UPDATE 27042019/476 Centrale bankiers moeten ook voor de sociale gevolgen van hun beleid verantwoording afleggen

Reacties op de Paas-boodschap

De schrijver van dit blog heeft het afgelopen weekend en de dagen erna veel reacties gehad op de Paas-boodschap die door Trouw werd gepubliceerd. De centrale vraag die mij gesteld was hoe ik tot de conclusies ben gekomen zoals ik die heb verwoord. Ook werd mij kwalijk genomen dat ik een aantal personen met naam noemde die ik aan het kruis zou hebben genageld. De beeldspraak zou refereren aan het lijdensverhaal van Goede Vrijdag maar zover ben ik niet gegaan. Wel heb ik gesteld dat de met name genoemde personen niet bezig zijn de structurele monetaire problemen aan het oplossen zijn maar zich beperken tot symptoombestrijding en de macht van de financiële markten respecteren. Dat heb ik aan de orde willen stellen met de Paasdagen. Daar neem ik ook geen woord van terug. Ja, het is harde taal maar de tijd van een softe aanpak is voorbij. iAl een aantal maanden wijs ik het monetaire beleid van de ECB aan als ons grootste probleem dat op een achterliggend scenario draait. Op 30 maart j.l. schreef ik in blog 471, na de publicatie van het jaarverslag van DNB, onder meer “Met zijn uitspraken deze week is Knot niet langer onze monetaire man, die al onze belangen behartigt. Hij verloochent zichzelf. Hij realiseert zich dat hij niet meer is geworden dan een zetbaasje dat de orders van het hoofdkantoor, in dit geval Mario Draghi en zijn handlangers, moet uitvoeren. Hij weet dat het monetaire beleid van de ECB, dat 4½ jaar geleden werd ingezet met een systeem van kwantitatieve verruiming waarmee voor €2.600.000.000.000 staatsobligaties van de 19 eurolanden werden ingekocht, waarmee de geldmarkt werd overvoerd hetgeen leidde tot rentetarieven van rondom de 0%. En wat het ergste hiervan is dat de ECB daarmee wilde bereiken dat de economische groei zou worden gestimuleerd en de inflatie de 2% zou bereiken. Er zijn enorme bedragen aan vrijwel gratis geld beschikbaar, maar de economische groei zakt in de eurozone steeds verder weg. Ouderen zouden daarvoor verantwoordelijk zijn, zij consumeren te weinig en sparen te veel voor hun oude dag en voor onzekere tijden. Op zich is er een heel aannemelijke verklaring voor, daarover schrijf ik al enige tijd, maar dat dringt niet door tot de autoriteiten die daarvoor bekwaam zouden moeten zijn. Wat Knol nu doet is ons wijsmaken dat we over een langere tijd, misschien wel dertig of veertig jaar, opgescheept zitten met het totaal mislukte monetaire beleid van Mario Draghi. Over 7 maanden vertrekt – gelukkig – Draghi, maar de enorme schade die hij heeft toegebracht zal hem blijven achtervolgen. Deze man mag geen referentie van ‘goed gedrag’ en een lovende afscheidsreceptie krijgen. Ik verwacht dat dit hele monetaire systeem implodeert door het wegvallen van vertrouwen in geld. Waar we dan in terechtkomen, daarover heb ik op dit moment nog geen mening. Wel over een door Draghi al aangekondigde uitgifte nieuwe TLTRO’s, nog meer gratis geld, dit najaar.”. Dat ondanks de enorme hoeveelheden gratis geld, waarmee de markt wordt overvoerd, het bedrijfsleven onvoldoende investeert is te verklaren door het ontbreken van een visie op de toekomst. Ondernemers investeren pas als ze kunnen inschatten hoe de samenleving zich gaat ontwikkelen, waar onderwijs en wetenschap zich mee gaan bezighouden en voor welk werk ze gaan opleiden, zodat ze zich een beeld kunnen vormen van de samenleving en de markten van de toekomst. Die toekomstvisie moet komen van onze politieke leiders, maar die missen de bekwaamheid daaraan inhoud te geven. Ik zou hier willen stellen dat ze hiervoor incompetent zijn. Ze houden zich vooral bezig met onderhoud en niet met nieuwbouw. Daar zijn architecten voor nodig. Maar wat blijft is dat de centrale bankiers hebben gekozen voor een monetair beleid van kwantitatieve verruiming van de geldhoeveelheden, die zo extreem groot zijn dat de geldmarkten totaal zijn ontregeld. Ik zeg het nog maar een keer: als debiteuren met een triple A-rating, als Nederland, geld willen lenen voor een vaste rente gedurende 30 jaar, tot 2050 dus, betalen ze voor €1 mln slechts 7110,00 rente per jaar. En toch gebruiken het bedrijfsleven en overheden de mogelijkheden van een zo goedkope financiering niet. Daarvoor is ook nog een andere optie voor: het bedrijfsleven investeert niet in de toekomst omdat ze twijfelen aan de waarde en gegoedheid van de euro. Die gedachte is te onderbouwen doordat er zo massaal veel geld beschikbaar is is dat valuta niet meer exclusief is en daarbij zo goed als gratis wordt aangeboden. Mogelijk blijven ondfernemers aan de zijlijn staan omdat ze twijfels hebben in het vertrouwen van de munt. Daarmee bereiken de centrale bankiers juist het tegendeel van wat ze trachten te bereiken, mogelijk wilden forceren. Als die aanname een bron van herkenning krijgt dan zitten de Centrale Banken met een levensgroot probleem: hoe krijgen we de geldhoeveelheid terug naar ‘normale’ proporties en de rente weer omhoog zonder monetair/financiële en sociaal/maatschapelijk chaos op te roepen? Dat is een reden van zorg. Op de slotdag van de Voorjaarsbijeenkomst van het IMF in Washington stelde Christine Lagarde nog eens duidelijk dat de politiek geen invloed kan en mag uitoefenen op monetair beleid. Op dat moment werd de vraag actueel aan wie centrale bankiers rekening en verantwoording afleggen over het monetaire beleid dat ze voeren. Weliswaar verklaart de voorman van de ECB iedere 6 weken aan de financiële markten dat hij hun belangen zal blijven behartigen. Maar er zijn ook economisch/sociaal/maatschappelijke ontwikkelingen die worden aangetast door het monetaire beleid. Dat het IMF de politiek daarvoor buitenspel zet, kan ik nog wel ergens respecteren (politici missen monetaire bekwaamheden), maar wie dan wel? Vandaar mijn Paas-boodschap dat daar een hoge prioriteit aan gegeven moet worden. Maar er spelen ook ander aspecten een rol, die op de agenda moeten komen. Wie profiteren er optimaal van de enorme hoeveelheden gratis geld die op de markten rondzwerven: beleggers en speculanten, want zo werkt de markt wel. Zij zorgden ervoor dat de aandelen- en obligaties en de daarbij behorende financiële producten in een bull-market terecht kwamen. De koersen stegen en blijven stijgen tot onrealistische hoogten zonder dat daar optimistische verwachtingen op de langere termijn aan ten grondslag liggen. Zogenaamde windhandel: zuiver speculatieve handel die alleen wordt gedreven met het oog op winst en tegen prijzen die elke reële basis missen. Op 26 juli 2012 stelde Mario Draghi de financiële markten gerust over de onzekerheden van de euro met de uitspraak ‘whatever it takes to preserve the euro’. Aan die uitspraak heeft hij zich gehouden. Tot eind 2018 kocht de ECB (staats)obligaties op ter waarde van €2.600.000.000.000. Door die enorme massa geld daalde de rente van de euro naar 0% en lager op de kapitaalmarkten. Door dit beleid wordt Draghi nu door de financiële markten gegijzeld. Die profiteren optimaal van het gratis geld dat royaal voorhanden is en willen die situatie bestendigen. Een weg terug voor Draghi is er niet met de dreigementen vanuit de markt dat er dan een kapitaalvernietiging, van onbekende omvang, gaat plaatsvinden. Nog meer geld in de markt pompen, waar de Bank of Japan mee bezig is brengt een ineenstorting van het monetaire/financiële systeem dichterbij. De centrale bankiers worden beschermd door het IMF, maar hoelang is dat nog vol te houden. De centrale banken functioneren niet als een democratische instellingen. Behalve aan zichzelf leggen ze aan niemand rekening en verantwoording af over de gevolgen van het gevoerde monetaire beleid. Dat benoem ik als een heel ongezonde situatie. Juist omdat de financiële markten de macht van de centrale banken sterk heeft beknot. Zij gijzelen de monetaire autoriteiten. In feite kunnen de centrale bankiers geen richting meer uit: niet meer vooruit en niet meer achteruit zonder grote schade toe te brengen aan de samenleving. Daar komt nog een ander aspect bij waarop ingegrepen moet worden. Het monetaire beleid heeft tot gevolg dat de rijken, de beleggers en de speculanten ‘verrijken’ door de stijgende effectenkoersen. De prijs daarvan komt terecht op de bordjes van de spaarders en de werknemers die 40 jaar sparen voor een pensioen. Maar het wegvallen van het rendement over een groot deel van de opgebouwde pensioenreserves zet de dekkingsgraad zwaar onder druk. Daardoor moeten 1.400.000 gepensioneerde metaalarbeiders volgend jaar rekening met een verlaging van hun pensioenuitkering. En dat is nog maar het begin, want DNB zegt dat wij er rekening mee moeten houden dat die situatie nog wel decennia kan blijven bestaan. Dat betekent dat er van ons spaargeld en onze pensioenen niets overblijft. Ik ageer tegen de ontwikkeling dat het spaargeld van de arbeiders verschuift naar de rijken zonder dat geen enkele autoriteit aan de noodrem trekt. Kennelijk zijn dat ontwikkelingen die het gevolg zijn van het neo-liberale beleid en moeten we dat maar accepteren, wordt het volk wijsgemaakt. Daarvoor heb ik aan de alarmbellen getrokken. Overigens ook met een kleine oplossing: De ECB zou vanaf 1 mei 2019 aflossingen van (staats)obligaties van de 19 eurolanden in portefeuille bij de ECB niet langer meer worden herbeleggen. Geeft op termijn wat lucht, maar is uiteraard niet de noodzakelijke oplossing. Het kabinet Rutte III moet stoppen met een pensioenhervorming waarin wordt geregeld dat de financiële buffers, die een absolute must zijn als reserves bij verdere ontsporingen, maar moeten worden ingezet om pensioenverlagingen te voorkomen. Het is korte termijnbeleid, maar heel slecht voor verplichtingen van pensioenfondsen op de langere termijn. Gebruik het gezonde verstand, zou ik tegen dit kabinet willen zeggen, als dat er is.

