UPDATE 14072018/435 Franse voetbalteam is wereldkampioen

Slechts twee dagen duurde de consensus over de te volgen brexit-strategie in de Britse regering. Nadat premier May vorige week vrijdag een akkoord bereikte met kritische pro-brexitministers in haar kabinet, volgde zondagavond plotseling de ontnuchtering. Niemand minder dan de minister van Brexit, David Davis, de Britse onderhandelaar zelf, diende zijn ontslag in. In zijn ontslagbrief is Davis keihard voor May en schrijft hij dat het Verenigd Koninkrijk zich veel te zwak opstelt tegenover de Europese Unie. Binnen de Britse Conservatieven is al maandenlang een hevige richtingenstrijd gaande over de te volgen strategie. Een vleugel van de partij aangevoerd door de minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson, waartoe ook Davis behoort, wil volledig los van de Europese Unie zonder akkoorden, terwijl May voor een zachtere variant opteert. In zijn ontslagbrief aan May schrijft Davis dat het vrijdag bereikte akkoord in de regering “mijn positie als brexit-onderhandelaar ondermijnt”. Ook zegt hij te vrezen dat de onderhandelingspositie van Groot-Brittannië ten opzichte van de EU “zwak” zal zijn. De stelling dat het Britse parlement na de brexit opnieuw de controle over handel krijgt, noemt hij “een illusie”. “Zoals ik zei in de regering zal het beleid van een ‘gemeenschappelijk boek met regels’ de controle over grote delen van onze economie in Europese handen leggen. Dit geeft ons in realiteit op geen enkele manier opnieuw de controle over onze eigen wetten”, hetgeen toch de doelstelling was van het uit de EU treden. Volgens Davis heeft “het nationaal belang een brexit-minister nodig die krachtig gelooft in uw benadering, en niet gewoon een aarzelende dienstplichtige”. Op de radio voegde hij eraan toe dat “we te veel weggeven op een te gemakkelijke manier”. Volgens Davis zal er tegen oktober nog altijd geen akkoord zijn en komt er mogelijk een Europese nood-top in november. Eind maart volgend jaar moet de brexit normaal gezien rond zijn. May heeft in een reactie op het vertrek van Davis gezegd dat ze het “spijtig” vindt dat hij vertrekt. Ook laat ze weten het niet eens te zijn met de argumenten die hij aanvoert voor zijn ontslag. “We moesten als kabinet het huidige standpunt bepalen om door te gaan met gedetailleerde onderhandelingen over een vertrek van Groot-Brittannië uit de EU”, aldus de premier. Ze bedankt hem wel “hartelijk” en looft hem voor zijn bijdrage aan “de meeste belangrijke wetgeving voor generaties”. Volgens May is het akkoord “consistent met de uitkomst van de wil van de Britse kiezer en in overeenstemming met het partijstandpunt over brexit van de Conservatieven”. Wat May niet stelt dat ze hiermee gevolg geeft aan de wensen/eisen van het Britse bedrijfsleven. Het Britse kabinet tot een akkoord gekomen om een zachtere brexitstrategie te gaan volgen, met als doel een vrijhandelsgebied tussen de EU en het VK, dat geregeld wordt in een ‘common rule book’, een document waarin de gemeenschappelijke regels staan opgesomd. De regering gaat op die manier voor een douaneakkoord dat het vrij verkeer van goederen tussen het VK en de EU verzekert en een harde grens op het Ierse eiland vermijdt. Op tal van andere punten blinkt het drie pagina’s tellende document dat was vrijgegeven echter uit in vaagheid. Op voorhand zou May gezegd hebben dat ministers die niet tevreden zouden zijn met het compromis, “het nummer van de lokale taximaatschappij” zouden krijgen om een taxi naar huis te bestellen na hun ontslag. Davis zou volgens insiders niet met dat grapje hebben kunnen lachen. May had in de krant The Times na het akkoord ook nog een waarschuwing voor haar minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson, met wie ze regelmatig van mening verschilt over de strategie: “Als hij probeert het Britse standpunt te ondermijnen wordt hij ontslagen.” Vraag is nu hoe het verder moet in de Britse regering. Het Britse parlementslid Dominic Raab is alvast aangeduid als Davis’ opvolger. Raab hield zich in de regering van May eerder al bezig met huisvestingsbeleid. In dat departement was hij sinds januari ‘minister of state’. Hij is net als Davis een voorstander van de brexit, maar staat bekend als een pragmaticus die minder op de harde brexit-lijn zit. Bij de Europese Commissie, dat voor de EU de onderhandelingen met Londen voert, veranderen het ontslag van Davis en de aanstelling van Raab niet veel. “We blijven te goeder trouw met premier May en de regering onderhandelen om een akkoord te bereiken”, zei Commissiewoordvoerder Margaritis Schinas. “We blijven aan een akkoord werken en zijn 24/7 beschikbaar.” Of de wissel geen praktische problemen stelt? “Niet voor ons, wij zijn hier om te werken. Wat voor ons telt, is het onderhandelingskader dat de 27 lidstaten hebben vastgelegd en waar we ons aan houden”, aldus Schinas. Maar het gemor binnen premier Mays eigen Conservatieve partij stijgt bij de pro-brexit-fractie. Als 48 parlementsleden van de Conservatieven daar om vragen, komt er een motie van wantrouwen. Het is niet zeker dat May die zou overleven. Maar zover is het nog niet gekomen, ondanks dat de minister van Buitenlandse Zaken, Boris Johnson, zijn ontslag heeft aangeboden. May speelt wel hoog spel toen Donald Trump de vloer met haar aanveegde, toen hij in een interview in The Sun stelde dat Boris Johnson, voor hem, een goede partner zou zijn. Johnson vreest dat het Verenigd Koninkrijk op weg is om een kolonie van de Europese Unie te worden. Volgens Johnson is zijn land „echt hard op weg naar de status van een kolonie.” „De droom van een brexit is stervende, verstikt door nodeloze twijfel”, vindt hij. Johnson stelt dat hij hard gevochten heeft om het Britse volk hun zelfbeschikkingsrecht terug te geven en om Groot-Brittannië buiten de Europese economische zone te laten floreren „als een open, naar buiten kijkende en globale economie.” Na het kabinetscompromis van vrijdag rond een ’zachte brexit’ lijkt zijn land op weg naar een „semi-brexit, met grote delen van de economie nog steeds vastgeketend aan de EU, maar waarop geen enkele controle is vanuit het Verenigd Koninkrijk op dat systeem.” Volgens Johnson zal Groot-Brittannië in die situatie niet eens in staat zijn zijn eigen wetten te maken.

