UPDATE 06/07 06 2020/534 Jaap van Dissel: Het is een illusie dat dit virus verdwijnt

Nog vijftien jaar lang lage rente

Ik begin met een artikel dat op https://www.iexprofs.nl/Column/501463/Christine-Lagarde/Nog-vijftien-jaar-lang-lage-rente.aspx?utm_source=intern&utm_campaign=main1_home stond van de hand van Edin Mujagic, hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer en gespecialiseerd in (de gevolgen van) het beleid van de centrale banken. Hij studeerde monetaire economie aan de Universiteit van Tilburg. Hij schrijft op persoonlijke titel. Bij de ECB blijven de kosten voor de baten uit gaan. Het lijkt er in de verste verte niet op alsof Lagarde het superruime monetaire beleid zal wijzigen. Juni 2050. Ik kijk er nu al naar uit, want dan zullen de volledige notulen van de vergadering van het ECB-bestuur van 4 juni 2020 in te zien zijn. De, naar eigen zeggen, open en transparante ECB houdt de verslagen van namelijk vergaderingen 30 jaar lang geheim. Dan weten we pas of het bankbestuur daadwerkelijk dacht dat nog eens €600 mrd in de economie pompen de inflatie aan zou wakkeren, terwijl rondes 1 tot en met 23 (of zo) dat niet hebben gedaan. En hoe unaniem is het bestuursbesluit genomen om het Pandemic Emergency Purchase Program (PEPP) met een half jaar en €600 mrd op te voeren? Christine Lagarde, president van de ECB, zei namelijk dat iedereen in het bestuur vindt dat actie nodig is. Dat betekent niet dat alle leden ook die €600 mrd zagen zitten. De centrale bank besloot ook om de opbrengsten van de aankopen gedaan binnen PEPP tot minstens eind 2022 te herinvesteren. Dus elke keer als een obligatie afgelost wordt en de bank rente bijgeschreven krijgt, stoppen ze elke cent weer in nieuwe obligaties. De reden voor de verdere verruiming van het superruime beleid, is dat de ECB verwacht dat zowel groei als inflatie op middellange termijn lager zullen zijn. De economie van de eurozone zal dit jaar met 8,7% krimpen, ramen de ECB-economen in hun hoofdscenario. Twee alternatieve scenario’s laten een nog stevigere krimp zien. De inflatie komt dit jaar naar verwachting uit op 0,3%, om in 2021 te klimmen naar 0,8% en in 2022 verder te stijgen naar 1,3%. Daarmee komt de geldontwaarding volgens de ECB nog verder weg te liggen van het streefpercentage van onder, maar dichtbij 2%. De bank heeft heel weinig aanleiding nodig om het beleid verder te verruimen. Er is eigenlijk geen situatie denkbaar waarin ze dat beleid minder ruim willen maken. Dit geldt niet alleen voor de korte termijn, zolang de coronacrisis duurt bijvoorbeeld, maar ook daarna. Dat leid Mujagic af uit een aantal zaken. Zo is er de opmerking van Lagarde dat PEPP-steun meer voor- dan nadelen heeft. Zij overwoog tijdens de persconferentie zelfs de uitdrukking kosten/baten te wijzigen in baten/kosten. Ik vind het heel knap dat de ECB na een paar weken PEPP-beleid – zeer controversieel beleid overigens – nu al weet dat er meer voor- dan nadelen aan kleven. Verbazingwekkend vond ik Lagarde’s argument dat PEPP per saldo voordelig is, omdat dat al zou blijken uit de eerste weken na de monetaire injecties. Daarna zei Lagarde dat het herstel van de economie tot nu toe lauw is vergeleken met de krimp in de maanden ervoor. Iedereen weet dat als een economie met een onverwachte harde schok te maken krijgt, er sneller sprake is van krimp dan van herstel. Volkomen normaal dus, behalve binnen de muren van het ECB-kantoor. De bank had kunnen benadrukken dat de economie begint te herstellen. Dat Lagarde het herstel lauw noemde, betekent dat ze zegt dat de bank het beleid koste wat kost ruimer wil maken en zeker niet krapper. Dat zal niet alleen in juni zo zijn, maar ook de komende kwartalen en waarschijnlijk zelfs jaren. Jazeker! Een van Lagarde’s collega’s, de president van de Franse centrale bank, zei onlangs dat de inflatiedoelstelling van de ECB symmetrisch en flexibel is. Wat het bestuurslid zegt, is dat de ECB niet alleen een te lage inflatie een tijdlang gedoogt, maar dat dat ook geldt voor een te hoge inflatie later. Ofwel: die onder, maar dicht bij 2%-doelstelling is geen plafond. Al met al betekent het bovenstaande dat ook als de ECB-economen in 2021 de inflatie in 2023 zullen ramen op iets onder 2%. Dat zal voor de bank onvoldoende reden zijn om het monetaire beleid minder ruim te maken. De toevoegingen “op zijn minst” achter de verlenging en verruiming van het PEPP-programma zeggen dat het beleid van de ECB de komende jaren niet krapper zal worden. Ik verwacht zeker geen noemenswaardige afbouw van de genomen (corona)maatregelen voor het einde van 2021 en geen einde van herinvesteringen voor eind 2023. Wat renteverhogingen betreft: de volgende totale zonsverduistering in Europa is op 12 augustus 2026. Noem me sceptisch, maar ik zou niet durven wedden dat de ECB voor die tijd de rente heeft verhoogd. Dit omdat een exit zonder financiële instabiliteit te veroorzaken niet mogelijk is. Op 13 juli 2011 verhoogde de ECB de rente voor het laatst. Wees niet verbaasd als het meer dan vijftien jaar duurt voordat de kranten openen met “ECB verhoogt de rente.” Ik verwacht dat de ECB het PEPP-programma eind dit jaar verder zal opkrikken. Als de ECB in dit tempo obligaties blijft kopen, dan zal het PEPP-geld in het eerste kwartaal van 2021 op zijn. En dat terwijl de bank daarmee tot minstens eind juni volgend jaar wil doorgaan. Die €1.350 mrd is alleen genoeg tot juni 2021 als het opkooptempo omlaag gaat. Maar daarmee zou de bank weer instabiliteit op de markten riskeren. Een messcherpe analyse over het monetaire beleid dat de ECB voert en voornemens is dat de komende jaren voort te zetten. De ECB toont de tunnelvisie waarin ze verkeren. Geld mag dan wel een macht tonen maar die wordt altijd beperkt door de maatschappelijke gevolgen ervan. Niemand kan een beeld tonen van de gevolgen van overmatige geldcreatie en het voeren van negatieve rentetarieven voor overheden, ondernemers, de financiële wereld, waaronder de (hypotheek)banken, verzekeraars en pensioenfondsen, en de burgers, wiens spaargeld in waarde blijft dalen. Door het goedkope ruim geld beleid kunnen beleggers en speculanden op de aandelenmarkten blijven speculeren met gratis geld, waardoor de koersen op een niveau staan in geen verhouding tot de stand van de economie, die in slecht weer verkeert. De woningprijzen blijven stijgen want als de waarde van ons geld daalt (er worden enorme hoeveelheden gratis geld in de markt gepompt, terwijl dat vooralsnog geen rendement gaat opleveren) kiezen mensen eerder voor edele metalen en vastgoed boven spaargeld. Daarbij komt dat wij er rekening mee moeten houden dat steunprogramma’s van overheden (ECB, EU, nationale en lagere overheden) niet altijd het doel zullen bereiken dat wordt nagestreefd en dat voor een deel zal moeten worden afgeschreven als ‘verliezen’. Ook bij bedrijven als IHC, KLM en wellicht ook de Hema. Verderop in dit blog waarschuwen de economen Vermeend & van der Ploeg daar ook voor.

