UPDATE 10032018/418 Kan Trump een handelsoorlog en een wereldwijde economische teruggang nog voorkomen?

Om zijn verkiezingsbeloften waar te kunnen maken aan de Amerikaanse industrie en zijn werknemers heeft Trump op 23 januari 2017 zich al teruggetrokken uit de TPP (Trans-Pacific Partnership) een vrijhandelsverdrag van de VS met Australië, Brunei, Canada, Chili, Japan, Maleisië, Mexico, Nieuw-Zeeland, Peru, Singapore en Vietnam, in het kader van zijn toezegging in zijn thuisland: America First! In dit kader moeten ook de importheffingen worden gezien die de VS in januari 2018 aankondigde voor wasmachines en zonnepanelen. En dan nu importheffingen op staal (25%) en aluminium (10%). Dat veroorzaakte veel onrust bij handelspartners van de VS. Inmiddels heeft Trump Mexico, Canada en Australië al laten weten dat zij worden gespaard. De EU heeft dezer dagen al overleg gevoerd met een Amerikaanse handelsdelegatie over de positie van Europa versus de VS. Er is nog geen doorbraak, maar het overleg was wel ópernhartig’. De Europese Unie praat komende week verder met de Verenigde Staten over de aangekondigde Amerikaanse heffingen op buitenlands staal en aluminium. Brussel hoopt onder de heffingen uit te komen. EU-handelscommissaris Cecilia Malmström maakte dat duidelijk aan de Amerikaanse handelsgezant Robert Lighthizer. President Trump reageerde met een tweed en de EU weet nu hoe het Witte Huis over de EU denkt. President Trump zegt dat hij de EU vrijstelling wil verlenen van hogere importtarieven op staal en aluminium, als de EU “afgrijselijke belemmeringen en tarieven” op Amerikaanse handelswaar zoals landbouwproducten afschaft. Hij vindt dat de EU de VS slecht behandelt op handelsgebied en ook nog eens klaagt over tarieven voor staal en aluminium. Hij zei dat er ruimte is voor onderhandelingen, maar kennelijk wel onder zijn condities. Het klimaat voor internationale handel verslechtert in hoog tempo, na de aankondiging dat de VS invoertarieven op staal wil. De EU koos voor de harde lijn door te dreigen met een lijst van Amerikaanse goederen waarop de EU een importheffing van 25% kan gaan heffen. Experts vrezen dat een handelsoorlog hiermee griezelig dichtbij komt. De tegenactie van president Trump liet niet lang op zich wachten. Via zijn favoriete medium Twitter liet hij weten dat wanneer de EU werk maakt van die importheffingen, de VS terugslaat door tarieven in de te stellen voor Europese auto’s.

Maar de zorgen over het tegen elkaar opbieden met sancties nemen ook toe. Het IMF stuurde een verklaring dat de Amerikaanse importtarieven op staal niet alleen vervelend zijn voor handelspartners, maar ook voor de VS zelf. Dit weekend kwamen er ook bezorgde geluiden vanuit de Federal Reserve, het stelsel van Amerikaanse centrale banken. Neel Kaskhari, president van de Fed van Minneapolis, zei tegen de FT dat hij betwijfelt of de staaltarieven gunstig uit zullen pakken voor de VS. De Zwitserse zakenbank UBS becijferde dat de voorgestelde staaltarieven maar een beperkt effect zullen hebben op de Amerikaanse economie als geheel. De gezamenlijke import van staal en aluminium is goed voor 1,6% van de totale invoer, of 0,2% van het bbp. Dat betekent volgens de rekenmeesters van de Zwitserse bank dat het Amerikaanse bbp met 0,1 procenpunt minder groeit. Het wordt veel vervelender wanneer landen elkaar om de oren gaan slaan met allerlei tegenmaatregelen. „Dit kan zomaar de stap richting iets veel ergers zijn”, denkt hoofd internationaal handelsonderzoek Raoul Leering van ING . „Zeker als China besluit te reageren