EU-onderhandelaar Michel Barnier zal moeten bepalen of hij bereid is de Britten tegemoet te komen. May kiest voor een semi-Brexit en dat gaat in tegen de Europese principes. „Met dit voorstel gaan de Britten heel ver in de richting van een zachte Brexit”, zegt Europa-expert Adriaan Schout van instituut Clingendael. Al hoeft dat niet te betekenen dat Brexit-minister Dominic Raab warm wordt onthaald door EU-hoofdonderhandelaar Barnier. „Het Verenigd Koninkrijk wil op het gebied van de interne markt allerlei verschillende afspraken maken. Dat lijkt wat de EU betreft te veel op de krenten uit de pap vissen en dat ligt politiek heel moeilijk”, zegt Schout. De onderhandelingen worden komende week hervat. Tot nog toe is er amper wat bereikt omdat de Britten niet duidelijk maakten wat ze wilden. „Het is de eerste keer dat er iets op tafel ligt waarover onderhandeld kan worden”, aldus Karel Lannoo, directeur van denktank Centre for European Policy Studies. „De speeches waren tot nu toe vaag, nu ligt er iets concreets. Nu begint het spel pas.” De regering-May wil nog steeds uit de EU stappen, maar op het terrein van goederen een vrijhandelszone met Europa opzetten. Vrij verkeer van personen en diensten wordt daarmee sterk ingeperkt. „Al met al zou dat voor de EU helemaal geen slechte deal zijn”, aldus directeur Guntram Wolff van denktank Bruegel. „De EU heeft een handelsoverschot in goederen met het Verenigd Koninkrijk. Voor ons is dit dus gunstig.” Wolff vindt dat onderhandelaar Barnier dit voorstel met beide handen moet aangrijpen. „Kijk daarbij naar de geopolitieke belangen. Niet voor niets zegt de Amerikaanse president Trump dat hij een zachte Brexit een slecht idee zou vinden. Als de EU aan alle eigen principes vasthoudt, zou dat een enorme fout zijn. Dan komt er geen deal en drijf je de Britten in de handen van Amerika.” Volgens Lannoo plaatst het voorstel de EU voor een enorm dilemma. „Ik denk dat de belangrijkste vraag van Barnier zal zijn: waarom willen jullie een aparte behandeling? Waarom willen jullie weer een uitzondering?” De EU heeft al innige samenwerking met onder meer Noorwegen, Zwitserland, Oekraïne en Turkije, maar het Britse plan ziet er nóg weer anders uit.