De Europese Centrale Bank gaat de geldkraan wijd open zetten en gaat het schuldenopkoopprogramma uitbreiden met €600 mrd. Het bedrag komt boven op de huidige €750 mrd steunaankopen aan staats- en bedrijfsschulden en geldmarktpapier om de recessie en de coronacrisis te lijf te gaan. De schuldenopkoop gaat door tot tenminste juni 2021 of tot de coronacrisis voorbij is, zegt de ECB. Ook de gewone schuldenopkoop van €20 mrd per maand wordt voortgezet. Bij de aankondiging op 18 maart van het noodprogramma was er nog een zeker optimisme en vertrouwen dat drie maanden en €750 mrd volstond voor het programma. Maar de coronacrisis heeft een grotere impact op de economie dan gedacht en houdt langer aan. Volgens de ECB krimpt de economie in het eurogebied dit jaar met 8,7%, 1% slechter dan een maand geleden nog werd gedacht. In veel landen zijn overheden met tweede en derde steunrondes bezig. De rente blijft ongewijzigd, op min 0,5%. Met de negatieve rente wil de ECB banken dwingen geld in de economie te stoppen via leningen, kredieten en hypotheken. Maar dit kost banken wel geld en raakt de spaarrentes. De zware coronacrisis vraagt om buitengewone steunmaatregelen, zowel in omvang als in de uitvoering. De ECB beëindigde eind 2018 het eurocrisis-opkoopprogramma, na €2300 mrd aan opgekochte schulden. Maar in november 2019 werd de opkoop weer opgestart omdat de economie terugliep en ondersteuning nodig had. Vijf maanden later brak de coronacrisis uit en besloot de ECB tot een nieuw groot noodopkoopprogramma, het PEPP (Pandemic Emergency Purchase Programme) van €750 mrd. De forse ondersteuning en stimulering van de economie kost landen ontzettend veel geld. Denktank Bruegel rekende uit dat de acht grootste eurolanden (Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland, België, Portugal en Griekenland) al meer dan €3600 mrd kwijt zijn. Daarvan is €550 mrd directe uitgaven. €2000 mrd is gereserveerd voor garantstellingen en leningen en €1060 mrd voor uitgestelde betalingen, aflossingen en belastingen. Een flink deel van die miljarden komt vroeg of laat weer terug, maar zeker een derde, €1200 mrd, is nieuwe schuld. Die schuld wordt gedragen door meer staatsleningen uit te geven. Voor landen die het huishoudboekje op orde hebben en profiteren van een lage rente op de obligatiemarkten is meer schuld draagbaar. Voor zwakke landen met hogere rentes weegt nog meer schuld zwaar. De noodopkoop door de ECB helpt de rente te drukken en zo de schuld draagbaar te maken. De ECB heeft sinds 18 maart al voor €235 mrd aan schulden opgekocht, bleek uit de meest recente cijfers. Het gros (€187 mrd) daarvan bestaat uit staatsleningen. Zo’n 15% (€35 mrd) is geldmarktpapier. Bijna 5% (€11 mrd) betreft bedrijfsobligaties. Het opkopen van staatsleningen gebeurt volgens een verdeelsleutel naar het aandeel van een land qua bevolking en economie (bbp) in de EU en in het kapitaal van de Europese Centrale Bank. Van grote economieën als Duitsland, Frankrijk en Italië wordt percentueel meer opgekocht dan van kleinere landen. Van die kapitaalverdeelsleutel wordt nu afgeweken in het noodopkoopprogramma. Vooral in het begin, in de maand maart, is veel opgekocht en is ook afgeweken van de kapitaalsleutel. Zo zijn bijna 5% meer Italiaanse staatsschulden opgekocht dan eigenlijk is toegestaan. Ook van Duitsland en Spanje is extra opgekocht. Dit is alleen wel een heikel punt, omdat het schuurt wat betreft monetaire financiering en subsidiëring van de nationale staatshuishouding. In Duitsland is het ECB-opkoopprogramma bijvoorbeeld controversieel. Het Duitse Constitutioneel Hof in Karlsruhe oordeelde als hoogste grondwettelijke rechter onlangs dat het vorige programma ondeugdelijk is, met onwenselijke economische bijwerkingen voor onder meer spaarders. Als de ECB het allemaal binnen drie maanden niet goed kan uitleggen en verantwoorden, zou Duitsland niet meer mogen meedoen met de schuldenopkoop. De uitspraak van het Duitse Hof wordt gezien als een oorlogsverklaring aan de ECB en aan het Europees Hof van Justitie, de hoogste Europese rechter. Het hof had in december 2018 namelijk geoordeeld dat de ECB handelt binnen zijn mandaat en dus zijn boekje niet te buiten ging. Als Duitsland besluit het Hof te volgen, kan dat enorme gevolgen hebben voor de ECB-aanpak in de coronacrisis. Voor de financiële markten lijken de coronacrisis en recessie zo goed als voorbij, geholpen door het geld van overheden en centrale banken. Een recessie met 5% tot 10% krimp en miljoenen werklozen en duizenden bedrijven die failliet gaan, lijkt hen niet te deren. Sinds het dieptepunt eind maart zijn de aandelenbeurzen opgeklommen naar standen van voor de uitbraak. De Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq stevent zelfs af op een nieuwe recordhoogte. De AEX sloot deze beursweek af op 572,80. In maart stonden er nog 395 punten op het bord in Amsterdam. (bron: NOS) Een helder verhaal met van mijn kant een waarschuwing. Beleggers varen op de enorme schuit geld die de ECB schept, dat niks kost. Zij gaan ervan uit dat de centrale banken alles in het werk zullen stellen om aan de markten schade toe te brengen. Mario Draghi sprak op 26 mei 2012 stelde de financiële markten gerust: “Within our mandate, the ECB is ready to do whatever it takes to preserve the euro. And believe me, it will be enough.” De achterkant van de medaille toont een ander probleem: als al dat geld van de ECB, de EU en de nationale overheden niet voorkomt dat bedrijven in de eurozone omvallen als gevolg van de zware economische krimp en daardoor de werkeloosheid explosief stijgt, stort het financieel/monetaire karkas in, met alle gevolgen van dien: kapitaalvernietiging.