Het vertrouwde Europa loopt op zijn einde

Nadat ik bovenstaande toelichting had geschreven las ik een interview in Letter & Geest van 20 april met de politicoloog Bruno Maçães (1974), Portugals staatssecretaris voor Europese Zaken (2013-15). Hij heeft gewerkt voor diverse denktanks, waaronder het American Enterprise Institute en Carnegie Europe. Tegenwoordig is Maçães verbonden aan het Hudson Institute in Washington D.C., die stelt dat in de nieuwe wereldverhoudingen China oprukt. Het is wennen, maar Europa moet flink inschikken, analyseert hij. Hij schetst de nieuwe wereld in twee continenten (Afrika laat hij buiten beschouwing en Oceanië rekent hij niet tot de nieuwe economische grootmachten). Dat zijn Amerika, gedeeld in Noord Amerika en Zuid Amerika en Eurazië met Europa, Als ergens op dit continent is doorgedrongen welke kansen die ‘dageraad van Eurazië’ biedt, dan is het wel in China, dat met zijn ‘Nieuwe Zijderoute’ ambitieuze plannen heeft ontvouwd om het continent te ontsluiten met spoorlijnen, wegen en havens. “De scheiding tussen Europa en het Oosten, zoals deze er jaren was, werd veroorzaakt doordat Europa moderniseerde en technologisch gezien enorme sprongen nam, terwijl Azië dat niet deed. Deze scheiding bestaat niet langer”, vertelt hij. “Europese landen lijken in veel opzichten op Aziatische landen. En als het op de economie aankomt, dan zijn de verbindingen zeer ver ontwikkeld. Handel tussen Europa en Azië is nu belangrijker dan die tussen Europa en de Verenigde Staten. We leven in een wereld waarin de oude verhoudingen, die ons eeuwenlang hebben geholpen om onze wereld vorm te geven, niet langer gelden. We moeten nu gaan nadenken over wat Europa wordt in deze nieuwe wereld.” “Europa heeft een eigen strategie tegenover Rusland, China en India nodig – politieke strategieën, niet enkel economische. Dat is nu van groot belang. Ontwikkelen we die niet, dan heeft dat grote negatieve gevolgen voor ons. “Als je één oorzaak zoekt van de crises waarmee Europa de laatste jaren te maken heeft gehad, dan is dat het onvermogen om met invloed uit het Oosten om te gaan. Vluchtelingen, Chinese economische macht, Russische militaire avonturen. Europa lijkt te geloven dat het dit allemaal gewoon kan negeren. Zoals zo vaak, is de consequentie dat je later geconfronteerd wordt met een situatie die nog veel erger is.” “Europa heeft zijn macht en invloed in de wereld zien verminderen. De economische invloed van China is heel groot, terwijl veel van de brandstof van het opkomende populisme zit in het idee dat we de controle aan het verliezen zijn. En we verliezen die controle, omdat anderen rondom ons machtiger geworden zijn. We zijn niet langer in staat om ons lot onafhankelijk van de rest van de wereld vorm te geven.” Europese bedrijven hebben migranten nodig om hun lagere salarissen, zodat ze competitief zijn in tijden van globalisering. Dat heeft een economische noodzaak voor open grenzen gecreëerd. Verder gaan veel banen in Europa verloren, omdat de competitie met Azië toeneemt. “Kijk je naar Rusland als ‘sterk’ land, dan vinden sommigen Europa soms zwak afsteken, zeker de Italiaanse populisten. We waren gewend dat we onze eisen aan de rest van de wereld konden dicteren, maar dat kan niet langer. Dat heeft traumatische consequenties. Zoals het groeiende populisme.” “Het is onmogelijk om de controle van vroeger terug te krijgen. Dat is de consequentie van globalisering. ” Het idee dat wij ‘onze weg’ kunnen prediken, en dat de rest dan volgt, is nonsens. Dat was en is een onrealistisch project. We preken niet meer, maar isoleren onszelf van de rest van de wereld. Het voelt soms alsof we teruggaan naar de tijd van de Mongolen, bang als we zijn voor de duistere krachten uit het Oosten. Dat is fout. We moeten leren hoe we kunnen leven in een wereld waarin niemand de baas is. Om met anderen te leven, tegen ze te vechten, met ze samen te werken, afhankelijk van de omstandigheden en de kwesties die spelen.” Over invloed uit het Oosten gesproken: u schrijft veel over het Belt and Road-initiatief, China’s Nieuwe Zijderoute voor Eurazië, waar China honderden miljarden in pompt. Is dat een bedreiging voor Europa of een zegen? “Het wordt snel duidelijk: wie die nieuwe infrastructuur beheert, heeft macht. Die infrastructuur kan namelijk voor politieke doeleinden gebruikt worden. Daarom moet Europa een deel ervan gaan beheren en soms met China delen. Anders komen we straks in een wereld terecht waarin we volledig afhankelijk zijn van handel, terwijl iemand anders de havens beheert. En die havens ook kan sluiten, als vergelding voor bepaalde politieke beslissingen. Of verschillende prijzen voor verschillende bedrijven gaat hanteren.” “Ook zullen we een strategie voor deze nieuwe wereld moeten ontwikkelen. Een wereld waarin Azië en Europa zijn geïntegreerd. Waar we dezelfde ruimte delen met zeer invloedrijke machtsblokken, Rusland en China in het bijzonder. We moeten zorgen dat we de capaciteiten hebben om deze Euraziatische wereld mede vorm te geven. Nee, Eurazië lijkt niet op ons Europa, zeker niet, maar het moet wel een wereld zijn waarin we ons in zekere mate thuis kunnen voelen.”

De toekomst van Europa

‘De toekomst van Europa’is uitgegeven door de Mr. Hans van Mierlo Stichting. Enkele citaten hieruit. In het jaar 2000 publiceerde Larry Siedentop, politiek filosoof aan de Universiteit van Oxford, het boek Democracy in Europe. Hij trok naar Brussel om getuige te zijn van ‘een staat in wording’. De belangrijkste conclusie van Siedentop was dat het debat over wat zich in Brussel allemaal afspeelde, vrij armetierig was. Er werd gewerkt aan een nieuw staatkundig experiment. Maar de diplomaten, experts en journalisten? Die spraken nauwelijks over democratie, bestuur en burgerschap, maar over economie en het vervolmaken van de markt. Siedentop kreeg het verwijt een fundamentele denkfout te hebben gemaakt. Het debat over Europa was inderdaad weinig fundamenteel, maar dat was niet gek. Er was immers helemaal geen sprake van staatsvorming. Het ging slechts om een project van natiestaten, gebaseerd op de wens wat obstakels weg te nemen voor vrij verkeer van personen, diensten en goederen. Dat project was anno 2000 bijna voltooid en de werkelijke politieke macht lag nog altijd bij de lidstaten. Bijna twee decennia later is het duidelijk dat Siedentop een betere inschatting maakte van de situatie dan zijn critici. In de eerste plaats omdat de Europese Unie op zijn minst altijd al een ambigu (=ondubbelzinnig) project is geweest, waarin ‘een project van natiestaten’ werd gecombineerd met staatkundige experimenten die hun woorden ontleenden uit een discours van staatsvorming. Denk aan de introductie van het gekozen parlement (1979) en Europees burgerschap (1992). Een opgestelde en weer weggestemde Europese Grondwet (2005), een financieel-economische crisis waarbij lidstaten door de EU moesten worden gered (2009-2014), een migratiecrisis die liet zien hoe de EU worstelde met haar grenzenbeleid en asielsysteem (2013-2015), de annexatie van de Krim en het conflict in Oost-Oekraïne waardoor Europa werd geconfronteerd met een militaire crisissituatie in haar eigen regio (2014-heden). En niet te vergeten de opkomst van nationalistische en rechts-populistische partijen die over het algemeen het Europese project afwijzen, symbolisch geïllustreerd door de overwinning van het leave-kamp in het Brexit-referendum in Groot-Brittannië in 2016. Het is een ongemakkelijke werkelijkheid waarin wij ons bevinden. Want we beleven het meest precaire moment uit de geschiedenis van Europese integratie. In de eerste plaats door interne verdeeldheid: in de afgelopen jaren stemden de inwoners van een van de grootste lidstaten voor een vertrek uit de Unie. Zuid-Europeanen protesteerden massaal tegen de ‘opgelegde’ bezuinigingsmaatregelen van de Trojka. En lidstaten in Centraal Europa treden rechtsstatelijke beginselen met de voeten door de onafhankelijkheid in te perken van rechterlijke macht en media. Maar ook door externe oorzaken, omdat de economische en politieke realiteit op mondiale schaal aan het veranderen is: groeiende spanningen met een China dat macht en invloed voor zich opeist, terwijl onze band met de Verenigde Staten zakelijker wordt. Voor de EU liggen beide uitdagingen in elkaars verlengde. Zonder een sterk Europa dat in de wereld voor haar burgers kan opkomen, geen vertrouwen van burgers in de EU. Zonder vertrouwen van burgers in de EU en geloof in haar democratische legitimiteit, geen sterk en gecoördineerd Europa op het wereldtoneel. In de toekomst van Europa bepleit de Nederlandse historicus en filosoof Luuk van Middelaar in zijn gesprek met Tonko van Leeuwen de noodzaak van debatten het openstaan voor legitieme kritiek in de EU. In gesprek met Daniel Boomsma legt de Duitse politicoloog Ulrike Guérot uit waarom de Europese Unie alleen kan voortbestaan als echte republiek van Europese burgers. Susanne Dallinga sprak met journaliste Caroline de Gruyter over de tweestrijd tussen eurosceptische en pro-Europese politici. Milan Assies, de samensteller van deze bundel, ging in gesprek met de Portugese voormalig bewindvoerder voor Europese Zaken Bruno Maçães over de toenemende integratie van het ‘Euraziatische supercontinent’ en welke politieke lessen de EU daaruit zou moeten trekken wat betreft haar buitenlandstrategie. Ook sprak hij met het Hoofd Europa van de Eurasia Group, de Brit Mujtaba Rahman, over onder meer het Franse en Duitse leiderschap. Allemaal te lezen op https://vanmierlostichting.d66.nl/content/uploads/sites/296/2019/04/toekomstvaneuropa.pdf

Luuk van Middelaar (1973) is historicus en politiek filosoof: Als ik een samenvatting maak dan komen naar voren: Van het Europa van de markt, van de regelpolitiek, naar hoe de afgelopen tien jaar vraagstukken opkwamen van een radicaal andere aard. Denk aan de bankencrisis, de eurocrisis, de houding van de Europese Unie tegen Rusland inzake Oekraïne, migranten, enzovoorts. Politieke thema’s waar verdeeldheid over bestaat tussen én binnen Europese samenlevingen. Kwesties zoals deze zijn niet te beslechten met de vertrouwde instrumenten uit de Brusselse gereedschapskist: de depolitisering, het ontmijnen van de politiek door het proberen te vangen in technocratische vraagstukken, in problemen die je kunt oplossen.’ Als een federaal Europa neerkomt op staatsvorming en centralisatie met de Commissie als regering: ja, laat dat los. Het spoort niet met de geschiedenis van de Europese Unie. De Europese Unie is een uitdrukking van de eenheid van ons continent, maar ook van de pluraliteit van ons continent. Neem alleen al Frankrijk en Duitsland. Twee buurlanden die in ongeveer alles totaal verschillend zijn. Ik denk dat het heel belangrijk is dat die verschillen ook zichtbaar blijven en erkend worden. Dat moet niet onder het motto van federalisering weg worden gemoffeld.’