De overgang naar een CO2-neutrale samenleving mag de burger niet met hoge kosten opzadelen. Dat benadrukte minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) bij de presentatie van de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord. Wiebes voegde eraan toe dat de rekening per jaar neerkomt op slechts een half procent van de totale omvang van de Nederlandse economie. Aan de zorg bijvoorbeeld wordt 14% uitgegeven. „Op consumentenniveau besteden we meer aan rookwaren.” Nederland is niet ambitieuzer dan andere landen, maar begint wel eerder, zei Wiebes verder. Betrokken partijen krijgen daardoor meer tijd om zich voor te bereiden en kunnen zo een voorsprong nemen. „Wie eerder aan de wedstrijd begint heeft een grotere kans om te winnen”, aldus de minister. Ook Diederik Samsom, die de gesprekken leidde over de gebouwde omgeving, weersprak verhalen over enorm stijgende energierekeningen. De voorstellen die er nu liggen zijn juist bedoeld om dat te voorkomen. Maar waar Samsom niets over zegt is dat zijn plannen slecht zijn voor burgers die de afgelopen jaren zonnepanelen op hun dak hebben geïnstalleerd onder de conditie dat teruggeleverde energie afkomstig van niet gebruikte energie van zonnepanelen werd verrekend door salderen. Op die basis zijn rendementsberekeningen gemaakt op basis van een verrekenrente. Van die aannames komt niets meer terecht nu Samsom aankondigt dat hij de stroomprijs gaat verlagen en de gasprijs gaat verhogen. Misleiding? Samsom zei wel dat niet iedereen morgen een dure warmtepomp hoeft aan te schaffen. Per wijk wordt een plan gemaakt en mensen doen er goed aan dat af te wachten. „Dus trek nog niet met een koevoet uw cv-ketel van de muur en ren nog niet naar de Gamma om die laatste rollen glaswol te hamsteren.” De transitie van gas naar stroom in een woning zou €18.000 kosten. De vraag is dan wel of naast de warmtepomp er ook aanvullende warmteapparaten nodig zijn om de kamertemperatuur comfortabel te houden. Wiebes prees de inspanningen van de partijen achter het klimaatakkoord. Het kabinet heeft zelf niet actief meegepraat, benadrukte hij. „Wij hebben hier ook geen verstand van.” Hij zei wel al „ordners vol concrete voorstellen” te hebben gezien. Een inhoudelijke reactie geeft het kabinet pas in september. Ook werkgeversorganisaties stellen dat de rekening niet bij ’de gewone man’ moet komen te liggen. „De Nederlandse regering heeft zichzelf een aantal zeer ambitieuze doelen gesteld in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Het is echter zeer de vraag in welke mate met het voorliggende Klimaatverdrag de doelstellingen van het Klimaatverdrag van Parijs kunnen worden gerealisserd op een wijze waarin de lasten op een eerlijke wijze worden verdeeld. Milieumaatregelen kunnen alleen maar slagen, als de rekening ervan niet bij de gewone man komt te liggen.” Dat zegt Maurice Limmen, voorzitter van het CNV, in een reactie op het Klimaatakkoord waarvan de hoofdlijnen deze week zijn gepresenteerd. Limmen: „De overgang naar schone energie moet niet iets worden voor de happy few. Lage en middeninkomens kunnen de lasten die de transitie met zich meebrengt niet opbrengen. De koopkracht van mensen moet overeind blijven, dat is onze inzet.” Volgens de CNV-voorzitter moeten we toe naar een duurzame toekomst, maar gaat dat alleen lukken op basis van breed maatschappelijk draagvlak. „Dat wordt de grote opgave bij dit Klimaatakkoord.” Vereniging Eigen Huis kan zich daarin vinden. „Het is belangrijk dat de energietransitie niet eenzijdig wordt neergelegd bij woningbezitters en dat de woonlasten gelijk blijven’. „Bovendien moeten mensen zelf de regie kunnen voeren over hun keuzes. Het moet gaan om stimuleren in plaats van verplichten.” We zijn een uitgesproken voorstander van het helpen en stimuleren van huiseigenaren bij de verduurzaming van hun woning”, aldus de VEH. Als dat gebeurt met een betrouwbaar stimuleringsbeleid en goede financieringsmogelijkheden zal dat steeds meer mensen over de streep trekken, denkt de vereniging.

