UPDATE 21/25042018/423 Russia and China are playing the Currency Devaluation game as the U.S. keeps raising interest rates. Not acceptable!

De Chinese en Russische overheid zijn volgens de VS begonnen hun munten kunstmatig sterk lager te zetten. Daarmee manipuleren ze hun export, aldus president Trump. Die beschuldiging uit Trump voor het eerst; eerder meldde de president nog geen signalen te hebben van valutamanipulatie. Tot nu toe stelde het Witte Huis dat geen van zijn grote Amerikaanse handelspartners zijn valuta manipuleert om dankzij een goedkopere munt meer investeerders naar zich toe te trekken. China is de grootste handelspartner. Trump sprak in een tweet van een „currency devaluation game”, terwijl de Amerikaanse Federal Reserve zijn rente verhoogt wat een opwaarts effect voor de dollar betekent. Het bericht komt op het moment dat de regering Trump verwikkeld is geraakt in een handelsoorlog met Europa en Azië. Tegen Rusland heeft de VS sancties ingezet. In reactie op de tweet ging de dollar naar 1,2214 t/o de euro. In het algemeen zijn landen terughoudend met het manipuleren van hun valuta, in het verleden leidde dat tot een wereldwijde race naar de bodem met grote instabiliteit in de economie. Trump hekelde eerder vooral China, dat zijn enorme handelsoverschot van $337 miljard niet wil afbouwen en zijn markten gesloten hield voor Amerikaanse investeringen. Vorige week toonde China zich bereid de markten open te stellen, voor investeringen en via beurzen. De Russische roebel werd afgelopen jaar 9% goedkoper na sancties van de Verenigde Staten tegen Moskou’s clan met de zakenelite rondom president Trump. De Amerikaanse regering heeft nog geen besluit genomen over eventuele sancties tegen Rusland. Drie bondgenoten houden Assad verantwoordelijk voor een mogelijke gasaanval op 7 april. Volgens de hulporganisatie Witte Helmen zijn er minstens 43 mensen omgekomen. Rusland ontkent en stelt dat Groot-Brittannië heeft meegeholpen zo’n aanval in scène te zetten. Nimrata Haley, de ambassadeur van de Verenigde Staten bij de Verenigde Naties. zei eerder op Fox News dat de VS hun troepen niet uit Syrië terugtrekken tot alle Amerikaanse doelen zijn bereikt. Ze noemde er drie: de zekerheid dat er geen chemische wapens worden gebruikt die een risico vormen voor de Amerikaanse belangen, het verslaan van Islamitische Staat en zorgen dat de Iraanse activiteiten in de gaten kunnen worden gehouden. Het is ons doel „om Amerikaanse troepen thuis te zien komen, maar wij gaan niet weg voordat wij die doelstellingen hebben bereikt”, zei Haley. Eerder verklaarde president Trump ’snel’ weg te willen uit Syrië, maar sinds de veronderstelde gifgasaanval is daar verandering in gekomen.

DFT: De rente in de VS is even door de magische grens van 3% geweest. Na enkele dagen geflirt te hebben tegen de magische grens van 3%, heeft de belangrijke Amerikaanse tienjaarsrente deze kaap voor het eerst in vier jaar even overschreden. „Zo’n rond getal is psychologisch heel belangrijk.”, wordt er in de markt gezegd. De Amerikaanse rente op tienjarige staatsobligaties is een belangrijke graadmeter. Niet alleen voor obligatiebeleggers, maar ook als bouwsteen voor andere financiële producten zoals hypotheken. „De 3% is in de eerste plaats een psychologische grens”, zegt hoofdeconoom Carl Tannenbaum van Northern Trust. „Als de rente door de grens met een rond getal gaat, gaan beleggers opnieuw evalueren wat ze met hun belegging willen doen.” Maar volgens hoofd staatsobligaties Raymond Verstraelen van Achmea Investment Management is de stijging van de rentes ook historisch gezien een belangrijk moment. „Zo’n hoge vijfjaarsrente hebben we bijvoorbeeld al tien jaar niet meer gezien.” De tienjaarsrente was tot 2,98% gestegen, begin april was dat nog 2,76%, een verschil van 22 basispunten. 24 april rond de klok van vier uur ging de treasury er dan eindelijk even doorheen. Volgens Tannenbaum loopt de rente onder meer op door de belastingverlagingen van president Trump. „Uit berekeningen blijkt dat het begrotingstekort daardoor op gaat lopen. Dat betekent dat de Amerikaanse overheid meer moet gaan lenen, dus willen beleggers dat daar een hogere rente tegenover staat.” Wat nog harder oploopt dan de Amerikaanse tienjaarsrente, is de rente op Amerikaanse staatsobligaties met een looptijd van twee jaar. De rentecurve wordt daarmee ’platter’, het verschil tussen de rente op kortlopende en langlopende obligaties kruipt steeds dichter naar elkaar toe. Nu het verschil tussen de lange en korte rente naar het laagste punt in tien jaar tijd is gekropen, zijn beleggers voorzichtig. Ze vrezen dat de kortlopende rente zelfs hoger kan worden dan de lange rente. In het verleden was zo’n ’omgekeerde curve’ een belangrijke voorbode voor een recessie. De langlopende rente is namelijk deels een afspiegeling van hoeveel vertrouwen beleggers hebben in de Amerikaanse economie. Hoe meer groei en inflatie zij verwachten, hoe hoger de rente. Ook Verstraelen is voorzichtiger geworden over de groeivooruitzichten. „De VS zit nu in de op één na langste groeifase sinds de Tweede Wereldoorlog. Het risico dat het economisch beeld gaat kantelen, wordt dus steeds groter.” Tannenbaum denkt dat het niet zo’n vaart zal lopen. „Een omgekeerde curve betekende in het verleden wel dat er een recessie op komst was. Al kan het dan nog anderhalf jaar duren. Dus op de korte termijn zie ik geen reden tot grote zorgen.”

