebieden zijn de zwakke economie, de hoge staatsschulden, de enorme kosten die moeten worden gemaakt voor de opvang van migranten, de zwakke sociale opvang en de financieel zwakke positie van de banken in de Zuid-Europese landen, alles in relatie tot de euro] Kershaw benoemt de ernst van de situatie: het aanzwellend anti-Europees verzet als het patriottisme en nationalisme. Hij adviseert de Europese regeringsleiders om aan de burgers uit te leggen waarnaar de Europese éénwording leidt. Van de twee Europese leiders, heeft alleen Macron dat getracht [vooralsnog met weinig succes, want zijn populariteit is sterk teruggevallen] en van Merkel is op dit punt weinig te verwachten nu zij heeft aangekondigd plaats te gaan maken voor een opvolger als bondskanselier. Voor Rutte is dit helemaal geen optie. [wat de regeringsleiders eerst zullen moeten invullen is hoe zij de toekomst zien van de Europese Unie, wat de belangrijkste aandachtsgebieden worden, wat in inhoud van de transitie van eco 3.0 naar 4.0 wordt en wat dat voor de burgers in de huidige 27-EU landen gaat betekenen. De EU voert momenteel een neo-liberaal beleid met een zwaar accent op economie en financiën/geld, dat wordt ondersteund door het monetaire beleid van de ECB. De EU is zeker geen politieke unie. Daar zijn nog grote stappen te zetten] Burgers zien de EU als een instituut dat zich overal mee bemoeit, dat log functioneert, duur en bureaucratisch is, een zelfingenomen machtscentrum dat zich alle nationale soevereiniteit heeft toe-eigenend. De geschiedschrijver wil dat beeld niet zien. De politiek moet laten zien wat de EU wel heeft gerealiseerd: onder meer heeft het van een oorlogszuchtig continent in de eerste helft van de vorige eeuw (twee wereldoorlogen) een vreedzaam continent gemaakt. [dat is zeker waar, dat ontken ik ook niet, maar zeg er dan wel bij dat onze politieke leiders nu snel orde op zaken moeten gaan stellen] Kershaw stelt dat de EU een uniek bouwwerk is [dat wordt geleid door leiders die vooral hun nationale belangen behartigen] dat hoognodig onderhoud behoeft waarover fundamentele beslissingen moeten worden genomen. [daarvoor is onder de burgerij nog geen draagvlak] Daarom blijft het tobben met deelbesluiten en compromissen, die niet tot een helder beleid voeren en slechts ‘van crisis naar crisis’ voeren. Het Europa van morgen zal een levendige, culturele entiteit zijn, met een variatie aan lidstaten met een eigen gezicht en een gemeenschappelijke toestand. Maar voor het zover is zullen de panelen nog fors moeten verschuiven.

Bevolkingsaanwas in Afrika

Waar Europa binnen enige jaren in toenemende mate mee zal worden geconfronteerd is de bevolkingsaanwas in Afrika. Het dagblad Trouw besteedde daar op 14 november aandacht aan. Terwijl de bevolking in Europa, op basis van voorspellingen van de VN, vanaf nu tot aan het jaar 2100 zal dalen van 742 miljoen nu naar 653 miljoen over 80 jaar, groeit de bevolking in Afrika explosief van 285 miljoen in 1960 en 1260 miljoen nu naar 4468 miljoen over 80 jaar. Die verhouding was in 1960 47:100 en in 2017 170:100 en groeit in 2050 naar 353:100 en in 2100 naar 100:684. Deskundigen gaan ervan uit dat meer welvaart in Afrika in de toekomst niet betekent dat er relatief minder Afrikanen willen gaan migreren naar Europa. Over 30 jaar wonen er op het Afrikaanse continent 2500 miljoen mensen, vooralsnog jonge mensen. Daarvan neem ik aan dat daarvan het avontuur aan zullen gaan de wereld te gaan verkennen. Aan de ene kant is het positief als ze ook naar Europa komen, omdat zij hier kansen zien om te leven en te werken, negatief omdat het de vraag is of we die migratiestroom kunnen beheersen. We zitten dan in de eco 4.0, een maatschappij die op grote onderdelen zal verschillen met de huidige. Robots zullen een dominante positie in onze samenleving zullen innemen. Ik denk nu nog dat dat voornamelijk zal plaatsvinden in productieprocessen en in vormen van dienstverzorging bv in de zorg, maar misschien is de kunstmatige intelligentie dan al zover gevorderd dat ze in denktanks kunnen functioneren. In ieder geval zal de vraag naar hooggeschoolde beta-studenten sterk toenemen, vanwaar die uit de wereld ook moeten worden aangetrokken. Momenteel zijn er > een miljard Afrikanen, waarvan er in 2016 slechts 150.000 de oversteek naar Europa maakten (met gevaar voor eigen leven). Dat leverde een crisis binnen de EU op, waar we tot op de dag van vandaag nog steeds geen passende oplossing voor hebben gevonden in de 27 EU-lidstaten. Wat betekent dat voor Europa als er straks 3500 miljoen Afrikanen leven. De ommekeer kan ook zijn dat onze 4.0 eco zo intelligent is geworden dat eenvoudiger geschoolde Europeanen naar Afrika trekken. Het kan dus alle kanten opgaan! Maar in ieder geval zullen de EU-staten en Brussel beleid moeten voeren op het migratiedossier.

