UPDATE 05012019/460 Geen maatschappelijk draagvlak voor het Klimaatakkoord na verdediging door D66 fractievoorzitter Rob Jetten bij Eva Jinek: plan → afvalputje

Het nieuwe beursjaar begon somber. In het Verre Oosten daalde de Nikkei 0,35%, de Hang Seng 2,77%, de SSEC Shanghai 1,15% en in Sydney de All Ords met 1,47%. De opening in Amsterdam was teleurstellend: de openingskoersen waren lager dan verwacht. De AEX sloot het oude jaar af op 487,88 (een jaarverlies van 10,4%) en opende het nieuwe jaar op 479,91 Een eerste verlies van 0,98%, hetgeen tegenvallend was. De Midkap sloot het jaar af op 657,58 (jaarverlies 21,8%) en opende op 653,65, een eerste verlies van 0,99%. Aan het einde van 2 januari sloten de beurzen in Amsterdam, Brussel en Parijs in de min. WS sloot met heel kleine plusjes. Maar nabeurs kwam Apple met een omzetalarm. Het technologieconcern heeft last van tegenvallende iPhone-verkopen in China en het handelsconflict tussen Washington en Peking. De mededeling dat de omzet in het vierde kwartaal fors lager zal zijn dan eerder aangekondigd. Dat was aangezet voor een daling van max 10% tov van de prognoses. Apple zelf had een prognose afgegeven van tussen de $89 en $93 mrd, analisten spraken over $91,5 mrd en het werd $84 mrd. Kwam dit helemaal onverwacht? Niet helemaal. Over het topmodel, de iPhone, waren er al eerder signalen dat de verkopen terugvielen. Tim Cooke, de topman bij Apple verwijst echter naar China, elders zou de verkoop van de iPhone nog goed lopen. Toch zijn daar vragen bij te stellen. De iPhone is een prima product onder de smart-phones, maar wel extreem duur in dit marktsegment. Het topmodel de iPhone Xs 256GB met een scherm van 5,8” kost €1329, terwijl de MI A2 256GB met een 7” scherm van de Chinese concurrent Xiaomi kost hier €269. De concurrentie van Samsung (Zuid-Korea) en de Chinese bedrijven Huawei en Xiaomi wordt voelbaar voor Apple. Apple raakte zijn tweede plaats achter marktleider Samsung al kwijt aan Huawei, dat duidde al op een verlies aan populariteit, mogelijk als gevolg van de hoge prijsstelling voor deze smart-phones. Apple gaat ervoor om de bestaande klantenkring te blijven bedienen met wat extraatjes. Beleggers moeten er rekening mee houden dat de bedrijfswinst onder druk kan komen te staan de komende tijden. „De beurzen schrokken er even van dat het handelsconflict nu een concrete impact begint te krijgen op de resultaten van bedrijven zoals Apple”, zei macro-econoom Stefan Koopman (Rabobank). Volgens hem valt de omzetwaarschuwing van Apple bovendien in een onzeker beursklimaat. „Een jaar geleden hadden beleggers dit soort berichten beter verteerd.” Volgens Koopman worstelen beleggers bovendien met de vraag of de Amerikaanse economie in een recessie gaat belanden. „Uit een onderzoek van Duke University blijkt dat bijna de helft van de cfo’s van grote Amerikaanse bedrijven ervan uitgaat dat de economie in de VS aan het einde van het jaar in een recessie verkeert.” Het sentiment op de Amerikaanse beurzen werd eveneens gedrukt doordat president Trump en de leiders van de Democraten en Republikeinen in het Congres er deze week niet in zijn geslaagd een akkoord te bereiken over de begroting. Daardoor duurt de ’shutdown’ voort. Desalniettemin sloot de DJIA deze beursweek af met een plus van 735,04 punten (3,24% en de Nasdaq met 265,99 (4,33%). De enorme koersverschuivingen op de aandelenbeurzen schrijf ik volledig toe aan de enorme overschotten aan liquiditeiten op de geldmarkten, waardoor de rente steeds verder daalt. Niet alleen hier, maar ook in Duitsland, Zwitserland, Japan en de VS. Daardoor kunnen beleggers/speculanten en daghandelaren over vrijwel gratis geld beschikken om op de markten te dealen. Dat betekent niet dat op basis van achterliggende ontwikkelingen niet tot koerscorrecties kan leiden (dubbele ontkenning = positief). Dat blijft voortduren totdat de centrale banken de geldmarkten gaan afromen en de rente weer op ‘normalere’ niveaus terugkeert. Op dag 14 van de sluiting van een deel van de Amerikaanse (federale) overheid, lijkt een compromis tussen Trump en de Democraten, onder leiding van de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden (onze 2e Kamer) de democrate Nancy Pelosi, verder weg. Trump stelde, toen de beurzen al gesloten waren, dat hij bereid is de ‘shutdown’ nog heel lang te laten duren, zo nodig maanden, zelfs jaren, als hij zijn zin niet krijgt voor de financiering van een grensmuur met Mexico, van de Democraten. Pelosi sprak van een bits gesprek met Trump, hij noemde de ontmoeting positief. Pelosi heeft inmiddels wat wetten door het Huis laten aannemen waardoor de ambtenaren weer aan het werk kunnen (en hun salaris weer krijgen) maar een meerderheid van Republikeinse senatoren zal dat, in deze fase van de onderhandelingen, in de Senaat blokkeren. De 78-jarige Pelosi profileert zich als een sterke tegenspeler voor de 73-jarige Trump. Ze zet hoog in en Trump koos voor de verdediging door te stellen dat als de Democraten hem zijn grensmuur niet geven hij het land zal destabiliseren, als het moet zelfs jaren. Hij zal en moet zijn zin krijgen, dat twittert hij ook: ‘als de Democraten mij mijn zin geven dan kan de federale overheid weer gewoon aan het werk gaan’. Als uiterste middel om zijn muur te bouwen kan hij de noodtoestand afkondigen, maar dat gaat wel heel erg ver. Hij gedraagt zich als een klein kind dat persé een snoepje wil. Je moet je afvragen of alles in zijn bovenkamer nog wel kits is. Op dezelfde wijze spreekt hij over de onderhandelingen met de Chinezen over de handelsoorlog. Daarover heeft hij wel een omzetwaarschuwing van Apple meegekregen. En het is de vraag of de belangen van de Chinezen niet groter zijn om een compromis te bereiken met de VS. Aan de andere kant het zijn wel Chinezen en de Aziatische cultuur kent andere normen en waarden. Ik denk dan aan een pyrrusoverwinning, dat is een overwinning die zoveel inspanning kost dat ze dezelfde uitwerking heeft als een nederlaag. Anders gezegd betekent het dat soms iets een overwinning kan lijken, terwijl het eigenlijk een verlies is; een “valse” overwinning dus. Dat wordt de komende week dus spitsroeden lopen voor beide partijen.