In het dividend-dossier is weer beweging gekomen. Rutte heeft maandenlang volgehouden dat hij niets weet over memo’s over het besluit van de vier coalitiepartijen (VVD, CDA, D66 en CU) om jaarlijks €1,4 mrd dividendvoorheffing bij buitenlandse, hoofdzakelijk Amerikaanse, beleggers te beëindigen. Tot dusverre was het heel mistig wie dit onderwerp op de agenda van het overleg heeft gezet. En nog twijfelachtiger is het wat de overwegingen zijn geweest daarmee in te stemmen. Rutte, de sinterklaas, die grote beleggers ieder jaar een kadootje geeft van €1400 miljoen, die betaald moeten worden door de Nederlandse belastingbetaler. Nog vreemder is het dat de premier nu zegt dat hij nooit heeft bedoelt te zeggen dat er geen memo’s zijn en nog vreemder dat hij alle ministers heeft gevraagd na te gaan op de departementen of, over de dividendvoorheffing, tijdens de formatieperiode, memo’s zijn geschreven. De premier schoffert de oppositiepartijen en het Nederlandse volk. De man was al lang niet meer te vertrouwen, maar heeft zich steeds weer op sluwe wijze kunnen ‘redden’, maar op enig moment is dat eindig. Doordat een deel van de memo’s, inclusief een partijstuk van de VVD, geschreven door de toenmalige staatssecretaris op Financiën, Eric Wiebes (de huidige minister van Economische Zaken en Klimaat) aan de Kamer zijn toegezonden, weten we dat dit agendapunt door de VVD, aan het einde van de formatie op de hoofdtafel is besproken. Rutte heeft dat tot dusverre ontkent. Hij en Buma, Seghers en Pechtold hebben ontkent, althans ze herinneren zich daar niets over. Dat tast het voortbestaan van het Kabinet Rutte III aan. Lodewijk Asscher sluit niet uit dat zijn fractie in een debat over het schrappen van de dividendbelasting een motie van wantrouwen zal indienen of zal steunen tegen premier Mark Rutte. „Ik sluit geen enkele motie uit, maar ik loop er ook niet op vooruit”. Hij heeft nog geen overleg gehad met andere oppositie fracties hierover. Asscher vindt de verdediging van Rutte over de geheime memo’s over de dividendbelasting „heel moeilijk te geloven.” Hij spreekt ook van „een heel raar verhaal.” De premier wekte eerder de indruk dat de stukken er niet zijn, maar gaf later toe dat ze wel bestaan. Naar verwachting debatteert de Tweede Kamer woensdag over de afschaffing van de dividendbelasting. Rutte zegt naar eer en geweten te hebben gehandeld. De premier blijft erbij dat hij geen memo kende over de afschaffing van de dividendbelasting. De afgelopen dagen is de discussie opgelaaid over het wel of niet achterhouden van documenten over het omstreden kabinetsplan aan de Tweede Kamer. “Ik kan me geen memo’s herinneren en dat is de waarheid”, zei de premier tijdens het Vragenuurtje tegen PvdA-leider Asscher, die wil weten of Rutte de Tweede Kamer niet volledig heeft geïnformeerd. Rutte heeft de afgelopen maanden in een aantal debatten gezegd dat hij niets wist van memo’s over het belastingvoordeel voor buitenlandse beleggers. Oppositiepartijen vroegen herhaaldelijk naar de stukken om te kunnen achterhalen op basis van welke informatie het kabinet koos voor de afschaffing. De maatregel kost jaarlijks 1,4 miljard euro. Afgelopen vrijdag bleek dat er wel memo’s over de afschaffing van de dividendbelasting zijn. Wetenschappers hadden bij het ministerie van Financiën de stukken opgevraagd, maar niet gekregen. Een aantal betrokken bewindslieden spraken over “ambtelijke stukken” die aan een “zijtafel” en niet aan een “hoofdtafel” waren besproken. Op zijn wekelijkse persconferentie zei de premier dan ook dat hij er niets van wist, maar dat het heel goed kon zijn dat ze er wel waren geweest, zoals over zoveel onderwerpen. Deze week besloot de coalitie om een uitzondering te maken en – een deel van – de documenten toch openbaar te maken. Daaruit blijkt de Nederlandse belastingbetaler de komende tien jaar €14 mrd moet betalen om dit kado aan buitenlandse kapitalisten te kunnen doen toekomen. De oppositie zal de premier verwijten zijn geloofwaardigheid te hebben verloren. Maar Rutte houdt vol dat hij tot afgelopen vrijdag van geen memo wist en naar “eer en geweten” heeft gehandeld. Dementeert de premier of is hier sprake van bewuste misleiding. PvdA-leider Asscher sluit niet uit dat hij een motie van wantrouwen indient tijdens het debat. “Ik sluit geen enkele motie uit, maar ik loop er niet op vooruit”, zei hij.