Loonsverhoging volgend jaar valt zwaar tegen

Nederlandse werknemers hoeven volgend jaar niet op een significante loonsverhoging te rekenen, ondanks dat er in veel sectoren moeite is om voldoende personeel te vinden. Gecorrigeerd voor inflatie gaan personeelsleden er slechts 0,7% op vooruit. Dat blijkt uit onderzoek door het Amerikaanse beloningsadviseur Korn Ferry onder 500 grote werkgevers, die opgeteld 320.000 werknemers hebben in Nederland, waar het Financieele Dagblad over bericht. In 2018 gingen werknemers er nog 1,1% op vooruit. Volgens het Amerikaanse bureau lossen werkgevers het tekort aan bepaalde hoogopgeleide krachten op met individuele schaarstetoeslagen, waarvan vooral jobhoppers kunnen profiteren. Werknemers betalen 5 tot 10% extra om nieuwkomers binnen te halen. Loonsverhoging voor de mensen die er al zitten, zit er doorgaans niet in. In de sectoren bouw, industrie en transport zijn de salarisstijgingen het grootst: meer dan 3%. Bij banken, verzekeraars en financiële dienstverleners gaan werknemers er relatief het minst op vooruit. Eerder concludeerde Nationale Nederlanden Investment Partners ook al dat er weinig loonsverhoging in zou zitten in 2019.

De middeninkomens in ons land staan onder zware druk vanwege de aanhoudende lastenverzwaringen. Dat zegt voorzitter Reinier Castelein van vakbond De Unie. ,,De koopkrachtplaatjes van het kabinet laten zien dat iedereen erop vooruitgaat, maar ondertussen stijgen de uitgaven voor deze groep vanuit allerlei hoeken. De middeninkomens gaan er volgend jaar op achteruit. De plaatjes kloppen voor geen meter” meer, aldus Castelein. Volgens de vakbondsman staan de middeninkomens onder druk, omdat zij de afgelopen jaren nauwelijks hebben geprofiteerd van de economische groei. ,,Na de crisis hebben zij te maken gehad met een lange periode van loonmatiging. Daar komt bij dat er op decentraal niveau allerlei lastenverzwaringen zijn doorgevoerd. En dat is nog steeds aan de gang.” Castelein vindt dat het tijd wordt voor een gecoördineerd koopkrachtbeleid. ,,Het kabinet heeft het over lastenverlichting, terwijl op lokaal niveau hele andere besluiten worden genomen. Wij roepen de politiek dan ook op om ervoor te zorgen dat mensen meer zekerheid krijgen over hun uitgaven.” De koopkrachtplaatjes van het kabinet geven toch echt aan dat de middeninkomens erop vooruit gaan. Maar het politieke beleid van de lokale, provinciale en lokale overheden moet daarmee worden gesynchroniseerd. De parkeertarieven gaan omhoog, het waterschap verhoogt de tarieven vanwege de droogte deze zomer, de ozb en de huurprijzen stijgen. Daar komt bij dat het rekeningrijden weer boven de markt hangt en als we het klimaatakkoord moeten geloven kunnen we straks allemaal een warmtepomp in huis installeren. Tover dan maar eens een bedrag van €20.000 op tafel. Waar moeten deze mensen dat vandaan halen?” ,,Veel mensen binnen deze groep hebben dat geld gewoon niet, dat roept het Nibud ook al jaren. Een flink deel van de mensen die bij de voedselbank komt, komt uit de middengroep. We moeten alert blijven.” Als vakbond moeten we misschien steviger de onderhandelingen aan de cao-tafels ingaan om een forse loonsverhoging voor elkaar te krijgen. Op die manier verbetert ook de koopkracht voor de middeninkomens. Het verwijt van FNV en CNV is ook dat al het geld naar de bedrijven gaat en niet naar de burgers.

Europese Unie, de Brexit, Italië en de Eurozone

Het Nederlandse belang staat boven het Europese, dat maakte onze minister van Financiën, Mr Wopke Hoekstra, in Brussel nog eens duidelijk. De Franse en Duitse ministers van Financiën hebben Wopke Hoekstra niet kunnen overtuigen van hun nieuwe voorstel voor een eurozonebegroting. De bewindsman zei dit in Brussel nadat zij hun plannen hadden gepresenteerd aan de EU-ministers van Financiën in Brussel. ,,Ik zie niet hoe dit voorstel in het belang van de Nederlandse burger kan zijn. En voor zover ik kan waarnemen zijn meer landen niet overtuigd”, aldus Hoekstra. Zijn Franse collega Bruno Le Maire ziet dat anders. ,,Er is een grote politieke doorbraak”, twitterde hij. ,,Een jaar geleden nog mochten we het woord eurozonebegroting niet eens uitspreken. Nu ligt er een concreet voorstel op tafel.’’ Parijs en Berlijn kregen eerder dit jaar geen brede steun voor hun zogeheten Meseberg-verklaring, met vergaande plannen voor de eurozone, en gingen daarom terug naar de tekentafel. Volgens bronnen in Brussel is Nederland het enige land dat zich nog verzet.

Italië hoort op het Europese strafbankje, zegt de Europese Commissie. Ze hebben de begroting voor 2019 opnieuw afgekeurd en vragen de andere 18 eurolanden toestemming om een strafprocedure te openen waarbij het land onder streng toezicht komt te staan. De lidstaten hebben twee weken de tijd om de analyse van de commissie over de cijfers te bestuderen. Als ze akkoord gaan kan de strafprocedure al in de loop van december ingaan. Voor toestemming is unanimiteit niet vereist maar een grote meerderheid. Rome krijgt dan drie tot zes maanden de tijd om actie te ondernemen en het huishoudboekje in lijn met de Europese begrotingsregels te brengen. Als de aanbevelingen van de commissie niet worden nageleefd, kunnen er sancties volgen, waaronder geldboetes en het intrekken van EU-subsidies. Het lijken harde dreigementen maar het is voor mij nog wel de vraag hoe hard het derde grootste euroland aangepakt gaat worden door de technocraten in Brussel, waar humaniteit een besmet woord is. Vicevoorzitter Valdis Dombrovskis zei dat de commissie ,,met spijt” tot het oordeel is gekomen maar ,,geen andere optie” had. ,,We volgen gewoon de regels. We staan open voor een dialoog met Italië.” Dat is wel een zwakke onderbouwing van de EC: ‘het spijt ons zo’ het spijt ze helemaal niet, ze zijn machteloos en volgen daarom de regeltjes. Zo dom is dat volk. Volgens de commissie leiden de plannen van de coalitieregering van Lega en de M5S (Vijfsterrenbeweging) niet tot een daling van de torenhoge staatsschuld van ruim 130% procent van het bbp, ver boven de vereist 60%. Rome wil €37 mrd meer uitgeven bij een begrotingstekort van 2,4%, terwijl met Brussel 0,8% procent was afgesproken. Ik val in herhalingen als ik stel dat het maximale tekort op een begroting 2% mag zijn. Daar zitten de Italianen 0,4% boven. Voor een land met grote sociale problemen is dat mijns inziens volstrekt acceptabel. Ja, die 130% staatsschuld moet teruggebracht worden, maar die is wel tot stand gekomen in vorige regeringen, die Brussel steeds weer de hand boven hun hoofd hield. Als iemand hier boter op het hoofd heeft is het Brussel wel. En dat hebben ze het over ‘spijt hebben voor de Italianen’: wie zijn hier de slachtoffers? Wiens belangen worden hier door de EC behartigd? Die van de rijke eurolanden, Nederland voorop. Aan dit beleid gaat Europa ten onder, voorspel ik U. Een continent zonder sociale agenda.