https://www.telegraaf.nl/video/2979075/we-zitten-gevangen-in-de-euro  de eurozone is in feite een binnenplaats in een gevangenis, waar we wel weten waar de uitgang is, maar niemand durft die stap te zetten.

Maarten Schinkel schreef deze week in het NRC een opiniërend artikel met de kop “Een gratis staatsschuld”.

Dat trok mijn aandacht, want dat kan de waarheid niet zijn. Die moet gemanipuleerd zijn ……………….. Lezers van dit financieel/economische blog weten wel beter. Lees en huiver. <citaat> Wopke Hoekstra’s jaar begint goed. De minister van Financiën schreef woensdag zijn eerste lening van 2019 uit. Hij ontvangt, zoals het er nu naar uitziet, 0,34% rente. Ja: ontvangt. Om precies te zijn gaat het hier om een heropening van een staatslening die nog ruim vier jaar te lopen heeft. De minister wil zo’n €1,5 mrd extra binnenhalen. Omdat de rente op deze staatslening negatief is, krijgt hij geld van beleggers. Iets meer dan €5 mln per jaar voor de €1,5 mrd die hij leent. Dat is peanuts, maar het gaat om het idee. Lange tijd is gedacht dat de ultra lage rentes vooral een gevolg waren van het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank. De negatieve rentes die de ECB op de geldmarkt rekent zijn het belangrijkste ijkpunt. Maar ook het aankoopprogramma van de ECB, dat in 2015 begon, hielp. Dat zorgde ervoor dat de prijzen van staatsleningen stegen. En als de prijs van zo’n lening stijgt, dan daalt de effectieve rente. Voor Duitsland, het anker van de eurozone, was dat effect zo sterk dat effectieve rentes op de staatsschuld over een breed palet aan looptijden negatief werden. Nederland, beschouwd als een Duitse ‘proxy’, maakte vrijwel hetzelfde door. Het lag in de verwachting dat, als de ECB haar opkoopprogram zou staken, dat drukkende effect op de rente zou verminderen. Maar in de loop naar 31 december, de laatste dag van het program, gebeurde er niets. En woensdag, op de eerste handelsdag van het nieuwe jaar, viel de rente op tienjarige Nederlandse staatsobligaties van een toch al zeer lage 0,37% naar 0,32%. [en dat was en logisch en verwachtbaar, want de ECB heeft besloten het bedrag van de aflossingen op staatsleningen, terug te kopen op de markt, zodat van enige verkrapping geen sprake is en aan de negatieve rente niets verandert] En staatsleningen met kortere looptijden, zoals de lening die Hoekstra dus heropende, werden nóg negatiever dan ze al waren. Er is een aantal verklaringen voor dit fenomeen. Misschien is het drukkende effect van de ECB kleiner geweest dan gedacht: hooguit 0,5%punt, zo luidt het tegenwoordig in kringen van centrale bankiers. De inflatie is intussen hardnekkig laag gebleven: rond de 1% voor de kerninflatie (zonder voeding en energie). [dit jaar met energie voor de consument: boven de 2%] Uit al deze observaties zou je de conclusie kunnen trekken dat het hele aankoopprogram van leningen van de publieke sector van in totaal 2.109 miljard euro beperkt zinvol is geweest. Maar goed: de lage inflatie zelf is natuurlijk deels een verklaring voor de lage rentes. En het momentum in de conjunctuur loopt terug, hetgeen de rente ook vaak drukt. Bovendien vluchtten beleggers in de laatste drie bange beursmaanden in staatsleningen, dreven de koersen op en daarmee de rente naar beneden. Dat was een vraageffect. Maar er is ook nog het aanbod. Dat loopt terug. Het gemiddelde begrotingstekort van de eurozone bedraagt volgens de OESO in 2019 nog maar 0,8% van het bbp (tegen 6,9% voor de Verenigde Staten). Ja, Frankrijk heeft een tekort van 3% van het bbp, en Italië 2,5%. Maar Duitsland heeft een begrotingsoverschot, Nederland ook. Plus een flink aantal kleinere landen, die een overschot hebben of in balans zijn. [dan moet je je serieus afvragen of de 19 landen van de eurozone wel voldoende investeren in de toekomst, in de eisen die eco 4.0 gaat stellen, of we niet op onze lauweren rusten] Dat betekent dat het aanbod van staatsleningen terugloopt, en bij een gelijkblijvende vraag loopt de koers dan op. [welke filosofie zit achter een oplopende koers en dus een lagere rente als vraag een aanbod in evenwicht zijn] Minister Hoekstra had eind vorig jaar een kasoverschot van €7,2 mrd. Denk je eens in wat er zou kunnen gebeuren als de situatie op de financiële markten blijft zoals hij is. De rente over de staatsschuld bedraagt in 2019 nog maar 0,5% van het bruto binnenlands product. Naarmate oudere staatsleningen, waarvoor destijds een hogere rente werd betaald, aflopen en vervangen worden door nieuwe met negatieve rentes, zal de afdracht van rente verder krimpen tot misschien wel nul. Ongelofelijk? Nee hoor. Het kan zomaar. Dit zijn vreemde tijden. [die illusie moeten we gelijk wegschuiven. De huidige situatie wordt niet gecontinueerd, zodra Draghi verdwijnt van het monetaire platform wordt gestopt met de herinvestering van de aflossingen van fondsen in het QE-fonds en gaat de rente omhoog. Van een gratis staatsschuld is dan geen sprake meer. Overheden zullen op grote schaal moeten gaan investeren, op duurzaamheid, in hoger geschoold onderwijs op beta-niveau en de herinrichting van de samenleving op de nieuwe tijd. Het gratis geld van nu wordt straks duur geld]

Pensioenfondsen

Lezers op dit blog wisten het al maanden dat de Nederlandse pensioenfondsen een lastig jaar achter de rug zouden krijgen, door de flinke koersverliezen op de beurzen in het laatste kwartaal. Volgens de pensioenthermometer van onderzoeksbureau Aon daalde de gemiddelde dekkingsgraad over heel 2018 van 108% naar 104. Die daling valt mij nog reuze mee. De gemiddelde dekkingsgraad laat zien in hoeverre fondsen aan hun verplichtingen kunnen voldoen en is belangrijk bij beslissingen over eventuele kortingen op pensioenuitkeringen. De beleidsdekkingsgraad, die leidend is voor kortingen en indexatie, ging van 106% naar 108%. Deze eindstand is hoger dan het wettelijke vereiste minimum van 104,3%. De verwachting is dat een aantal fondsen het jaar toch afsluit met een dekkingstekort, aldus Aon. Vooral een aantal grotere fondsen heeft een dekkingsgraad die nog onder de 104,3% ligt. Daardoor zijn mogelijke kortingen in de toekomst een realistisch scenario.