Angela Merkel en Emmanuel Macron zijn ervan overtuigd dat Europa op zijn minst tijdelijk een sanitaire afstand moet houden van de Verenigde Staten. Mijn vraag is wat een ‘sanitaire afstand’ is. Ik heb geen idee. Er waren nog tal van andere redenen waarom Trump keet komt schoppen op de NAVO-top, maar de dieperliggende reden is dat de VS-president bijzonder zuur is over het feit dat Europese NAVO-lidstaten zowel qua defensieprioriteiten, militaire aankopen als diplomatie een eigen koers willen varen. De eenzijdige terugtrekking van Trump uit het Iran-akkoord en ook de Trump-vaudeville op de recente G7-top overtuigden Angela Merkel en Emmanuel Macron dat Europa op zijn minst tijdelijk een sanitaire afstand moet houden van de Verenigde Staten. Dat geloof wordt gesterkt door het feit dat Trump maandag in Helsinki met Vladimir Poetin een ontmoeting heeft waarvan niemand weet wat er precies besproken zal worden. Dat de Amerikaanse president de jongste dagen meerdere Europese leiders de mantel uitveegde, maar geen enkel slecht woord over Poetin tweette, doet alvast vragen rijzen over wie Trump tegenwoordig als bondgenoot en tegenstander beschouwt. President Trump heeft bij een ontbijt met secretaris-generaal Stoltenberg van de NAVO hard uitgehaald naar Duitsland. Hij zei dat het ongelooflijk is dat de VS Duitsland beschermt,terwijl het met Rusland zaken doet. De Duitsers hebben een gasdeal gesloten met Rusland ter waarde van miljoenen dollars. Trump is kwaad dat Duitsland tot dusverre niet meer geld aan defensie besteedt.

De Amerikaanse president Donald Trump heeft volgens Bulgarije op de NAVO-top aangedrongen op hogere defensie-uitgaven dan is afgesproken. Trump wil volgens president Rumen Radev dat lidstaten van het bondgenootschap tot 4% van het bruto binnenlands product uitgeven aan defensie. Binnen de NAVO was in 2014 al afgesproken dat landen in 2024 2% van het bruto binnenlands product (bbp) uitgeven aan defensie. De lidstaten herhaalden in de slotverklaring van de NAVO-top in Brussel nog eens volledig achter die doelstelling voor defensie-uitgaven te staan. Trump vindt dat veel Europese landen veel te weinig uitgeven aan defensie. Van de 28 Europese NAVO-lidstaten voldoen slechts 4 landen nu al aan die norm en zijn nog eens tien landen onderweg die norm te gaan halen. Maar dan presteren nog 14 landen, waaronder Nederland, onvoldoende, om de norm te halen. De VS eist dat alle Europese lidstaten van de NAVO onmiddellijk hun uitgaven voor defensie verhogen. Trump wil niet wachten op 2024, zoals enkele jaren geleden is afgesproken. Trump wil op kortere termijn echter naar 4% bbp. Dat is voor veel landen nog ver weg. De NAVO-top in Brussel is volgens Amerikaans president Donald Trump “geweldig” verlopen. Hij is “zeer tevreden” dat alle lidstaten beloofd hebben hun bijdrage snel te verhogen. “Er is zeer veel vooruitgang geboekt, de NAVO is nu veel sterker dan twee dagen geleden.” Domper op de feestvreugde: de Franse president Emmanuel Macron ontkende prompt Trump’s claim. Nauwelijks een uur nadat Trump op een persconferentie aankondigde dat hij de NAVO-lidstaten zover heeft gekregen om meer dan de beloofde 2% van het bnp vrij te maken voor defensie, ontkent zijn Franse ambtgenoot Macron dat al. “Er werd gisteren een persbericht gepubliceerd”, zei Macron. “Dat was heel gedetailleerd. Het bevestigt het doel van 2% tegen 2024. Dat is alles.”