De olieprijs schiet omhoog ondanks enorme voorraden

Coronacrisis? De aandelenbeurzen lijken zich er niets van aan te trekken: koersstijging volgt op koersstijging. Dat geldt opvallend genoeg ook voor de olieprijs. Een vat Brent-olie kost $42. Zo duur is zo’n vat bijna drie maanden niet meer geweest. Wie begin april had voorspeld dat olie in juni weer zo duur zou zijn, zou waarschijnlijk voor gek zijn uitgemaakt. De veertien leden van de Organisatie van olie exporterende landen (Opec), Rusland en een paar andere oliestaten hadden toen net een afspraak gemaakt om hun productie fors te verminderen. Het was een historisch akkoord: de productie zou met 9,7 miljoen vaten per dag worden ingekrompen, zo’n tien procent van de wereldproductie. Het was een reductie van ongekende omvang. Toch maakte het akkoord niet bijster veel indruk. De coronacrisis deed zich in volle hevigheid voelen, er steeg bijna geen vliegtuig meer op en ook de vraag naar autobrandstoffen zakte in. De vraag naar olie dus ook. Algemene conclusie? Ook na de productiebeperkingen zal het aanbod van olie veel groter zijn dan de vraag en zullen de olieprijzen dus dalen. Dat ‘s werelds grootste olieproducent, de Verenigde Staten, zich niet wenste te committeren aan de afspraak, maakte die conclusie nog extra aannemelijk. President Donald Trump betoogde dat hij niet over de olieprijzen ging en dat ‘de markt’ er wel voor zou zorgen dat de Amerikaanse productie zou dalen. En inderdaad, in april en mei was het aanbod van olie ondanks het ‘historische’ akkoord veel groter dan de vraag. Olie ging soms bijna voor niets van de hand, opslagtanks raakten voller en voller, en handelaren huurden supertankers in om olie in op te slaan, in de hoop die later voor hogere prijzen te verkopen. Maar die situatie is totaal veranderd: de huidige prijs van een vat Brent getuigt daarvan. Hoe dat kan? Allereerst stijgt de vraag naar olie weer nu de wereld langzaam van het slot gaat en de bewegingsvrijheid van een paar miljard mensen toeneemt. Het Chinese olieverbruik begint al weer in de buurt te komen van dat van vorig jaar. Dan is er de aanbodkant. “De Opec-landen hebben zich aan hun akkoord van april gehouden”, legt oliepublicist Jilles van den Beukel uit. “Rusland, dat voorheen nogal eens een loopje nam met productie-afspraken, deed dat nu ook. Saudi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten hebben zelfs meer gekort dan ze hadden toegezegd.” Een forse productievermindering was er ook in de VS. Trump kreeg gelijk: door de lage olieprijzen beperkten veel maatschappijen hun oliewinning. Bij prijzen van $20 tot $25 per vat is oliewinning voor de meeste bedrijven niet winstgevend, vaak zelfs zwaar verlieslatend. In juni, schat het Noorse onderzoeksbureau Rystad Energy, zal de Amerikaanse productie zo’n 2,2 miljoen vaten per dag lager liggen dan in maart. Dat komt neer op een daling van 17%. Inmiddels zijn, zo resumeert Van den Beukel, vraag en aanbod elkaar weer aardig genaderd. “Rusland, de Opec-landen, de VS, Canada en andere oliestaten hebben allemaal ingeleverd. Ik schat dat de totale beperking uitkomt op zo’n 15 a 16 miljoen vaten per dag. Daarmee is het aanbod ongeveer net zo groot als de vraag: die schat bureau Rystad voor de maand juni op 84 miljoen vaten per dag.” Het evenwicht is wel wankel, denkt Van den Beukel. Nog altijd zit er erg veel olie opgeslagen in opslagtanks. Voorraden genoeg. Aan de andere kant zal de vraag naar olie stijgen. Dat maakt productieverhogingen noodzakelijk en flinke productieverhogingen wellicht aantrekkelijk voor oliestaten die om inkomsten zitten te springen. En welke oliestaat zit dat niet? Maar de belangrijkste onzekerheid zit natuurlijk elders. Rystad schat dat de wereld in 2021 dagelijks 98 miljoen vaten olie zal verbruiken, een fractie minder dan in 2019. Daarbij gaat het bureau dan wel uit van de premisse dat er geen tweede corona-golf komt. (bron: Trouw)