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management. Hij schrijft op RTLNieuws:

Anno 2018 is duidelijk geworden dat de wereldeconomie is verworden tot een soort monopolyspel: grote bedrijven met te veel macht bepalen de regels van het spel. Slechts enkelen profiteren. En de rest heeft het nakijken. Hopelijk was dit het laatste jaar dat dit zo maar kon. Er is steeds meer een gebrek aan marktwerking. In veel sectoren is het aantal aanbieders inmiddels aardig beperkt geworden. Wereldwijd is er de ongeëvenaarde dominantie van een paar techbedrijven FAANG – Facebook – Apple – Amazon – Netflix – Google die zorgen voor vrijwel onbeperkte marktmacht. Het aantal beursgenoteerde bedrijven daalt stelselmatig. Dit monopolieprobleem is in economentermen eigenlijk een oligopolieprobleem. Maar ook in Nederland zien we dit verschijnsel. Bijvoorbeeld bij supermarkten: twee aanbieders (Albert Heijn en Jumbo) hebben meer dan 50% marktaandeel. Tien jaar geleden had je daar meer aanbieders voor nodig. Banken: drie grootbanken (ABN Amro, ING en Rabobank) hebben een marktaandeel van meer dan 75%%, de vier grootste zorgverzekeraars samen >80%. Als laatste telecom: na het samengaan van Tele2 en T-mobile zijn er nog drie spelers over. Er zijn natuurlijk altijd economische redenen aan te voeren voor minder bedrijven. De belangrijkste is schaalvoordeel: hoe groter het bedrijf, hoe lager de gemiddelde kosten en (dus) hoe goedkoper voor de consument, maar alleen als er marktwerking blijft bestaan. En als dit kostenvoordeel wordt doorgegeven aan de werknemers in de vorm van hogere lonen of aan de consument in de vorm van lagere productprijzen. Soms wordt ook beargumenteerd dat monopolies nodig zijn om innovatie te financieren. Dat is natuurlijk ook de reden voor een patentsysteem: door hogere winsten loont het te innoveren en is nieuwe innovatie financierbaar. Het is echter maar zeer de vraag of deze theoretische voordelen opwegen tegen de negatieve effecten van grote bedrijven op de economie. In het boek ‘The Myth of Capitalism‘ beargumenteert Jonathan Tepper dat de nadelen aanzienlijk groter zijn. Ten eerste worden de kostenvoordelen van schaalvergroting doorgaans helemaal niet doorgegeven aan de consument maar als extra winst in eigen zak en die van de aandeelhouders gestoken. Denk maar aan Apple. Of dichter bij huis ING, dat de boete van €775 mln zonder probleem kon betalen. Dit hoeft geen verband te houden met monopolie, maar het is op zijn minst opvallend dat een bedrijf zo’n bedrag kan betalen en in datzelfde kwartaal nog zo’n bedrag aan winst overhoudt. Ten tweede persen monopolies hun ‘supply-chain’ vaak uit. Door de marktmacht zijn ze in staat hun toeleveranciers tegen elkaar uit te spelen en lage prijzen te bedingen. Deze toeleveranciers zijn afhankelijk van deze grote bedrijven, want kunnen niet makkelijk ergens anders naartoe. Dit bestendigt de macht van de grote jongens. Ten derde is er geen enkele aanwijzing dat oligopolies of monopolies leiden tot een hogere productiviteitsontwikkeling. Sterker nog, het lijkt er vooral op dat de productiviteitsontwikkeling vertraagt. Dat is ook logisch: zonder concurrentie ontbreekt de prikkel om te innoveren. Uitmelken en beschermen van de succesformules is een veel makkelijker manier van winst maken. Alles om concurrentie buiten de deur te houden, waardoor het voor startups ook lastiger wordt. En worden ze toch een succes, dan worden ze zo snel mogelijk ingelijfd. Als vierde dragen deze marktstructuren bij aan ongelijkheid en houden die in stand. De eigenaren van de grote bedrijven, de aandeelhouders, profiteren ervan. Degenen die de aandelen in handen heeft, de beroemde 1%, heeft het vermogen de afgelopen decennia aanzienlijk zien toenemen. De gemiddelde werknemer profiteert juist niet: de lonen blijven achter, ook bij de productiviteitsontwikkeling. Er is inmiddels genoeg bewijs dat de grote bedrijven en hun aandeelhouders veruit het grootste deel van de taart krijgen, ten koste van de gemiddelde werknemer die met een in verhouding lage beloning wordt afgescheept. Er zijn mogelijkheden om deze monopolie-economie te veranderen. Als 2018 het jaar van de bewustwording is, dan is 2019 hopelijk het eerste jaar van actie. En die actie begint klein, bij onszelf. Zolang wij met zijn allen al onze kerstinkopen doen bij bol.com, heeft het kleinbedrijf het lastig. Zolang wij allemaal googelen om iets op te zoeken, alle boodschappen bij grote supermarkten doen en bankieren bij een van de grote banken, gaat er niets veranderen. Uiteindelijk laten wij, de consument, ons verleiden om mee te doen aan dit spel. Gelokt door betere kwaliteit, service of een lagere prijs, aar daardoor uiteindelijk gevangen met minder keuze, onze privacy ingeleverd en ook nog eens voor een lager loon. Het zou natuurlijk ook helpen als de kartelwetgeving strenger werd. Als er bijvoorbeeld geen goedkeuring was gegeven voor het samengaan van Tele2 en T-Mobile. Als de marktconcentratie bij de zorgverzekeraars werd aangepakt; u denkt wellicht aan het einde van het jaar een ruime keuze te hebben, maar u ziet vooral de labels van een beperkt aantal aanbieders. Om over na te denken. Verander de wereld begin bij jezelf. Op 25 mei 2018 