UPDATE 10-04 2021/576 Na ruim een jaar coronamaatregelen weten veel ondernemers niet meer hoe ze het hoofd boven water moeten houden. Hun zorgen over de toekomst nemen toe

UPDATE blog verschijnt dit weekend met twee edities, morgen verschijnt versie/577

Formatie-ontwikkelingen

Opeens klinkt op het Binnenhof een roep om een radicaal andere politieke cultuur, met een gezondere balans tussen macht en tegenmacht. Het kan een afleidingsmanoeuvre zijn, schrijft Wilma Kieskamp in Trouw dit weekend.

Het wordt Tweede Kamerlid Renske Leijten te gortig. Dagenlang heeft ze gehoord hoe regeringspartijen, ministers en zelfs de premier roepen dat Nederland dringend een andere politieke cultuur nodig heeft. Een cultuur waarin macht gezonde tegenmacht krijgt, veel meer dan nu. Met minder dichtgetimmerde kabinetsbesluiten en meer zeggenschap voor de Tweede Kamer. Heel goed, vindt het SP-Kamerlid, maar één ding klopt er toch echt niet. In een gepassioneerde toespraak, woensdag in de Tweede Kamer, draait Leijten het om. “Wie of wie heeft in Nederland dan de macht? “Is de Kamer nou de macht of de tegenmacht? Ik vind namelijk dat wíj (het Parlement) de macht zijn. Wij zijn de macht!” De regering voert uit. De Kamer beslist. “Als wij alsmaar als tegenmacht worden gezien, kunnen we werken tot we erbij neervallen of ziek worden – helaas gebeurt dat met collega’s van ons. Maar het hoort niet zo te zijn. Wij zijn de macht!” Ze slaat met vlakke hand, vol verontwaardiging, op het spreekgestoelte. Een ongekende strijd is losgebarsten op het Binnenhof, vlak na de verkiezingen. Het begon met de crisis rond de persoon van demissionair premier Mark Rutte. Die crisis is nog in volle gang, maar leidt ondertussen tot een bredere discussie, over de ongezonde politieke cultuur in Den Haag. De twee discussies staan niet los van elkaar. Vanzelf gaat het over het tijdperk-Rutte, en de stijl waarin de premier regeert. Openheid geven aan de Tweede Kamer hoorde daar tot voor kort niet bij. Letterlijk een zieke situatie, aldus Leijten, die in haar toespraak niet voor niets verwees naar collega-Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA), met wie ze de toeslagenaffaire boven tafel haalde. Hij zit overspannen thuis. Er was de afgelopen jaren bar weinig ruimte voor de Tweede Kamer zelf bij te sturen of informatie te vergaren. Het verwarrende aan de discussie, is dat de roep om verandering afkomstig is van de regeringspartijen zelf. Van CDA, D66 en – sinds deze week – de VVD. Plotseling werpt premier Rutte zich op als de grootste voorvechter van andere politiek. Hij ziet het als een manier om het vertrouwen te herstellen én om door te kunnen gaan als leider van een volgend kabinet. Enerzijds heeft hij zijn eigen falen deze week nog scherper benoemd dan eerder. “Ik heb gelogen over Omtzigt, maar naar beste eer en geweten”, zei hij tegen de Tweede Kamer. Tegelijkertijd lanceerde de VVD-premier ‘radicale ideeën’ om de hele politieke cultuur te veranderen. Het roept veel scepsis op bij de partijen die een motie van wantrouwen tegen hem steunden. Is het niet gewoon een afleidingsmanoeuvre van Rutte, bedoeld om de discussie over zijn persoon handig te verleggen naar een veel algemenere discussie. Pas op, waarschuwde Jesse Klaver van GroenLinks. Heel mooi dat alle partijen, van links tot rechts, spreken over verandering. “Of is dat spreken deel van die ouderwetse cultuur? Zien waar de ruimte is, en daar snel naartoe rennen?”
De zes concrete thema’s die Rutte ziet, lijken verdacht veel op de eerdere, ook concrete ideeën van Pieter Omtzigt bij het CDA en Sigrid Kaag bij D66. Dat zij al langer met het thema bezig zijn, geeft aan dat er los van de huidige crisis over de Omtzigt-notities, wel degelijk van alles borrelt en gist. Er liggen al concrete ideeën voor een andere politieke cultuur. Bij D66 stelde Sigrid Kaag voor om het coalitieoverleg af te schaffen tussen fractievoorzitters en vice-premiers. Alleen bij crisis is dat nodig. Hete hangijzers wil zij minder vaak uitbesteden aan externe onderzoekscommissies. Bij het CDA deed Pieter Omtzigt tien aanbevelingen om de rechtsstaat te verbeteren. Wat betreft de politieke cultuur wil hij een regeerakkoord op hoofdlijnen. De Tweede Kamer moet een eigen onderzoeksdienst krijgen. Hij zet vraagtekens bij het maken van afspraken (zoals het pensioenakkoord) waar de Tweede Kamer zelf weinig meer aan kan sleutelen. Omtzigt wil een grondwettelijk hof dat wetten toetst. De overheid moet informatie ruimhartig openbaar maken, met boetes als zij in gebreke blijft.
Hij zette het thema van macht en tegenmacht op de agenda met zijn oproep tot een ‘nieuw sociaal contract’. Een verandering van mentaliteit, is een van zijn belangrijkste speerpunten. “De geest moet veranderen.” Ministers en Kamerleden moeten werken uit dienstbaarheid, om maatschappelijke belangen te dienen. Zijn boek vliegt de winkels uit. Bij het CDA spreekt politiek leider Wopke Hoekstra er minder vaak over. Hij zei deze week dat hij het een mooie discussies vindt, maar eerst wil zien dat de brokstukken van de mislukte formatie worden opgeruimd. Bij D66 voerde Sigrid Kaag een verkiezingscampagne rond het thema van een ‘open politieke cultuur’. Net als Omtzigt had zij het veel over macht en tegenmacht. Kaag mopperde dat Rutte het kabinet leidde als een ‘managersploeg’ en dat het regeerakkoord lijkt ‘op een notariële akte’. Maar zowel D66 als CDA waren zelf wel loyaal onderdeel van de besloten coalitiecultuur. Een cultuur waar coalitiepartij ChristenUnie achteraf zeer harde noten over kraakt: “Er is hardop gefantaseerd over hoe je een kritisch en vasthoudend Kamerlid weg kunt krijgen. Dat is niet één incident, maar een uiting van een cultuur die