Ulrike Guérot (1964) studeerde geschiedenis, politieke wetenschappen en filosofie en promoveerde in 1995: We hebben geen postnationaal Europa nodig. We moeten streven naar een transnationale Europese staat. Een échte republiek. De natie heeft daarin een plek. Het woord republiek gebruiken we als we een staat willen maken, Nederland als monarchie natuurlijk uitgezonderd. Maar wie naar de rest van de Europese natiestaten kijkt, die ziet de republiek vrijwel overal: met Duitsland, Italië en Frankrijk. Allen berusten ze op democratische besluitvorming, binnen het kader van een Grondwet. De republiek is de meest gangbare manier om een staat vorm te geven, te constitutionaliseren. In de negentiende eeuw gebeurde dat veelvuldig. De Italiaanse republiek die Garibaldi [Italiaanse generaal, die een leidende rol speelde in de vorming van het moderne Italië, red.] stichtte, was in feite een samensmelten van de naties van Napels en Venetië onder één Grondwet. En de Duitse republiek bracht Saxen, Beieren en Pruissen bij elkaar. Waarom zou Europa dat nu niet kunnen doen met de Europese natiestaten? Wij zijn burgers van Europa, maar waar is onze Europese staat? Daar het je een republiek voor nodig.’ ‘Post-democratisch komt van de Britse politiek theoreticus Colin Crouch. Het berust op het idee dat je kunt stemmen, maar niet kunt kiezen. In het huidige systeem zijn de Europese burgers niet de soeverein. Ze kunnen stemmen, maar ze bepalen niet wie er gaat regeren of welk beleid er wordt gemaakt. En dan reist de vraag: wat is de legitimiteit van de huidige Europese Unie? Als het om beleid gaat, is het nu erg onoverzichtelijk en ondemocratisch.’ ‘Kijk naar de Trojka [de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds], die beleid maakte voor Griekenland zonder dat het Griekse parlement dat echt goedkeurde. Kijk naar de Europese Commissie, die weliswaar een systeem van Spitzenkandidaten heeft [kandidaten die de Europese parlementsfracties naar voren schuiven om voorzitter van de Europese commissie te worden], maar waarvan de voorzitter officieel nog steeds benoemd wordt door de Europese Raad. En zie het Europees Parlement, dat weliswaar gekozen wordt maar geen duidelijke wetgevende taak heeft. De Europese Raad gaat daar immers over. Waarom, vraag ik me af, zouden Europese burgers gaan stemmen als ze het beleid voor Europa niet kunnen bepalen? Met welke motivatie gaan mensen stemmen als ze niet het idee hebben invloed te kunnen uitoefenen op het beleid van de toekomst?’ ‘In een Europese republiek zouden we de omslag van governance naar government moeten maken, van besturen naar regeren. In plaats van de Europese Raad, die we moeten afschaffen, zou het Parlement moeten bepalen wie de Europese regering gaat vormen. Uiteindelijk gaat het erom dat we Europees burgerschap echte politieke betekenis geven. Burgerschap is meer dan: ‘we houden van elkaar, we delen dezelfde waarden en we zijn allen Europeanen.’ Natuurlijk heeft La nation du citoyen, zoals de Fransen het zo mooi zeggen, een normatieve betekenis. Het gaat over gedeelde waarden. Maar het heeft ook een juridische dimensie, die politieke rechten en zeggenschap met zich mee moet brengen. Zo bekeken is Europees burgerschap het antwoord op het democratisch tekort van de Unie.’ Liberalisme is geperverteerd. Het is afgedreven van wat het werkelijk betekent, van haar oorspronkelijke doel. Tegenwoordig wordt daar vaak het woord ‘neoliberalisme’ voor gebruikt, een stroming die het egoïsme centraal stelt. In mijn boek breek ik een lans voor republikeins liberalisme, gebaseerd op de res publica, het algemeen belang. In een republiek wordt het algemeen belang georganiseerd en beschermd, bijvoorbeeld door mensen in staat te stellen daaraan bij te dragen en van iedereen een eerlijke bijdrage te vragen.’ ‘Op Europees niveau domineert niet het republikeinse, maar het geperverteerde neo-liberalisme. De Unie is niet de hoeder van res publica. Er is bijvoorbeeld geen echt sociaal beleid. Kijk naar de Europese Commissie. Die kan alleen maar investeren en fondsen werven. Maar een echt herverdelingsbeleid, tussen burgers én tussen landen, ontbreekt. Er wordt namelijk geen belasting geheven. Nu zoekt de Commissie naar private of privaat-publieke partners voor een project en zorgt dat private investeringen op de plekken komen waar ze het meest nodig zijn. Denk aan regio’s met hoge werkloosheid of verwaarloosde infrastructuur. Maar er worden geen belastingen geheven. De Panama Papers [grootschalige belastingontduiking van ‘offshore’ bedrijven, red.] waren een exemplarisch voorbeeld van hoe het op dat gebied mis gaat. Het probleem is heel fundamenteel.’ Als je niet fatsoenlijk belasting kunt heffen op Europees niveau, dat kun je het probleem van groeiende ongelijkheid ook niet wezenlijk bestrijden. Herverdeling is een taak van de staat, maar de huidige Europese Unie kan die niet vervullen. Feitelijk beschermt de Unie alleen markten, geen burgers. Het kan burgers niets anders beloven dan te zoeken naar investeringen en de rijken en grote bedrijven proberen te bewegen meer ‘sociaal’ te investeren. Als je iets aan de ongelijkheid in Europa wilt doen, dan zal er op Europees niveau een werkelijk sociaal beleid moeten komen, mét belastingen. Gebeurt dat niet, dan verliezen mensen hun vertrouwen in het systeem. En dat leidt tot de erosie van het idee van het algemeen belang, van de res publica.’

Bruno Maçães (1974) was tussen 2013 en 2015 staatssecretaris van Europese Zaken van Portugal: “We leven in een wereld waarin de oude verhoudingen, die ons eeuwenlang hebben geholpen om onze wereld vorm te geven, niet langer gelden.” Over de vorming van Eurazië en de opkomst van China verwijs ik naar een bijdrage in dit blog onder de kop Het vertrouwde Europa loopt op zijn einde.

Mujtaba Rahman (1978) is Hoofd Europa bij de Eurasia Group: ‘Het Duitse leiderschapsvraagstuk is immens belangrijk, nu Merkel langzaam maar zeker bezig is met een vertrek uit het centrum van de macht. Haar opvolger mag dan al gekozen zijn (Annegret Kramp-Karrenbauer), maar er zijn veel vragen over de stabiliteit van de Grote Coalitie. Dat brengt fundamentele onzekerheid met zich mee over de toekomst van Europa.’ ‘Overigens is er ook de Italiaanse kwestie. Er ligt een overeenkomst tussen de Italiaanse overheid en de EU over fiscaal beleid, maar het overkoepelende probleem blijft bestaan. In Rome huist een eurosceptische regering die bestaat uit twee populistische partijen. Ze hebben een agenda die zeer anti-Europees is, van migratie tot economisch beleid. Op de middellange-tot-lange termijn zijn ze een existentieel gevaar voor de stabiliteit van de Eurozone. Salvini, de leider van Lega Nord, zal een prominente en dominante politieke speler zijn tijdens de Europese verkiezingen. Hij heeft grote ambities, niet enkel in Italië, maar in heel Europa. Hij wil, samen met illiberale leiders als Victor Orbán, Europa hervormen naar zijn visie. Dat is zorgwekkend. Zeker als je kijkt naar de rest van de the big four – het VK, Frankrijk, Duitsland. Op dit moment zijn dat naar binnen kijkende regeringen, afgeleid door binnenlandse uitdagingen die niet in staat zijn om op Europees niveau een leidende rol te pakken.’ ‘Er zijn een aantal zeer context-specifieke redenen voor populistische bewegingen. Daarbij moet ik ook zeggen dat populisme pas echt voet aan de grond kreeg na de Griekse schuldencrisis. Het was een fenomeen in Zuid-Europa, dat daarna groter werd in samenhang met de migratiecrisis van 2013-2014. Het was een combinatie van economie en migratie die resulteerden in toenemende euroscepsis.’ ‘De wortels van dit populisme zijn natuurlijk ouder dan het afgelopen decennium, het draait om grote vragen. Is de monetaire unie in staat om groei en welvaart te leveren voor burgers in heel Europa? Zijn de instituties in Brussel in staat resultaten te leveren die burgers doen geloven dat de EU tastbare voordelen oplevert in hun leven? Zijn instituties in Brussel voldoende responsief ten opzichte van democratische uitkomsten, of is er een tekort? Zo ja, kunnen we daar wat aan doen? Deze structurele vragen hebben bestaan al lange tijd. Nu ze zijn gecombineerd met twee crises – de Griekse schuldencrisis en de Noord-Afrikaanse vluchtelingencrisis – hebben ze een meer acute vorm aangenomen.’ Hoe zal het Europese beleid precies beïnvloed gaan worden? ‘Op drie verschillende manieren. Allereerst heb je het dagelijks bestuur. Stel dat we straks vier populistische commissarissen hebben. Bijvoorbeeld een Oostenrijker, een Italiaan, een Hongaar en een Pool. Dan heeft dat een enorme impact op hoe effectief de Europese Commissie kan zijn op dagelijkse basis. Vergeet niet dat veel beslissingen worden genomen op basis van consensus in het college.’ ‘Vervolgens moeten we kijken naar welk beleid precies klaarligt voor de commissie in het komend jaar: handelsverdragen met het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, het hervormen van Europees asielrecht, het hervormen van de Eurozone, een overeenkomst over de principes van een Eurozonebudget, noem maar op. Op al deze gebieden gaat het in toenemende mate moeilijker worden om overeenkomsten te bereiken, als je populisten in het parlement, in de commissie en in de raad hebt.’ ‘De derde beleidszorg ligt bij crisismanagement, en dat is meer dan terecht. In het geval dat er een marktcrisis in Italië of een ander land uitbreekt, wordt het steeds onduidelijker hoe effectief Europa kan optreden, als Brusselse instituties meer en meer gecontroleerd worden door populistische regeringen en Europarlementariërs.’ ‘Dus, uitzoomend, zeg ik dat populisme tot nu toe voornamelijk een probleem was van de lidstaten. Een typisch nationaal probleem. Wat dit jaar interessant wordt, wat uniek is aan 2019, is dat het de eerste keer is dat populisme naar Brussel gaat. Het is de eerste keer dat populisten Brusselse instituties gaan infiltreren. Dat is nieuw. Ze kunnen beginnen met het eroderen van Brusselse instituties van binnenuit. Dat is een enorm structureel gevaar op de lange termijn. Dat is waarom de verkiezingen in mei 2019 zo belangrijk zijn.’ De Hanzegroep, een alliantie van acht kleinere eurolanden in Noord-Europa ‘ontstond, op het moment dat Duitsland geen echte leiderschapsrol vervult. Normaal gesproken zouden deze landen in staat zijn achter de brede rug van de Duitsers te schuilen, als het om oppositie tegen het verdiepen van Eurozone gaat. Tijdens de Griekse schuldencrisis was dat precies wat de Nederlanders en de Finnen deden. Nu heeft Duitsland die rol niet, omdat Merkel teveel bezig is met haar eigen overleving. Het heeft de noodzaak gecreëerd voor staten om actiever hun eigen belang te verdedigen. Dat is waarom deze Hanzeliga is opgestaan, als tegenstander van Macrons hervormingsvoorstellen.’ ‘Uiteindelijk is het kortzichtig, omdat ze enkel denken aan het kortetermijnbelang van hun eigen land, en niet kijken naar het grotere plaatje. En dat grotere plaatje draait om de vraag hoe de Eurozone een stabiele monetaire unie kan worden en welvaart kan leveren voor alle leden van de Europese Unie. Dat is de vraag die Macron probeert te beantwoorden. Het is waarom hij het grootste deel van zijn politieke kapitaal investeert in het repareren van de Eurozone. Omdat hij herkent dat, om de EU goed te laten functioneren, de Eurozone aangepakt moet worden.’ Staten moeten dus een langetermijnvisie durven hebben. ‘Ja. Op dit moment is er geen existentieel risico. Het probleem is dat alle risico’s niet acuut zijn, maar wel stapsgewijs hun impact gaan hebben. Dat is het gevaarlijke. Het zijn allemaal structurele risico’s die tijdens de verkiezingen in 2019 de kop opsteken, maar die de legitimiteit van de EU over de lange termijn gaan eroderen, als Europa niet durft te handelen.’