werd mijn Facebook-account geblokkeerd omdat ik weigerde de nieuwe privacyregels van FB te accepteren, waarbij ik moest toestaan dat FB bepaalde welke reclame goed voor mij was. De Algemene Verordening Gegevensbescherming geeft de consument het recht zelf te bepalen of hij reclame op internet toestaat en als hij daarvoor kiest welke. Ik koos voor geen, maar die optie wordt door FB niet aangeboden. Ik snap dat wel want als veel mensen daarvoor zouden opteren, verliest hun verdienmodel (het verkopen van data van de gebruikers) veel van zijn glans. Per 1 september werd ik ook afgesloten van Messenger. Ik krijg al enige maanden iedere dag emails van FB welke FB-vrienden een message op mijn FB-page hebben geplaatst dan wel wat met me gedeeld hebben. Ik, en vele anderen, zijn kennelijk wel een probleem voor FB want sinds 1 januari kan ik weer wel berichten zien op mijn FB-account, maar als ik daarop wil reageren moet ik wel eerst hun privacyregels accepteren. Dat doen we dus maar even niet. Ik realiseer mij terdege dat dit slechts een speldenprik is voor deze tech-reus, maar toch ga ik de uitdaging aan ‘wie het langste volhoudt’.

De economen Vermeend en van der Ploeg schrijven dit weekend in hun column op DFT “Rutte III doet er verstandig aan het klimaatakkoord dat door de zogenoemde klimaattafels is opgesteld niet uit te voeren. De grootse vervuilers, het bedrijfsleven, worden door de tafels ontzien en burgers met lagere en middeninkomens moeten opdraaien voor [het grootste deel van] de klimaatrekening. Het akkoord wordt gekenmerkt door een ongekende bureaucratie en vage compromissen. Een eerlijke verdeling van de klimaatlasten is alleen mogelijk door voor bedrijven een CO2-taks in te voeren. Rutte III heeft gekozen voor een ambitieus klimaatbeleid dat tot het meest groene van de wereld moet uitgroeien, maar ook voor de zogenoemde poldermethode om klimaatplannen op te stellen. Vorig jaar hebben ruim honderd maatschappelijke organisaties vele maanden onderhandeld over het opstellen van een klimaatakkoord dat eind december 2018 aan het kabinet is voorgelegd. Wie de moeite neemt dit stuk door te worstelen, wordt getroffen door de ongekende bureaucratie. Ook valt op dat er nauwelijks aandacht wordt besteed aan de effectiviteit en uitvoering van de voorgestelde maatregelen. De opstellers bekommeren zich ook niet om het maatschappelijke draagvlak voor hun waslijst aan klimaatacties. Wij vinden dat de politiek het voortouw had moet nemen en hebben ook kritiek op het bonte gezelschap van de opstellers. Ze zaten aan de zogenoemde klimaattafels met vaak tegengestelde belangen en hun eigen hobby’s en lobby’s en sloten vage compromissen. Het akkoord laat ook een voorkeur zien voor bureaucratie en inefficiënte subsidies. Deze komen vooral bij hogere inkomens terecht en worden betaald door de lagere en middenklasse. Bovendien worden bedrijven, de grootste vervuilers, door de tafels ontzien. [dit zijn harde, maar volstrekt terechte, uitspraken over het rapport dat onder leiding van de VVD’er Ed Nijpels tot stand kwam] We schreven we al eerder dat onze aardbol niet alleen gered kan worden met bureaucratische voorschriften en forse lastenverhogingen voor burgers en bedrijven. De redding moet vooral komen van een versnelling van digitaliseringsprocessen en nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, het internet of things, slimme robottechnologie, big data analyses, 3D-printen enz. Deze inzet vraagt om vele miljarden aan onderzoeksgelden die wetenschappers en technici in staat stellen de noodzakelijke klimaat-technologieën te ontwikkelen. Bovendien is verreweg de beste methode om het klimaatbeleid effectief uit te voeren niet in het akkoord opgenomen. De kern van deze methode is dat alle klimaatvervuilers de schade moeten betalen die ze met hun vervuiling ( CO2-uitstoot) aanrichten. Via de invoering van een simpele CO2-taks kan dit worden gerealiseerd. Bovendien prikkelt de taks bedrijven om zelf met de beste (tech) oplossingen te komen voor CO2-reductie. In internationale publicaties wordt vaak verwezen naar de aanpak van president John F. Kennedy (JFK). Hij riep de Amerikanen in mei 1961 op voor het einde van dit decennium een mens naar de maan te brengen. Deze oproep leidde ertoe dat de overheid en het bedrijfsleven in korte tijd vele duizenden technici en andere experts mobiliseerden om dit project te realiseren en dat lukte. Rutte III zou met het (tech) bedrijfsleven en onze (technische) universiteiten een JFK afspraak moeten maken. De kern daarvan is de opdracht om zo snel mogelijk op allerlei terreinen systemen en oplossingen te bedenken en te ontwikkelen waarmee de klimaatdoelstellingen van het kabinet gehaald kunnen worden. Daarbij gaat het vooral om (tech) oplossingen die de energietransitie versnellen, zoals energiearme productieprocessen, energieplus bouwen, beter renderende duurzame energie, CO2-vrij vervoer, breed toepasbare groene waterstof-technologie, nieuwe landbouwtechnieken en meer. Rutte III doet er verstandig aan dit bureaucratische en ineffectieve akkoord niet uit te voeren en in samenwerking met het bedrijfsleven en de wetenschap te kiezen voor investeringen in innovatieve technologieën. [onze staatsschuld is