niet deugt”, aldus fractievoorzitter Gert-Jan Segers. Hij wil niet opnieuw met Rutte in een kabinet. Voor parlementair historicus Carla van Baalen is de roep om verandering geen verrassing. “Dat gebeurt steeds als er coalities zijn geweest met dezelfde premier. Dan wordt de klacht sterker dat er te weinig dualisme is tussen kabinet en Tweede Kamer. Die klacht klonk ook luid na het tweede kabinet-Kok en het tweede kabinet-Lubbers”, zegt Van Baalen, hoogleraar aan de Radboud Universiteit. Ook toen zaten de premiers vol goede voornemens. “Premier Balkenende heeft ook eens beloofd dat het hele regeerakkoord op één A-viertje moest passen.” Vaak sloop de oude cultuur er snel weer in. Spannend vindt Van Baalen de ontwikkelingen wel: de sfeer doet denken aan eerdere historische breukmomenten. Al is de uitkomst ongewis: “De roep om andere politiek keert op gezette tijden terug. Fortuyn had het over ‘nieuwe politiek’. D66 kwam in de jaren zestig op met beloftes over democratisering. Wat het spannend maakt, is dat de discussie over de politieke cultuur al langer oploopt. Er liggen stapels rapporten en adviezen over meer openheid en meer aandacht voor wat regeringsbeleid betekent voor burgers. De nieuwe informateur Herman Tjeenk Willink is al jaren met dat thema bezig. Er telt nu van alles bij elkaar op.” Rutte beloofde ook na de toeslagenaffaire al verandering, onder druk van een snoeihard eindrapport van de parlementaire onderzoekscommissie. De informatievoorziening aan de Tweede Kamer en de pers gaat ‘fundamenteel op de schop’, zei Rutte in januari. Ook toen kondigde hij een nieuwe bestuursstijl aan met grotere transparantie, en een betere verhouding tussen overheid en burger. Alle documenten waarop de regering besluiten of wetgeving baseert, komen meteen openbaar, waaronder de besluitenlijst van de ministerraad. Denk-Kamerlid Farid Azarkan herinnerde Rutte er deze week aan: waar blijft die lijst? “De premier zou toch transparant worden?” Officieel is het kabinet al jaren bezig na te denken over de politieke cultuur en het parlementaire bestel. Een staatscommissie onder leiding van VVD-kopstuk Johan Remkes werd aan het werk gezet. De commissie had een waslijst voorstellen: een regeerakkoord mag écht alleen nog hoofdlijnen bevatten, in plaats van de 55 pagina’s tekst van Rutte III; De Tweede Kamer moet meer ondersteuning krijgen; minderheidskabinetten zijn ook een optie. De meeste voorstellen verdwenen in 2018 in een la. Scherpe adviezen van de Raad van State (2020) en de Rekenkamer (2021) wachten hetzelfde lot. Oud-Kamerlid en oud-fractievoorzitter Bram van Ojik, die net afscheid heeft genomen bij GroenLinks, stelt dat het probleem dieper zit. “Het zit ingesleten dat de grote partijen de macht hebben. Toen ik in 1993 voor het eerst in de Tweede Kamer kwam, had de oppositie zelfs nog minder invloed dan nu. CDA en PvdA waren zo groot dat hun coalitie 103 zetels telde. Stel je dat nu eens voor. Het paradoxale is dat de balans tussen macht en tegenmacht pas beter is geworden toen de grote middenpartijen kleiner werden, met wankeler coalities. Vooral sinds Rutte II had de oppositie veel meer te zeggen: hij had ze hard nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer.” Het machtsdenken bleef, volgens Van Ojik. “Dat is de echte kwestie: het beeld dat we hebben van politiek. Je doet pas serieus mee als je in een regering zit. Dat is de superieure vorm. Maar besturen en oppositie voeren zijn allebei nodig, allebei belangrijk. De politieke cultuur blijft gericht op ‘verantwoording nemen’. Ik zie nog steeds die ouderwetse arrogantie van de macht. Pieter Omtzigt heeft er terecht aandacht voor gevraagd dat de Tweede Kamer vaak maar moet afwachten of het de regering beháágt informatie met je te delen.” Met informateur Herman Tjeenk Willink krijgt de Kamer een bondgenoot voor tegenmacht. Maar die Tweede Kamer ontkomt zelf ook niet aan reflectie. Een sterke Kamer moet minder aan scoringsdrift doen. Daar komt nog iets bij: Tjeenk Willink wil dat iederéén op het Binnenhof naar zichzelf kijkt. Rutte is niet de enige die de huidige bestuursstijl draagt, waarschuwde hij deze week. Voor de premier is dat goed nieuws: de vraag of partijen nog met hem willen samenwerken, schuift naar achteren. SGP-leider Kees van der Staaij, het meest ervaren Kamerlid, is bang dat de hele discussie opnieuw gevoerd gaat worden. Hij hoopt op verandering, maar hoe krijg je die van de grond? “Er liggen al zóveel goede analyses, zoveel concrete voorstellen voor meer dualisme. Het meeste is al mogelijk. Er is vooral realisme nodig: als patronen zo hardnekkig ingesleten zijn, wat zijn dan slimme, praktische oplossingen die gaan werken?” Van der Staaij wil dat de Tweede Kamer een tegenhanger sluit van een regeerakkoord: een ‘controleerakkoord’. “De Tweede Kamer is zelf ook aan zet. Hoe gaan wij beter, slimmer en sterker onze eigen rol invullen? Ik zag deze week alweer de oude reflex: een debat aanvragen omdat er iets in de krant staat. Alsof het probleem dan is opgelost. Laat de Tweede Kamer zelf ook afspraken over de manier waarop we krachten bundelen en structureler zaken gaan aanpakken. In een controleerakkoord kun je daar afspraken over maken. Laat een paar Kamerleden samen ergens de tanden inzetten. Ga onderwerpen dieper en breder onderzoeken. Niet alles hoeft in de vorm van een debat. Er is van alles te bedenken. Als we maar denken in concrete stappen, kan de politieke cultuur zeker veranderen.” In de kabinetsformatie moet blijken of macht en tegenmacht werkelijk nieuwe vormen krijgen. Ondertussen wacht ook die andere hamvraag op antwoord. Kan premier Rutte zelf nog de politieke cultuur leiden, na alles wat er gebeurd is? (bron: Trouw)