Minister Blok kan wel zeggen dat de concept Brexit-overeenkomst, die momenteel in Londen en bij de 27 EU-lidstaten ter goedkeuring op tafel ligt, goed uitpakt voor Nederland. Maar in Londen wordt daar gemengd op gereageerd. Dominic Raab, de afgelopen donderdag opgestapte Brexit-minister uit de regering van premier Theresa May, die namens de Britse regering onderhandelde met Barnier, stelt nu dat de Britse regering zich niet moet laten chanteren en ringeloren door de Europese Unie. Als de Britten geen redelijke deal aangeboden krijgen, dan moeten ze weglopen. Als we deze deal niet op redelijke voorwaarden kunnen sluiten, moeten we heel eerlijk zijn met het land: we zullen niet worden omgekocht en gechanteerd of gepest, we zullen dan weglopen”, aldus Raab. „Ik denk dat er één ding ontbreekt en dat is politieke wil en besluit. Ik weet niet of die boodschap ooit is geland.” Ondertussen houdt May vast aan de deal. „Er ligt geen alternatief op tafel”, zei ze afgelopen zondag in de Britse krant Sun on Sunday. „Er is geen andere aanpak waarover we met de EU overeenstemming kunnen bereiken. Als de parlementariërs de deal verwerpen dan zijn we weer terug bij af. Het zou betekenen dat er meer verdeeldheid is, meer onzekerheid, en dat we er niet in slagen om uit te voeren wat het Britse volk wil.” [dat is blufpoker van May. daarmee wil ze zeggen dat zij en haar regering er niet in geslaagd zijn een betere deal voor de Britten uit het vuur te slepen] Dat zegt wat over de onderhandelingen die Barnier, namens de 27 EU-lidstaten met May haar onderhandelaar Dominic Raab. Afgelopen week werd bekend dat May een deal heeft gesloten over de transitieperiode. Aanvankelijk zal er eind maart 2019 nog niks veranderen. De Britten vertrekken uit de EU en verliezen hun stemrecht. Dan beginnen de onderhandelingen over een nieuw handelsverdrag. Als dat niet voor eind 2020 gelukt is, dan treeft de douane-unie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU in werking. In de douane-unie is er tariefvrije handel, maar de Britten kunnen geen eigen verdragen sluiten met andere landen. Tegenstanders vrezen dat het Verenigd Koninkrijk voor lange tijd opgesloten blijven in dat model, waarbij de Britten alsnog weinig zeggenschap hebben en in feite dus de verliezer zijn. Ondanks de positieve reactie van minister Blok van Buitenlandse Zaken is voor Nederlandse ondernemers de onzekerheid nog lang niet afgenomen. Brexit-experts waarschuwen ondernemers zich nog altijd voor te breiden op een harde Brexit. Ook zullen er nog grensproblemen optreden bij ingang van de douane-unie. Vooral voor controle van veiligheids- en milieueisen. Deze week is er een principeakkoord bereikt tussen Londen en Brussel over de politieke verklaring waarin is vastgelegd hoe de toekomstige relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk eruit moet zien na de brexit. Dat meldde EU-president Donald Tusk midweeks. ,,Ik heb zojuist naar de 27 hoofdsteden een concept gestuurd van de politieke verklaring over de toekomstige relatie tussen de EU en Groot-Brittannië. De voorzitter van de Europese Commissie heeft me geïnformeerd dat die is overeengekomen op het niveau van de onderhandelaars en in principe op politiek niveau, behoudens de goedkeuring van de EU-leiders”, aldus de boodschap van Tusk. Het laatste woord heeft het Britse Lagerhuis en daar zijn de kaarten nog lang niet geschud. Na het vertrek van de Britten uit de EU eind maart volgend jaar streven de scheidende partners naar een ,,ambitieus, breed, diep en flexibel partnerschap op het gebied van handel en economie, justitie, buitenlandbeleid en defensie”, staat in een uitgelekte tekst die door verscheidene media op Twitter is gezet. De onderhandelingen over een nieuw (handels-)verdrag moeten zo snel mogelijk na de Brexit beginnen op basis van gelijkwaardigheid en moet bij voorkeur voor eind juni 2020 worden afgerond, blijkt uit de tekst.