de laatste jaren zover teruggebracht dat er voldoende ruimte is om deze verfrissende nieuwe aanpak, incl een versterking van het onderwijs, van de klimaatproblematiek, relatief goedkoop bij de huidige goedkope rentetarieven, te kunnen financieren] Alle recente peilingen maken duidelijk dat er geen maatschappelijk draagvlak is voor het pakket van de klimaattafels. Het oogst een storm van kritiek, maar ook de vraag waarom het nodig is dat Rutte III wereldwijd voorop wil lopen met een peperduur en slecht doordacht klimaatplan. Het akkoord is niet meer te redden. De publieke opinie heeft er nu al gehakt van gemaakt en politieke partijen die het akkoord op goede gronden naar de prullenbak verwijzen, hebben een goede kans om extra zetels in de Eerste Kamer te winnen. Rutte III kan samen met het bedrijfsleven alleen nog scoren door af te zien van het akkoord en in plaats daarvan te komen met een ’JFK-afspraak’ voor het klimaat. Deze moet ondersteund worden door de invoering van een simpele CO2-belasting voor het totale bedrijfsleven. Deze taks start met een bescheiden heffing van 30 per ton CO2 uitstoot en loopt geleidelijk op tot bijvoorbeeld 60. Deze heffing leidt bij het bedrijfsleven niet tot een lastenstijging omdat in de CO2-taks is bepaald dat dit bedrag jaarlijks volledig naar de bedrijven wordt teruggesluisd. Voor deze terugsluizing kan een bepaalde keuze worden gemaakt. Lagere werkgeverslasten is voor veel bedrijven een goede optie. Modelberekeningen wijzen uit dat deze vorm van lastenverschuiving gunstig uitpakt voor het klimaatbeleid en tegelijk ook werkgelegenheid stimuleert. In een recente studie concludeert De Nederlandsche Bank (DNB) dat een CO2-taks van 50 per ton uitstoot geen grote [negatieve] gevolgen heeft voor onze economie.”

Maurice de Hond schrijft jaarlijks een Oudjaarsnotitie over een bepaald thema aan de politiek en aan het volk. Deze Open Brief gaat dit jaar over de groeiende tweedeling in de samenleving. Hij doelt dan over de uiterst rechtse en linkse zijn van het politieke spectrum. Dit jaar is het een somber stuk geworden, omdat hij -helaas- denkt, dat het inmiddels vijf over twaalf is geworden. Daarbij gaat het niet over het onderwerp, waarover 150 organisaties en veel bobo’s, aan vijf klimaattafels, intensief hebben overlegd, om te kijken of en hoe ze de mensheid vanuit Nederland op termijn kunnen redden. Maar het gaat over het onderwerp waarvan m.i. de urgentie in Nederland groter is dan de aanpak van CO2-uitstoot. Dat dient eerst en goed te worden aangepakt, omdat anders wat er verder ook wordt besloten naar aanleiding van die uitkomsten van de klimaattafels, tot niets zal leiden. Het is een onderwerp, waar hij zich al heel lang over uitlaat en voor waarschuwt. En waarvan men lang de ernst ervan niet onderkende en nog steeds de mogelijke gevolgen bagatelliseert. Dat is de tweedeling in de samenleving, waarbij grote groepen zich niet meer vertegenwoordigd voelen door de instituties die we gecreëerd hebben en degenen die het in ons land voor het zeggen hebben. Eindelijk zie hij wat hij al lang aangeeft, expliciet terug in het rapport Burgerperspectieven 2018/4 van het Sociaal Cultureel Planbureau. De Hond duidt dan over een grafiek waarbij tegen elkaar afgezet wordt ‘tevredenheid met het eigen leven’ en ‘optimisme over Nederland’. En dan met name hoe dat ligt bij diverse groepen in de samenleving (naar inkomen, opleiding, mediagebruik en politieke voorkeur). Dat men gemiddeld tevredener is met de eigen situatie dan met de situatie in Nederland in het algemeen is al heel lang bekend. Maar er was weinig aandacht, ook niet bij het SCP, voor de grote en veelbetekenende verschillen tussen bevolkingsgroepen. Men pakte dat gemiddelde en dan kwam er een uitspraak met een beschuldigende ondertoon: ‘De Nederlander is tevreden over zijn eigen leven, maar ontevreden over hoe het in Nederland gaat.’ Je hoorde haast nog net niet de toevoeging, dat we toch eigenlijk wel ons als verwende kinderen aanstelden. Als men een wetenschappelijke opleiding heeft genoten dan scoort men qua tevredenheid met het eigen leven +46 en dat over Nederland +37. Als de opleiding VMBO is geweest of lager dan zijn die scores resp. +31 en -20. De verschillen zijn echter het grootst als gekeken wordt naar de politieke voorkeur. VVD en D66 en in mindere mate CDA, PvdA. ChristenUnie en GroenLinks aan de rechterzijde en de PVV, Forum voor Democratie, en de niet-stemmers en in mindere mate SP, Partij voor de Dieren en 50PLUS ter linkerzijde. Kiezers van VVD en D66 scoren gemiddeld resp. rond de +45 en +55. Terwijl de kiezers van de PVV resp. +22 en -53 scoren. In dit rapport van het SCP worden ook vergelijkingen getrokken met resultaten van vragen die ook in 1975 waren gesteld m.b.t. oordelen over de politiek en politici. Men komt tot de conclusie dat er geen grote verschillen zijn t.o.v. nu. Maar dat bestrijdt de Hond. De twee grote partijen (CDA en PvdA), die samen in de zeventiger jaren rond twee derde van de kiezers achter zich kregen, dekten een veel breder scala van meningen van de Nederlanders af t.a.v. tevredenheid over het eigen leven en het optimisme over Nederland af, dan nu het geval is. Tegenwoordig kent de fragmentatie van het