President Trump heeft vol de aanval op oliekartel Opec geopend. De olieproducenten houden de prijzen „kunstmatig hoog”. Dat zullen de VS niet langer accepteren, aldus de president. In een tweet gaf hij, bij de afgelopen dagen gestegen olieprijs, al een schot voor de boeg. Terwijl het oliekartel met veertien landen een record aan olie oppompt, wat tot lagere prijzen zou moeten leiden, zijn de landen bezig de prijs van ruwe olie op te jagen, stelt de president “Looks like OPEC is at it again. With record amounts of Oil all over the place, including the fully loaded ships at sea, Oil prices are artificially Very High! No good and will not be accepted!” Begin april meldden bronnen dat Opec de prijs van een vat van 150 liter naar $80 opwaarts zou willen manipuleren door het aanbod terug te schroeven, toen Brent-olie net de grens van $70 was gepasseerd. Opec-leider Saudi-Arabië brengt 5% van de aandelen in zijn oliebedrijf naar de beurs en zou met een hogere olieprijs een gunstige markt afdwingen. Olieminister Al-Falih meldde dat de piek in voorraden is verdwenen. Vrijdag ging Brent na de uitspraak van Trump met 0,6% omlaag naar $73,30 per vat, het hoogste punt sinds 2014. De Amerikaanse tegenhanger WTI zakte 0,4% tot bijna $68. WTI stond vorige week op het hoogste punt in drie jaar bij $69 per vat. De oliesector in de VS profiteert zelf van deze recente prijsstijging. Maar president Trump wil de prijs aan de pomp voor Amerikanen omlaag krijgen. De Amerikaanse WTI-olie loopt min of meer in lijn op met Brent-olie, de meest gebruikte wereldwijd, door Opec-leider Saudi-Arabië decennia lang opgepompt als het ’zwarte goud’ dat het land puissant rijk maakte. De Saudi’s hebben afgelopen jaren gericht de olieprijs laten opveren maar tot een zeker niveau, in een poging om de tegen lagere kosten leverende Amerikaanse schalie-producenten uit de markt te duwen. Vorig week zag het kartel nog een krapper wordende oliemarkt met afname van voorraden olie.

Een voorgenomen loonsverhoging voor de top van Van Lanschot Kempen is de zakenbank op een waarschuwing van minister Wopke Hoekstra van Financiën komen te staan. Hoekstra wijst erop dat ,,forse salarisverhogingen” voor topbankiers ,,niet bijdragen aan het herstel van vertrouwen in de financiële sector”. De minister vindt het ,,belangrijk dat financiële ondernemingen zich rekenschap geven van hun maatschappelijke functie” bij het vaststellen van de salarissen. Ze moeten dan ook zorgen ,,voor een maatschappelijk gedragen beloningsbeleid”. Daar gaan de raad van commissarissen en de aandeelhouders over, zegt Hoekstra, maar hij brengt wel in herinnering dat hij erover denkt de beloningswetgeving voor banken aan te scherpen. Van Lanschot wil zijn vier bestuursleden tot een kwart meer salaris geven. Daarbij spiegelde de bank zich aan veel grotere Nederlandse banken en multinationals. De PvdA heeft om opheldering van Hoekstra gevraagd over ,,deze absurde loonsverhoging”. Tweede Kamerlid Henk Nijboer spreekt van het ,,zoveelste voorbeeld van bankiers die op de oude weg door willen”. Zijn GroenLinkscollega Tom van der Lee schampert dat weer een groep bankiers de tijdgeest niet snapt. Nijboer wil van Hoekstra weten of Van Lanschot zich wel aan de regels voor banken houdt en of de bedrijven waarmee de bank zich wil meten niet onvergelijkbaar zijn. Hij vraagt de minister aandeelhouders op te roepen de loonsverhoging tegen te houden en dringt aan op een strengere wet.