Caroline de Gruyter (1963) is journaliste, columniste en schrijfster: ‘De hele migratiecrisis is een beetje zoals de eurocrisis. Eerst is het heel leuk om één munt te hebben en één Schengenzone. Dat is goed voor onze economieën, goed voor de integratie, goed voor het samenzijn. Niemand vindt het echter nodig iets van gezamenlijke politiek te voeren. Dat gaat tien jaar goed, tot er ergens een stormpje opkomt en dan val je door de mand. De keuze is dan: Schengen of de euro opgeven en het allemaal weer nationaal gaan doen, óf zorgen dat Schengen en de euro politieke onderbouwing krijgen.’ ‘Voor de grensbewaking was ooit Frontex opgezet met 100 mensen en een budget van niks, weggezet in Warschau. Niemand dacht dat het nodig zou zijn. Totdat de eerste Syriërs de EU in wandelden. ‘Nu speelt er alweer een ander probleem, namelijk dat wij arbeidskrachten tekortkomen. Dus moeten we kijken hoe bedrijven toch personeel kunnen krijgen door werkvergunningen uit te delen. Hier worden ook al bureaus voor opgezet in Europa. Dat gebeurt een beetje besmuikt, want iedereen is bang dat de kiezer de verkeerde conclusie trekt. Maar het gebeurt wel. Italië doet dit met Ethiopië en met Libië. Spanje doet het met Mauritanië. Het zijn kleine pilots, waarbij mensen een werkvergunning voor een jaar krijgen en daarna terug moeten. En als er weer mensen nodig zijn, krijgen die vervolgens weer voorrang. Maar zo hoeven mensen dus ook helemaal niet te migreren.’Ik houd de nationale politici verantwoordelijk voor de informatieplicht van de burgers over wat zich in Europa afspeelt (ook negatieve zaken). Mensen begrijpen heel veel, maar je moet het wel vertellen. Als niemand het vertelt, dan wordt de kiezer pissig. Mensen vinden de EU vaak heel ondemocratisch, maar het meest ondemocratische deel van de Europese Unie is de Europese Raad.’ ‘Meer macht voor het Parlement kan de EU democratischer maken. Maar dit soort beslissingen wordt genomen door de lidstaten en die houden het allemaal tegen. Als er een democratisch probleem is, dan komt dat constant terug op de Raad. Lidstaten willen eigenlijk veel te veel macht voor zichzelf houden. Ik begrijp dat wel, want als ze een deel ervan weggeven dan zagen ze de poten onder hun eigen stoel vandaan. Maar ze houden daarmee bepaalde Europese ontwikkelingen tegen, terwijl die wel nodig zijn.’ Moeten nationale politici niet gewoon hun taak beter uitvoeren en verantwoording afleggen over hun besluiten in Europa? ‘We hebben verschillende niveaus van bestuur in Europa: lokaal, regionaal, nationaal en Europees. Vier vormen van totaal legitiem bestuur. Op het Europese niveau hebben we een Parlement waarin het volk wordt vertegenwoordigd, een Commissie als uitvoerende macht en een Raad die eigenlijk een soort senaat is. Die Raad heeft een belangrijke inbreng, maar moet niet het hele verhaal gaan beheersen. Die mensen worden gekozen voor het nationale belang en niet voor het Europese belang.’ ‘De Oostenrijkse president Van der Bellen maakte altijd een mooie vergelijking als hij de vraag kreeg waarom dingen in Europa moeizaam gaan. Hij nam het voorbeeld van Oostenrijk met negen machtige deelstaten. En dan vroeg hij: ‘denken jullie nou echt dat er ook maar één besluit in Wenen wordt genomen dat goed is voor Oostenrijk, als al die deelstaten met hun vetorecht naar Wenen zouden komen, ieder met hun eigen deelbelang?’ Dit is precies het probleem van Europa. Vervang de deelstaten door de lidstaten, vervang het nationaal belang door het Europees belang en je hebt het verhaal. Ik denk dat het legitiem is dat landen af en toe op de rem staan, maar zo langzamerhand is die rem te sterk. Op sommige gebieden moeten ze die laten varen.’

Dit zijn vijf bijdragen over de toekomst van Europa van goed georiënteerde Europa-kenners. Ik herken dat het grote belang voor Europa voor het toekomstbeeld van een verdere mondialisering een sterk Europa moet zijn. Is de verwachting dat de EU, vanuit haar huidige structuur, daar naartoe kan groeien. Het antwoord is éénduidig: nee. De EU ontbeert een sociaal/maatschappelijk fundament. In feite is de EU niet verder gegroeid dan het onderhouden van een interne markt op basis van de neo-liberale doelstellingen op het gebied van economie en financiën. Een democratisch/politiek fundament is nooit van de grond gekomen. Aan de belangen van de burgers wordt geen aandacht geschonken, maar voor de opkomst van populistische partijen zijn ze bang. De politiek heeft niet door dat zij dat zelf hebben opgeroepen, ook de opkomst van de gele hesjes. In feite wordt Europa geregeerd door de 28 regeringsleiders, die hun nationale belangen zo optimaal mogelijk beschermen en heeft de Europese Commissie weinig in de pap te brokkelen. En het Europees Parlement stelt al helemaal niets voor. Een lange-termijn-visie ontbreekt en niemand maakt zich daar zorgen over. En dat alles met een oprukkend China, die hun zaakjes rechtstreeks doet met individuele EU-lidstaten. En Brussel slaapt verder. De vraag is hoe realistisch is het te veronderstellen dat de EU in zijn huidig functioneren kan worden hervormd naar een democratische structuur met naast economisch/financiële ook sociaal/maatschappelijke fundamenten in een politieke unie, met een democratische parlement, een Europese regering en een hervormde Europese Raad in een raadgevende ‘senaat’. Dat betekent dat de huidige 27 regeringsleiders zullen moeten besluiten de Europese belangen prioriteit te geven boven die van de lidstaten. De regeringen van de lidstaten zullen alle belangrijke taken, als financiën, fiscaal beleid, Defensie, Veiligheid, waaronder asielbeleid, Verkeer waaronder de luchtvaart, Klimaat, Economie, Onderwijs en de visie op de toekomst in de loop van de tijd moeten overdragen aan Brussel. Het grootste deel van het Parlement kan dan ook opstappen. Dat zie ik nog niet gebeuren. Dan is de vraag of het initiatief van Macron en Merkel om een voortrekkersgroep te gaan vormen van de belangrijkste industriële landen, waartegen Nederland en de zeven andere Hanzelanden zijn, die het voortouw gaan nemen. Macron profileert zich als leider van die groep. Maar in feite valt de EU dan uiteen, want wie gaat wat beslissen in welke landen. Ook de positie van de Muntunie wordt onduidelijk. Kan de ECB de belangen van alle 19 nu aangesloten landen nog wel blijven behartigen? Een andere oplossing dat er een leider opstaat die de regie gaat voeren en wie dat niet aanstaat stapt eruit. Wat er ook gebeurt, en er moet iets gebeuren, er ontstaat chaos, grote onduidelijkheid en onzekerheden. Het proces is te complex om daar, op basis van consensus, overeenstemming over te bereiken.