Nederlandse electorale landschap ook een duidelijke samenhang met de positie op die twee assen ‘tevredenheid over het eigen leven’ en ‘optimisme over Nederland’. Wat we daarbij zien is dat zowel bij de regering en vrijwel alle politieke bestuurders als in de prominente “oude” media, de rechterkant goed is vertegenwoordigd, maar de linker onderkant niet. Met grote gevolgen voor het verder uit elkaar lopen van de tweedeling. Deze door mij gesignaleerde problematiek in Nederland (en trouwens in veel andere landen) is voor onze toekomst volgens hem, (nog) bedreigender dan klimaatverandering en zou in politiek Den Haag een nog hogere urgentie moeten geven dan de klimaatproblematiek. Maar daar ziet hij helaas weinig tot niets van. De politieke cultuur in Den Haag is nog steeds hetzelfde. Er is een verkiezingsuitslag. Er wordt een regering gevormd met louter vertegenwoordigers van partijen uit het rechtse segment. Er is een dichtgetimmerd regeerakkoord. En men gaat samen op weg naar de volgende verkiezingsnederlaag voor regeringspartijen bij de volgende Eerste Kamerverkiezingen en daarna een verdere fragmentatie bij de Tweede Kamerverkiezingen. En tussen de sluiting van de stembussen van de ene verkiezing en het openen van de stembussen van de volgende verkiezingen wordt de mening van de kiezers eigenlijk niet op prijs gesteld. [is zelfs lastig] Waarom hechten de Haagse politici zoveel belang aan de uitkomsten van het CPB en de doorrekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving, maar wordt er vrijwel niets gedaan met de bevindingen van het SCP? Ook de reacties op het rapport van de Staatscommissie Parlementair Stelsel vanuit de verschillende politieke partijen geven mij geen enkel vertrouwen dat er fundamenteel wat zal gaan veranderen, laat staan op kort termijn. Zeker niet als we weten dat veranderen van de Grondwet lang duurt en twee derde meerderheden nodig heeft. In de meeste Westerse democratieën zien we min of meer vergelijkbare patronen. De uiting van de spanningen die hierdoor ontstaan kent vele verschijningsvormen. We zien het in verkiezingsuitslagen in de verschillende landen (zoals ook de winst van Trump, Brexit, maar ook de winst destijds van Macron), en de opstand van de gele hesjes in Frankrijk. In vrijwel alle landen van de Europese Unie zien we verkiezingsuitslagen die het moeilijker maken om regeringen te vormen. Hij is bang dat het van de categorie is “You ain’t seen nothing yet”. En dat er nog veel meer staat te gebeuren met grote gevolgen voor stabiliteit, economie en bestuurbaarheid. Hij is langzamerhand tot de trieste conclusie gekomen, dat het niet is dat men in Den Haag de urgentie van deze problematiek niet onderkent. Maar dat men gewoon niet in staat is om SAMEN tot een aanpak te komen, die in het belang is van ons allen. Hij hoopt oprecht dat in 2019 het tegendeel wordt bewezen. [maar de kans daarop is niet groot] 

D66-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Rob Jetten, liet deze week in de talkshow van Eva Jinek zien hoe het inderdaad niet moet. Hij verdedigde daar de milieuplannen van het kabinet met uitspraken, waarmee hij er op Twitter ongenadig van langs kreeg. Van links (pak de vervuilende bedrijven eerst eens aan) tot rechts (wie gaat de energietransmissie betalen). Van de ongeveer 2000 tweets over de uitzending die door een miljoen Nederlanders werd bekeken, ging het grootste deel over Jetten. Behalve een enkele supporter van de D66-voorman, was er vooral kritiek en veel woede over de komende milieumaatregelen. De aankondiging van Jetten dat een gezin dat moeite heeft om een dure elektrische auto aan te schaffen, 6.000 euro subsidie kan krijgen, viel heel erg verkeerd. En waarom wordt, in de voorstellen die nu op tafel liggen, de burger zo zwaar belast en de industrie zo zwaar beschermd. Waarom beginnen we niet met eerst met de CO2 uitstoot fors terug te brengen en wachten we niet totdat er meer en hopelijk simpeler oplossingen komen voor de transmissie van gas naar een duurzamer product. Het lijkt erop dat we als een gek van start gaan, zonder goed te hebben nagedacht over de mogelijkheden en de kosten. Dan dan het ondoordachte voorstel van een ‘goedkope gebouwgebonden lening’ om daarmee de kosten te kunnen betalen van het laten isoleren van een koopwoning en de ombouw van gas naar een ander product verwarming, warm water en vervanging van het gasfornuis. Die gebouwgebonden lening roept vragen op. Krijgt die lening een hogere status dan de bestaande hypothecaire inschrijvingen? Wordt die lening bij het BKR ingeschreven als een schuld van de bewoner/eigenaar? Wordt het bedrag van die lening in mindering gebracht bij de bepaling van de WOZ-waarde zoals die door de lagere overheid wordt vastgesteld? En als de aflossingen en rente betalingen van de bestaande hypotheken plus die van de goedkope gebouwgebonden lening met het bestaande inkomen niet meer kunnen worden opgebracht? Op 13 oktober 2018 schreef ik hierover al dat “Gasgestookte Cv-ketels kunnen pas worden verwijderd als een goede isolatie is aangebracht, anders lekt de warmte door de kieren weg, zegt Dr Frans Schilder, Senior wetenschappelijk onderzoeker Sector Verstedelijking en Mobiliteit werkzaam bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De huidige Cv-ketel stuurt warm water door de radiatoren, al naar gelang de buitentemperatuur en de gewenste temperatuur, maar nieuwe warmtebronnen, die hij niet nader preciseert, leveren een constante van 20 graden. In winterse omstandigheden en voor ouderen kan de wens-temperatuur hoger moeten zijn. En daar moet dan bijverwarming voor beschikbaar zijn. Over warmtepompen heb ik onlangs gelezen dat die maar een basistemperatuur leveren van 16 graden. Er zijn nog 1,4 miljoen woningen die voor 1945 zijn gebouwd en waarvoor nog geen oplossing voorhanden is hoe die moeten worden verwarmd. Hoe een jarendertig-woning moet worden gerenoveerd is nog niet bekend, net zomin wat dat gaat kosten en of dat betaalbaar is. Het verduurzamen van een jaren vijftig en zestigwoning gaat al gauw €50.000 tot €80.000 kosten. Over verwarmen met een warmtepomp zijn de geleerden het niet eens. De een zegt ‘ja’ als het huis maar optimaal is geïsoleerd, de ander zegt ‘nee’ nog niet want de energierekening gaat dan omhoog gieren als er hier of daar toch warme lekt.” Laat ik voorop stellen dat alle huizen, zowel koop als huur, gebouwd in de vijftiger- en zestiger jaren en daarvoor, die niet dan wel niet grondig zijn geïsoleerd, met een dure investering zullen komen te zitten. En dan resteert de vraag nog of het wonen in een volledig dicht geïsoleerde woning, uit het oogpunt van de gezondheid van mens en dier, wel leefbaar blijft? Moet een huis juist niet kunnen ademen, moeten er juist niet kieren zijn voor contacten met de buitenwereld. Ik snap wel daarom voor die aanpak wordt gekozen, omdat de waterpomp maar een basiswarmte afgeeft en de rest moet worden bijverwarmd. En dat heeft dan ongewenste gevolgen voor het kostenplaatje. Dat hele concept Klimaatakkoord moet op de schop en er moet een veel bredere visie komen op de klimaatproblematiek en er moet nagedacht worden over betaalbare oplossingen voor iedereen. De industrie is er goed in geslaagd het grootste deel van de lasten het het terugbrengen van de CO2 uitstoot ‘elders’ neer te leggen. Maar het hele project valt onder de noemer ‘ondernemersrisico’ en daar moet het ook blijven. Ook trouwens de overstap van fossiele brandstoffen in het productieproces. DDS schrijft hierover: Daarnaast ontbreken in het voorgelegde Klimaatakkoord andere maatregelen die noodzakelijk zijn voor een bredere aanpak. Zo komt het woord ‘waterkering’ niet in het akkoord voor en ook de noodzaak voor het beperken van waterconsumptie in droge zomers wordt nergens genoemd. Wanneer de mondiale temperatuur inderdaad gaat stijgen wordt Nederland waarschijnlijk droger in de toekomst en krijgen we vaker droogten zoals in de zomer van 2018. We moeten ons niet beperken tot de CO2-uitstoot als Nederland echt klimaatbestendig wil worden. Dat terwijl de focus op CO2 juist nauwelijks effectief lijkt. Het huidige akkoord voorziet niet in dergelijke concrete plannen als het verhogen van dijken. Dat is jammer, want de natuur is al eeuwenlang een geduchte tegenstander van de Nederlanders en aanpassen aan de krachten van de natuur kunnen we dan ook als geen ander. In de nacht van 31 januari en 1 februari 1953 overstroomden (grote) delen van de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland, waarbij 1836 mensen verdronken. De Sint-Ignatiusvloed of Beatrixvloed werd veroorzaakt door een stormvloed in combinatie met springtij, waarbij het water in de trechtervormige zuidelijke Noordzee tot extreme hoogte steeg. In het VK werden 307 doden geteld, waaronder 133 bij het vergaan van de Engelse veerboot Princess Victoria en 28 in België. De ramp was aanleiding voor de ontwikkeling van een sterk verbeterde kustverdediging met de bouw van uitgebreide stormvloedkeringen. Wij bouwden de Deltawerken. Begin 20e eeuw lieten Nederlanders zien de natuur te beheersen door polders op te leveren en de Afsluitdijk te bouwen. Dat er in het klimaatakkoord niet over concrete maatregelen wordt gesproken waarbij het effect bij het overkomen van klimaatverandering vaststaat is dan ook opmerkelijk te noemen, als we ervan uitgaan dat de zeespiegel volgens het IPCC aan het einde van de 21e eeuw op wereldschaal met 26 tot 82 centimeter zal zijn gestegen. Uit satellietmetingen blijkt dat het zeeniveau niet overal op aarde even snel stijgt. De zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust was de afgelopen eeuw vrijwel net zo sterk als de wereldwijde stijging. In de twintigste eeuw is, volgens het KNMI, de zeespiegel ongeveer 20 centimeter gestegen. De overheid zal daarvoor beleid moeten maken om overstroming van grote delen van ons land dat onder NAP ligt tijdig te voorkomen. Dat bij al die onzekerheden Rob Jetten zich achter de kabinetsvoorstellen schaart, zal D66 zwaar worden afgerekend. Ik vraag mij af of het partijbelang wel wordt gediend als Jetten op zijn stoel kan blijven zitten: een zogenaamd dat door de mand valt. Of D66 na de komende verkiezingen over 10 weken nog bestaansrecht heeft is een open vraag, waarop ik nog geen antwoord geeft maar hem wel stel. Voor de partij zou het een geschenk zijn als het ‘politieke talent’ uit eigener beweging opstapt en de fractie daarna besluit dat het uit de coalitie stapt.