Pensioenfondsen en De Nederlandsche Bank ruziën over de financiering van de overgangsregeling voor vut. De toezichthouder eist hogere premies voor deze regeling omdat fondsen anders interen op hun pensioenvermogen. De eisen kunnen grote financiële consequenties hebben. De dekkingsgraden van de grootste pensioenfondsen zakken weer terug na een opleving in het begin van het jaar. De angst voor kortingen blijft. De dekkingsgraad liep in het eerste kwartaal terug van 108,7 tot 107,5%. Naast een negatieve ontwikkeling op aandelenmarkten was er gemiddeld sprake van waardevermindering van investeringen in bedrijfsobligaties en vastgoed.  Metaalfonds PMT waarschuwt daar in zijn kwartaalupdate zelfs expliciet voor. „Korten of niet, dat is eerlijk gezegd nog steeds de vraag, met nog steeds een onzeker antwoord”, schrijft PMT-voorzitter Jos Brocken in een toelichting. Alle vijf grote fondsen (ABP, PFZW, PME, PMT en bpfBouw) zagen de actuele dekkingsgraad in het eerste kwartaal van dit jaar dalen ten opzichte van eind 2017. De dekkingsgraad laat zien hoeveel een pensioenfonds in kas heeft ten opzichte van de verplichtingen. Zijn de verplichtingen €100 en zit er €110 in kas, dan is de dekkingsgraad 110%. Voor kortingen of indexaties wordt er gekeken naar de beleidsdekkingsgraad, het gemiddelde van de dekkingsgraden van de afgelopen twaalf maanden. Die steeg het afgelopen kwartaal wel, omdat er wat slechte maanden uit het begin van 2017 weggestreept konden worden. In januari kenden pensioenfondsen nog een opleving. De dekkingsgraad van PME steeg toen bijvoorbeeld naar 104% door gunstige renteontwikkelingen. Maar eind maart is die alweer teruggezakt naar 100,3%. De zorgen worden ook bij zorgfonds PFZW gevoeld. Dat staat er van de grote fondsen het slechtste voor met een actuele en beleidsdekkingsgraad van 99,8%. Het rendement van de beleggingen van het fonds was in het afgelopen jaar ook nog eens negatief (-0,6%). Directeur Peter Borgdorff: „Het laat zien dat het herstel dat zich het afgelopen jaar aftekende nog broos is.” Bij ambtenarenfonds ABP, het grootste van Nederland, spreekt men van een kentering. Voorzitter Corien Wortmann-Kool zegt: „Na vijf kwartalen met stijgende dekkingsgraden treedt er voor het eerst een kentering op. Hoewel de economie aantrekt in Nederland en daarbuiten, zien we tegelijk dat er onrust is op de financiële markten terwijl de rente in Nederland nagenoeg gelijk blijft. De dekkingsgraad bij ABP laat daardoor het eerste kwartaal van dit jaar een lichte daling zien. De verwachting voor onze deelnemers blijft ongewijzigd. We verwachten de komende vijf jaar de pensioenen niet of nauwelijks te kunnen verhogen met de inflatie. De kans op verlaging van de pensioenen is voor de korte termijn heel klein, maar blijft voor de middellange termijn aanwezig.”

De detailhandelsverkopen in Groot-Brittannië zijn in maart flink gedaald, met name doordat het winterweer ervoor zorgde dat mensen minder de deur uitgingen om te winkelen. Dat meldt het Britse statistiekbureau. De winkelverkopen gingen met 1,2% omlaag op maandbasis. Dat is twee keer zo sterk als economen gemiddeld hadden verwacht. De verkoop van kleding ging duidelijk omlaag, net als de omzet van supers. De verkoop van autobrandstof zakte meer dan 7% omdat veel mensen thuisbleven vanwege de zware sneeuwval in grote delen van Groot-Brittannië. Wel ging de onlineverkoop flink omhoog.

President Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) blijft lid van de zogeheten Groep van 30, een internationale praatclub van bankiers en economen in Washington. Europees Ombudsman Emily O’Reilly had Draghi in januari aanbevolen de “eigenzinnige” club te verlaten omdat zijn lidmaatschap twijfel zou kunnen zaaien over de onafhankelijkheid van de ECB en dat komt volgens haar neer op wanbestuur. O’Reilly laat weten teleurgesteld te zijn over het besluit van de Italiaan. ,,Het is een gemiste kans om het vertrouwen te vergroten.’’ Sommige leden van de G30 werken namelijk voor banken waarop de ECB toezicht houdt. Volgens de bank in Frankfurt is het lidmaatschap van Draghi volledig verenigbaar met de onafhankelijkheid en integriteit van de ECB en is er geen sprake van belangenconflicten, laat staan van wanbestuur. De Europese Centrale Bank denkt, naar verluidt, aan het uitbreiden van zijn gereedschapskist. Een nieuw beleidsinstrument moet het voor de ECB mogelijk maken om levensvatbare onderdelen van een in problemen verkerende bank tijdelijk van financiering te voorzien, meldt persbureau Bloomberg op basis van vertrouwelijke documenten. Nu is het voor de centrale bank in Frankfurt nog verboden om dit soort financiële steun te geven. Er wordt door kenners wel al langer gepraat over de noodzaak hiervan. Het kan immers voorkomen dat een bank in de problemen komt en dat er niet direct een koper klaarstaat om de levensvatbare onderdelen over te nemen. De ECB wil geen commentaar geven. Een vergelijkbare situatie speelde vorig jaar toen het Spaanse Banco Popular door een slechte financiële positie dreigde om te vallen. Toen moest de ECB eerst contact leggen met de Single Resolution Board (SRB), de Europese organisatie die gaat over de aanpak van probleembanken. Uiteindelijk is Banco Popular min of meer gedwongen verkocht aan branchegenoot Banco Santander. Dat gebeurde voor een symbolisch bedrag van €1.