Nederland moet kiezen voor een daadkrachtige aanpak van de economie, die toekomstgericht is: à la Merkel

Willem Vermeend en Rick van der Ploeg vragen dit weekend aandacht voor het versterken van de Nederlandse economie. Maar hoe en waar moeten de accenten worden gelegd? Het kabinet moet snel maatregelen treffen om de Nederlandse economie te versterken en aan te jagen. Bij de huidige aanpak ligt de nadruk vooral op het behoud van banen die straks voor een deel niet meer bestaan. Nederland moet kiezen voor de daadkrachtige Duitse aanpak van Angela Merkel die toekomstgericht is. Deze week gaf ECB-president Christine Lagarde aan dat de economie van de eurozone te maken krijgt met een ongekende krimp. Om deze te bestrijden, kondigde ze extra steunprogramma’s aan waardoor de corona-crisis door de ECB wordt aangepakt met €1350 mrd. Een belangrijk effect is dat daardoor het renteniveau in de eurozone gedrukt wordt. Maar over de voors en tegens en de effectiviteit daarvan bestaan twijfels. Eerder hebben wij al opgemerkt dat deze recessie het beste kan worden bestreden met acties van de regeringen van de EU-landen. Deze moeten met productieve overheidsinvesteringen en belastingverlagingen hun economieën gaan aanjagen. Dat is ook nodig omdat er volgens een recente studie van het Centraal Planbureau (CPB) er risico’s zijn voor een nieuwe eurocrisis. Deze week gaf Duitsland het goede voorbeeld. De traditioneel zuinige Duitsers laten alle remmen varen. De regering van Angela Merkel pompt maar liefst €130 mrd in de Duitse economie. Opvallend is de tijdelijke verlaging van de BTW om de binnenlandse consumptie te bevorderen.

Daarnaast komen er extra aanschafpremies voor elektrische auto’s en investeringsimpulsen voor bedrijfsinvesteringen. Ook neemt Duitsland het voortouw bij de internationale discussies over de luchtvaart. Met de ’eigen’ Lufthansa wil Duitsland in deze sector internationaal een prominente rol blijven spelen. Tegenover de €9 mrd die in dit luchtvaartbedrijf wordt gestoken, staat een aandelenbelang van de Duitse staat. Duitsland heeft met deze economische impuls binnen de EU een belangrijke voorsprong genomen. Nederland moet daaruit lessen trekken. In ons land is het kabinet vooral bezig met steunmaatregelen waarbij de nadruk ligt op het financieren van bestaande banen die voor een deel straks niet meer bestaan. In de Nederlandse politiek is er nog geen sprake van een breed draagvlak voor een beleid waarmee de recessie mede met het oog op de toekomst snel en effectief met concrete maatregelen wordt aangepakt. Buiten de politiek bestaat er vooral veel aandacht voor aanhangers van een betere wereld waarbij gepleit wordt voor een ambitieus klimaatbeleid, het aanpakken van ongelijkheid, meer geld voor sociale zekerheid, eerlijke belastingen en een sterkere en grotere overheid. In een vorige column waren wij daarover somber. Wij delen de verwachtingen van sceptici dat de wereld op hoofdlijnen niet veel zal veranderen op het moment dat het corona-virus onschadelijk is gemaakt. Nederland krijgt bovendien met een extra probleem te maken. Als handelsland worden we zwaar getroffen door de internationale trend van anti-vrijhandel en protectie. Het valt op dat een meerderheid in de Haagse politiek deze trend ondersteunt door handelsverdragen te blokkeren. Blijkbaar beseft deze meerderheid onvoldoende dat deze blokkades ons land groei, banen, bedrijven en welvaart gaan kosten. Het kabinet dat volgend jaar Rutte III opvolgt krijgt niet alleen te maken met lagere groeicijfers en een hogere werkloosheid dan vroeger, maar ook met een begrotingstekort en een hogere staatsschuld. Vooral de afgelopen jaren is er sprake van een internationale kentering bij de opvattingen over de staatsschuld. Voorheen lag de nadruk veelal op een zo klein mogelijke overheidsschuld. Maar nu niet meer. Ook de gedachten om maatregelen te nemen om deze snel af te lossen zijn overal als sneeuw voor de zon verdwenen. Japan met een gigantische staatsschuld is tegenwoordig een voorbeeld. Nederland doet er dan ook verstandig aan het begrotingstekort en de staatsschuld niet aan te pakken met belastingverhogingen en bezuinigingsoperaties, maar met een pakket aan productieve investeringen, zoals investeringen in de fysieke en digitale infrastructuur, nieuwe technologie en de vergroening van onze economie. Dit levert extra economische groei op waarmee we het tekort en de staatsschuld kunnen