De klimaatdoelstellingen moeten worden gereduceerd

Onderstaande bijdrage is een reactie op het manifest “verandering en vertrouwen” van een aantal prominente CDA-leden. Ik deel het standpunt van de CDA fractie in de Tweede Kamer dat voor de realisatie van de klimaatdoelstellingen een breed draagvlak moet zijn in de samenleving. Met een ‘offensieve, ambitieuze aanpak’ bereikt je die doelstellingen niet. Daarmee wordt alleen maar een grotere overloop naar Forum geactiveerd. Burgers willen weten hoe groot hun kosten zijn die gepaard gaan met de energietransitie. Het vertrouwen in de politieke elite is afgenomen. Met de informatie die daarover nu naar buiten komt zal dat voor groepen huishoudens onbetaalbaar zijn. Ik ondersteun het streven van het rentmeesterschap maar de doelstellingen moeten wel betaalbaar zijn en blijven voor de industrie, het bedrijfsleven, de boeren, de MKB’ers en ZZP’ers en de huishoudens. Invoering van een CO2-taks is een heel slecht plan. Hoe je het wendt of keert de huishoudens betalen altijd de prijs ervan. Ondernemers rekenen hun lasten door in de kostprijs en die worden door de consument betaalt. Met andere woorden ‘door de CO2-taks gaat de prijs van stroom (en andere producten) omhoog’. Dan heeft het kabinet Rutte III, met steun van het CDA, besloten de opbrengst van de CO2-taks voor de schatkist weer terug te geven aan het bedrijfsleven in de vorm van groene project subsidies. In dit plan zijn de burgers de grote verliezers want die betalen uiteindelijk de taks en krijgen er niets voor terug. We moeten zeker de CO2-uitstoot beperken, maar niet zo groots als in het Verdrag van Parijs is vastgelegd. De 10 grootste vervuilende industrieën moeten hun uitstoot sterk gaan reduceren, zo nodig met dwang, er moet een vliegtax komen op Europees niveau, de maximum snelheid moet terug naar 100 km per uur, het drinkwatergebruik van de industrie moet fors terug zodat de boeren hun land weer kunnen besproeien in tijden van droogte, elektrisch rijden maar niet met een idiote subsidieregeling voor Tesla’s van €150.000, die je voor €150 per maand kunt leasen, windenergie, zonnepanelen prima (mits de salderingsregeling van teruggeleverde stroom aan de leverancier in stand blijft totdat er accu’s beschikbaar zijn met een lange opslagperiode). Burgers kunnen op velerlei manieren worden betrokken bij het reduceren van CO2-uitstoot hier en elders in de wereld. Maar het is een onzalige gedachte dat we importheffingen gaan instellen voor goederen uit het buitenland die het niet nog niet zo nauw nemen met het reduceren van fossiele brandstoffen bij de fabricage. Dat gaat ten koste van de koopkracht. Waar we heel snel een einde aan moeten maken is de verplichte gas-transitie voor huishoudens die wonen in oudere woningen. De kosten om die huizen energie-neutraal te maken zijn zo hoog, dat dat onbetaalbaar wordt en mogelijk voor de huiseigenaren ook niet te financieren. Er wordt gesproken over tussen de €60.000 en €80.000 per woning. Nieuwbouw …. prima, maar zodra de totale lasten van de vervanging van de cv-ketel, inclusief verwijderen van de ketel en de leidingen, door een ander product(en) dat dezelfde warmte produceert de €10.000 overschrijdt, geen dwang opleggen. Wetenschappers zeggen dat de CO2-uitstoot moet worden gereduceerd om de wereld te redden. Dat is een mondiaal probleem en zolang niet alle grote vervuilers daaraan meewerken, wat is onze calvinistische aanpak dan uiteindelijk waard? China en de VS nemen 38% van de totale CO2-uitstoot voor hun rekening. Andere grote vervuilers zijn Australië, Canada, Rusland en India. Hoe groot is het belang van Nederland mondiaal bezien: 0,0047136%.

Heel goed nieuws voor huishoudens met zonnepanelen op hun dak maar met vraagtekens

De nieuwe stimuleringsregeling voor zonnepanelen zorgt voor zekerheid voor consumenten, zeggen belangenorganisaties in reactie op de plannen die minister Eric Wiebes van Economische Zaken bekendmaakte. “Wie zonnepanelen neemt, kan hierdoor rekenen op een redelijk rendement op de investering”, zegt Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie. Het kabinet verlengt de huidige salderingsregeling voor zonnepanelen tot 1 januari 2023, meldde het ministerie van Financiën. Hierdoor blijft het voor particulieren financieel erg aantrekkelijk om te investeren in zonnepanelen op het eigen dak. De facto houden particulieren voor hun zonnestroom zo dezelfde prijs als ze betalen voor de stroom die ze afnemen van de energieleverancier in de komende 3½ jaar. Het ministerie wil het voordeel dat huishoudens ontvangen op hun energiebelasting nu elk jaar verlagen vanaf 2023. “Uiteindelijk wordt dat voordeel 0 en ontvang je alleen een vergoeding van de energieleverancier voor de teruggeleverde zonnestroom. Dat zal in 2031 het geval zijn”, aldus Financiën. Afhankelijk van de afbouwregeling is het voor huizenbezitters nu nog interessant zonnepanelen te installeren die over tien jaar moeten zijn afbetaald. De komende jaren levert teruggeleverde stroom van zonnepanelen (dat deel dat wordt opgewekt maar niet gelijk wordt verbruikt) nog de bruto stroomprijs op van stel €0,21 per kWu, terwijl de netto stroomprijs momenteel maar €0,07 is. Van groot belang is het of de technische ontwikkelingen voor kleinschalige opslag van stroom over tien jaar zover zijn gevorderd dat er voor huishoudens betaalbare accu’s, die duurzaam kunnen worden geproduceerd, op de markt zijn tegen een betaalbare prijs, die over een langere periode stroom kunnen opslaan. Niet vreemd als Wiebes iets positiefs aankondigt dat er achteraf tegenvallers worden aangekondigd. Op dat punt is deze minister onbetrouwbaar. Zo kan het zijn dat consumenten simpelweg een lagere prijs voor hun zonnestroom krijgen en dat de energieleverancier dit gaat verrekenen. Ook is er een variant waarin de particulier elk jaar een paar procent minder kilowattuur minder mag terugleveren. Nu is het zo dat een particulier net zoveel energie mag terugleveren als hij afneemt. Voor het overige krijgt hij slechts de kale stroomprijs. Deze regeling wordt door alle energieleveranciers uitgevoerd, maar het zou dus zomaar kunnen dat leverancier A andere condities gaat bedingen dan leverancier B. Daar moet de politiek een stokje voor steken. Dit kabinet heeft eerder misleidende uitspraken gedaan.

Nog een, op het eerste oog, positief bericht voor de huiseigenaren in het door aardbevingen geteisterde Oost-Groningen. Groningers die in aardbevingsgebied wonen, kunnen waarschijnlijk vanaf volgend jaar aanspraak maken op een compensatieregeling voor de waardedaling van hun huis. “Een leuke geste van Wiebes”, zegt een Groninger. Maar het is bij lange na niet genoeg. Door de bevingen als gevolg van gaswinning zijn huizen in het aardbevingsgebied in Groningen in waarde gedaald. Dat wil de overheid nu compenseren met een vast percentage per postcode, dat wordt betaald door de NAM. Volgens belangenorganisatie Groninger Bodem Beweging is dat niet afdoende. “Het zal voor sommige mensen vast goed zijn, maar voor een aantal is het zwaar teleurstellend. Het gaat soms over tonnen aan waardedaling. Dan is dit niet genoeg”, zegt vicevoorzitter Derwin Schorren. [dat de schadeloosstelling wordt toegekend aan alle eigenaren van woningen in de getroffen postcode-gebieden is terecht. Ook dat eigenaren die geen schade hebben opgelopen, door één of meerdere van de 1000 aardbevingen, die worden toegeschreven aan de gasboringen, krijgen een schadevergoeding die varieert van 2,4% van de WOZ-waarde in Oldambt tot 12,9% in Loppersum. De mate waarin schade aan een woning is toegebracht telt hier niet mee: dus geen schade, schade of grote schade hebben geen invloed over de hoogte van de schadetegemoetkoming voor de waardedaling van het pand. Dat is een andere procedure, heb ik in goed vertrouwen maar aangenomen. De vraag is wel of er nog vraag naar woningen in de getroffen gebieden is en welke invloed dat heeft op de prijzen die nu en in de toekomst nog tot stand komen. Willen mensen nog wel in die regio wonen zolang de aardbevingen voortduren? Het komt mij onrealistisch voor dat er slechts een daling van de opbrengst van huizen optreedt van tussen de 2,4% en 12,9%] “We weten dat er huizen zijn die veel meer in waarde zijn gedaald dan nu voor Loppersum is berekend”, zegt Schorren. Een inwoner is niet bepaald enthousiast over de aangekondigde compensatieregeling. “Een paar maanden geleden heeft de rechter besloten dat de NAM over de brug moet komen vanwege de waardevermindering van huizen. En nu komt de minister met een eenmalig aanbod. Wiebes is tot nu toe op elke afspraak die hij heeft gemaakt, teruggekomen. Ik vertrouw die man dus niet.” Daarbij denkt hij dat Groningers recht hebben op veel meer compensatie dan door de speciale commissie is vastgesteld. “Er wordt een beeld geschetst dat Den Haag zijn best doet en Groningers nergens genoegen mee nemen”, zegt hij. M aar dat is helemaal niet zo. Het is nog niet opgelost. Het probleem is dat de oorzaak, de bevingen, nog niet zijn verdwenen. Dus over een paar jaar heb je weer schade.” “De gaswinning is nog significant en de bevingen gaan door. De Raad van State beslist over een paar weken of de gaswinning nou echt op grote schaal wordt teruggebracht”. “Dit is een leuke geste van Wiebes, maar er kan nog wel een tandje bij.” (bron: RTL Nieuws)

Trump komt naar Europa

Trump gaat op 3, 4 en 5 juni voor een staatsbezoek naar Engeland en op Buckingham Palace wordt hem en zijn echtgenote een staatsbanket aangeboden. Toch een hele eer voor een ordinaire st(r)aatsvechter. Daarna gaat hij door naar Parijs voor een ontmoeting met de Franse president Macron. Ik sluit niet uit dat de Britten hebben moeten besluiten dat de Chinese techgigant Huawei geen G5 netwerk mag aanleggen. Duidelijk wordt wel dat May haar positie verslechterd.

Zijn de VS gebaat bij de importtarieven die Trump heeft opgelegd aan China en de EU? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Door de importtarieven is het aantal banen in sectoren die hij wil beschermen gegroeid. Maar zijn handelspolitiek leidt niet tot de beloofde nieuwe industrialisatiegolf. Dat concludeert ING na eigen onderzoek. „Ik zal de beste banen-president zijn die God ooit geschapen heeft”, beloofde Trump zijn kiezers tijdens zijn verkiezingscampagne. En onder zijn bewind is de werkgelegenheid in de VS ook gegroeid. Al is dat niet helemaal op zijn conto te schrijven, de Amerikaanse economie zat al in de lift. Ook groeide de productie in de maakindustrie niet harder dan de productie in de rest van de economie. Trump’s beloofde industrialisatiegolf blijft dus uit. Maar volgens hoofd internationaal handelsonderzoek Raoul Leering heeft Trump wel zijn achterban bediend. „Zeker in de staalindustrie is Trump erin geslaagd om de import van staal te vervangen door binnenlandse productie. Door zijn beleid is de werkgelegenheid in sectoren die hij wil beschermen bovengemiddeld gegroeid.” In de staalindustrie is het effect van importheffingen goed te zien. In de negen maanden na het instellen van de tarieven is de import van buitenlands staal met 12% gedaald, in vergelijking met dezelfde periode in 2017. Tegelijkertijd steeg de Amerikaanse staalproductie harder dan voor de tarieven. Groeide deze in 2017 nog met 4%, in 2018 was dat 6,2%. Dat was sneller dan de wereldwijde staalproductie. Goed nieuws dus voor staalfabrieken in de VS. In de Amerikaanse maakindustrie groeide het aantal banen vorig jaar met 2,1%, het beste resultaat sinds 1994. Die sterke groei ging echter voor een deel voorbij aan de ’rust belt’-staten, zoals Iowa, Illinois, Pennsylvania, waar een groot deel van Trumps achterban vandaan komt. De werkgelegenheid groeide daar wel, maar minder dan in de Amerikaanse economie als geheel. Leering noemt het beleid van de regering Trump geen eenduidig succes. Voor de Amerikaanse economie als geheel zitten er ook nadelen aan het heffen van tarieven. „Handelspartners hebben tegenmaatregelen genomen. Die raken de Amerikaanse economie, dus ook de werkgelegenheid. En prijzen voor consumenten stijgen.” Bedrijven in de VS merken dit al. Machinebouwer Caterpillar en technologiebedrijf 3M hebben geklaagd dat ze door de staaltarieven dit jaar alleen al $100 miljoen aan extra kosten moeten maken. Ook producenten van whiskey, sojabonen en varkensvlees en Harley Davidson-motoren leiden pijn. Zij werden geconfronteerd met importtarieven door China of de eurozone. „Maar zelfs bij mensen die hierdoor worden geraakt, kan Trump op sympathie rekenen”, zegt Leering. „Ze zien het op korte termijn als pijn lijden. Maar wel voor een goed doel op de langere termijn. Ze hopen dat er door een handelsakkoord met China een meer gelijk speelveld komt.” (bron: DFT)