Jean-Claude Trichet, de opvolger van Wim Duisenberg als President van de ECB, zat tijdens de bankencrisis in het oog van de orkaan. Hij was nauw betrokken bij de redding van Fortis/ABN Amro, waarover deze week een film uitkomt. „Het was een uitzonderlijk gevaarlijke tijd.” Of de lessen zijn geleerd? Of de economie nu stabieler is? „De situatie nu is alarmerender dan voor de crisis.” Tien jaar geleden, eind september 2008, bereikte de bankencrisis het Europese vasteland. Fortis/ABN Amro stond op omvallen en moest worden gered. In de film ’De achtste dag’, die vanaf donderdag 26 april te zien is in bioscopen in heel Nederland, wordt die redding van dag tot dag gereconstrueerd met de hoofdrolspelers. Eén van die hoofdrolspelers is Jean-Claude Trichet, toenmalig president van de Europese Centrale Bank. „Het kaartenhuis stortte in, we konden het begin ervan zien”, zegt hij in de film. In een interview met DFT staat hij stil bij de bankencrisis. Maar hij geeft vooral antwoord op de vraag: staan we er nu beter voor dan toen? „Ik had gezien wat de gevolgen waren van het faillissement van Lehman Brothers. Namelijk besmetting, destabilisering van de hele financiële wereld en een ernstige dreiging van een mondiale depressie. Het was een uitzonderlijk gevaarlijke tijd. Je kon duidelijk zien dat we in een situatie terecht konden komen zoals in 1929. Ik was zeer bezorgd, maar ook zeer gemotiveerd om dat te voorkomen.” Gemotiveerd lijkt een understatement. U moet zich toch hebben voorgesteld wat er zou gebeuren als er een reeks ban faillissementen op gang zou komen? „Dat zou leiden tot de ineenstorting van het hele systeem. Niet slechts van één bank. Als we niet zo vergaand hadden ingegrepen zou elke bank en elke financiële instelling in een drama zijn geëindigd.” „De gevolgen kunnen zeer ernstig zijn. Het banksysteem is als de bloedsomloop. Als het bloed niet meer circuleert, sta je op de rand van een catastrofe. Dat geldt voor je lichaam maar ook voor de samenleving. Als geld niet normaal circuleert, werkt er niets meer.” Toen België en Nederland Fortis/ABN Amro moesten redden, hadden de bankiers zelf geen idee wat er aan de hand was. „Ze waren duidelijk de weg kwijt. Weinig mensen konden zien hoe groot het probleem was. Voor ons, aan het roer van de centrale bank, was het heel duidelijk dat er een mondiaal systeemprobleem was. Maar voor individuele banken veranderde alles zo snel. Natuurlijk hadden bankiers zich veel meer bewust moeten zijn van de situatie, van de risico’s die ze genomen hadden. Al die kritiek is gerechtvaardigd.” „De wereld is zozeer onderling verbonden, dat het uitzonderlijk naïef was om te zeggen dat het louter een Amerikaans probleem was en geen Europees probleem. Maar het is waar dat de aanleiding voor de mondiale crisis de Amerikaanse subprime-hypotheken waren. Helaas hadden veel Europese banken zelf massaal daarin geïnvesteerd.” „Er zijn meerdere oorzaken en de combinatie ervan maakte deze crisis zo ernstig. De eerste is de opeenstapeling van schulden. Het schuldniveau in de wereld was in de jaren voor de crisis enorm hard gestegen. Van 250% van het mondiale bbp in 2000 naar 275% in 2007/2008. Dat leidt tot financiële kwetsbaarheid. De tweede oorzaak was het vertrouwen dat financiële markten altijd efficiënt werken. Dat was het dominante denken. De meeste economen dachten dat we dicht bij een optimale en dus stabiele situatie zaten. Daardoor werden de risico’s verwaarloosd.” Alles leek perfect. Ja, dat was uiteraard een enorme inschattingsfout.” „Financiële producten werden steeds geavanceerder, gebruik makend van de nieuwste technologie. Er kwamen financiële producten die niemand helemaal kon begrijpen en zeker niet de mensen die deze producten verkochten en de mensen die erin investeerden. Het vierde punt is de globalisering, de vergaande onderlinge verbondenheid van alle markten, financiële instellingen en economieën.” Welke rol speelden centrale banken in de stijging van schuld door te lage rentes? „Daar wordt nog altijd over gediscussieerd. Maar vergeet niet, wij kregen als ECB voor de crisis veel kritiek omdat we te orthodox zouden zijn. Er was een enorme druk om ruimer monetair beleid te voeren. Toen we de rente verhoogden in 2005 werden we publiekelijk door tien regeringen bekritiseerd. Ik denk dat je moeilijk kunt zeggen dat het monetair beleid van de ECB te ruim was.” Alan Greenspan krijgt kritiek omdat de Fed onder zijn leiding te ruimhartig was. Het is allemaal zeer complex. En ik wil me niet begeven in