verminderen. In de EU behoort Nederland tot de kopgroep van landen met een hoge belasting- en premiedruk op burgers en werkgevers. De grenzen zijn daar inmiddels wel bereikt en verdere verhogingen kosten banen en bedrijven. De ideeën bij sommige politieke partijen om de belastingen te gaan verhogen en de collectieve sector, ook wel aangeduid als publieke sector, fors te gaan vergroten zijn dan ook bezwaarlijk. Bovendien blijkt dat in deze sector meer dan de helft wordt uitgegeven aan sociale zekerheid en zorg. Gezien ook de lage groeicijfers waarmee Nederland te maken krijgt en de stijgende zorgkosten zijn deze uitgeven niet meer op te brengen. De afgelopen jaren zijn er zowel nationaal als internationaal studies verschenen over de juiste omvang van de collectieve sector. De conclusie is dat een wetenschappelijke omvang niet bestaat. Het gaat om een politieke afweging. Wel wordt in deze onderzoeken benadrukt dat een grotere omvang veelal leidt tot een hogere wig en tot nadelige economische gevolgen in de vorm van een stijging van de loonkosten. Bij de wig gaat het om het verschil dat een werkgever aan loonkosten betaalt voor een vaste werknemer en het nettoloon dat deze ontvangt. Deze loonkosten omvatten het brutoloon en de kosten van de sociale werkgeverspremies en andere personeelslasten. Voor veel werkgevers lopen deze extra loonkosten op tot rond de 50% van het brutoloon. De doorsnee werknemer ontvangt van het bruto loon, na aftrek van belastingen/premies, circa 70%. Nemen we als voorbeeld een brutoloon van €3000 dan is de wig als volgt. Voor de werknemer is het nettoloon ongeveer €2100. Voor de werkgever betekent dit een totale loonkostenpost van €4500. Deze gigantische wig, €4500 aan loonkosten die voor de werknemer een nettoloon van ’slechts’ €2100 oplevert, kost Nederland bedrijven en banen. Bij de discussie over de omvang van de publieke sector moet dit effect zeker betrokken worden. (bron: DFT) Ik lees vrijwel elk weekend de column van deze economen, van huis uit van socialistische huize. Dat herken ik nog maar zelden. In de stellingen die zij neerleggen herken ik meer ‘dienstbaarheid aan de markt’. Als ze schrijven “Japan met een gigantische staatsschuld is tegenwoordig een voorbeeld.” vraag ik mij af waarvan. Japan heeft een staatsschuld van €8.400.000.000.000, dat is mijn liefst €65.936 per inwoner. De staatsschuld in relatie tot het bbp is 237,6%. Een groot deel van deze staatsschuld is gefinancierd met de pensioenreserves van de Japanse burgers. De BoJ (centrale bank van Japan) is voor 55% in handen van de Staat en 45% is publiek bezit. De BoJ voerde als eerste een ruimgeld monetair beleid met een negatieve rente. Het creëerde daarmee een vergroting van de staatsschuldenproblematiek. De Japanners geven nu geld uit waarmee toekomstige generaties worden opgezadeld. Ik moet bij dit beeld denken aan harakiri, een traditionele vorm van zelfdoding b.v. als boetedoening voor een gepleegde misdaad. De Japanse aanpak is heel egocentrisch ingericht, van wat ver weg staat van het ‘rentmeesterschap’. Dat land schept grote schulden die in de toekomst maar moeten worden afgelost. Een andere uitspraak die de beide V&vdP doen is dat we Merkel maar snel moeten volgen bij de inrichting van de economie. Ze ontwijken daarmee het gegeven dat na iedere pandemie een hervorming van de maatschappij heeft plaatsgevonden. Zij gaan daaraan voorbij zonder aandacht te geven aan de wensen van volgende generaties voor duurzaamheid, klimaat, milieu en natuur, de sociale en maatschappelijke herinrichting en de positie van de burger in die samenleving. Ze gaan uit dat veel gewoon bij het oude blijft: dienstbaar zijn aan het kapitalisme en de marktwerking. Daarmee verlengen zij de toestand van het verleden en kijken ze niet met sociale maar met commerciële ogen naar de toekomst. Maar daarmee vertragen ze de opweg naar een nieuwe samenleving. Verder is het slecht beleid nu al te starten met geld te steken in investeringen. Het is pas zinvol en leidt pas tot succes als er een grondige opruiming heeft plaatsgevonden, die grote verliezen zal kosten. Ga pas daarna met de overlevenden aan de slag met de wederopbouw. Kijk dat Merkel nu al begint komt met een plan, komt voort uit haar streven het laatste jaar van haar politieke bestaan af te sluiten met een groots afscheidskado. Maar zij is daarmee te vroeg en dat het geld dat erin gestoken wordt zal weggegooid geld zijn.