Een zachte landing van de Brexit is nog helemaal niet zeker, schrijft DFT zondag. Een belangrijke stap is genomen nu de 27 EU-leiders het Brexit-akkoord hebben omarmd, maar zekerheid dat er een ordelijk vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU komt is er nog allerminst. De politieke verklaring van 26 pagina’s is zondag op een speciale Brexittop in Brussel goedgekeurd door de Europese staatshoofden en regeringsleiders. Ook hebben ze het licht op groen zetten voor de 585 pagina dikke scheidingsacte, die daarna door het Britse en het Europese parlement moet worden goedgekeurd. Dat gaat dan betekenen dat er tot eind december 2020 nog een overgangsperiode geldt voor het Verenigd Koninkrijk, waarin het land in de interne markt en douane-unie van de EU blijft maar geen stemrecht meer heeft over het Europese beleid. De stemming onder EU-leiders paste wel bij het grauwe Brusselse weer: er viel zondag helemaal niets te vieren. Een historische dag, 25 november 2018, met alleen maar verliezers, was de gedeelde stemming in het TOP-beraad van de 27 EU-regeringsleiders. Toch ligt er nu na heel veel hard werken een akkoord. Er aan morrelen is geen optie, werd duidelijk gemaakt. „Dit is de enig mogelijke deal”, was voorzitter van de Europese Commissie Juncker kraakhelder. Dat betekent dat de EU-regeringsleiders May gepiepeld hebben en met lege handen terug naar Londen heeft gestuurd. Wat Europa heeft bereikt dat de Britten niet al teveel schade aan de Europese belangen gaan toebrengen en dat de EU tijdens de overgangsperiode bepaalt waaraan de Britten moeten gaan voldoen. Het is maar zeer de vraag of het Britse Lagerhuis akkoord gaat. Het doel van de Brexit was dat in oorsprong dat de Engelsen zich van de regelzucht van Brussel wilde vrijmaken. Het is nu aan de Britse premier May om het akkoord door het Britse parlement te loodsen, iets wat een onmogelijke opgave lijkt te worden. Harde Brexiteers vrezen dat met het akkoord het VK wordt ’uitgeleverd’ aan de EU. Bokkende Brexiteers hoeven wat de EU betreft geen enkele hoop te koesteren dat er toch nog wat meer te halen valt. „Er is geen plan B”, maakte premier Rutte duidelijk. Het is een compromis dat voor beide partijen goed verdedigbaar is, vond hij. „Het wordt nooit zo mooi als het was”, stelde hij bitter vast. De Britten moeten de Europese interne markt namelijk verlaten, een onvermijdelijk gevolg van het opzeggen van het EU-lidmaatschap. Een handelsdeal, waarover nu onderhandeld moet gaan worden, zal per definitie minder gunstige voorwaarden kennen. Voor Nederland wordt het opletten geblazen. Na Ierland wordt ons land het zwaarst getroffen door de economische impact van de Brexit vanwege de intensieve handelsrelatie. Premier May maakte duidelijk dat het VK „weer een onafhankelijke visserijstaat wordt”, wat koren op de molen is van de Britse vissers die in groten getale voor een Brexit stemden. Toegang regelen voor Nederlandse, Belgische, Deense en Franse vissers tot de Britse visgronden belooft gezien de Britse retoriek een hels karwij te worden. Ook hier geldt waarschijnlijk dat het nooit zo goed wordt voor de continentale Europese vissers als het was. Maar voor de Britse vissers geldt dat zij hun gevangen vis toch kwijt zullen willen op de Europese markt, zonder betaling van enorme heffingen. Duidelijk is na de top in Brussel dat het eerste deel van de Brexit-onderhandelingen, over de scheiding, 2,5 jaar na het Brexit-referendum tot een einde zijn gekomen. Maar over de vraag of dit akkoord ook werkelijkheid wordt is door politieke onzekerheid aan Britse kant, nog heel onduidelijk. Vooralsnog is de kans op een harde, chaotische Brexit zonder deal nog steeds zeer reëel.

De weldaad voor het nieuwe Europa of een geweldige last voor de West-Europese EU-lidstaten? Werknemers uit andere EU-lidstaten moeten al na één dag werken in Nederland recht hebben op een werkloosheidsuitkering op basis van hun in een ander EU-land opgebouwd arbeidsverleden. Dat wil althans de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van het Europees Parlement. Deze commissie stemde deze week over een rapport voor de coördinatie van sociale zekerheidssystemen. Hierin worden de regels aangepast voor burgers op het gebied van grensoverschrijdende sociale zekerheid. Nu is het nog zo dat iemand iets meer dan zes maanden in Nederland moet hebben gewerkt voordat hij recht heeft op een ww-uitkering. De opgebouwde rechten uit een ander land kunnen pas dan meegenomen worden. De vrees bij Nederland is dat ’welvaartstoerisme’ in de hand wordt gewerkt, bijvoorbeeld vanuit Oost-Europa richting West-Europa waar de niveaus van de uitkeringen een stuk hoger liggen. Iemand die bijvoorbeeld twintig jaar in Bulgarije heeft gewerkt en daarna één dag in Nederland, zou een ww-uitkering op Nederlands niveau kunnen krijgen. Dat zou een grote aanzuigende kracht kunnen hebben om in Nederland aan de slag te gaan. VVD en CDA zijn daarom fel tegen de plannen. CDA-Europarlementariër Jeroen Lenaers noemt de plannen ’onacceptabel’. „Als CDA vinden we dat er op zijn minst een fatsoenlijke binding moet zijn tussen de werknemer en het land waar hij of zij werkt. En dat deze werknemer ook voor een redelijke periode, bijvoorbeeld zes maanden, moet hebben bijgedragen aan het sociale zekerheidssysteem in een land.” Wordt vervolgd.

De groei van de Duitse economie kan dit jaar lager uitvallen dan 1,5%, wat een duidelijke afzwakking zou betekenen ten opzichte van vorig jaar. Die voorspelling kwam van president Ingo Kramer van de werkgeversorganisatie BDA. In 2017 ging de Duitse economie, de grootste van Europa, met 2,2% vooruit. De Duitse regering hanteert nog een groeivoorspelling voor 2018 van 1,8%. Vorige week werd nog bekend dat de economie van Duitsland in het derde kwartaal is gekrompen in vergelijking met de voorgaande periode, de eerste krimp sinds begin 2015. Duitsland ondervindt tegenwind van de wereldwijde handelsspanningen en de auto-industrie had last van de nieuwe emissie-eisen waardoor de productie wordt verstoord.