Frankrijk zou, nog volgens Macron, dat doel halen. Hij voegde eraan toe dat samenwerking binnen de organisatie enkel mogelijk was als de lasten gelijk gespreid worden. De Verenigde Staten geven al 3,5% van hun bnp uit aan Defensie. Enkel Groot-Brittannië, Polen, Griekenland en Estland halen al de 2%. Frankrijk zit op ongeveer 1,8, België zit dit jaar op 0,93% en Nederland op 1,3% en Duitsland is onderweg naar 1,4%, maar de Duitse bondskanselier Merkel kondigde aan dat ze naar 4% bbp gaat. Alle lidstaten zijn het er wel over eens dat de Europese landen een groter deel van de kosten moet opbrengen voor hun veiligheid. De huidige situatie dat Europa afhankelijk is van de VS, is ongezond. Daarbij komt dat er geen éénduidigheid is welke uitgaven toegerekend mogen worden aan het Defensie-budget. Premier Rutte zei na afloop dat Nederland zich houdt aan de afspraak om naar de 2% toe te bewegen. Hij gaf Trump een compliment voor de „krachtige boodschap” die hij heeft gegeven over de defensiebestedingen. Nederland zit nu al op 1,3%. „We zullen de komende jaren steeds kijken of er ruimte is in de begroting.” Die uitspraak is wel erg vrijblijvend en past in het geheel niet in wat Trump van Europa verwacht. Rutte bestrijdt dat Trump op de NAVO-top iets heeft bereikt wat al eerder nog niet was afgesproken. Dom, heel dom.

De verwachte economische groei in de Europese Unie vertraagt, ook in Nederland. De EC verlaagt de groeiprognose van drie maanden geleden voor Nederland van 3 naar 2,8% in 2018 en van 2,6 naar 2,5 in 2019. Nederland scoort wel nog altijd fors beter dan de eurozone en de EU als geheel. Hoe betrouwbaar is dit scenario? Voor zowel de eurozone als de hele EU van 28 lidstaten verwacht Brussel dit jaar 2,1% groei. Dat is 0,2%punten minder dan in mei nog was voorspeld. Voor 2019 houdt Brussel het op 2%. Het is voor het eerst sinds vijf opeenvolgende kwartalen van krachtige expansie dat de groei afremt, al blijft de economie in de EU sterk, aldus de commissie. De EC wijst erop dat haar zomerprognoses geen rekening houden met verdere escalatie van de handelsspanningen die president Trump heeft veroorzaakt door invoerheffingen op staal en aluminium. Volgens EU-commissaris Valdis Dombrovskis (financiële stabiliteit) tonen de neerwaarts bijgestelde cijfers dat externe factoren, zoals hogere olieprijzen die de inflatie opdrijven en de onzekerheid over het politieke beleid in de Verenigde Staten, hun tol eisen en het vertrouwen in de economie aantasten. In mei waarschuwde Brussel al dat protectionisme het grootste risico voor rooskleurige verwachtingen is. In Nederland constateert de commissie dat de eerste maanden van dit jaar de groei matigde, onder meer doordat de exportcijfers zwakker waren. De binnenlandse vraag blijft de motor van de groeicijfers. De krapte op de arbeidsmarkt leidt tot hogere salarissen waardoor de privéconsumptie zal groeien. Ook de groei in investeringen ziet Brussel zonnig in. De inflatie gaat dit jaar door de gestegen olieprijzen verder omhoog in Nederland naar 1,5%, iets lager dan verwacht voor de eurozone (1,7%) en de hele EU (1,9%). In 2019, als in Nederland het verlaagde btw-tarief van 6 naar 9% wordt verhoogd, voorspelt Brussel dat de inflatie naar 2,3% springt.