een discussie over andere centrale banken.” „Laten we niet naar het verleden kijken. Laten we naar de toekomst kijken.” Natuurlijk. Maar diezelfde vragen spelen nog steeds. In de crisis kwam er alleen maar schuld bij en werd geld nog goedkoper. Daar spelen centrale banken een rol in. Ik ben het ermee eens dat een van de belangrijkste problemen nu de schuldtoename in de wereld is. De schulden in de ontwikkelde én in de opkomende economieën blijven maar groeien. Iets minder snel in de ontwikkelde economieën dan voor de crisis maar veel sneller in de opkomende landen.” Zoals in China? „Onder meer China. We creëren een situatie die net zo kwetsbaar en gevaarlijk is als bij de explosie van de crisis. Betekent dit dat de centrale banken te ruimhartig zijn? Dat vind ik niet. Centrale banken moesten de besmetting stoppen en een diepe depressie voorkomen. De vraag is: leverden overheden, parlementen en de private sector hun aandeel? Mijn reactie is: vaak niet. Het sentiment was: de centrale banken doen het goed, laten we niet ingrijpen. Een goed voorbeeld zijn de structurele hervormingen die in Europa achterblijven maar wel noodzakelijk zijn om het groeipotentieel te vergroten.” U kunt toch niet ontkennen dat centrale bankiers een enorm dilemma hebben? Ze stimuleren bedrijvigheid met lage rentes. Maar met die lage rentes wordt ook het aangaan van schuld gestimuleerd. „Ik ben het ermee eens dat er ook een negatieve kant is. Dat stimulerende beleid was en is noodzakelijk, maar er zijn inderdaad nadelige gevolgen. Zoals potentiële bubbels. Voor de crisis nam alleen de schuld in ontwikkelde landen toe, nu ook in landen als China. Maakt dat de situatie nu nog kwetsbaarder dan toen? „Ja, ik zou zeggen van wel. Deze indicatoren wijzen op een situatie die zelfs nog alarmerender is dan ten tijde van het faillissement van Lehman Brothers. Als we weer te maken zouden krijgen met een nieuwe systeemcrisis dan lijkt het mij waarschijnlijk dat de aanleiding uit de opkomende landen komt. Dat zou in China kunnen zijn.” „Niet alle. Ten aanzien van banken is er veel gedaan. Daarom is het zo zorgwekkend dat er in de Verenigde Staten stemmen opgaan om weer te gaan dereguleren. Maar de niet-banken zijn nog steeds een probleem. Ik bedoel private equity, hedgefondsen, die mondiaal duizenden miljarden beleggen. Daar kunnen nog steeds systeemrisico’s zitten.” Is er na de crisis iets fundamenteel veranderd? „De prijs die we hebben betaald voor de crisis is de opkomst van nationalisme, protectionisme, populisme. De crisis heeft in de ogen van veel mensen laten zien dat het establishment fout zat. Dat heeft een immense impact gehad. Zonder deze crisis zou Trump waarschijnlijk niet hebben gewonnen. Het heeft ook de weg geplaveid voor de Brexit. In Frankrijk, waar het populisme niet gewonnen heeft, is de afwijzing van regeringspartijen bijna karikaturaal. We hebben geen significante socialistische partij meer, geen belangrijke rechtse partij meer.” Het beeld rijst op dat er niet wérkelijk iets is veranderd. Dat zegt ook oud-president van de Britse centrale bank Mervyn King: „Na de Grote Depressie in de jaren dertig was er veel discussie of een economie gestoeld op kapitalisme wel het beste systeem was. Na de crisis van 2008 was het juist zo opvallend hoe weinig intellectuele beroering er was. Hoe weinig de politiek geïnteresseerd was in de vraag of we onze economie op de juiste manier vormgeven.” Einde citaat DFT.

Deze week publiceerde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de halfjaarlijkse prognose voor de wereldeconomie. Voor de korte termijn is deze vooruitblik gunstig. Dit jaar en volgend jaar zal de wereldeconomie met gemiddeld 3,9% groeien; iets meer dan vorig jaar. Een prachtige boodschap die in veel landen, ook in ons land, met enthousiasme is ontvangen. Maar wie de moeite neemt de nieuwste World Economic Outlook helemaal door te nemen, zal zich toch zorgen gaan maken. De economen van het IMF concluderen dat alle signalen erop wijzen dat westerse landen de komende jaren te maken krijgen met een lagere economische groei. De jubeljaren zijn van korte duur geweest. De belangrijkste oorzaken zijn een lagere groei van de productie, een verouderende bevolking en een dalende arbeidsdeelname. Maar ook de toegenomen protectie waarbij landen, zoals de VS, handelsbelemmeringen opwerpen om hun eigen bedrijfsleven te beschermen, zullen de groei afremmen. Handelsoorlogen, zelfs alleen al de dreiging, pakken voor iedereen wereldwijd slecht uit: lagere groei, minder