Amerikaanse kreeften versus Europese auto’s

De Verenigde Staten dreigen met heffingen op auto’s van Europese makelij als het tarief op Amerikaanse kreeften niet wordt aangepast. Dat zei natuurlijk de Amerikaanse president Donald Trump op een bijeenkomst met commerciële vissers in de staat Maine. Ook nam Trump om die reden China op de korrel. Dat land moet zijn tarieven voor kreeft ook aanpassen, anders volgen mogelijk maatregelen. De president zal naar verwachting een proclamatie ondertekenen die het vissen in een beschermd natuurgebied in de Atlantische Oceaan toestaat. In 2016, het laatste jaar dat Barack Obama president van de Verenigde Staten was, werd een visverbod voor de Northeast Canyons en Seamounts Marine National Monument voor de kust van New England ingesteld. De afkondiging maakt het nu mogelijk om de commerciële visserij te hervatten. Ook zal Trump naar verwachting een streep zetten door een eerder akkoord over het afbouwen van de vangst van rode krab en kreeft. Eerder dreigde Trump ook al met tarieven tot wel 25% op Europese auto’s. Hij beriep zich destijds op de nationale veiligheid. De import van buitenlandse auto’s werd eerder al aan een uitgebreid onderzoek onderworpen.

Als de coronacrisis nog 3 maanden duurt, zal een ¼ van de kleine en middelgrote bedrijven in geldproblemen komen
Koos Schartz schreef op https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/959/articles/1147417/14/1 over een onderzoek van het CBS naar flexwerkers, die hun inkomsten verliezen en kleine ondernemers hun zaak. Maar ook banken en de euro zijn per definitie niet corona-bestendig. Ondanks de financiële steun die ze nu van de overheid krijgen, zullen meer MKB-bedrijven bij de bank moeten aankloppen voor extra geld. De banken kunnen beduidend meer hebben dan in 2008, toen de financiële crisis uitbrak, maar onkwetsbaar zijn ze niet. Dit concludeert het Centraal Planbureau in zijn Risicorapportage Financiële Markten, een rapport waarin het planbureau op verzoek van de Tweede Kamer beschrijft welke risico’s er zijn voor de stabiliteit van het financiële stelsel en voor de economie. Sinds 2012 maakt het planbureau jaarlijks zo’n rapport op, een soort algemene stresstest op financieel gebied. Dat de corona-crisis een forse bedreiging vormt voor dat stelsel zal geen verbazing wekken. Dat vooral flexwerkers, zzp’ers en (kleine) ondernemers, die crisis aan den lijve ondervinden, ook niet. Maar bedreigingen zijn er op macroniveau. Beleggingsfondsen en verzekeraars zijn in de loop der jaren risicovoller gaan beleggen en lopen nu dus meer kans op zeperds. Pensioenfondsen dreigen pensioenen te moeten korten. Nederland heeft voor zo’n 200 mrd aan Franse, Spaanse en Italiaanse obligaties in handen. Die landen zijn hard getroffen door de corona-crisis. Er zijn meer risico’s. Banken kunnen in de problemen komen als het faillissementen gaat regenen en als bedrijven hun leningen niet meer kunnen terugbetalen; verzekeraars kunnen te maken krijgen met hoge claims; landen krijgen te maken met een sterk oplopende schuldenlast; en zelfs de euro loopt gevaar. Bijvoorbeeld als Italië, dat kampt een grote en snel groeiende staatsschuld, er niet meer in zou slagen leningen aan te trekken. Probleem daarbij is ook nog dat veel van die schuld uitstaat bij Italiaanse banken. Hoe groot het risico op een eurocrisis is, kan het Centraal Planbureau niet inschatten. De Europese kapitaalmarkt werkt tot nu toe overigens nog goed. In Nederland is vooral het midden- en kleinbedrijf (MKB) in last. Een flink deel is niet stressbestendig. Een kwart van de bedrijven heeft geld nodig als de crisis in totaal zes maanden duurt. Dat geldt vooral voor bedrijven in sectoren als horeca, vervoer, handel, industrie, cultuur, sport en goederenverhuur. Dat wil volgens het CPB niet zeggen dat al die bedrijven failliet gaan. Ze kunnen immers, als ze toekomstperspectief hebben, bij banken aankloppen. Doen ze dat massaal, dan zouden zij voor 6 tot 7 mrd aan leningen moeten afsluiten. Als de Nederlandse overheid hun geen steun zou hebben verleend, zou dat bedrag overigens nog veel hoger zijn uitgevallen: meer dan 30 mrd. Dan zou bijna de helft van de mkb-bedrijven na een half jaar crisis extra geld nodig hebben gehad. Overigens hebben de banken tot half mei al bijna 500 mln aan leningen met een overheidsgarantie verstrekt aan het mkb. Ook zijn er sinds het begin van de crisis meer ‘gewone’ leningen verstrekt dan normaal. Het planbureau tekent aan dat de overheidssteun niet oneindig is en in sommige gevallen ook niet verstandig. Het heeft maatschappelijk gezien weinig zin zwakke bedrijven lang te steunen. Het CPB ziet aankomen dat de overheid op termijn minder ruimhartig wordt. In dat geval zullen bedrijven vaker een beroep moeten doen op hun bank. Dan zal ook blijken of banken, die stressbestendiger zijn dan in 2008, ook bestand zijn tegen de gevolgen van de corona-crisis. Het CPB waarschuwt dat leningen die nu nog als veilig (inbaar) gelden als gevolg van de crisis in de categorie ‘risicovol’ kunnen gaan vallen. Dan hebben de banken er nog een probleem bij. Mensen in loondienst hebben relatief (nog) weinig last van de crisis. Zelfstandigen en flexwerkers wel. Zij moeten, als ze minder of geen werk hebben, hun financiële buffers aanspreken. Veel zelfstandige ondernemers hebben die buffer niet: een kwart van hen heeft minder dan 3000 vrij opneembaar spaargeld. Interessant artikel. Het CBS duidt een aantal zaken maar heeft over het verdere verloop van de crisis geen visie. Terecht want alles wat daarover wordt gepubliceerd zijn aannames die niet gebaseerd zijn op feiten. Voor mij is duidelijk ‘dat we onderweg’ zijn maar waar naartoe is nog duister. Maar we moeten alert blijven!

De bedrijvigheid in de Nederlandse industrie is als gevolg van de coronacrisis in mei nog sterker gekrompen. Dat meldde de Nederlandse Vereniging van Inkoopmanagers (Nevi). De index van Nevi kwam uit op een stand van 40,5, het laagste niveau sinds het hoogtepunt van de financiële crisis in mei 2009. Een stand van 50 of meer wijst op groei, daaronder op krimp. Het aantal nieuwe orders is sterk afgenomen, net zoals de exportorders. (bron: Trouw)

De Franse economie zal als gevolg van de coronacrisis dit jaar naar verwachting met 11% krimpen. Dat voorspelt de Franse minister van financiën Bruno le Maire. De neergang is sterker dan de 8% krimp waar Parijs eerder rekening mee hield. “De economie is in praktisch drie maanden tijd stilgevallen. Dit zullen we met groei terug moeten betalen.” Le Maire zegt dat een solidariteitsfonds voor sectoren die getroffen zijn door de crisis tot het einde van het jaar blijft bestaan. (bron: Trouw)