Een marktstrateeg spreekt (finanzen.nl)

Cash zou ik 2019 wel eens de beste beleggingsstrategie kunnen worden. Dat klink hard. Pictet Asset Management zet zich schrap voor een lastig jaar, waarin een mix van lagere groei en hogere inflatie slecht nieuws voor zowel aandelen als obligaties betekent. De MSCI All Country World Index zal volgend jaar weinig tot niets opleveren. Dat voorziet hoofdstrateeg Luca Paolini van de Zwitserse vermogensbeheerder Pictet AM. Het is volgens hem vooral te wijten aan de Amerikaanse aandelenmarkt, “een van de duurste ter wereld”, waar een te verwachte draai in vertrouwen en de mogelijkheid van een verdere monetaire verkrapping voor “uitdagende omstandigheden” kunnen zorgen. Een stijging van de Amerikaanse 10-jaarsrente tot boven de 3,5% zou aandelen op twee manieren raken, benadrukt Paolini. Beleggers zullen aandelen deels inruilen voor obligaties, en een hogere rente betekent hogere (her)financieringskosten voor bedrijven. Pictet is enthousiaster over het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland, waar defensieve aandelen een relatief groot deel van de index uitmaken. “Defensievere sectoren zoals de gezondheidszorg hebben in 2019 de potentie het beter te doen dan meer cyclische bedrijfstakken. Ook Japan is een lichtpuntje, onder meer dankzij lage waarderingen en een laag schuldniveau.” Voor aandelen in de eurozone ziet Paolini beperkte winstmogelijkheden, in lijn met de economische vooruitzichten voor de regio: een al vertragende groei in combinatie met een mogelijke escalatie van de Italiaanse schuldencrisis. China is favoriet binnen de categorie opkomende markten, gezien de lage gemiddelde koers-winstverhouding van 10 en het op groei gerichte beleid van de Chinese regering. Hoofdstrateeg Paolini noemt bedrijfsobligaties “de meest dure beleggingscategorie” in het waarderingsmodel van Pictet. “Extra zorgelijk nu centrale banken wereldwijd hun beleid verkrappen.” Hij wijst daarnaast op hogere schuldniveaus bij bedrijven, het gestegen aanbod van obligaties, een grotere aanwezigheid van op korte termijn gerichte retailbeleggers en een lagere liquiditeit. Met betrekking tot het laatste: “Sinds de crisis in 2008 is het volume van uitstaande Amerikaanse bedrijfsobligaties verdubbeld tot $5500 mrd, terwijl de voorraden bij brokers met 90% zijn gedaald tot slechts $30 mrd.” Het meest zorgwekkend vindt de hoofdstrateeg dat de kredietkwaliteit onder druk staat. “Onze modellen laten zien dat minstens $150 mrd aan obligaties kan worden afgewaardeerd naar high yield.” De markt kan die toevloed aan ‘fallen angels’ alleen verwerken door middel van een koersdaling, zo geeft hij aan. Paolini is vooral voorzichtig over Europa, waar de waarderingen ‘extremer’ zijn dan in de Verenigde Staten. “De beste winstkansen voor obligatiebeleggers liggen in Amerikaanse inflation-linked bonds en 30-jarige Treasuries.” In de opkomende markten zijn meer gunstige rendementen te vinden, vooral in Rusland en Zuid-Afrika, stelt de strateeg. Schuld in lokale valuta’s zou in 2019 moeten profiteren van het einde van de bullmarkt van de dollar, die volgens Pictet 20% tot 25% overgewaardeerd is ten opzichte van valuta’s uit opkomende landen.

Pensioenoverleg – gelukkig – mislukt

Ik reageerde deze week op het artikel over de voortgang van het pensioenoverleg van Jaap van der Spek en Joep Schouten in Trouw van 19 november. Onderstaande reactie werd niet geplaatst. Ik heb daar wel begrip voor. Het artikel gaat over de wens voor een breder draagvlak voor een nieuw pensioenstelsel, dat vooral kijkt naar het heden. Ik wilde met mijn reactie dieper graven over de gevolgen van de voorliggende plannen waarover op hoofdlijnen tussen werkgevers, vakbonden en toegevoegde polderaars namens de overheid is overlegd. Hier mijn bijdrage aan de pensioendiscussie:

Ik stem ermee in dat er een veel breder draagvlak nodig is voor een nieuw verbeterd pensioensysteem. Maar ik plaats daarbij wel kanttekeningen. Op de eerste plaats: de acceptatie dat, als gevolg van de onzekere financiële markten, deelnemers (= werknemers die maandelijks pensioenpremie betalen voor een pensioenuitkering na hun werkzame leven) geen garantie meer krijgen over de hoogte van de pensioenuitkering, waarvoor ze een pensioenvermogen hebben opgebouwd. Dat kan volgens mij niet. Als de deelname aan een pensioenopbouw op vrijwillige basis zou zijn, oké, maar het is een verplichting. Daarbij speelt ook nog mee hoeveel koopkracht de pensioenuitkering t.z.t. heeft. Of een garantie daarover moet komen van de pensioenfondsen, van de overheid dan wel van De Nederlandsche Bank laat ik in het midden, maar die moet er wel komen. Waarom ik DNB hier naar voren schuif is dat het monetaire beleid van de ECB (en andere centrale banken) de veroorzaker is van de onrust op de financiële markten, als gevolg van het rentebeleid van nul procent. Dat beleid wordt in ons land door DNB uitgevoerd. Het is de taak van DNB zich in te zetten  voor een stabiel financieel stelsel: stabiele prijzen, solide financiële instellingen en een goed werkend betalingsverkeer. In al haar taken, zegt DNB zelf, geeft ze invulling aan haar missie: werken aan vertrouwen. De tweede kanttekening gaat over de uitvoering van een mega-operatie als het pensioenstelsel wordt aangepast en met name over de gevolgen voor de herverdeling van rechten van het pensioenvermogen dat gepensioneerden 40 jaar lang hebben opgebouwd. In de bijdrage wordt gesproken over een verschuiving van honderden miljoenen euro’s. Welke consequenties heeft dat voor de huidige gepensioneerden?