Frontberichten

Dankzij het vlotte economische herstel kan de Europese Centrale Bank al na de zomer haar omstreden pandemie-schuldaankopen terugschroeven. Met die uitspraak heeft Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, een flinke steen in de vijver gegooid, schrijft Koen Haegens in de Volkskrant. Om de economie van de eurozone door de coronacrisis te helpen, koopt de Europese Centrale Bank (ECB) sinds een jaar extra staats- en bedrijfsschulden op. In totaal heeft de centrale bank hiervoor 1.850 mrd gereserveerd, waarvan op dit moment al de helft is uitgegeven. Het idee achter het zogenoemde ‘Pandemic Emergency Purchase Programme’ is dat ondernemingen en overheden goedkoper kunnen lenen. Dat zou goed zijn voor de economische activiteit, waardoor banen behouden blijven. In een interview met persbureau Reuters laat Knot weten dat wat hem betreft het einde nu snel in zicht komt. ‘Als de economie zich ontwikkelt volgens de raming, zullen we betere inflatie en groei zien vanaf de tweede helft van het jaar’, zegt de centrale bankier van Nederland. ‘In dat geval lijkt het me logisch dat we vanaf het derde kwartaal de pandemie-noodaankopen geleidelijk kunnen gaan afbouwen en ze beëindigen in maart 2022, zoals voorzien.’ Deze week verhoogde het Internationaal Monetair Fonds haar groeiverwachting voor de eurozone. De economie zal dit jaar niet 4,2%, maar 4,4% groeien. Voor Nederland zijn de voorspellingen iets soberder: 3,5%. Al is dat nog altijd veel meer dan de 2,2% waar het Centraal Planbureau op rekent. Veel hangt daarbij af van het vaccinatietempo. Met zijn uitspraken loopt Knot vooruit op een netelige discussie binnen de Europese Centrale Bank. Voorstanders van een soepel monetair beleid, vooral uit de Zuid-Europese landen, pleitten in het verleden telkens weer voor verlenging of uitbreiding van de steunaankopen. Dat houdt de kosten van hun staatsschuld laag. Knots uitspraken zullen zij hem wellicht niet in dank afnemen. In landen als Nederland en Duitsland ligt dat anders. Spaarders en pensioenfondsen klagen al jaren over de miljardenvloed uit Frankfurt. Die houdt de rente laag. Daardoor kunnen de pensioenuitkeringen niet meestijgen met de inflatie, en moeten ze in sommige gevallen zelfs worden verlaagd. Om een idee te geven: een daling van de rente met 1% kan de dekkingsgraad van een pensioenfonds met 12% doen kelderen.