De problemen bij de pensioenfondsen zijn voor een belangrijk deel het gevolg van de lage rente, betogen de pensioenfondsen voortdurend. Marc Heemskerk, actuaris bij het wereldwijde adviesbureau Mercer, omschrijft het belang van de rente: „Je moet vooraf zo goed mogelijk weten welk rendement je gaat maken op de premies. En dat moet je behoorlijk voorzichtig doen want anders loop je het risico dat je te veel belooft. Een voorzichtige berekening van het rendement is de rente die je ontvangt op veilige leningen.” Een actuaris berekent hoe solide een pensioenfonds is. Heemskerk is vorig jaar door de pensioensector uitgeroepen tot Actuaris van het Jaar. Hij rekent voor hoe groot het effect van de rente is om te berekenen hoeveel een pensioenfonds in kas moet hebben „Stel dat je over twintig jaar een uitkering wilt doen van €1000. Bij een rente van 1,5% moet je nu €750 in kas hebben om zeker te zijn dat je die €1000 kunt uitkeren. Is de rente echter 2,5% dan hoeft er maar €610 in kas te zijn.” Oftewel, hoe lager de rente, hoe meer de pensioenfondsen in kas moeten hebben om enigszins zeker te zijn over de uitkeringen in de toekomst. Het gevolg van die structuur is dat de pensioenfondsen steeds meer geld moeten hebben omdat de rente voortdurend daalt. „Eigenlijk zit de rente al twintig jaar in een dalende trend”, constateert Heemskerk. Maar die grote reserves wekken ook een vreemd beeld op: de pensioenpotten zijn voller dan ooit maar de pensioenen worden vrijwel niet verhoogd en zijn zelfs in een aantal gevallen verlaagd. Die tegenstelling is voor actuaris Heemskerk ook een probleem: „Het grootste probleem van ons stelsel vind ik de uitlegbaarheid. De verwachte rendementen zijn laag dus je moet steeds meer in kas hebben. Dat is moeilijk uit te leggen.” Dat standpunt deel ik niet, in feite is het heel logisch dat bij lage rendementen de opgebouwde reserves moeten worden versterkt. Bovendien, de pensioensector heeft meer dan de helft van het vermogen belegd in zogeheten ’vastrentende waarden’: een algemene omschrijving voor beleggingen die rente opleveren, met name leningen. „Veel van die leningen hebben een lange looptijd dus de fondsen weten zeker dat ze op de langere termijn ook een laag rendement zullen hebben”, legt Heemskerk uit. Ja, dat kan maar bij stijgende rentetarieven dalen de koersen van de vastrentende waarden, maar stijgen de rendementen.