met invoertarieven op bijvoorbeeld soja.” China zinspeelde al op invoertarieven op Amerikaanse soja, nadat de VS kwam met invoertarieven op zonnepanelen en wasmachines. Als de VS een handelsoorlog ontketent, schiet het land zichzelf in de voet, zegt Leering. „Tijdens zijn verkiezingscampagne dreigde Donald Trump met een invoerheffing van 45% op alle Chinese producten. Als hij dat echt zou doen, zou de groei van de Amerikaanse economie in twee jaar tijd 2% lager uitkomen.” Maar ook China zit niet te wachten op een verder verslechterende handelsrelatie met de VS. De Chinese vice-minister voor buitenlandse zaken Zhang Yesui zegt dat er meer gemeenschappelijke belangen tussen de twee landen zijn dan verschillen. „Samenwerking is de enige optie voor beide landen”, tekende zakenkrant FT op. Tegelijkertijd kan het land de spierballentaal van Trump niet zomaar over zijn kant laten gaan, zegt strateeg Stefan Koopman van Rabobank. „Dat zou gezichtverlies betekenen voor de Chinezen.” De Amerikaanse importheffingen op staal en aluminium zijn zeer schadelijk voor de Nederlandse industrie en zetten bovendien de goede relaties tussen beide landen onder druk. Als de maatregelen worden doorgezet, moet er een uitzondering worden gemaakt voor Europa. Dat is de boodschap die voorzitter Ineke Dezentjé Hamming van ondernemersorganisatie FME heeft overgebracht aan de Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra. „Er moet zo snel mogelijk een streep door dit plan. Deze maatregelen zetten de goede relaties tussen beide landen onder druk en vormen een groot risico voor de Nederlandse staalindustrie. Dit gaat op den duur ten koste van duizenden banen”, aldus Dezentjé Hamming. We hebben eeuwenoude handelsrelaties met de VS en die moeten we niet op het spel zetten.” De FME zal bij de Amerikaanse ambassadeur aandringen op een intensievere samenwerking. Wij maken hier staal van hoge kwaliteit dat de auto- en vliegtuigindustrie in de Verenigde Staten gewoon nodig heeft. Daarom wil ik voorstellen om de samenwerking met de Amerikaanse industrie te intensiveren, zodat we elkaar helpen en versterken.” Dezentjé Hamming noemt de protectionistische maatregelen absurd en waarschuwt dat een eventuele handelsoorlog grote gevolgen heeft voor ons land. „Wij worden aan alle kanten geraakt als het tot een handelsoorlog komt. Nederland is afhankelijk van de wereldhandel, we zijn een exportland. Dat komt in gevaar.”

De kabinetsplannen om belastingontwijking via fiscale deals met multinationals vallen in goede aarde in Brussel. Dat is de indruk van staatssecretaris Menno Snel (Financiën) na een bezoek aan het ‘hol van de leeuw’ deze week. Volgens de staatssecretaris verwelkomen de EU-commissarissen Pierre Moscovici (Belastingen) en Margrethe Vestager (Mededinging) de plannen van het Nederlands kabinet. Moscovici uitte eerder felle kritiek op het Nederlandse belastingbeleid en noemde het een ‘belastingparadijs’. Snel erkent volgens een woordvoerder dat Nederland geen goede reputatie heeft in de EU vanwege brievenbus- en andere belastingconstructies, maar wil die reputatie verbeteren met maatregelen. De gesprekken met eerst Moscovici en daarna Vestager gingen vooral over zogeheten rulings, belastingafspraken met multinationals. Snel gaat een deel van die afspraken opnieuw beoordelen. In november werd bekend dat van de ruim 4400 afspraken er zeker 800 niet waren voorgelegd aan het speciale controleteam van de Belastingdienst. De commissie is er over te spreken dat sommige nieuwe maatregelen in Nederland verder gaan dan EU-wetgeving