Zelf noemt Knot in het vraaggesprek de stijgende huizenprijzen als een gevaarlijks neveneffect. ‘Ik vind het behoorlijk zorgwekkend dat we de diepste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog meemaken, maar dat de huizenprijzen onverminderd toenemen.’ Het zou niet voor het eerst zijn dat de centrale bankiers met elkaar botsen over het onorthodoxe goedkope geldbeleid. Onder het bewind van de vorige ECB-president, Mario Draghi, liepen de gemoederen regelmatig hoog op. Naar verluidt was de sfeer op de hoogste verdiepingen van het hoofdkwartier in Frankfurt, waar de belangrijkste bestuurders zetelen, op sommige momenten ijzig. Meerdere Duitsers vertrokken met ruzie. Zelfs áls de ECB spoedig een punt zet achter haar pandemie-ingrepen, staat haar geldkraan overigens nog steeds wijd open. Het oude schuldaankoopprogramma, dat stamt uit de eurocrisis, loopt namelijk gewoon door. De teller daarvan staat op een onwaarschijnlijk bedrag van €2.948 mrd. Een verhoging van de rente is al helemaal toekomstmuziek. Het belangrijkste ECB-tarief is -0,5%. Een andere opvallende crisismaatregel zijn de spotgoedkope, langlopende leningen aan banken. Zolang zij dat geld gebruiken om kredieten te verstrekken aan ondernemers en huishoudens, kunnen ze tot 1% rente cadeau krijgen. (bron: VK) De president van De Nederlandsche Bank (DNB), Prof Dr Klaas Knot, blaast hoog van de toren. Wat hij aan de orde stelt is oud nieuws waarvan hij de negatieve gevolgen, ons geld wat waardeloos wordt, spaargeld dat geen rente meer geeft en dus een negatief rendement geeft, de gedaalde verrekenrente van DNB en de daardoor gedaalde dekkingsgraden van de pensioenreserves en de huizenprijzen die extreem blijven stijgen. Wat betreft dit laatste spelen 2 aspecten een rol: de nog altijd bestaande aftrek van betaalde (boete)rente op hypotheken, de lage hypotheekrente en ……………….. het gevoel bij burgers dat je beter ‘steen’ kunt hebben dan ‘spaargeld’. Dat laatste benoemt Knol, wellicht bewust, niet. Dat hij met onder meer Duitsland zijn bedenkingen heeft en had over het ruim geld en daardoor het gratis geld (monetaire) beleid was bekend, maar hij heeft in de periode Draghi en nu onder Lagarde nooit gescoord. Maar of het monetaire beleid van de ECB ook de problemen oplost is maar de vraag. De hoeveelheid geld die niet wordt gebruikt in de eurozone, is voor het eerst boven de €4.000 mrd gekomen, dat is 2x zo hoog als een jaar geleden. Dat betekent dat de ECB veel meer geld in de markt pompt dan wat de banken in staat zijn bij investeerders uit te zetten. Daarbij zijn banken voorzichtiger geworden om geld uit te lenen aan bedrijven die door de overheid in leven worden gehouden, waarvan niet duidelijk is of die de crisis zullen overleven. Daarnaast schetst Knol het hele verhaal. Die enorme hoeveelheden ongebruikt geld, dan wel geld dat kan worden geplaatst met een negatief rendement voor de belegger, de opgeblazen aandelenkoersen, de enorme prijsstijgingen van cryptoproducten laat hij buiten beschouwing. Ook geeft hij geen duiding aan de mogelijkheid dat de inflatie veel sterker kan gaan stijgen dan de 1,5% die de ECB aangeeft. Stel nu eens dat de inflatie, als de stijging van de huizenprijzen wordt meegenomen, de komende tijd stijgt naar 15% tot 20%, wat dan? Maar door de omvang van de inkoopprogramma’s van vastrentende waarden verkeert de ECB in een onomkeerbaar traject. Of ze nu doorgaan met het scheppen van nog ruimere liquiditeiten dan wel de geldmarkt gaan verkrappen, beiden zullen leiden tot een financieel/economische catastrofe.

Het IMF waarschuwt voor de keerzijde van ‘gratis geld’ In veel landen staat de geldkraan wijd open om de economie te helpen. Terecht, zegt het IMF. Maar pas op met de schulden van bedrijven en huishoudens, schrijft Hans Nauta in Trouw. Er zijn biljoenen aan euro’s en dollars in de wereldeconomie gestoken tijdens de coronacrisis, en dat gaat nog wel even door. De centrale bank van India kondigde aan staatsleningen te gaan opkopen om de rente te verlagen. Net zoals Colombia, Ghana, Indonesië, Maleisië en Zuid-Afrika vorig jaar al deden en de FED, BoJ, ECG en de BoE al jaren doen. Het opkopen van schulden is niet langer voorbehouden aan de grote centrale banken. Een ruim monetair beleid moet rust creëren op de financiële markten, de overheid helpen bij het financieren van crisisuitgaven, of bestedingen door consumenten en bedrijven aanjagen. Het Internationaal Monetair Fonds noemt dat soepele geldbeleid nu noodzakelijk. Op de korte termijn geeft het de economie een flinke impuls. Maar ook vergroot het de risico’s, schrijft het fonds in het Global Financial Stability Report. Het is een dilemma voor beleidsmakers, zegt het IMF: op de langere termijn kan het stimuleringsbeleid een negatief effect hebben op de economie. Dat heeft te maken met de schulden van huishoudens en bedrijven. Die waren al historisch hoog voor de crisis begon, namelijk 152% van het bruto binnenlands product (bbp). Tijdens de coronacrisis zijn ze verder opgelopen. In het derde kwartaal van 2020 was de toename voor bedrijven zo’n 125 van het bbp en voor huishoudens 5%. Deze stijgingen komen deels doordat veel economieën zijn gekrompen – de taart is kleiner geworden. Maar ook zijn er nieuwe schulden aangegaan, blijkt uit cijfers van 27 ontwikkelde en 25 opkomende economieën. Zowel bedrijven als huishoudens zijn geneigd om meer geld te lenen bij een lage rente (b.v. om huizen te kopen). Daar komt tijdens de coronacrisis bij dat ondernemers in nood geld lenen om hun vaste lasten te betalen. De buitengewone steun kan bedrijven tot extreme risico’s verleiden, zegt het IMF. Bijvoorbeeld als ze verwachten dat het beleid altijd zo blijft. Ook kunnen nieuwe kredieten worden verstrekt aan partijen die er toch al slecht voor staan. Historisch gezien gaat zo’n snelle stijging van schulden vaak vooraf aan een economische teruggang, schrijft het IMF. In een analyse van 29 economieën gedurende 3 decennia ziet het IMF dat een versoepeling van de financiële omstandigheden aanvankelijk voor economische groei zorgt. Maar na zo’n 7 kwartalen verdwijnt die boost, en neemt het risico op een negatief effect toe. Hoge schulden maken bedrijven en huishoudens gevoelig voor schokken, bijvoorbeeld als de huizenmarkt problemen krijgt en de woningprijzen dalen. Kwetsbare huizenbezitters, die met gedwongen verkoop te maken krijgen, dragen dan bij aan de verheviging van die schok. Al is het stimulerende beleid momenteel terecht, beleidsmakers moeten niet bang zijn om ‘tegen de wind te leunen’, zegt het IMF. Voer een andere koers zodra de corona-risico’s afnemen en de economie zich herstelt. Bijvoorbeeld door hogere kapitaaleisen te stellen aan banken. Door strenger te kijken naar het inkomen van een consument bij het verstrekken van een hypotheek. Of door ervoor te zorgen dat er minder leningen in buitenlandse valuta worden verstrekt, wat in opkomende markten regelmatig gebeurt. En let ook op de financiering van bedrijven buiten de bank om. (bron: Trouw)
Het midden- en kleinbedrijf is steeds vaker aangewezen op alternatieve financieringsvormen zoals factoring en equipment lease. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) bracht deze snelgroeiende markt verder in kaart en ziet met name risico’s voor kleine ondernemers. De AFM betwijfelt of zelfregulering de kwetsbaarheid van deze groep ondernemers genoeg zal verkleinen. Onderzoek naar andere vormen van bescherming is daarom wenselijk. In het kort