De klad zit er weer in bij de pensioensector. In 2017 leken de grote pensioenfondsen zich met imposant herstel weer in de veilige haven te loodsen. Maar terwijl de dreiging van kortingen steeds dichterbij komt, valt de opmars van de fondsen bijna stil. En het beeld voor de nabije toekomst ziet er bepaald niet florissant uit, zeggen experts. Het gaat niet zo goed als we zouden willen”, is het understatement dat Bastiaan Starink, pensioenspecialist bij PwC, gebruikt om de situatie in pensioenland te duiden. „De rente stijgt niet, daar had de sector wel op gehoopt. De levensverwachting is gestegen, dat drukt ook op de dekkingsgraden. En veel fondsen vragen geen volledig kostendekkende premie. Dus kopen we ieder jaar met verlies pensioenen in voor de mensen die nu nog aan het werk zijn en pensioen opbouwen.” En daardoor zitten we nu met de situatie dat vier van de vijf grootste pensioenfondsen hun beleidsdekkingsgraden nog altijd op een niveau hebben dat in de komende jaren tot een korting moet leiden. Uitzondering is al tijden bpfBouw, dat ruim boven de kritische grens zit en zelfs alweer kan indexeren. Dat is voor de andere vier grote fondsen – ABP, PFZW, PME en PMT – nog lang niet in beeld. Zij zitten in het web van de zeer moeilijk te begrijpen regels rondom het verplicht korten van het pensioen. Daarvoor wordt gekeken naar de actuele dekkingsgraad en de beleidsdekkingsgraad. De actuele dekkingsgraad laat zien hoeveel een pensioenfonds in kas heeft ten opzichte van de verplichtingen. Zijn de verplichtingen €100 en zit er €110 in kas, dan is de dekkingsgraad 110%. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de actuele dekkingsgraden van de afgelopen twaalf maanden. Voor PME en PMT geldt dat zij eind 2019 hun beleidsdekkingsgraad boven 104,3% moeten hebben, voor ABP en PFZW is dat een jaar later. Er is nog een ontsnappingsroute: als de over twaalf maanden gemeten beleidsdekkingsgraad de 104,3% niet heeft gehaald, maar de actuele dekkingsgraad van december 2019 (PME en PMT) of 2020 (ABP en PFZW) wel, krijgen de fondsen nog een jaar uitstel. Het gaat nog een moeilijk verhaal worden, ook voor de fondsen die nog tweeënhalf jaar hebben, denkt Corine Reedijk, pensioenexpert bij Aon Hewitt. „Het is al heel lastig voor verschillende fondsen onderaan, die moeten roeien met de riemen die ze hebben. Ze hebben ook weinig bewegingsruimte. Wat kunnen ze nog doen in anderhalf of tweeënhalf jaar? Ze mogen gezien de financiële situatie ook niet risicovoller gaan beleggen.” Als het uiteindelijk tot een verplichte korting komt, is dat wat hoogleraar pensioenrecht Hans van Meerten betreft mosterd na de maaltijd. „We hebben steeds aan uitstel van executie en het vooruitschuiven van problemen gedaan. Fondsen hadden allang een keer moeten korten. Voor fondsen in onderdekking geldt dat als je nu niet kort, je het risico loopt dat je geld aan het uitdelen bent dat er helemaal niet is. Bij de minste of geringste tegenvaller komen deze fondsen echt onder water te staan.” Starink rekent voor wat een tegenvaller op de beurzen zou betekenen voor de dekkingsgraden van pensioenfondsen. „Ongeveer 30 tot 40% van de beleggingen van pensioenfondsen zit in aandelen. Dus stel dat de wereldwijde aandelenmarkten 20% terugvallen, dan moet je rekenen op een daling van de dekkingsgraden met 6 tot 8%.”

Pensioenfondsen hoopten lange tijd dat er een akkoord over het nieuwe pensioenstelsel zou zijn, voordat ze verplicht het mes in de oude dag van hun deelnemers moeten zetten. Maar gezien het immer voortdurende gebakkelei in de polder daarover, lijkt dat ijdele hoop. Hoogleraar Van Meerten vindt ook niet dat fondsen daar nu nog op moeten zitten gaan wachten: „We kunnen een hele discussie gaan voeren over de huidige regels en het huidige pensioenstelsel. Dat doe ik ook graag, maar dit is waar we voorlopig mee te maken hebben en waar we mee moeten werken.” De basis van de problemen zijn ontstaan door het monetaire beleid van de ECB en recentelijk door de dreiging van een wereldhandelsoorlog veroorzaakt door de Amerikaanse president Donald Trump. Hij blijft ‘ruckzichtlos’ zijn eisen opleggen aan China, Canada, Mexico, de Europese Unie. Communiceren doet hij met tweets. Als hij aan een onderhandelingstafel aanschuift, veroorzaakt hij een chaos, omdat niemand weet of hij ‘een blaffer dan wel een bijter is’. Zijn profiel is dat van een straatvechter die diplomaten aan zijn laars lapt. Door de verwaarloosbare rentetarieven maken pensioenfondsen (ook andere institutionele partijen die in vastrentende waarden belegd hebben, maar ook partijen zoals spaarders) rendementen op hun pensioenreserves van ‘niks’. De enorme liquiditeitsoverschotten hebben een stijging van de aandelenkoersen opgeleverd, waarmee pensioenfondsen hun rendementen konden oplappen, maar door de dreigende handelsoorlog van de VS tegenover de rest van de wereld, zijn die winsten op aandelenbeleggingen weggevallen en daarmee zijn die ‘winsten’ ook foetsie. Verder dalende aandelenkoersen, een ontwikkeling die ik niet uitsluit, brengt grotere dekkingsproblemen met zich mee.