werkgelegenheid, minder welvaart. En wat betekent dat voor de inflatie, de rente en de waarde van de euro? De huidige hoge groeicijfers zijn in hoofdzaak kunstmatig aangewakkerd door extreem lage rentes en bovendien gefinancierd met hoge schulden van zowel overheden, bedrijven als particulieren. Vorig jaar ging het daarbij wereldwijd om een totaalbedrag van bijna $240.000 mrd. Dat is 3,2 keer de economische waarde van het wereldwijde bbp. In 2007, vóór de start van de mondiale kredietcrisis, lag deze schuldquote op een aanzienlijk lager niveau, nl. 2,7. In de meeste landen is nog steeds sprake van een toename van schulden. Het IMF vreest dat deze ontwikkeling desastreuze gevolgen zal hebben op het moment dat de centrale banken hun lage rentes gaan verhogen tot een normaal niveau. Ze zijn daarmee al voorzichtig bezig of waarschuwen voor verhogingen. Bij veel overheden en bedrijven met forse schulden zullen de extra rentelasten en aflossingen tot problemen leiden. Veel regeringen hebben geen rekening gehouden met het feit dat we de komende jaren te maken krijgen met lagere groeicijfers. Ze baseren hun uitgaven nog steeds op een relatief hoge groei. Daardoor hebben ze ook onvoldoende buffers opgebouwd om klappen op te vangen. Voor veel bedrijven geldt hetzelfde. Ook voor beleggers is een renteverhoging en een lagere groei slecht nieuws. Het risico bestaat dat de hoogopgelopen beurskoersen in een snel tempo zullen dalen. Landen die nu nog rekenen met groeicijfers boven de 2% zullen vanaf 2020 voorbereid moeten zijn op een groei die niet veel hoger zal liggen dan 1%. Volgens ‘doemscenario’s’ moeten landen zelfs het risico van een krimpende economie weer op de agenda zetten. Wie de huidige juichende berichten leest over de geweldige economische prestaties, meer dan 3% groei in Nederland, en de torenhoge beurskoersen, kan zich deze waarschuwing moeilijk voorstellen. Ook veel regeringen zien het als onvoorstelbare voorspellingen waarvan je niet wakker hoeft te liggen. Het optimisme viert hoogtij en vanuit die optiek sparen ze, nu het nog kan, te weinig om hun overheidsschulden af te bouwen. Toch zou het verstandig zijn dat wel te doen. De economische geschiedenis laat zien dat een hoogconjunctuur plotsklaps kan omslaan in een economische neergang. Internationaal scoort Nederland als het gaat om de staatsschuld erg goed. Op dit moment ligt onze overheidsschuld beneden de 60% bbp. Maar daarbij is geen rekening gehouden met het Groningse gasbesluit van het kabinet dat tot dalende inkomsten zal leiden en ook niet met de forse extra uitgaven die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van het klimaatverdrag van Parijs. In de Haagse politiek pleit de linkse oppositie ervoor om de dalende gasopbrengsten te financieren met een oplopende overheidsschuld. Binnen de coalitie wordt uitgegaan van de regel ‘de tering naar de nering zetten’. Dit betekent dat een tegenvaller bij de inkomsten elders op de begroting met bezuinigingen moet worden gecompenseerd. Ook bij de regeringsfracties zal dit niet in goede aarde vallen. Maar gezien de prognoses van het IMF staat wel vast dat politiek Den Haag zichzelf in de voet schiet als we de komende jaren de overheidsschuld weer laten oplopen. Met het oog op de verwachte lagere groeicijfers is het beste recept, dat ook door het IMF wordt aanbevolen, het nemen van extra maatregelen om de groei aan te jagen. Daarbij gaat het vooral om investeringen in digitalisering, nieuwe technologie en onderwijs en onderzoek op deze terreinen. MKB-bedrijven, starters en scale-ups kunnen daarbij een hoofdrol vervullen. Voor Nederland zou extra groei, die duurzaam moet zijn, een centraal element moeten zijn in het kader van het voorgenomen klimaatbeleid van het kabinet Rutte III. Internationaal onderzoek wijst uit dat CO2-reducties vooral gerealiseerd moeten worden met de inzet van nieuwe technologieën. Als ons land daarbij voorop gaat lopen, snijdt het mes aan twee kanten. We versterken onze economie, versnellen de energietransitie van fossiel naar duurzaam en scheppen nieuwe banen. Op zich gaat deze transitie duizenden banen kosten maar levert per saldo toch meer werk op. Dat is de conclusie in het recente SER-advies. De SER meent dat Rutte III in het kader van het klimaatbeleid, in samenwerking met werkgevers en werknemersorganisatie, wel zorg moet dragen voor voldoende technisch opgeleide vakmensen. Zolang we dit niet oplossen remmen we niet alleen een groene groei, maar halen we ook de klimaatdoelstellingen niet.