De gevolgen van de coronacrisis vanuit een realistische scoop

Lisa Schallenberg schrijft op https://nos.nl/artikel/2336400-twaalf-weken-coronacrisis-wat-voelt-de-economie-daarvan.html een feitenrelaas dat een vrij realistisch beeld schetst van de gevolgen van de coronacrisis op economisch/financieel en sociaal/maatschappelijk vlak. Vermijd drukke plekken, maar zoveel mogelijk thuisblijven hoeft niet meer. We zitten nu een kleine drie maanden in de coronacrisis, en de economie gaat steeds meer van het slot af. Al die tijd gesloten zijn, de aanhoudende coronamaatregelen en de onzekerheid over de komende maanden laten diepe sporen na in de Nederlandse economie. Want het openbare leven is nog verre van normaal. We geven met z’n allen nog niet zoveel uit als voor de coronacrisis. En dat betekent ook, minder omzet voor ondernemers. Dat de economie de afgelopen weken een klap heeft gekregen, is duidelijk. De twee weken intelligente lockdown in het eerste kwartaal hebben al geleid tot een economische terugval van 1,7%. Het is de eerste economische krimp in bijna zes jaar (23 kwartalen). “Het effect van twee volle maanden lockdown moeten we dus nog in de cijfers zien”, zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het Centraal Bureau voor de Statistiek. “Die klap zal een stuk groter zijn dan in het eerste kwartaal.” Hoe groot precies wordt in augustus duidelijk. Met de economische steunmaatregelen probeert de overheid de economie toch nog zoveel mogelijk overeind te houden. Het inkomen van zelfstandigen kan worden aangevuld, bedrijven krijgen loonkostensubsidie om mensen in dienst te houden en getroffen ondernemers kunnen een tegemoetkoming krijgen voor de vaste lasten. Van die noodmaatregelen profiteerden de afgelopen maanden 2,5 miljoen werkenden. Het is inmiddels duidelijk dat deze crisis een kwestie van de lange adem wordt. “We dachten eerst dat dit een crisis was met een diep dieptepunt, en een snel herstel. Maar in de loop van april werd duidelijk dat dat niet realistisch was”, zegt Ester Barendregt, hoofd RaboResearch. “We weten nu dat we wellicht tot in de loop van volgend jaar niet kunnen uitgaan van een medische oplossing, en dat we het dus in ons gedrag moeten zoeken. En juist dat veranderde gedrag heeft grote impact op de economie.” Daarom heeft het kabinet besloten om de steun aan ondernemers te verlengen. Maar dat kan niet tot in de lengte ter dagen doorgaan, zei minister Wiebes van Economische Zaken half mei al. “De economie van morgen is niet die van gisteren”. En sommige branches zullen misschien voor altijd veranderen. Daarom is het steunpakket op een aantal punten versoberd. Aan ondernemers dus de vraag om de komende maanden te gebruiken om zich klaar te maken voor de toekomst en wellicht de koers te verleggen. Dat gaat niet alleen om hun bedrijfsmodel, maar ook om het mogelijk omscholen van personeel naar banen waar wel vraag naar is, in een andere sector. Veel banen zijn de afgelopen maanden al verloren gegaan, en steeds meer mensen hebben daardoor al aangeklopt voor financiële steun. Een van de doelen van het steunpakket van de overheid is voorkomen dat bedrijven omvallen. En tot nu toe lijkt dat aardig te lukken, want er is nog geen golf aan faillissementen ontstaan. Het CBS spreekt ook nog niet van een corona-effect in de faillissementscijfers. “Er zullen vast bedrijven vanwege corona failliet zijn gegaan, maar er gaat een tijdje overheen voordat we dat terugzien in de cijfers”, zegt Van Mulligen. “Wat ook meespeelt is dat veel rechtbanken terughoudend zijn met het failliet verklaren van bedrijven die het nu moeilijk hebben. Die denken: het is nu tijdelijk, en je kunt er misschien nog uitkomen met je schuldeisers.” Dat het aantal faillissementen uiteindelijk zal toenemen ligt in de lijn der verwachting. Bij de vorige crisis gingen er veel bedrijven failliet. In 2013 was er een piek, met in totaal 12.306 faillissementen. Die ondernemers konden hun rekeningen niet meer betalen. Daarna daalde het min of meer tot het niveau dat tot voor kort gebruikelijk was: rond de 3200 faillissementen per jaar. Maar niet overal in de economie is corona al stevig te merken. Zo blijven grote effecten op de huizenmarkt vooralsnog uit. Al meldde woningplatform Pararius eerder al wel dat het huuraanbod in april was gestegen omdat expats de huur opzegden en toeristenappartementen nu voor de lange termijn verhuurd worden. Het aantal mensen met huurachterstanden is volgens grote woningcorporaties ook nog niet sterk opgelopen. Datzelfde geldt volgens zorgverzekeraars voor betaalachterstanden bij de zorgverzekering. Of die achterstanden uiteindelijk wel snel gaan oplopen, moeten we afwachten. Maar zeker is dat hoe langer het duurt voordat alles weer normaal is, hoe meer gezinnen moeten rondkomen van een lager inkomen.

Overweging

Ik begin met een aantal uitspraken uit de media. Jaap van Duijn: het is goed dat Rutte en Hoekstra strijden tegen de EU-idioterie. Kleine belegger voorzichtig ondanks optimisme op de beurzen. Zorgpremie gaat volgend jaar, als gevolg van de corona-zorg, volgend jaar met €250 omhoog.

Onbegrijpelijk de gekte op de aandelenbeurzen. Er is geen enkel positief signaal over economische ontwikkelingen voor de komende 1½ jaar waarneembaar. Beleggers denken nog altijd dat deze keer de bomen richting de hemel groeien zolang de centrale banken maar enorme hoeveelheden gratis geld in de markten blijven pompen. Veel geld betekent dat de waarde van het geld afneemt en zo een beweging kan een inflatoire ontwikkeling in gang zetten. Daarvoor is ook een andere ontwikkeling gaande die dat kan ondersteunen. Weliswaar is er momenteel vrijwel van inflatie geen sprake, maar die ontwikkeling kan snel keren. Ik verwacht namelijk dat de ondernemers die weer aan de bak mogen, onder beperkende corona-eisen, snel tot de conclusie zullen komen dat ze wel weer wat omzet draaien maar geen cent kunnen verdienen. Daarbij komt dat velen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheden van de fiscus en de banken om de betaling van belastingen en rente en aflossing van (hypotheek)leningen naar de toekomst te verschuiven. Maar later dit jaar zal dat geld toch op tafel moeten komen. Uit de bedrijfsactiviteiten komen onvoldoende liquiditeiten beschikbaar dus zullen de banken extra kredietfaciliteiten moeten leveren. Als bedrijven niet voldoende corona-proef zijn, geen toekomstvisie hebben en onvoldoende eigen geld hebben om die plannen uit te voeren, staat het er somber voor. Dan wordt helder dat de maatschappij alle ballast van zich af moet werpen. Het gevolg zal zijn dat er veel bedrijven failliet zullen gaan: een proces dat verliezen voor de samenleving oplevert. Maar een ander gevolg zal zijn dat de afgenomen omzetten en bedrijfsresultaten en zwaardere kredietlasten zal leiden tot stijgende prijzen. Niet alleen voor de horeca en andere MKB-sectoren maar ook voor de luchtvaart en het het toerisme. Met de uitspraak van minister Wiebes dat de overheid de steunpaketten gaan versoberen, stelt hij in feite dat de overheid accepteert dat de zwakste ondernemingen maar moeten omvallen. In dat kader is het interessant of dit kabinet gaat besluiten de HEMA met een geldinjectie gaat steunen. De HEMA was een gezond bedrijf totdat het in handen kwam van partijen die de buffers in hun zak staken en het bedrijf opzadelden met enorme schulden. Als gevolg van dalende omzetten door corona verkeert het bedrijf op de rand van de afgrond. De vraag is of Rutte c.s. de hebzucht gaan belonen? Een andere zaak is KLM. Er is nog steeds niet duidelijk onder welke voorwaarden het kabinet KLM en Air Frace/KLM gaat ondersteunen. Dat we moeten proberen het 100-jarige bedrijf KLM in de lucht te houden ondersteun ik als er enige duidelijkheid is over hoeveel geld we praten om dat te realiseren. Hoe groot zijn de verliezen al sinds het grootste deel van de vloot aan de grond staat en binnen welke periode kan Air France/KLM weer rendabel vliegen?