  • Sterke groei alternatieve mkb-financiering
  • Onvoldoende oog voor kredietwaardigheid
  • Onduidelijke informatie over hogere kosten
  • Vraagtekens bij haalbaarheid betere zelfregulering
  • Onderzoek naar andere beschermingsmogelijkheden wenselijk

Steeds meer gespecialiseerde aanbieders verstrekken financiering aan het mkb. Mede door strengere eisen voor bancair krediet en afwijzing van aanvullende kredietverlening wenden kleine ondernemers zich vaker tot factoring, equipment lease, flitskredieten en crowdfunding. Deze alternatieve kredieten voorzien duidelijk in een behoefte, maar vallen niet onder toezicht en zijn niet zonder risico. Eenmanszaken en zzp’ers hebben vaak maar beperkte financiële kennis en niet altijd de middelen om goed advies in te winnen. De coronacrisis vergroot deze kwetsbaarheid. Een belangrijk zorgpunt is dat de ondernemer vooral zelf lijkt te moeten bepalen of zijn financieringsbehoefte verantwoord is. Alternatieve kredietaanbieders gaan daarmee voorbij aan de kwetsbare situatie van kleine ondernemers, zeker als deze in zwaar weer zitten. Zij kunnen dan extra moeilijk een objectieve afweging maken tussen de extra risico’s en kosten van een lening en de levensvatbaarheid van een bedrijf. Niet zelden staan kleine ondernemers bovendien persoonlijk garant. Dit is een extra punt van zorg en was voor de AFM aanleiding om deze markt beter in kaart te brengen. De kosten van non-bancair krediet zijn hoger. Dit is deels verklaarbaar omdat de toegang tot kapitaal voor deze kredietverleners duurder is dan voor banken, het risico op wanbetaling groter en er doorgaans minder onderpand is. Kostenpercentages bij kleine kortlopende kredieten van gemiddeld 126% met uitschieters naar 400% zijn echter excessief. De kostenstructuur wordt bovendien vaak onduidelijk toegelicht met gebrekkige informatie over de voorwaarden. Kleine lettertjes in offertes en overeenkomsten lijken niet ongebruikelijk. Toegang tot financiering is belangrijk voor het mkb en de groei van non-bancaire financieringsvormen draagt daaraan bij. Maar het belang van de ondernemer staat bij aanbieders nu onvoldoende centraal. Dit wordt niet opgelost door een goed functionerende adviesmarkt. Zelfregulering is bovendien nog erg versnipperd, relatief weinig partijen sluiten zich daarbij aan en ambitieuze gedragsnormen en controle op naleving daarvan ontbreken meestal. De AFM heeft twijfels bij het animo en vermogen van de sector om zelfregulering naar een voldoende hoog niveau te tillen, goede initiatieven van onder meer Stichting MKB Financiering ten spijt. Betere zelfregulering en meer zelfredzaamheid van de kleine ondernemer bieden vermoedelijk onvoldoende soelaas. Daarom is het wenselijk dat beleidsmakers en de sector ook kijken naar andere mogelijkheden om kleine ondernemers te beschermen, zoals de maximale kredietvergoeding dat doet voor consumenten. Ook een uniforme kostenmaatstaf kan interessant zijn, omdat die de markt transparanter en beter vergelijkbaar maakt. Er is wel meer onderzoek nodig om te bepalen of dergelijke maatregelen noodzakelijk en proportioneel zijn. De AFM is daarvoor vanwege het ontbreken van een wettelijk mandaat overigens niet de aangewezen partij. De vraag is dan wel welke partij daarmee aan de slag moet. Begrijpelijk is dat iedere ondernemer vecht voor het bestaan van zijn bedrijf, hoe groot dat ook is. Maar het kan zijn dat de klappen die in de corona-crisis zijn opgelopen en de eventuele overheidssteun onvoldoende is te overleven. Het is een harde realiteit, daarom zie ik ook ondernemers die tijdig stoppen om tenminste een deel van hun vermogen te redden.

In Nederland adviseerde het Centraal Planbureau onlangs al om de steunpakketten voor bedrijven na de zomer af te bouwen, omdat er nu ook niet-levensvatbare bedrijven voortbestaan. Dat is schadelijk voor de economie, zegt het CPB. Het geld moet juist worden besteed aan herstel.