Trump wordt steeds gekker

Een groep vooraanstaande psychiaters slaat na lezing van het rapport Mueller en na de openbare reacties van Trump daarop (weer) alarm: zij vermoeden sterk dat zijn geestelijke vermogens snel teruglopen en dat hij een gevaar voor zijn land en de wereld is. De psychiaters, geleid door de Yale-professor Bandy Lee, hebben een officieel rapport uitgebracht om hun zorgen te openbaren. “Mental Health Analysis of the Special Counsel’s Report on the Investigation Into Russian Interfererence in the 2016 Presidential Election”, laat zien waar in het rapport blijkt dat Trump niet meer in staat lijkt zijn taak te vervullen. Ze stellen met name vast dat hij niet meer vooruit kan denken: het effect incalculeren van een daad of uitspraak en een paar stappen vooruitkijken. Ze schrijven onder meer dat het rapport ´de patronen laat zien van seriële leugenachtigheid van Trump, zijn veelvuldig verlies van emotionele controle, zijn slechte geheugen en zijn onvermogen om de gevolgen van zijn acties te overwegen´. De  psychiaters erkennen dat zij geen diagnose kunnen stellen zonder de patiënt te onderzoeken. En dat is dan ook hun aanbeveling: dat een onafhankelijk, deskundig onderzoek naar Trump zijn geestelijke vermogens wordt ingesteld. (bron: Welingelichte kringen)

Wie wil er straks, tijdens het staatsbanket, naast Donald Trump zitten? Die vraag wordt in het Verenigd Koninkrijk gesteld nu een aantal prominenten zich heeft afgemeld om aan te schuiven tijdens het aanstaande staatsbezoek begin juni van de Amerikaanse president. Gênant wordt het voor de Britse gastheren nu een aantal prominenten weigert deel te nemen aan het staatsbanket. De laatste in het rijtje is, niet geheel onverwacht, Labourleider Jeremy Corbyn. Hij liet weten het in ieder geval fout te vinden de rode loper uit te rollen voor een president die “zich bedient van racistische en vrouwonvriendelijke retoriek”. Ook de leider van de Liberalen, Sir Vince Cable en de fractievoorzitter van de Schotse partij SNP, willen niet eten met deze Amerikaanse president en, opmerkelijk, ook de – dankzij zijn optredens in de brexitdebatten – inmiddels tot cultfiguur verheven ‘speaker’ van het Lagerhuis, John Bercow, heeft zich afgemeld. Ongeveer 150 genodigden worden aan tafel verwacht en de verwachting is dat er meer verhinderingen zullen komen. Uiteraard zal de ontvangende Britse Koninklijke familie van de partij zijn al weten sommige Britse kranten dat ook Megan Markle, de hoogzwangere Amerikaanse vrouw van prins Harry, geen trek heeft om bij Trump op te draven. Markle zou formeel hebben laten weten dat ze op zwangerschapsverlof is en dus niet werkt. Vraag is nu of haar man, prins Harry, alleen naar het banket gaat. (bron: AD)

Weer een vreemd bericht over de Amerikaanse president. President Trump wil dat de VS zich terugtrekt uit het VN-verdrag dat de handel in conventionele wapens regelt. Dat heeft hij bekendgemaakt in een rede tot de wapenlobby NRA. Het verdrag uit 2013 moet voorkomen dat wapens, van geweren tot tanks, in handen komen van schenders van mensenrechten. President Obama had het verdrag een aantal jaar geleden ondertekend, maar het was nog niet geratificeerd. We laten ons recht op wapens niet door buitenlandse bureaucraten afnemen, zei Trump. Hij heeft de Senaat nu opdracht gegeven het wapenhandelverdrag niet te ratificeren. Trump kan dat aan de senatoren vragen, maar daarvoor geen opdracht geven.

RTL Nieuws meldde dat de Amerikaanse president Trump ontkent dat zijn medewerkers opdrachten van hem hebben genegeerd. Het rapport van speciaal onderzoeker Robert Mueller wekte de indruk dat Trump werd tegengewerkt door zijn ondergeschikten. Mueller deed onderzoek naar Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hij keek ook of president Trump het onderzoek had proberen te beïnvloeden. De conclusie: Trump heeft geen invloed uitgeoefend op het onderzoek, maar hij zou dat wel geprobeerd hebben. Het beïnvloeden zou niet gelukt zijn, omdat zijn medewerkers opdrachten negeerden. Dat deden ze om Trump tegen zichzelf te beschermen. Volgens Trump is daar niets van waar. “Niemand negeert mijn orders”, zei hij deze week tegen verslaggevers. Die waren afgekomen op de jaarlijkse Easter Egg Roll. Een jaarlijks paasevenement bij het Witte Huis. Trump zei ook tegen zijn tegenstanders in het Congres dat het geen zin heeft een afzettingsprocedure tegen hem te beginnen. Sommige Democraten denken daar hardop over na, naar aanleiding van het rapport van Mueller. Maar dat kan helemaal niet volgens Trump, omdat de wet vereist dat voor zo’n procedure sprake moet zijn van misdrijven of ernstige overtredingen gepleegd door het staatshoofd. Het rapport toont volgens Trump duidelijk aan dat hij zich daar niet schuldig aan heeft gemaakt. [ik verwacht dat hierover het laatste woord nog niet gesproken is]

Toenemend goud onder de Duitse bevolking

Duitsers hebben een manier gevonden om zich in te dekken tegen de lage spaarrente, namelijk door goud te kopen. De afgelopen jaren hebben onze oosterburen honderden tonnen goud gekocht in de vorm van sieraden, munten en baren. Vooral beleggingsgoud blijkt populair. Naar schatting is er sinds 2010 voor bijna duizend ton aan munten en baren aangekocht, zo schrijft de Duitse krant Die Welt. Deze cijfers zijn gebaseerd op een onderzoek van de Steinbeis University onder 2.000 respondenten. De resultaten geven dus slechts een indicatie van de werkelijke goudaankopen in Duitsland. Het onderzoek is de afgelopen jaren meerdere malen uitgevoerd, waardoor we ook een trend in de cijfers kunnen herkennen. Samen met de goudvoorraad van de centrale bank bezitten de Duitsers ongeveer 6,5% van de wereldwijde bovengrondse goudvoorraad. Volgens het laatste onderzoek is er in Duitsland ongeveer 8.918 ton goud in private handen. Daarvan bestaat iets minder dan de helft (3.993 ton) uit sieraden en een meerderheid uit beleggingsgoud (4.925 ton). Vergeleken met het vorige onderzoek dat drie jaar geleden werd uitgevoerd is dat een toename van 246 ton, die bijna volledig voor rekening komt van het beleggingsgoud. Sinds 2010 is het geschatte bezit van sieraden in Duitsland gestegen van 3.566 naar 3.993 ton, een toename van bijna 12%. Het bezit van beleggingsgoud nam in dezelfde periode nog sneller toe. Sinds 2010 groeide het bezit van gouden munten en baren van 3.992 naar 4.925 ton, een stijging van ruim 23%. Het meest populair zijn de goudbaren van 100 gram en beleggingsmunten van 1 troy ounce. Deze hebben een lage premie en zijn gemakkelijk te verhandelen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat een volwassene in Duitsland gemiddeld 58 gram goud aan sieraden en 71 gram aan beleggingsgoud bezit. Het is de vraag in hoeverre dat gemiddelde representatief is, aangezien er ook veel mensen zijn die vrijwel geen edelmetaal bezitten. Van de respondenten bezit 61,6% gouden sieraden, terwijl 37,9% gouden munten of baren bezit. Slechts 14,5% heeft een beleggingsproduct gerelateerd aan edelmetalen, zoals een exchange traded fund. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste Duitsers hun edelmetalen thuis of in een bankkluisje bewaren. Slechts 5% kiest voor opslag van edelmetaal bij een gespecialiseerd opslagbedrijf buiten het financiële systeem. Dat is opvallend, als je bedenkt dat een bankkluisje in een grote financiële crisis vaak niet bereikbaar is. Juist op het moment waarop je het goud het meest nodig hebt – als banken dreigen om te vallen – weet je niet zeker of je erbij kunt. Tijdens een bank holiday zijn ook de bankkluisjes niet toegankelijk. Van alle respondenten geeft 17% aan het goud op een andere manier te bewaren. (bron: MarketUpdate en Goudstandaard)

Schulden eurolanden sterk gestegen sinds crisis

De schulden van de meeste eurolanden zijn sinds het uitbreken van de crisis in 2007 sterk gestegen, zo blijkt uit nieuwe cijfers van Eurostat. Elf eurolanden hebben inmiddels meer dan 60% staatsschuld ten opzichte van het bbp, waarmee ze de regels van het Stabiliteits- en Groeipact overschrijden. Door de groei van de economie daalt in verschillende landen de schuldenquote, maar over de hele linie zijn de schulden toegenomen. De landen met de hoogste staatsschulden zijn Griekenland, Italië en Portugal. In Spanje en Ierland ligt het schuldniveau wat lager, maar wel twee keer zo hoog als voor de crisis. Alleen Duitsland heeft haar begroting op orde weten te houden, want daar is de schuld nu lager dan in 2007.