De laatste kanttekening: dit dossier gaat over het opbouwen van een pensioenvermogen voor werknemers op hun oude dag. Daarmee moet de politiek zich niet bemoeien en ook DNB moet zich veel soepeler opstellen ten opzichte van de vaststelling van de verrekenrente. Tenzij DNB, op een verkapte wijze, ons duidelijk wil maken dat er in de komende decennia een laag rentebeleid gevoerd zal blijven worden. Dat zal dan wel grote gevolgen krijgen voor de waarde van ons geld, zowel ons spaar- als ons opgebouwde en nog op te bouwen pensioenvermogen.

Het pensioenoverleg is dinsdagavond, zoals na het weekend al werd verwacht, niet tot de gewenste oplossingen geleid. Werkgevers, vakbonden en kabinet hebben een time-out ingelast van enkele maanden. Mogelijk worden de gesprekken begin volgend jaar voortgezet. Voor Rutte en Koolmees is dit een grote domper: zij moeten nu aan de politiek gaan uitleggen ‘het hoe en waarom’. De werkgeversvoorzitter van VNO-NCW, Hans de Boer, en FNV-voorzitter Han Busker betreurden het voorlopige mislukken van het overleg. Van die laatste begrijp ik dat niet, maar gelukkig is de achterban van het FNV verstandiger dan hun voorzitter. Dat de vakbonden meer willen scoren op bijkomende zaken, waarover geen overeenstemming met het kabinet kon worden bereikt zoals een verplicht pensioen voor een groot deel van de ZZP’ers en zelfstandigen, een vertraagde stijging van de AOW-leeftijd en het afschaffen van de boete die werkgevers moeten betalen als ze werknemers (werkzaam in zware beroepen) met vervroegd pensioen willen sturen, zijn partijen aan het overleg niet dichter bij elkaar gebracht. Aan de zijlijn staan ook nog drie linkse oppositiepartijen, GL, SP en PvdA, die zich achter de eisen van de werknemers hebben geschaard. Op de achtergrond speelt mee dat een aantal grote pensioenfondsen op korte termijn, op basis van de huidige regels van DNB, moeten overgaan tot het korten van pensioenuitkeringen gezien de daling van de dekkingsgraad onder de vastgestelde normen. Dat allemaal in het licht van de vergrijzing, de strenge (niet flexibele) eisen van DNB, de lage rendementen die worden gemaakt als gevolg van het monetaire beleid van de ECB (en andere centrale banken) met betrekking tot de extreem lage rente en de gedaalde aandelenkoersen in de afgelopen maanden. De gevolgen daarvan zijn, voor vrijwel alle gepensioneerden, dat de koopkracht van de pensioenen al jaren negatief is, ook al is er geen sprake van verlaging van de maandelijkse uitkering, door het ontbreken van een inflatiecorrectie. Er wordt nu gesuggereerd door ‘insiders’ dat alle toezeggingen van het kabinet met een waarde van €7 mrd, om de bonden daarmee te gerieven, van tafel zijn. [dat is kortetermijndenken, we moeten alleen maar kijken welke gevolgen een stelselwijziging betekent voor de lange termijn en hoeveel de deelnemers op hun oude dag aan pensioen krijgen] Ook hoorde ik op TV een deskundig journalist zeggen dat nu de indexatie van de pensioenuitkeringen ook van tafel is nu er nog geen nieuw pensioenstelsel komt. [dat er wordt gesteld dat er een nieuw pensioenstelsel moet komen wordt onderbouwd met de stelling dat de financiële markten onvoldoende steun geven voor een vaste pensioenuitkering, de vergrijzing en een herverdeling van de pensioenlasten tussen jongeren en ouderen (het solidariteitsbeginsel wordt losgelaten). Het huidige stelsel heeft te maken met het rendement dat gemaakt wordt op het pensioenvermogen (door dalende of stijgende aandelen- en obligatiekoersen, door binnenkomende dividenden en renteopbrengsten en door de resultaten van de handel in financiële producten), het gaat veel meer over een versoepeling van het beleid van DNB van de verrekenrente, waaraan het kabinet ook niet wil meewerken] Voor mij blijven er vragen bestaan over de aanname van partijen dat er ‘in een nieuw stelsel minder wordt beloofd aan de deelnemers, maar meer wordt waargemaakt: wel premie betalen maar er wordt geen vaste uitkering meer gegarandeerd. Het nieuwe systeem wordt zo ingericht dat de kans op een stijging aanmerkelijk groter is dan het risico dat de uitkering omlaag gaat.’ Dat roept vragen op, veel vragen: als zo’n systeem er zou zijn waarom gebruiken pensioenfondsen dat dan nu al niet? Simpelweg omdat zo een systeem niet vrij is van het nemen van grote risico’s, met alle gevolgen die dat kan hebben voor het belegde pensioenvermogen en uiteindelijk voor de pensioenuitkeringen aan de deelnemers (=werknemers en ZZP’ers die verplicht maandelijks pensioenpremie af moeten dragen voor pensioenopbouw die uiteindelijk geen gegarandeerde pensioenuitkering oplevert). Koolmees benadrukte nog eens dat er wel een wetswijziging moet komen omdat ‘heel Nederland wordt gedupeerd, het huidige pensioenstelsel is niet toekomstbestendig en erodeert.’ Ja, er moet iets gebeuren maar niet datgene waarover overeenstemming bestaat n.l. geen beloftes en maar hopen dat slimmer beleggen constant hogere rendementen oplevert. En als dat een illusie wordt? De vergrijzing en een eerlijker lastenverdeling tussen jongeren en ouderen, zijn probleemgebieden. Maar er is wel €1598 mrd aan Nederlands pensioenvermogen bij institutionele beleggers. Dus moord en brand schreeuwen hoeven we niet!! [de conclusie is dat Rutte c.s. trachten de lasten van het monetaire beleid van Dragi c.s. op de bordjes van onze pensioendeelnemers (dus het Nederlandse volk) te schuiven. Dat is sterk verwijtbaar beleid. Draghi moet liever vandaag dan morgen worden ontheven uit zijn functie als voorzitter van de ECB en op non-actief worden gesteld. Een waarnemer moet tot november 2019 de regie in handen nemen en snel een einde maken aan het desastreuze monetaire beleid van de ECB. De Europese Centrale Bank moet niet langer de financiële wereld dienen. De ECB is er niet om de belangen van ‘het grote geld’ zo optimaal mogelijk te behartigen. Er moet worden gestopt met de opbrengst van aflossingen van bij de ECB en de 19 nationale centrale banken in positie zijnde beleggingsportefeuilles,steeds opnieuw te herleggen. Verkrap met dat geld de markt. Maak aan de maandelijkse inkoop per 1 januari 2019 een einde en begin daarna maandelijks ingekocht papier terug te verkopen aan de financiële markt. Doe dat hele proces op een wijze dat de verder dalende effectenkoersen en de daaraan gekoppelde financiële producten niet tot onrust, onzekerheid en zeker niet tot paniek zullen gaan leiden. Maak duidelijk dat de rente terug moet naar een niveau waarmee aan beleggers en spaarders weer een redelijke rente kan worden uitgekeerd. Ik heb eerder al eens genoemd dat 4% plus een inflatiecorrectie in mijn ogen redelijk is. Dat zou momenteel betekenen dat een rente van 6,2% daaraan voldoet. Daarmee zijn de spaarders weer tevreden en zijn de pensioenfondsen uit de problemen. Op dat niveau zou de ECB weer gas terug kunnen nemen. Ik ben bij dit hele proces wel van oordeel dat er voor overheden, bedrijven, de wetenschap en consumenten investeringsfondsen moeten komen om tegen een matige rentevergoeding kredieten op te kunnen nemen waaruit investeringen voor het klimaat, het milieu en duurzaamheid kunnen worden gefinancierd] Werkgevers, vakbonden, het kabinet en de volksvertegenwoordigers hebben het volk nog veel uit te leggen.