De staat ruziet met de Nam over de betaling van de rekeningen voor Groningen. De kosten van schade en herstel zijn miljarden hoger dan beraamd. Daarover schrijft Wendel Moet Boersema in Trouw. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (Nam) zet de hakken in het zand bij de betaling van de schade en de versterkingskosten in Groningen. Dat blijkt uit een brief die minister Bas van ‘t Wout van Economische Zaken naar de Kamer heeft gestuurd, net toen daar de pas beëdigde Kamerleden zich bezighielden met de mislukte verkenning. Voor herstel van schade en versterking is vanaf dit jaar tot 2027 een bedrag van €8,5 mrd geraamd. Ook deze nieuwe, veel hogere cijfers meldt Van ‘t Wout in zijn Kamerbrief. Bij het besluit de gaswinning te beëindigen in 2018 werd nog uitgegaan van kosten van €3,5 tot €5,5 mrd tot 2030. Uit de brief van de minister blijkt dat de Nam op meerdere fronten de rekeningen betwist. De ‘financiële discussies’ kunnen er volgens de minister toe leiden dat deze ‘uitmonden in juridische procedures’, en dat ‘niet alle kosten aan de Nam worden doorbelast’. Volgens de Nam worden ‘duizenden schades onterecht vergoed’. Ook zijn de normen voor versterking onnodig hoog, aldus het bedrijf in een reactie op de Kamerbrief. De meest recente rekening voor de versterking uit 2020 heeft de Nam niet betaald, terwijl tegen betalingen uit de eerste helft van 2020 bezwaar is gemaakt door deze joint venture van Shell en ExxonMobil. Ook het conflict over de hoogte van de schadenota over 2020 is zo hoog opgelopen, dat het waarschijnlijk bij een arbiter belandt. “Hoog tijd dat de minister zijn fluwelen handschoentjes uittrekt en de bokshandschoenen pakt”, zegt SP-Kamerlid Sandra Beckerman. “Het wordt steeds duidelijker dat de Nam gewoon niet wil betalen. Laat de gedupeerden hier niet opnieuw de dupe van worden.” Beckerman vraagt een debat aan. De Nam is sinds 2018 op afstand gezet van de afhandeling van aardbevingsschade. Die is overgenomen door overheidsinstanties als het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Aan schadevergoedingen (los van waardedaling van huizen) is sinds 2018 €648 mln uitgekeerd. De staat brengt achteraf de kosten bij de Nam in rekening met een heffing of factuur. Burgers hoeven niet meer te bewijzen dat schade door aardbevingen komt, de Nam moet als veroorzaker aantonen (bij het Instituut) dat bepaalde schade níet door de gaswinning komt. Volgens de Nam legt het Instituut Mijnbouwschade de lat voor het ‘ontzenuwen van dit bewijsvermoeden’ te hoog en past het die in een te groot gebied toe. De versterking van de Groningse huizen is sinds begin 2020 helemaal in publieke handen, van de Nationaal Coördinator Groningen. Het conflict draait hier om de veiligheidsnormen waarmee huizen in aanmerking komen voor versterking. Die zijn volgens de Nam te conservatief. Met andere woorden, er zou minder geld voor versterking nodig zijn. Van ‘t Wout benadrukt dat bewoners en bestuurders in Groningen ‘zich niet druk hoeven maken’ over deze financiële discussies, aangezien de staat de ruzie met de Nam nu uitvecht. Maar het zijn wel kosten die ten laste komen van de schatkist en dus de belastingbetaler. Overigens is het al zo dat de staat van alle kosten die de Nam voor haar rekening neemt, 73% betaalt. Dit komt omdat de Nam deze kosten eerst mag aftrekken van de winsten van de gaswinning. De Nam is sinds 2018 op afstand gezet. Burgers kunnen sinds die tijd bij de overheid terecht voor afhandeling van hun schade en de kosten van versterking. Dat proces gaat ook lang niet zo snel als zou moeten. In totaal zijn er nu zo’n 1700 huizen en gebouwen versterkt terwijl er ruim 24.000 versterking nodig hebben voor toekomstige bevingen. (bron: Trouw) De afspraken die het kabinet Rutte III heeft gemaakt met de Nam over de afhandeling van schade aan huizen en gebouwen in het aardgaswingebied dat wordt geëxploiteerd door Shell en ExxonMobil, zijn niet scherp genoeg geformuleerd, zodat de NAM nu op allerlei gebieden bezwaar maakt en de rekeningen van de Staat ofwel er bezwaar tegen aantekent dan wel niet betaalt. Dat is schandalig. Jarenlang hebben de exploitanten enorme winsten gemaakt op onze aardgas en nu moet de Staat ook nog het grootste deel van de schade die is ontstaan betalen. Dat betekent dat wij, de bevolking, dat moeten betalen. Opnieuw staat Rutte weer negatief in de schijnwerpers.
Overwegingen