Vertrek uit ECB mag geen taboe meer zijn

De eurozone moet een mechanisme ontwerpen waarmee lidstaten de monetaire unie kunnen verlaten, zonder uit de Europese Unie te stappen. Daarvoor pleit een nationalistische politieke partij in Finland. “De regels bevatten geen mechanisme voor een gecontroleerd vertrek uit de gemeenschappelijke munt, zonder de EU te verlaten. We willen dat er een dergelijk mechanisme wordt gecreëerd om ervoor te zorgen dat een toekomstige crisis, zoals de ramp met Griekenland, minder schade veroorzaakt”, zo verklaarde partijleider Jussi Halla-aho van de Finns Party. Op dit moment is het zo dat alle landen die bij de Europese Unie komen op termijn ook de euro moeten introduceren. Er is echter geen mogelijkheid om de muntunie weer te verlaten. Volgens Halla-aho hebben landen als Griekenland, Finland en anderen een hele hoge prijs betaald om in de eurozone te blijven. Voor hem is het eeuwig voortbestaan van de muntunie niet heilig. Daarom zouden landen de optie moeten hebben om stapsgewijs uit de euro te stappen en een eigen munt in te voeren. De Finns Party kwam bij de verkiezingen van vorige week als tweede grootste partij uit de bus. De partij verloor met één zetel verschil van de sociaaldemocraten, de grootste partij van het land. Ze wist de afgelopen jaren veel kiezers te winnen met een nationalistische agenda. De partij was fel tegenstander van de bezuinigingen van een paar jaar geleden, toen Griekenland een bail-out kreeg. Halla-aho zei dat een vertrek van Finland uit de euro een geleidelijk proces moet zijn. “Hoewel onze partij niet gelooft dat lidmaatschap van de euro in het landsbelang is, is het niet realistisch om een vertrek van Finland uit de euro binnen vier jaar te realiseren. Daarvoor bestaat nog geen mechanisme en iedere beweging richting dat doel moet geleidelijk zijn. De meeste Finnen zien het lidmaatschap van de EU en de euro als een strategische veiligheidskeuze. Dit feit moeten we wel erkennen.” Eind vorig jaar zei econoom en voormalig centraal bankier Otmar Issing ook al dat landen de mogelijkheid moeten hebben om de euro te verlaten. Niet zo zeer omdat landen dat zelf willen, maar eerder als ze zich niet aan de afspraken houden die horen bij het lidmaatschap van de muntunie. Wordt het conflict tussen landen te groot, dan moet een vertrek uit de muntunie bespreekbaar zijn. Vorig jaar kwam het tot een conflict tussen de Europese Commissie en de Italiaanse regering, maar de plannen om uit de euro te stappen werden toen snel weer ingetrokken. (bron: MarketUpdate en Goudstandaard)

Turkse lira-perikelen

De centrale bank van Turkije probeert de waarde van haar munt te ondersteunen, maar de bodem van de reserves is bijna in zicht. De Tinancial Times meldt dat de Turkse centrale bank de laatste maanden zelfs dollars leent om haar reserves op te krikken. Naar eigen zeggen beschikte de centrale bank begin april over $28,1 mrd aan valutareserves, maar uit een analyse van de krant blijkt dat dit cijfer is opgekrikt met geleend geld. De centrale bank heeft de laatste weken valutaswaps gesloten met commerciële banken, door dollars te lenen in ruil voor Turkse lira. Deze contracten hebben een korte looptijd, wat betekent dat de centrale bank deze middelen eigenlijk niet kan gebruiken om de lira te ondersteunen. Gecorrigeerd voor deze boekhoudkundige ingreep bedragen de valutareserves daarom minder dan $16 mrd. Dat zou betekenen dat Turkije bijna geen vreemde valuta meer achter de hand heeft om de lira te verdedigen. Volgens de centrale bank is het gebruik van dit soort valutaswaps niet in strijd met de regels, maar analisten waarschuwen dat het niet zonder risico’s is. Het is namelijk niet goed voor de geloofwaardigheid van de centrale bank. Valutaspecialist Piotr Matys van de Rabobank zei tegen de Financial Times dat deze methode een vorm van ‘window dressing’ is, bedoeld om de markt te overtuigen. Het moet de indruk geven dat de centrale bank meer reserves heeft dan wat er in werkelijkheid aanwezig is. Een centrale bank houdt normaal gesproken valutareserves aan om de waarde van haar munt te kunnen manipuleren. Daalt de waarde van de eigen munt, dan kan de centrale bank deze verdedigen door haar eigen munt in te kopen met behulp van vreemde valuta. Als de Turkse centrale bank inderdaad krap in de valutareserves zit, dan zou dat betekenen dat ze weinig ruimte heeft om de lira te verdedigen. De Turkse economie moet de komende twaalf maanden $177 mrd aan dollarleningen herfinancieren, wat betekent dat de vraag naar dollars in de binnenlandse economie groot is. Het is dan ook niet vreemd dat de Turkse regering er belang bij heeft om internationale handel vaker in haar eigen munt af te rekenen. Zo wil het land onder andere met Rusland en Iran in nationale valuta handelen. Vanwege Amerikaanse sancties zoekt Turkije nu een alternatieve route om met Iran te kunnen handelen. Ook dat past in het streven om minder afhankelijk te worden van de dollar.

Chinese aandelenmarkt scoort dik in de plus

De Shanghai Composite is dit jaar al ruim 30% meer waard geworden, terwijl de belangrijkste Amerikaanse beursindices maar 15% hoger staan dan begin dit jaar. Het herstel volgt op het slechte beursjaar van 2018, toen de belangrijkste beursindices in China ruim 24% daalden. Beleggers hebben weer meer vertrouwen in de Chinese economie, omdat de cijfers minder tegenvallen dan eerder werd gevreesd. Ook is er zicht is op een handelsakkoord met de Verenigde Staten, waardoor de dreiging van nieuwe handelsbeperkingen afneemt. De CSI 300 aandelenindex steeg dit jaar van 3.000 naar 4.000 punten. Deze index bestaat uit de 300 grootste beursgenoteerde bedrijven op het Chinese vasteland. Het herstel van de Chinese aandelenmarkt is niet alleen het resultaat van externe factoren, maar ook van verwachte stimuleringsmaatregelen. De Chinese premier Li Keqiang kondigde een maand geleden nieuwe fiscale stimulering aan om de economische groei aan te jagen. De Chinese overheid wil meer belastingvoordelen uitdelen, waardoor het begrotingstekort zal toenemen tot 2,8% van het bbp. Ook heeft de centrale bank de afgelopen maanden de reserve-eisen voor de banken versoepeld, zodat ze meer krediet kunnen verlenen. Beleggers zien dit als een goed moment om weer in aandelen te stappen. Een tegenvaller is wel dat er weer plannen zouden zijn de stimuleringsmaatregelen wat af te zwakken omdat de terugval van de economische productie mee zou vallen.

Poetin ontmoet Kim op het Roeski-eiland op doorreis naar een conferentie in Peking

In de Russische stad Vladivostok hebben de Russische president Poetin en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un deze week elkaar ontmoet. De twee schudden elkaar de hand voor het oog van de internationale media en spraken daarna in een universiteitsgebouw een-op-een. Poetin kwam vanochtend naar Vladivostok voor de top. Kim arriveerde een dag eerder al per gepantserde trein in de Russische havenstad. Het is de eerste keer dat Kim Jong-un als leider van Noord-Korea een bezoek brengt aan Rusland. Volgens diplomaten zal het Kim op de top vooral te doen zijn om economische hulp van de Russen, na de mislukte top met de Amerikaanse president Trump van twee maanden geleden. De twee leiders spraken na afloop van vruchtbare gesprekken. De Russische president liet weten Kims pogingen te steunen om de betrekkingen met de VS en Zuid-Korea te normaliseren. Volgens hem is Pyongyang bereid om stappen tot denuclearisering te zetten, maar heeft het land veiligheidsgaranties nodig. Hij bood ook aan om details van de ontmoeting te delen met de Amerikaanse president Trump. “Er zijn geen geheimen”, volgens de Russische president. Poetin liet zich niet uit over de veiligheidsgaranties die Noord-Korea wil. Wel zei hij dat waarschijnlijk meerdere landen hun handtekening onder dergelijke garanties moeten zetten. Hij benadrukte dat zowel Rusland als de VS wil dat Noord-Korea een eind maakt aan zijn nucleaire programma. Kim sprak van open en betekenisvolle gesprekken om vrede en stabiliteit in de regio dichterbij te brengen. Daarvoor zijn volgens de Noord-Koreaanse dictator goede banden tussen Noord-Korea en Rusland een absolute voorwaarde. “Kim is in de eerste plaats in de trein gestapt om vrienden te maken.” De Noord-Koreaanse leider kampt met een rammelende economie, die wordt geteisterd door internationale sancties. “Trump heeft in februari tegen hem gezegd: lever je kernwapens in, teken bij het kruisje, dan kunnen we praten over sanctieverlichting.” Maar dat is het laatste wat Kim zal doen. “Die wapens zijn echt zijn levensverzekering. En ook de reden dat hij serieus wordt genomen, en dat bijvoorbeeld Poetin nu met hem wil praten.” Maar Poetin zit ook om een andere reden aan tafel. Volgens NOS-Rusland-correspondent Geert Groot Koerkamp heeft de ontmoeting tussen Trump en Kim de Russen zorgen gebaard. “Ze zijn ook bezorgd over het kernwapenprogramma van Pyongyang, maar willen zeker niet dat de Amerikanen achter hun rug om een belangrijke rol gaan spelen in die regio, waar Rusland zulke grote belangen heeft.” Het is nog wel de vraag of Rusland op economisch gebied iets kan betekenen voor Noord-Korea, omdat ook de Russen gebonden zijn aan de internationale sancties die van kracht zijn. Alhoewel Poetin mogelijk wel, op humanitaire gronden, de Noord-Koreanen zal kunnen helpen. “Poetin speelt een andere rol op het wereldtoneel dan zeventien jaar geleden”, aldus NOS-correspondent Den Daas. Toen was er ook al een ontmoeting tussen Poetin en de toenmalige Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il, de vader van Kim Jong-un. Ook hij stak toen per trein de grens over. Volgens Den Daas zou Kim nu wel bereid zijn om testlocaties te ontmantelen, in ruil voor een enige sanctieverlichting. “Het beste waar hij op kan hopen, is dat er een soort ruilhandel ontstaat tussen Rusland en Noord-Korea. En dat de Russen ondanks de sancties misschien hier en daar een oogje dichtknijpen. Maar dat lijkt ijdele hoop [voor de Koreanen maar toch verwacht ik dat dat de Russen een hand zullen uitsteken. Dat kan voor de Russen een win-win situatie opleveren, hou ik voor mogelijk]. Het gaat hier vooral om een klein pr-offensief.” Na de topontmoeting tussen beide leiders voeren functionarissen uit Noord-Korea en Rusland verdere gesprekken. De Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in noemde de ontmoeting tussen de twee in het licht van het vredesproces constructief. Hij hoopt dat de top een fundament heeft gelegd voor de hervatting van de gesprekken tussen de VS en Noord-Korea. Hij prees Poetin voor zijn diplomatieke poging en nodigde de Russische president uit voor een bezoek aan Zuid-Korea. Tegelijkertijd met de top in Vladivostok had Moon een ontmoeting met een hoge Russische veiligheidsgezant.

Waarom moeten de toch al rijken in deze wereld gefêteerd blijven worden?