De Amerikaanse regering heeft een lijst gepubliceerd met Chinese producten waarvoor zij de invoerheffingen met 10% wil verhogen. In totaal gaat het om $200 mrd aan goederen. Met de lijst stuurt de regering van president Donald Trump aan op een verdere escalatie van de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. Na maandenlange dreigementen van Trump traden vorige week vrijdag importheffingen in werking op Chinese goederen ter waarde van in totaal $34 mrd. China reageerde daarop met extra heffingen op Amerikaanse producten met dezelfde waarde. ,,In plaats van in te gaan op onze legitieme zorgen, is China begonnen met terug te slaan tegen Amerikaanse producten”, schreef handelsgezant Robert Lighthizer in een toelichting op de nieuwe lijst. ,,Er is geen rechtvaardiging voor een dergelijke actie.” Op de lijst staan onder meer kleding, sigaretten, ijskasten en etenswaren. De waarde staat gelijk aan bijna de helft van alle import uit China naar de VS. Tot 30 augustus loopt er een inspraakprocedure. Daarna kan de heffing van kracht worden. Ook na de aankondiging van de nieuwe heffingen zwoer het Chinese ministerie van Handel die te zullen vergelden. Welke stappen Peking zal zetten, liet het ministerie nog in het midden.

Google hangt een recordboete van €9.6 mrd boven het hoofd wegens machtsmisbruik met zijn zoekmachine.

Kiezers van het CDA, D66 en de ChristenUnie zijn minder tevreden over hun partij in het kabinet dan drie maanden geleden. Een minderheid van deze kiezersgroepen ziet de standpunten van hun partij voldoende terug. Dat blijkt uit een onderzoek van EenVandaag onder ruim 24.000 leden van het Opiniepanel. Lachende vierde is de VVD: kiezers daarvan zijn onveranderd tevreden. De ernst van veel coalitiekiezers zit hem vooral in de zichtbaarheid van de partijen. Van de CDA-kiezers ziet 45% voldoende van de partij terug in het kabinet. In april vond 55% van de CDA’ers dat nog. Bij ChristenUnie-kiezers is de daling nog steiler: 40%% vindt haar partij nu zichtbaar genoeg, tegenover 59% drie maanden geleden. Bij D66-kiezers is de frustratie het grootst: 34% ziet de stempel van hun partij genoeg terug. Drie maanden geleden was dat nog 37%. Onder VVD’ers is 76% tevreden over het beleid van het kabinet Rutte III, tegen 78% drie maanden eerder. CDA- en ChristenUnie-kiezers verwijten hun partij dat zij zich niet afzetten tegen de rechtsere VVD. Ontevreden D66-kiezers laken vooral de rol van hun partij bij het afschaffen van het referendum en het ontbreken van scherpte bij partijleider Pechtold. En daarbij is het dividendbelasting-dossier nog een heet hangijzer voor het kabinet.

© 2018 hannesdewitte@02051935.nl

Slotstand indices d.d. 13 juli 2018; week 28: AEX 560,12; Bel20 3804,08; CAC40 5429,20; DAX 30 12.540,73; FTSE 100 7.661,87; SMI 8861,97; RTS (Rusland) 1189,35; DJIA 25.019,41; NY-Nasdaq 100 7375,82; Nikkei 225 22.597,35,14; Hang Seng 28.525,44; All Ords 6351,90; SSEC 2.831,55; €/$1,169946; BTC/USD volatile: $6348,60; 1 troy ounce goud $1241,00; dat is €34.145,63 per kilo; 3 maands Euribor -0,321% (1 weeks -0,377%, 1 mnds -0,369%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,425; 10 jaar VS 2,834%; Belgische Staat 0,626%, 10 jaar Duitse Staat 0,27%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,07%, Japan 0,0347%; Italië 2,555%. Een liter diesel hier aan de pomp €1,309, elders €1,41.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.