De kalversector moet flink krimpen, zo lijkt het voornemen te zijn van het ministerie van landbouw. Kalverhouder Dennis Nijland vindt dat onverstandig en voelt zich gepasseerd, schrijft Joost van Velzen in Trouw. Kalfjes blijven dieren met een hoge aaibaarheidsfactor. Zo’n mooie bonte, of die zwarte. Ze zijn letterlijk en figuurlijk om op te eten. Want dat is wat er uiteindelijk met deze vleeskalveren gebeurt. Hier op het erf van de familie Nijland leven er op het moment zo’n 1300, waar ze vetgemest worden om uiteindelijk als lapje vlees op een bord terecht te komen. Meestal op een Italiaans of Frans bord, daar zit de markt voor kalfsvlees. De kalveren wonen hier ruim in grote schuren. Sommigen liggen in een groepje tegen elkaar aan te luieren. Anderen loeren nieuwsgierig naar wie er nu weer de stal is binnengekomen. Ze ogen ontspannen en verkeren zichtbaar in goede conditie. Wie het beeld van opgehokt stressvee hier in Hof van Twente bevestigd wil zien, moet goed zijn best doen. “Waarom zou een kalverhouder ook niet goed voor zijn dieren zorgen”, vraagt Dennis Nijland (32) zich af. “Hoe gezonder en sterker de kalveren, hoe meer ze opleveren en hoe beter het product is.” Toch ligt de sector de laatste tijd weer onder een kritische loep, met als aanleiding een uitgelekt rapport. Afgaande op dat rapport lijkt het ministerie van landbouw te onderzoeken hoe de branche kleiner, schoner en diervriendelijker kan. Kalveren stoten methaan uit en ammoniak, de dieren worden voor een groot deel geïmporteerd en vervolgens weer geëxporteerd. Dat levert allemaal onnodige milieuschade op, zo vinden natuurverenigingen, kritische consumenten en een groeiend deel van de politiek. In het meest ingrijpende scenario van de uitgelekte studie – uitgevoerd door drie onderzoeksbureaus – zou de vleeskalversector vrijwel geheel uit Nederland verdwijnen. Als we binnen aan de keukentafel zitten, met koffie en cake, klapt Nijland zijn laptop open om de geschetste scenario’s nog eens door te nemen. Het zint hem allerminst, wat er staat: “Dit is een typisch voorbeeld van een studie waarbij mensen vanuit de praktijk niet betrokken zijn. Er is één kalverhouder betrokken geweest bij de totstandkoming van het rapport. Dat vind ik ernstig, want daarmee ontstaat het idee dat er over je wordt besloten in plaats van met je.” Nijland mist in het rapport ‘realiteit en uitvoerbaarheid’. “Waarom een systeem dat werkt volledig op zijn kop zetten voor iets waarvan je niet weet of het gaat werken? Waar nu geen enkele partij voordeel bij heeft, ook het kalf niet.” Waar Nijland zich ook aan ergert, is hoe makkelijk er in het rapport over krimp wordt gerept: “Hoeveel is ‘flink gekrompen’? Is dat 30%? Is dat de helft? Is dat 80%?” Maar het zorgelijkst vindt de kalverhouder dat nergens melding wordt gemaakt van wat zo’n krimp voor bedrijven als dat van hem, zijn vader en zijn oom – ze doen het samen – betekent: “Er is geen economische doorberekening gemaakt. Dat kan toch niet?” Het zit financieel toch al niet mee in tijden van corona. Doordat veel restaurants in kalfsvleeslanden Italië en Frankrijk, maar ook Spanje, op slot gingen, draaide het bedrijf van Nijland voor het eerst een slecht jaar. Anders dan de meeste van de 1600 Nederlandse kalverhouders, heeft Nijland geen contract met de VanDrie Group, wereldmarktleider in kalfsvlees. “Wij zijn vrije kalverhouders, wij zorgen zelf voor afnemers.” Zeker, hij begrijpt de kritiek best. Dat Nederland in wezen produceert voor Italië, dat heeft Nijland ook niet bedacht en had wat hem betreft ook niet gehoeven. “Die markt is ooit eenmaal ontstaan. Ik zou dolgraag de lokale markt bedienen, maar die is er niet.” Bovendien, zegt hij, is het maar net waar je letterlijk de grens trekt. “Import is hier wel relatief omdat 73% van de geïmporteerde kalveren uit het grensgebied met Duitsland komt. Dat is dichterbij dan pakweg Schagen.” Nee, vleeskalveren zijn geen streekproduct, dat weet Nijland ook wel. “Maar het blijft handel binnen 800 kilometer, binnen Europa. Wij zijn toch één handelsblok? Wij lopen in Nederland ver voorop in kwaliteit en milieueisen. Mocht je al kwaadwillend zijn, dan lukt dat niet binnen deze strenge eisen. Wil je die sterke positie op het spel zetten? Ik vind dat echt heel onverstandig.” Nijland betreurt het dat er nu een beeld lijkt te bestaan van een sector die niet wil verduurzamen. “Terwijl daar juist een plan voor klaarligt waarin allerlei verbeteringen staan die ook deels in het rapport staan.” Als het de bedoeling van het rapport is om hem te ontmoedigen, dan zijn ze aardig op weg, vindt hij. Op de Veluwe zijn al honderden kalverhouders die zich gemeld hebben om eventueel in aanmerking te komen voor een uitkoopregeling van de overheid. Op dat punt is familiebedrijf Nijland nog niet. “Maar je speelt wel met de gedachte. Misschien is dat ook wel de bedoeling, om de sector te demotiveren. (bron: Trouw) Boeren staan tegenwoordig, vooral in de Randstad negatief in de schijnwerper. Terecht, onterecht? In ieder geval hebben de boeren eeuwenlang zorg gedragen voor ons voedsel. Boeren in de landbouw en de veeteelt zijn generaties lang dragers van de samenleving geweest. Verre voorouders van mijn familie zijn leenheren geweest van de bisschop van Utrecht van landerijen in het midden van Utrecht rond Doorn. Later verhuisde een tak naar de vruchtbaarder gronden in de Betuwe. Uit die tak kom ik voort. Wij moeten onze kennis van onze veeteelt niet te grabbel gooien, maar op een duurzame wijze voortzetten. Het is te gemakkelijk om te besluiten ‘streep erdoor’ laten de boeren uit Oekraïne het maar ons overnemen, ook als hun producten niet duurzaam zijn en dierenwelzijn daar niet op de agenda staat. Dan zetten we een stap terug in plaats van voorruit. Daarbij moet de techniek en de wetenschap de boeren gaan ondersteunen. Ik ben ook een voorstander van een gezonder klimaat, een schoon milieu en een groene natuur.