vereist. Over een mogelijk onderzoek naar afspraken met multinationals over lagere belastingen voor inkomsten uit concernfinancieringen heeft Snel nog niets gehoord. Vorige maand werd bekend dat Nederland daar nog tot 2017 mee doorging, nadat Brussel ze al in 2003 had verboden, met een overgangstermijn tot 31 december 2010. De belastingadvieswereld is niet gelukkig met het pakket maatregelen dat staatssecretaris Menno Snel van Financiën heeft aangekondigd om belastingontwijking en -ontduiking te bestrijden. De staatssecretaris zou op meerdere punten strengere regels hebben geformuleerd dan de Europese Unie en de OESO als minimumeisen stellen. Snel zou hiermee het ongunstige fiscale beeld van Nederland in het buitenland kunnen gaan kantelen. Snel zou vrezen dat ons land wegens het dubieuze belastingimago economische activiteiten en werkgelegenheid misloopt. Daarom zou hij de belastingregels voor internationaal georiënteerde bedrijven gaan aanpassen, zodat het lastiger wordt om niet of nauwelijks belaste inkomsten door te sluizen naar belastingparadijzen. Belastingadviseurs zouden deze reputatieproblemen onderschrijven, maar niet van mening zijn dat Nederland hierdoor reële bedrijfsinvesteringen dreigt mis te lopen. De kritiek van belastingadviseurs zou zich richten op de keus van het kabinet om verdergaande maatregelen te nemen dan volgens internationale afspraken noodzakelijk is. Dat zou gelden voor de beperking van de renteaftrek in de winst- of vennootschapsbelasting (vpb) en voor de regels tegen misbruik van belastingverdragen. Vergeleken met de adviespraktijk zijn VNO-NCW en MKB-Nederland opvallend mild over de kabinetsvoorstellen. De belangenbehartigers beoordelen de maatregelen tegen ontwijking en ontduiking tegen de achtergrond van het totale belastingpakket voor het bedrijfsleven in het regeerakkoord, aldus directeur Economische Zaken Lammers. Hij wijst erop dat daarin ook de verlaging van het vpb-tarief en de afschaffing van de dividendbelasting zitten. Nederland kreeg publiekelijk een draai om de oren van EU-commissaris Pierre Moscovici over het mogelijk maken van belastingontwijking. Dat gebeurt twee dagen nadat staatssecretaris Menno Snel (financiën) in Brussel een ‘positief’ gesprek voerde met de Fransman. Snel had de indruk dat zijn toelichting op de kabinetsplannen om belastingontwijking door multinationals aan te pakken goed was gevallen. Moscovici (belastingen) erkende op een persconferentie in Brussel dat ,,sommige lidstaten al stappen nemen” en verwees naar het gesprek maandag met Snel. Moscovici presenteerde echter een lijst van zeven landen, waaronder Nederland, die met hun fiscale wetgeving ,,een loyale concurrentie belemmeren binnen de interne markt en de lasten voor de Europese belastingbetaler verhogen.’’ De andere lidstaten die hij aan de schandpaal nagelt zijn België, Cyprus, Luxemburg, Malta, Ierland en Hongarije. In een reactie erkent het ministerie van Financiën dat Brussel een afwachtende houding heeft en daadwerkelijk maatregelen verwacht. Het zou niet altijd heel helder zijn hoe de problemen de komende tijd worden aangepakt. Volgens een woordvoerder in Den Haag steunt Moscovici de Nederlandse beleidsplannen. Volgens de Europese Commissie is het ‘voorlopig’ nog zo dat er wetgeving in Nederland bestaat die ,,mogelijk agressieve belastingplanning faciliteert”. De EC wijst onder meer op de afwezigheid van belastingen op royalties en dividendbelasting voor coöperaties. Ook het gebrek aan bepaalde regels om fiscaal misbruik tegen te gaan bevalt Brussel niet. Waarvan acte.