De polder staat op instorten; de polder was van eco 3.0

Is dit een machtsgreep van het kabinet naar het opgebouwde pensioenvermogen van werknemers? Het lijkt wel op een poging daartoe. Het kabinet bekijkt namelijk serieus hoe de pensioenen zonder de polder hervormd kunnen worden. Nu de vakbeweging na 10 jaar praten is weggelopen bij de pensioenonderhandelingen, rijst namelijk de vraag of er nog wel afspraken gemaakt kunnen worden met de bonden. In de coalitie wordt openlijk getwijfeld aan de toekomst van de polder. VVD en ChristenUnie zeggen hardop dat ze niet uitsluiten dat het kabinet de pensioenen nu maar zonder die polder moet hervormen. Het zou een historische trendbreuk betekenen als het kabinet, via wetgeving, eenzijdig de pensioenen tot hervormen zou dwingen. Het ministerie van Sociale Zaken heeft eerder al onderzocht of dat juridisch kan, wat het geval is, en broedt nu op politieke voorstellen daartoe. Liever willen de coalitiepartijen deals sluiten met de bonden om bijvoorbeeld kortingen op pensioenen op korte termijn te voorkomen. Dat had gekund, maar die kans hebben de bonden door hun vingers laten glippen, zegt minister Koolmees (Sociale Zaken). De bonden en linkse partijen zeggen echter dat hij niet genoeg bood. De bewindsman beweerde altijd dat hij kortingen niet zo maar kon voorkomen, nu blijkt dat hij dat wel heeft aangeboden tijdens de onderhandelingen zullen partijen als 50Plus er op hameren dat de minister dit ook zonder pensioenakkoord moet regelen. Koolmees is een gevaarlijk mannetje.

Trump gaat voor de bescherming van het grote geld ook als daardoor een enorme humanitaire ramp plaatsvindt