Banca Cassa di Risparmio di Genova e Imperia in grote problemen

Kan nog de ondergang van een stokoude Italiaanse bank worden voorkomen? Twee jaar geleden werd Monte dei Paschi di Siena (sinds 1472) door de staat gered. Eind 2018 probeert het elf jaar jongere Banca Carige uit Genua uit alle macht overeind te blijven. Het zag er goed uit, maar vorig weekeinde volgende een forse tegenslag. De koers van het aandeel Carige sloot 28 december op €0,0016. Wat ging er mis? 23 december wees een buitengewone aandeelhoudersvergadering een pakket maatregelen ter versterking van het eigen vermogen van de bank af. De familie Malacalza, die 27,6% van de aandelen in handen heeft, torpedeerde het plan om €400 mln op te halen. Ook een omgekeerde aandelensplitsing (1000 stuks voor één, om de koers een wat florissanter aanzien te geven van €16) en de conversie van zogeheten spaaraandelen gaan niet door. De Malacalza’s, die volgens Reuters al zo’n €400 mln in de bank staken, willen meer duidelijkheid over de toekomst van de bank voordat ze instemmen met nieuwe ingrepen. De waarde van hun investering is nagenoeg verdampt. Carige is op de beurs bij de huidige koers €90 mln waard. De weigering was een mokerslag voor het zieltogende Carige. De bank is het voornaamste zorgenkind in een sector die beleggers, toezichthouders en waarnemers nog steeds veel zorgen baart. Fragmentatie, een beroerde winstgevendheid en een enorme berg probleemkredieten maken dat de Italiaanse banken maar matig in staat zijn de stroef draaiende Italiaanse economie te bedienen. De afgelopen weken was het nieuws juist iets beter geworden. In november wist Carige de eerste poot van een door de Europese Centrale Bank (ECB) goedgekeurd kapitaalversterkingsplan te voltooien. Een bankengarantiefonds tekende in op het leeuwendeel van een achtergestelde lening €320 mln. De week volgde de mededeling dat Carige een pakket slechte leningen met een boekwaarde van bijna €1 mrd had weten te verkopen. [de vraag hierbij aan wie? Als de maffia de slechte leningen portefeuille voor een habbekrats heeft gekocht en de afgeschreven leningen gaat proberen te innen zullen die andere innings-methoden inzetten dan gebruikelijk in het bankwezen] Daarmee voldeed de bank een jaar voor de deadline aan ECB-eisen rond het opschonen van het leningenboek. [maar het ware verstandiger geweest die slechte leningen af te schrijven als oninbaar] De gesneuvelde aandelenemissie was de tweede poot van het kapitaalplan. Na de vergadering stapten twee niet-uitvoerende bestuurders op, uit onvrede over de gang van zaken. Diverse media melden dat de Malacalza’s op het matje zijn geroepen bij de ECB, en ook het bestuur van Carige moet zich in Frankfurt melden. De toezichthouder had vorige week nog gezegd Carige mogelijk extra tijd te geven om de zaakjes op orde te krijgen, als het kapitaalplan succesvol werd uitgevoerd. Nu dat niet gelukt is, lijkt de toekomst van het 536 jaar oude Banca Carige uiterst onzeker. De Europese noodingreep voor de Genuaanse financiële groep zet nog eens de precaire situatie van de Italiaanse banksector in de verf. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft Carige onder haar toezicht geplaatst, nadat was gebleken dat de bank er niet in was geslaagd een noodzakelijke kapitaalverhoging door te voeren die de groep weer in rustiger vaarwater moest brengen. [dat kan er op duiden dat de familie Malacalza niet bereid is, onder de huidige onzekere vooruitzichten, opnieuw geld in Carige te stoppen] Carige kwam de voorbije jaren in de problemen door een mix van managementproblemen, slechte kredieten en de slabakkende economie in Noord-Italië. De groep, voor bijna een derde in handen van de lokale ondernemer Vittorio Malacalza, lijdt al sinds 2013 verlies en had al meerdere kapitaalinjecties nodig om het hoofd boven water te houden. Carige geldt als de tiende grootste bank van Italië met een balanstotaal van net geen €24 mrd. De groep telt meer dan 4.000 werknemers en is actief met 503 kantoren. Vorige maand stond er nog een kapitaalverhoging van €400 mln op de agenda. Die maakte deel uit van een reddingsplan dat andere Italiaanse banken hadden uitgedokterd omdat ze vreesden dat een implosie van Carige de hele sector zou schaden. Die noodzakelijke kapitaalverhoging ging niet door omdat de hoofdaandeelhouder Malacalza niet meedeed. Die eiste meer duidelijkheid over de toekomst voor de groep voor hij nieuw geld in de bank zou pompen. In de nasleep van Malacalza’s veto hebben nu ook de CEO en de voorzitter van de raad van bestuur aangekondigd dat ze opstappen. De ECB grijpt nu dus in en plaatst Carige volledig onder haar controle. Frankfurt heeft drie bestuurders aangeduid die de balans van Carige moeten opkuisen en op zoek moeten gaan naar een mogelijke overnamepartner voor de bank. Volgens Italiaanse media is ook Rome mee op zoek naar een overnemer die Carige voor een symbolische euro zou willen overnemen. Daarbij wordt vooral gekeken naar Unicredit, de grootste bank van het land. Het plan roept herinneringen op aan de reddingsoperatie die de Italiaanse overheid anderhalf jaar geleden nog uitwerkte voor Banca Popolare di Vicenza en Veneto Banca, twee Venetiaanse banken die toen klinisch dood waren na een reeks mislukte kapitaalinjecties. Uiteindelijk zouden de twee worden overgenomen door de grootbank Intesa Sanpaolo, maar die kreeg daar wel financiële garanties van de overheid voor. De malaise bij Carige zet nog eens in de verf in welke precaire toestand de Italiaanse banken zich nog steeds bevinden. Niet alleen de stugge houding van aandeelhouders als Vittorio Malacalza vormt een risico. Ook de populistische regering-Conte kan de Italiaanse financiële sector pijn doen, waarschuwen toezichthouders. De *****beweging en Lega Nord hebben al laten weten dat de Italiaanse overheid geen geld en garanties gaat verlenen. Wat wel meespeelt is dat Italiaanse huishoudens hun spaargelden en hun oudedagsvoorziening hebben ondergebracht bij de banken en dus ook risico’s lopen. Als de obligaties niets meer waard zijn, zijn ze hun geld kwijt. Bij de risico-afweging van de financiële partijen speelt ook mee of de baten van een overname uiteindelijk niet minder opleveren dan wachten op een bankroet en daarna de rendabele portefeuilles overnemen.

Slotstand indices d.d. 4 januari 2019; week 1: AEX 492,01; Bel20 3317,05; CAC40 4.737,12; DAX30 10.767,69; FTSE 100 6.837,42; SMI 8.610,18; RTS (Rusland) 1118,03; DJIA 23.433,16; NY-Nasdaq 100 6.422,67; Nikkei 19.561,96; Hang Seng 25.626,03; All Ords 5.677,0; SSEC 2.514,87; €/$1,139556; BTC/USD $3.858,6699; 1 troy ounce goud $1284,02; dat is €36.201,30 per kilo; 3 maands Euribor -0,309% (1 weeks -0,373%, 1 mnds -0,363%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,344%; 10 jaar VS 2,6364%; 10 jaar Belgische Staat 0,738%, 10 jaar Duitse Staat 0,194%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,23%, 10 jaar Japan -0,0379%; 10 jaar Italië 2,881%. Een liter diesel hier aan de pomp €1,229.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.