Het IMF waarschuwt voor wereldwijde risico’s, schrijft de Duitse vermogensadviseur Günter Hannich. In den diversen Massenmedien wird derzeit ja immer noch von einem Boom der Weltwirtschaft gesprochen. Sehr oft ist dabei von einem Aufschwung, der synchron in nahezu allen Ländern stattfindet, die Rede. Spannend ist auch, dass in diesen Tagen ein hohes Maß an Sorglosigkeit vorherrscht. An den Finanzmärkten sind die Bewertungen nach wie vor historisch einmalig hoch. Anscheinend gehen fast alle Beobachter und Investoren davon aus, dass es immer weiter nach oben geht. Die Risiken werden nicht nur ausgeblendet, sondern auch massiv unterschätzt. Aber das ist wohl immer vor extremen Krisen so der Fall. Höchst beachtlich ist aber, dass der Internationale Währungsfonds (IMF) im Rahmen der jüngsten Frühjahrstagung auf die großen Risiken für die Entwicklung der Weltwirtschaft dezidiert hinwies. “Wachsende finanzielle Verwundbarkeiten, wachsende Spannungen im Handel und der Geopolitik und ein historisch hoher Schuldenstand bedrohen die globalen Wachstumsaussichten”, hieß es wörtlich in der Abschlusserklärung des IMF-Finanzkomitees. Schulden und Protektionismus würden die Aussichten der Weltwirtschaft gefährden. Kein Wunder, dass der IMF die Staaten nun dazu mahnt, angesichts alternder Gesellschaften und lauer Produktivität das “Fenster der Gelegenheit” zu nutzen, um mit Strukturreformen und Schuldenabbau schon jetzt massiv gegenzusteuern. IMF-Chefin Christian Lagarde richtete höchstpersönlich einen flammenden Appell an die Staaten. Das ist schon sehr außergewöhnlich und kommt in der Form wahrlich nur extrem selten vor. Die Dame forderte allen voran die entwickelten Staaten dazu auf, sich jetzt daran zu machen, ihre Schulden abzubauen. Es habe sich Lagarde zufolge global ein Schuldenberg von $164 Billionen angesammelt, was 225% der globalen Wirtschaftsleistung entspreche. Die entwickelten Industrienationen hätten jetzt den höchsten Schuldenstand seit dem zweiten Weltkrieg erreicht. Sie müssten nun alles daran setzen, diesen gewaltigen Schuldenberg abzubauen. Liebe Leser, vor diesem Schuldenberg warnen wir schon sehr lange. Und just jetzt kommt auch der IMF mit einem flammenden Appell zum Schuldenabbau aus der Deckung. Das zeigt, auf welch extrem fragilem Fundament derzeit die Weltwirtschaft basiert. Die derzeit grassierende Sorglosigkeit wird sicherlich nicht mehr allzu lange anhalten. Denn über kurz oder lang wird den meisten bewusst wie massiv die Folgen sein werden.

Europese diplomaten willen dat de Verenigde Staten hun sancties tegen Rusland afzwakken. De maatregelen tegen aluminiumproducent Rusal dreigen ook de Europese economie hard te treffen, meldt de Financial Times. De oproep aan Washington klinkt vooral uit Parijs, aldus de zakenkrant. De Fransen willen samen met andere EU-grootmachten, zoals Italië, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, Washington bewegen om de sancties af te zwakken. „De bevoorrading van aluminium is aan het haperen en brengt de hele keten in een zodanig groot gevaar dat verschillende grote productiesites met sluiting bedreigd worden”, zeggen de landen. De VS kondigden op 6 april nieuwe sancties aan tegen zeven Russische oligarchen en een tiental prominente Russische bedrijven. Washington verdedigt de strenge maatregelen door te verwijzen naar de Russische cyberactiviteiten en andere vormen van inmenging in het Westen. Vooral de sancties tegen Rusal, de grootste aluminiumproducent ter wereld buiten China, misten hun impact niet; het bedrijf kelderde op de beurs en wereldwijd steeg de prijs van aluminium flink. Het is ook niet denkbeeldig dat bedrijven waar veel aluminium wordt verwerkt, zoals Airbus, BMW en Volkswagen, hun productie zullen moeten terugschroeven. „Er bestaat een risico op flessenhalzen bij de aanvoer van aluminium en op prijsstijgingen”, waarschuwde de Duitse sectororganisatie WV Metalle deze week nog. De situatie vraagt „een snelle politieke oplossing en uitzonderingen voor Europese importeurs.” Deze week brengt zowel de Duitse bondskanselier Angela Merkel als de Franse president Emmanuel Macron een bezoek aan de Amerikaanse president Donald Trump. De ontmoetingen zijn in het kader van de diplomatieke inspanningen om de stroeve trans-Atlantische relaties te verbeteren. De sancties tegen Rusland – ook Europa wees onlangs nog diplomaten uit – zullen daarbij ongetwijfeld ter sprake komen.

©2018 hannesdewitte@gmail.com

Slotstand indices d.d. 20 april 2018; week 15: AEX 550,38; Bel20 3921,20; CAC40 5412,83; DAX 30 12.540,50; FTSE 100 7.368,17; DJIA 24.462,94; NY-Nasdaq 100 6670,54; Nikkei 225 22.162,24; All Ords 5964,40; SSEC 3.071,54; €/$ 1,228; BTC/USD volatile: $8.881,12; 1 troy ounce goud $1335,20, dat is €34.908,78 per kilo; 3 maands Euribor -0,328% (1 weeks -0,38%, 1 mnds -0,372%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,739%; 10 jaar VS 2,9346%; Belgische Staat 0,852%, 10 jaar Duitse Staat 0,6%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) 0,09%, België 0,802; Japan 0,0547; Italië 1,789. Een liter diesel hier aan de pomp €1,259.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.