De Nederlandse vastgoedbaron Frank Zweegers sloot een akkoord met de Bijzondere Belastinginspectie over miljoenenstromen die zijn weggesluisd van de Financietoren, het bekende overheidsgebouw in Brussel waar duizenden ambtenaren werken. De omstreden Nederlandse vastgoedbaron Frank Zweegers, die vorige week al opdook in het corruptieschandaal rond de Brusselse hoofdzetel van de federale politie, blijkt nu ook een deal te hebben gesloten met de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) over abnormale geldstromen rond de Financietoren. Dat grote kantoorgebouw aan de Brusselse Kruidtuinlaan kon Zweegers in 2001 kopen en opnieuw verhuren aan de Belgische staat. Begin vorig jaar verkocht hij de Financietoren voor een recordbedrag van €1,2 mrd, de grootste vastgoeddeal ooit in ons land voor één enkel gebouw. De BBI botste echter op abnormale betalingen aan Breevast, het vastgoedbedrijf van Zweegers.

In december 2001 kocht Zweegers de Financietoren van de Belgische staat voor 311 mln. Dat gebeurde via de bekritiseerde sale-and-lease-backdeals van de regering-Verhofdstadt, die op korte termijn de begroting spekten, maar de overheid op de langere termijn op kosten zou jagen. De dag van de verkoop werd een huurovereenkomst afgesloten met de Regie der Gebouwen om de Financietoren terug te huren voor 25 jaar. De Financietoren, waar ruim 3.200 ambtenaren werkten, was het grootste gebouw dat de regering-Verhofstadt uit handen gaf. In 2008 werd de Financietoren na een zware renovatie opgeleverd aan de Regie der Gebouwen. Datzelfde jaar liet Zweegers een overeenkomst sluiten tussen Financietoren nv, zijn Antwerpse vennootschap om de Brusselse toren te beheren, en zijn vastgoedbedrijf Breevast. Daardoor vonden betalingen plaats aan Breevast die werden verklaard als ‘borgstellingen’. Daarover was in 2011 wel een akkoord gesloten met de fiscus, maar al het jaar nadien, in 2012, stroomden de vergoedingen naar Breevast via een andere, nieuwe overeenkomst. Deze betalingen trokken de aandacht van de BBI. Die begon vragen te stellen over de constructie en besloot dat de betalingen aan Breevast ‘abnormaal en/of goedgunstige voordelen’ waren. De BBI verwierp de facturen ook als beroepskosten bij Financietoren nv en dreigde met een belastingverhoging van 50%. Zweegers hield het been stijf en vocht de claim aan. Maar de rechtbank van Antwerpen gaf de BBI in april 2018 gelijk: er zijn op een abnormale manier belastbare winsten weggesluisd bij Financietoren nv via de betalingen aan Breevast, terwijl daar geen enkele prestatie tegenover stond. De rechtbank besloot dat de belastingverhoging van 50% terecht was. Zweegers ging echter in beroep, maar het hof van beroep kon nog niet beslissen omdat de rechtszaak tegen de verkeerde beslissingen gericht was. Zweegers zou dus een nieuwe rechtszaak in eerste aanleg moeten opstarten tegen de BBI. De belastingclaim was intussen, tot aan het laatste bekende boekjaar 2019, opgelopen tot 18,3 mln. Maar nadat Zweegers de Financietoren begin vorig jaar voor een recordbedrag had kunnen verkopen aan Zuid-Koreaanse investeerders, is er een regeling getroffen met de belastinginspectie. Hoeveel er is betaald aan de BBI willen de advocaten die optraden voor Financietoren nv, Vincent Vercauteren en Christophe Dillen, niet prijsgeven. Ze bevestigen alleen dat het dossier ‘naar de tevredenheid van de partijen’ geregeld is met de fiscus. Het BBI-dossier over de abnormale betalingen aan Breevast komt boven op een vroegere strafzaak over 5 mln aan zwarte commissielonen die via Luxemburg en de Britse Maagdeneilanden waren betaald aan consultants die de verkoop van de Financietoren hadden begeleid. Het parket-generaal van Brussel wilde destijds nog verder onderzoeken of er ook corruptie tot op regeringsniveau mee gemoeid was, maar de onderzoeksrechter weigerde dat, net als de raadkamer. Over een ander gebouw dat Zweegers van de Belgische staat kocht, het Rijksadministratief Centrum (RAC), waar de federale politie haar hoofdzetel kreeg, heeft het gerecht wel aanwijzingen van corruptie onderzocht. Vorige week raakte bekend dat het parket ex-politiebaas Glenn Audenaert voor de strafrechter wil omdat hij er tegen betaling, op vraag van Zweegers, voor gezorgd zou hebben dat de federale politie haar intrek zou nemen in zijn gebouw. Maar in die corruptiezaak ontspringt Zweegers de dans omdat voor hem de feiten verjaard zouden zijn. Zweegers deed gouden zaken met de twee kantoorgebouwen die hij kocht en weer verhuurde aan de overheid. Het langdurige huurcontract met de overheid, een kredietwaardige huurder, wordt automatisch geïndexeerd en de huurprijs is totaal uit de hand gelopen. Ook bij het RAC zijn tientallen miljoen euro’s belastinggeld verspild, besloot de Inspectie van Financiën al. Terwijl Breevast en mede-eigenaar Immobel een brutomarge van 100 mln konden opstrijken toen ze het RAC in 2013 voor 330 mln verkochten aan het Duitse Hannover Leasing en een Chinees staatsfonds.(bron: Tijd) Het geeft een kijke hoe bij onze zuiderburen zaken in de vastgoed \wereld worden gedaan onder het neoliberale regime.

Morgen verschijnt UPDATE/577 met het andere nieuws van deze week.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.