Trouw schrijft woensdagmorgen dat “de Amerikaanse president Donald Trump Saudi-Arabië een ‘standvastige partner’ noemt en de wapenleveranties niet zal staken. Ook is hij niet van plan om de Saudische kroonprins Mohammed bin Salman te straffen naar aanleiding van de moord op journalist Jamal Khashoggi. Bronnen bij de Amerikaanse inlichtingendiensten bevestigden vorige week al tegen de Washington Post dat de kroonprins opdracht zou hebben gegeven Khashoggi te vermoorden.” De Amerikaanse inlichtingendiensten verzamelen momenteel alle mogelijke informatie. Het zou goed kunnen dat de kroonprins weet had van deze tragische gebeurtenis – misschien heeft ie het gedaan, misschien niet, aldus Trump. Amerikaanse congresleden, Republikeinen en Democraten, vragen al langer om hardere actie tegen Saudi-Arabië vanwege Khashoggi’s dood en de mogelijke betrokkenheid van de Saoedische kroonprins. Vorige week pleitte een groep Amerikaanse senatoren voor wetgeving die wapenleveranties aan Saudi-Arabië staakt. Ze willen ook sancties tegen Saudiërs die in verband worden gebracht met Khashoggi’s dood en betrokken zijn bij de oorlog in Jemen. Waarschijnlijk onder druk van de Amerikaanse wapenindustrie is Trump niet van plan de warme militaire contacten te verbreken. Het zou een ‘domme zet’ zijn waarvan Rusland en China profiteren, schrijft Trump. “We komen misschien nooit achter alle feiten rond de moord op Jamal Khashoggi. Ondanks alles hebben we een sterke relatie met het Saudische Koninkrijk.” Dat is volgens de president belangrijk: “De wereld is een heel gevaarlijke plaats. Saudi-Arabië is een fantastische bondgenoot in het voor ons zeer belangrijke gevecht tegen Iran.” Maar ook Duitsland legde maandag achttien Saudiërs een inreisverbod op. Het land stopt bovendien met alle wapenexport naar Riyadh, ook de deals die eerder al waren afgesproken. Het door Trump ingenomen standpunt heeft ook grote gevolgen voor de humanitaire ramp die zich momenteel in Jemen voltrekt. Daar zouden, op basis van VN-gegevens over zwaar ondervoede kinderen, naar een schatting van de NGO-organisatie Save the childeren, al 85.000 kleine kinderen, als gevolg van de oorlog die een coalitie van Arabische landen onder aanvoering van Saudi-Arabië in Jemen voert, van de honger zijn omgekomen. De schatting zou nog aan de voorzichtige kant zijn, mogelijk gaat het om 100.000 kinderen. Harde bewijzen zijn er niet gezien de bestuurlijke en humanitaire chaos die in Jemen heerst. De crisis is zo groot dat de Verenigde Naties stelt dat deze met geen enkel ander land te vergelijken is. Onafhankelijke waarnemers en hulpverleners hebben nauwelijks toegang tot Jemen, slachtoffers worden er niet geteld. Saudi-Arabië heeft het land met bombardementen en lucht- en havenblokkades van de buitenwereld afgesneden in hun strijd tegen de sjiitische Houthirebellen. Daardoor kunnen hulpgoederen, voedsel en medicijnen voor de Jemenitische burgers, nauwelijks het land in komen, waardoor voedselprijzen exorbitant gestegen zijn, met alle gevolgen van dien. De VN-organisatie, Save the Childeren, schat in dat 1,3 miljoen zwaar ondervoede kinderen daar sinds 2015 ½ miljoen geen hulp hebben gekregen. Historische gegevens zouden uitwijzen dat 15% tot 25% zijn overleden. De organisatie Acled (gefinancierd door de Amerikaanse en Nederlandse ministeries van Buitenlandse Zaken, schrijft Trouw) bericht dat, op basis van lokale en internationale berichtgeving, zeker 57.000 mensen zijn omgekomen door direct oorlogsgeweld, waaronder 6800 burgers en 10.700 zijn gewond geraakt als gevolg van aanvallen en bombardementen van de (soennitische) coalitie onder Saoedische leiding. De VN waarschuwde onlangs al dat 14 miljoen Jemenieten op de rand van hongersnood balanceren. Het is nauwelijks vast te stellen hoe erg de situatie daar is, de helft van de ziekenhuizen is nog maar open en veel mensen hebben het geld niet daar behandeld te worden. Kinderen kunnen al zo verzwakt zijn dat ze zelfs niet meer kunnen huilen van de honger. Ouders moeten toezien dat hun kinderen langzaam sterven. Dat zijn voor Trump zijn ‘vrienden’ die hij wil koesteren. Het gaat bij hem, maar ook bij de Britten, die veel wapens exporteren naar Saudi-Arabië, niet om menselijkheid, maar om geld, veel geld.

Het wordt steeds gekker in dit land

Lees dit bericht waarmee de FNV naar buiten komt: Honderden ambtenaren bij ministeries worden door leidinggevenden onder druk gezet om de regels te overtreden. Vooral senior-medewerkers moeten onwelgevallige conclusies veranderen, sjoemelen met het inhuren van personeel of zelfs strafbare feiten verzwijgen, meldt vakbond FNV Overheid na een peiling onder bijna 1400 leden. Als de baas vraagt ’werkzaamheden boven de wet te stellen’ gaat het soms om het voortrekken van bedrijven bij een aanbesteding, maar ook over het onder de pet houden van feiten die de politieke leiding onwelgevallig zijn. Managers schuwen niet te dreigen met sancties zoals degradatie of zelfs ontslag. Ruim driehonderd deelnemers aan de enquête zeiden voorbeelden te kennen van zulke intimidaties. Je gelooft, als dit waar is, je eigen landsbestuur toch niet meer.

Nagekomen bericht: Politieke peiling van Maurice de Hond per 25 november 2018

Sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart vorig jaar is de coalitie teruggevallen van een meerderheid van 76 zetels naar een minderheid van 50 zetels als volgt verdeeld: VVD -10 zetels (23), D66 – 10 zetels (9), CDA -8 (11) en de CU +2 (7). In de oppositie is de stand PVV (20), GL +3 (17), PvdA + 6 (15), SP -1 (13), FvD + 10 (12), PvdD + 3 (8), Denk +4 (7), 50plus +1 (5), SGP (3). In de afgelopen week waren de verschuivingen: CU +2, D66 -1, VVD -1, PVV +1, GL +1, SP -1, FvD -1.

Slotstand indices d.d. 23 november 2018; week 47: AEX 513,85; Bel20 3441,43; CAC40 4946,95; DAX30 11.192,69; FTSE 100 6.952,86; SMI 8845,9; RTS (Rusland) 1113,52; DJIA 24.285,95; NY-Nasdaq 100 6.527,35; Nikkei 21.646,55; Hang Seng 25.727,68; All Ords 5.793,40; SSEC 2.579,48; €/$1,13425; BTC/USD $3900,99; 1 troy ounce goud $1222,3; dat is €34.656,78 per kilo; 3 maands Euribor -0,316% (1 weeks -0,376%, 1 mnds -0,369%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,483%; 10 jaar VS 3,0399%; 10 jaar Belgische Staat 0,789%, 10 jaar Duitse Staat 0,336%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,05%, 10 jaar Japan 0,0909%; 10 jaar Italië 3,414%. Een liter diesel hier aan de pomp €1,329.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.