Deze week kreeg Rutte 3 het advies van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) om circa 4 mrd extra uit te geven aan belastingverlagingen en extra bestedingen aan onderwijs en innovatie. Daarnaast zouden de vakbonden volgens het IMF hogere lonen moeten eisen. Deze acties zijn nodig om ook op de langere termijn de economische groei in Nederland op een hoog niveau (2%-3%) te kunnen houden en om vanuit internationaal oogpunt bezien ons hoge handelsoverschot te verlagen. Bij dit advies van het IMF heeft de onzekerheid over de wereldeconomie nog geen rol gespeeld. Bij de start van 2018 was er nog sprake van records op de wereldwijde beurzen en werden er voor de meeste landen in de wereld gunstige groeicijfers voorspeld. Maar inmiddels is er slecht economisch weer op komst, waardoor de voorspelde hoge economische groeicijfers en ook hogere koersen op de tocht komen te staan. De kern van deze tegenvaller heeft te maken met de opmars van het protectionisme. Steeds meer landen hanteren een handelspolitiek waarbij het eigen bedrijfsleven wordt beschermd tegen buitenlandse concurrenten. Dat doen ze onder meer door buitenlandse bedrijven extra barrières op te leggen, zoals extra (straf)heffingen bij het invoeren van producten. De concurrenten worden ook buiten de deur gehouden met speciale milieu- en lokale regels waaraan ze moeten voldoen. Daarnaast wordt het eigen bedrijfsleven gesteund met belastingfaciliteiten en subsidies. Deze ontwikkeling leidt op termijn tot een lagere wereldhandel en in veel landen tot lagere economische groeicijfers.

Vermeend en van der Ploeg schrijven dit weekend op DFT dat Donald Trump met zijn “America First” heeft bijgedragen aan de groei van het protectionisme in de wereld. Afgelopen donderdag maakte hij duidelijk dat hij met zijn beleid een handelsoorlog riskeert. China en de EU hebben al aangekondigd met tegenmaatregelen te komen. Wereldwijd zijn consumenten de dupe van deze oorlog. Kan Nederland daardoor getroffen worden als een exportland? Bovendien krijgt ons land, dat een belangrijke handelspartner van het VK is, te maken met de negatieve effecten van de Brexit. Bij een ‘harde’ Brexit zal onze economische groei, nu circa 3%, zelfs kunnen afnemen richting de nul procent. Een ander risico waardoor de groei afgeremd kan worden zijn de onvermijdelijke rentestijgingen. Gezien deze risico’s rijst de vraag of Rutte III de aanpak van het IMF zou moeten volgen. Deze denktank heeft gelijk als het gaat om extra bestedingen voor onderwijs en innovaties. Nederland loopt hier international achterop en een impuls is dringend nodig. Daarvoor kan in de huidige begroting nog wel ruimte worden gevonden, maar daarnaast is het gewenst dat Rutte III nu zorg draagt voor voldoende financiële buffers om tegenvallers te kunnen opvangen. Daarom is er bovenop de reeds aangekondigde belastingverlagingen in het regeerakkoord geen extra ruimte meer voor extra verlagingen die ten koste gaan van de financiële verdedigingswal waarmee Rutte III klappen moet opvangen. De afgelopen jaren is van verschillende kanten gepleit voor een algemene loonsverhoging. Dat leidt tot meer bestedingsruimte voor burgers en dat is goed voor de groei van onze economie, maar ook om een andere reden. De afgelopen decennia is er in Nederland sprake van een daling van de zogenoemde arbeidsinkomensquote, het aandeel van het nationaal inkomen dat als loon naar werknemers gaat. Lonen vormen een steeds kleiner deel van de economie of anders gezegd: de totale loonsom daalt als percentage van het nationaal inkomen. Bezitters van kapitaal, zoals beleggers, zien hun aandeel juist toenemen. Door loonsverhogingen kan deze verdeling tussen kapitaal en