De tijd waarin wij ons, sinds 2008, bevinden is een overgangsperiode tussen twee lange economische golven, die in het verleden meestal 60 jaar duurden. De laatste overgangsperiode duurde precies 20 jaar: van de beurscrash van 24 oktober 1929 tot de Marshall-hulp in 1950. Die periode kende twee tijdvakken: De Groote Depressie van de 30er jaren, met zware verliezen en een grote werkeloosheid en armoede en daarna gevolgd voor de Tweede Wereldoorlog. Toen de puinhopen waren opgeruimd kon in 1950 de wederopbouw beginnen (met hulp van de Amerikanen). De laatste economische golf heeft precies 58 jaar geduurd en sloot af met de banken en geldcrisis in 2008. Die crisis zijn we nog altijd niet te boven. De opschoning van de economie en de opstart worden al 12 jaar vertraagt. Onze Knappe Koppen (KK’s) denken als ze maar niet dezelfde fout maken als in de 30er jaren, alles beheersbaar zal blijven. Toen voerden de centrale banken een krapgeld beleid, dus nu wordt een extreem ruim beleid gevoerd, in de verwachting dat daardoor een instorting van de markten kan worden voorkomen, een economische krimp kan worden opgelost door maar veel en gratis geld te creëren en de noodzakelijke investeringen voor eco 4.0 (een samenleving voor nieuwe generaties) vooruit te schuiven. Onze huidige leiders streven er vooral naar de vergaarde bezittingen te beschermen in plaats van die in te brengen voor de inrichting van de nieuwe wereld met duurzaamheid, vergroening, klimaat, milieu en natuur, robotisering, KI en de sociale en maatschappelijke waarden, die daarbij passen. Door de enorme hoeveelheden geld, die in de markten worden gepompt, zal het geld in waarde dalen en zal er een vertrouwenscrisis ontstaan, die eindigt in een vernietiging van heel veel waarden. Historisch gezien is dit fenomeen bekend. Velen zullen achterblijven met lege zakken. Ik moet hier wel aantekenen dat de Europese Commissie mogelijk een realistischer visie heeft op de noodzaak van investeringen voor de toekomst, die door Prof van Duijn de EU-idioterie wordt genoemd. Als gevolg van de corona-pandemie kan deze overgangsperiode zeker 25 jaar duren (2008-2033). Maar dan moeten eerst nog wel even door een diep dal, dat veel pijn zal geven.

©2020 hannesdewitte@02051935.nl

Slotstand indices d.d. 05 jun 2020; week 23: AEX 572,80; Bel20 3.540,00; CAC40 5.197,79; DAX30 12.847,68; FTSE 100 6.484,30; SMI 10.169,55; RTS (Rusland) 1285,78; DJIA 27.110,98; NY-Nasdaq 100 9.824,39; Nikkei 22.863,73; Hang Seng 24.770,41; All Ords 6.116,50; SSEC 2.930,80; €/$1,129 BTC/USD $9.678,89; 1 troy ounce goud $1684,00, dat is €47.937,20 per kilo; 3 maands Euribor -0,353%; 1 weeks -0,519%; 1 mnds -0,483%; 10 jarig Nederlandse Staat -0,095% 10 jaar VS 0,9286%; 10 jaar Belgische Staat -0,083%; 10 jaar Duitse Staat -0,272%; Franse Staat 0,024%; VK 0,359%; 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,325%; 10 jaar Japan 0,0358%; Spanje 0,565%; 10 jaar Italië 1,42%. Een liter E10 hier aan de pomp €1,48.

De indices van de belangrijkste aandelenbeurzen noteerden fors hoger, ondanks slecht nieuws vanuit bepaalde sectoren in het bedrijfsleven, de aankondigingen van een vrij forse recessie, winstwaarschuwingen, geen dividenduitkeringen, oplopende begrotingstekorten, stijgende staatsschulden, de financieel/economische gevolgen van de corona-crisis en een gebrek aan eenheid bij de 27 regeringsleiders van de EU-lidstaten over een krachtig EU-beleid. De goudprijs steeg daalde fors als gevolg van een dalende dollar, waardoor de euro en de bitcoin stegen. Ook de rentetarieven daalden, deze week ook voor het lange papier. Ik voeg ook deze week weer een lijst toe van 10 landen met een rentenotering voor 30-jarig staatspapier. In de meeste landen daalden de tarieven: Zwitserland -0,168%; Duitsland 0,257%; Nederland 0,271%; Japan 0,5574%; GB 0,795%; Frankrijk 0,802%; Canada 1,3368%; VS 1,7473%; Spanje 1,414%; Italië 2,427%. 5-jarig staatspapier met een negatieve rente: Duitsland -0,539% Zwitserland -0,45%; Nederland -0,488%; Denemarken -0,387%; Frankrijk -0,386%; België -0,373%; Japan -0,0959%.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.