arbeid evenwichtiger worden. Bovendien hebben veel werknemers via loonmatiging bijgedragen aan het herstelproces van bedrijven en die mogen nu wel wat terug doen. Een algemene loonsverhoging voor iedereen past niet in de Nederlandse traditie (dat is wel erg kort door de bocht). De loonhoogte en andere arbeidsvoorwaarden worden in het Nederlandse bedrijfsleven vastgesteld op basis van onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. Daarbij wordt rekening gehouden met de financiële positie en winstgevendheid van de betrokken bedrijven. Door dit ‘maatwerk’ zien we in zwakkere bedrijfssectoren een lagere loonontwikkeling dan in sterkere sectoren. Dat is altijd zo geweest en pakt goed uit voor onze werkgelegenheid. Bij het pleidooi voor hogere lonen wordt door het IMF en anderen voorbijgegaan aan het feit dat Nederland wereldwijd nu al tot de kopgroep van landen behoort met de hoogste loonkosten, vooral vanwege de hoge werkgeverslasten en hoge belastingdruk op arbeid. Deze kosten moeten juist omlaag. Door onze zware belasting- en premiedruk levert een loonsverhoging voor werknemers netto weinig op, terwijl werkgevers te maken krijgen met een hoge extra kostenpost. Als een werkgever het bruto maandloon van een gemiddelde werknemer met €100 verhoogt, dan moet hij daarover circa 30% werkgeverslasten afdragen, zodat zijn extra loonkostenpost 130 euro bedraagt. Omdat de werknemer over de bruto loonsverhoging van €100 ongeveer €40 aan belastingen en premies moet betalen, ontvangt hij maandelijks een extra netto loon van €60. Bij extra loonsverhogingen waarvoor bij sommige bedrijven nu ruimte is, moet bedacht worden dat ze als loonkostenpost ook doorwerken naar de komende jaren. Draait een ondernemer dan wat minder goed, dan is de kans groot dat op deze post bezuinigd moet worden en dat kost banen. Veel bedrijven willen daarom een extra structurele loonkostenverhoging voorkomen door jaarlijks te bezien of er ruimte is voor een extra uitkering aan werknemers. Zeker als er slecht weer op komst is. Dat er onzekerheden zijn, dat bestrijd ik niet, maar dat de tweeds van Trump zullen leiden tot slecht economisch tij, dat neem ik op voorhand niet aan. Maar dat er wisselvallig weer op komst is, daar ga ik wel in mee. Doordat in Nederland banen vooral worden gecreëerd door kleine bedrijfjes, met minder dan 10 werknemers, moeten we oppassen met te hoge loonkostenstijgingen. Nu al zijn de hoge loonkosten hier een molensteen en kosten ze banen. Hier volg ik de ‘heren’ niet. Als het netto besteedbaar inkomen niet toeneemt, mede als gevolg van de stijgende rentetarieven en de daaruit voortvloeiende ontwikkelingen, daalt de koopkracht. We moeten voorkomen dat er nog een verdere verwijdering ontstaat waarbij de armen armer worden en de rijken rijker. Zowel Rutte III, het bedrijfsleven als beleggers moeten er rekening mee houden dat de oorspronkelijk zonnige vooruitzichten nu snel kunnen veranderen in doemscenario’s.

©2018 hannesdewitte@gmail.com

Slotstand indices d.d. 9 maart 2018; week 9: AEX 537,14; BEL-20 3987,04; CAC-40 5274,40; DAX 30 12.346,68; FTSE 100 7224,51; SMI 8931,85; RTS (Rusland) 1285,53; DJIA 25335,74; NY-Nasdaq 100 7101,18; Nikkei 21469,20; Hang Seng 30.968,33; All Ords 6069,10; SSEC 3.307,64; €/$ 1,2307; BTC/USD volatile: $9170,00; 1 troy ounce goud $1323,10, dat is €34.537,13 per kilo; 3 maands Euribor -0,327% (1 weeks -0,379%, 1 mnds -0,371%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,692%; 10 jaar VS 2,9002%; Belgische Staat 0,937%, 10 jaar Duitse Staat 0,654%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) 0,9%. Een liter diesel hier aan de pomp €1,219.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.