Eerst kwamen we erachter dat het kabinet Rutte III een groene subsidie verstrekte ter stimulering van elektrisch rijden die als idiotie moet worden gekenmerkt. Nu zeggen, nadat het leed is geschied, hier had beter over nagedacht moeten worden, is veel te gemakkelijk voor bewindslieden en parlementariërs. Je koopt een elektrische Tesla van €150.000 en je sluit daarop af een leasecontract met een maandelijkse betaling van €150,00. Zo’n bedrag betaal je ook voor een 2e hands Fiat 500, bouwjaar 2011. Ander voorbeeld: Olieconcern Shell heeft in 2018 naar schatting €890 mln aan dividendbelasting bespaard, dankzij een oude afspraak met de Belastingdienst van 14 jaar geleden. Dat heeft de Stichting onderzoek multinationale ondernemingen (Somo) berekend op basis van het vorig jaar door Shell uitgekeerde dividend. De deal met de Belastingdienst heeft het olieconcern de afgelopen jaren in totaal ongeveer €8 mrd aan besparingen opgeleverd, stelt Somo. De afspraak tussen Shell en de Belastingdienst stamt uit 2004, toen Koninklijke Olie uit Nederland en het Britse Shell Transport and Trading fuseerden tot het huidige Shell. De Belastingdienst stond destijds toe dat Shell aan de voormalige Britse aandeelhouders dividend zou uitkeren via een trust in Jersey, dat te boek staat als belastingparadijs, om zo de Nederlandse dividendbelasting te ontwijken. Hoe is het in Godsnaam mogelijk dat Shell die regeling zo lang kon blijven gebruiken? Omdat onze fiscus niet maatschappij kritisch werkt? Welke bewindslieden hebben hier niet op ingegrepen: Zalm (VVD), Bos (PvdA), de Jager (CDA), Dijsselbloem (PvdA) en Hoekstra (CDA). Vorig jaar concludeerde hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek van de Universiteit van Amsterdam dat die afspraak waarschijnlijk in strijd is met de Wet op de dividendbelasting. Sindsdien zijn er diverse debatten over gevoerd in de Tweede Kamer, maar de afspraak is, voor zover bekend, in stand gehouden. De EC heeft het kabinet om informatie gevraagd. Shell keerde in 2018 zo’n €13 mrd aan dividend uit, waarmee het bedrijf opnieuw de grootste dividendbetaler ter wereld is. Ongeveer €6 mrd daarvan werd uitgekeerd op aandelen die zijn vrijgesteld van dividendbelasting. Had het olieconcern daar wel belasting over moeten afdragen, dan had dat de schatkist €890 mln opgeleverd, stelt Somo op basis van het geldende tarief van 15% voor de dividendbelasting. Vorig jaar werd al duidelijk dat de afspraak tussen de fiscus en Shell waarschijnlijk geen einddatum kent. Dat is uitzonderlijk, omdat volgens staatssecretaris Menno Snel (D66) van financiën in het algemeen een termijn van vier of vijf jaar wordt opgenomen in afspraken. Zolang de wet niet wijzigt en Shell zich aan de voorwaarden houdt, kan het bedrijf dus doorgaan met het ontwijken van de dividendbelasting. Als Shell de komende jaren evenveel dividend blijft uitkeren als in 2018, dan zou de Nederlandse schatkist de komende tien jaar nog eens zo’n €5,8 mrd mislopen, becijfert Somo. En als het dividend net zo snel blijft stijgen als de afgelopen jaren, dan lopen die gemiste belastinginkomsten de komende tien jaar op tot €14,8 mrd. Het is de prijs die Rutte betaalt om zijn contacten met de multinationals in stand te houden. Dit artikel over Shell werd geschreven door de Trouw-journalist Jan Kleinnijenhuis.

Maar het kan nog gekker. Het verkopen van paspoorten en verblijfsvergunningen door EU-landen is voor hen een goudmijn. Al meer dan honderdduizend personen kwamen zo de Europese Unie binnen. Het kost wel een paar stuivers, dat wel. In vier EU-landen kun je gewoon een paspoort kopen: Oostenrijk, Bulgarije, Cyprus en Malta en in 12 andere EU-lidstaten kun je een verblijfsvergunning kopen, waaronder in ons land. In Malta moet je €650.000 storten in een nationaal investeringsfonds, dat is opgezet door de regering. Daarnaast moet de nieuwe Maltese voor €150.000 staatsobligaties kopen en een woning met een waarde van minimaal €350.000. In Nederland moet betrokkene minimaal €1.250.000 aan vermogen meebrengen voor een verblijfsvergunning voor 3 jaar. Alles is legaal geregeld in de Regeling Buitenlandse Investeerders. Bij lange niet alle 16 EU-lidstaten kijken kritisch wie die persoon is, waar hij vandaan komt of er van corruptie sprake kan zijn dan wel witwassen van gelden. Naar een schatting van Transparency International hebben de betrokken 16 EU-lidstaten, in de afgelopen tien jaar, €25 mrd binnengehaald, waartegenover 2500 EU-paspoorten zijn afgegeven aan de aanvragers en 3500 aan hun familieleden. Daarnaast zijn er 34.000 verblijfsvergunningen afgegeven plus nog 69.000 voor familie. Het Europees Parlement ziet het gebeuren, maar kan er niet op ingrijpen. Machteloos tegen het ‘grote geld’.

Günter Hannich

De stand van een onderzoek door het IHS Markit Instituts zur Lage der deutschen Industrie, datniet alleen in de Duitse landen, ook in de hele euro gebied de industrie verzwakt. In de eurozone is de industriële productie het tweede kwartaal 2019 teleurstellend begonnen, aldus een verklaring van Markit Chief Economist Chris Williamson. De industrie blijft een probleemkind. In Duitsland is de productie verder gedaald, naar het niveau van 6 jaar geleden. Het feit is ook dat de IHS Markit inkoop manager index zich verder onder de magische groeisnelheid van 50,0 bevindt. De index is nog steeds op de twee na laagste waarde bijna zeven jaar. Met andere woorden, de industrie is en zal blijven krimpen. Bottom line, een economische groei in de eurozone van 0,2% zou zijn genoemd. Onlangs, heeft de regering in Berlijn haar prognose voor Duitse economische groei aangepast naar slechts 0,5%. Dus zelfs na beoordeling van de federale overheid, komen de jaren van hoogconjunctuur in Duitsland bijna tot stilstand. De kans dat de Duitse economie in een recessie terechtkomt, in de komende drie maanden, groeit.

Politieke perikelen

De politieke meting van de Hond laat zien dat de electorale schade, als gevolg van interne meningsverschillen, voor het FvD meevalt: -2 zetels op 26, ten opzichte van de VVD met 22, PVV +1 op 9 zetels en de PvdA +1 op 14. Coalitie blijft staan op 55.

De VVD realiseert zich, door het grote verlies aan zetels in de politieke peilingen aan het Forum, dat een deel van hun achterban teleurgesteld is over het liberale beleid dat de fractie heeft gevoerd. Ik hoor steeds meer VVD-ers uitspraken doen dat er in de coalitie besluiten zijn genomen, waarvan ze nu spijt hebben. De uitvoering van het beleid dat de VVD voerde is teveel naar links opgeschoven. Dat is een zwaktebod. Een partij moet het beleid verdedigen waarvoor ze hebben getekend en hebben uitgevoerd en niet zeggen dat dat uit partijbelang niet verstandig is geweest. De VVD-stemmers verwachten een beleid rechts van het midden op basis van liberale doelstellingen. Daar ligt nu een spanningsveld, want de invloed van links is toegenomen en het neo-liberale beleid laat steken vallen op sociaal/maatschappelijk vlak maar ook in monetair/financieel/economisch terrein. Vermeend&van der Ploeg schrijven daar in hun wekelijkse column op DFT over: “Steeds meer politieke partijen willen zich richten op de grootste kiezersgroep in ons land: de middenklasse. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff heeft in zijn recente discussiestuk een slimme voorsprong genomen door met nadruk voor deze kiezersgroep te kiezen. Hij moet echter nog wel duidelijk maken met welke concrete maatregelen de VVD komt om de positie van de middenklasse te versterken. Wij doen alvast enkele suggesties. ’Liberalisme, dat werkt voor mensen’ zo luidt de titel van het discussiestuk dat Dijkhoff heeft geschreven. Het verscheen deze week en is volgens de inleiding bedoeld om binnen de VVD dieper na te denken en te discussiëren over belangrijke beleidsthema’s voor de toekomst van Nederland die het meest effectief zijn om een liberaal Nederland te behouden en te versterken.” Dat de liberalen gaan proberen hun grip op hun achterban terug te krijgen, begrijp ik wel. Ook een aantal prominente CDA’ers heeft deze week een vergelijkbaar manifest gepresenteerd met de titel “verandering en vertrouwen” eveneens met als doel een visie op de toekomst uit te werken en daarmee interessanter te worden voor de doelgroep van de christen-democraten. Beide initiatieven zijn lovenswaardig en door verlies van zetels in de peilingen verklaarbaar. Maar het is de vraag of het niet te laat is. Een deel van het kiezersvolk, ik stel dat op 45% (meegeteld kiezers die geen stem meer uitbrengen), heeft het vertrouwen verloren in het beleid dat door de gevestigde politiek wordt gevoerd. De belangen van die groep wordt ofwel niet behartigd dan wel in onvoldoende mate, vandaar de opkomst van het populisme, hier en elders in Europa. We moeten ook niet willen dat een nieuwe groep elitaire regenten de regie gaat overnemen. Eerst zal de Europese Unie grondig moeten worden hervormd, zal de huidige politieke elite naar huis moeten worden gestuurd, zullen ‘architecten’ de modellen moeten gaan uitwerken voor een nieuwe samenleving gebaseerd op eco 4.0 waarin kapitaal, kennis en arbeid ieder een volwaardige plaats krijgt. In het volgende blog zal ik daar uitgebreider op ingaan. Met name over de grote schoonmaak die moet worden uitgevoerd na afloop van de ‘lange conjunctuurgolf van Kondratieff’ periode 1948-2008 en de transitie naar de volgende lange economische golf van 2030-2100. We kennen de geschiedenis van de eerdere ‘lange golf’ van 1850-1929 (stoommachine, trein, auto, telefoon, telex, fax, stroom) en de tijd en de gevolgen die nodig waren (15 jaar, waaronder de Tweede Wereldoorlog van 1939-1945) voordat met Marshall-hulp Europa met de opbouw kon aanvangen.

©2019 hannesdewitte@02051935.nl

Slotstand indices d.d. 26 april 2019; week 16: AEX 567,18; Bel20 3727,62; CAC40 5.569,36; DAX30 12.315,18; FTSE 100 7.428,19; SMI 9.724,27; RTS (Rusland) 1247,01; DJIA 26.543,33; NY-Nasdaq 100 7.826,68; Nikkei 22.258,73; Hang Seng 29.605,01; All Ords 6.473,20; SSEC 3.068,40; €/$1,11447; BTC/USD $5.389,4; 1 troy ounce goud $1285,9; dat is €37.043,01 per kilo; 3 maands Euribor -0,31% (1 weeks -0,377%, 1 mnds -0,367%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,164%; 10 jaar VS 2,49,68%; 10 jaar Belgische Staat 0,452%, 10 jaar Duitse Staat -0,018%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,32%, 10 jaar Japan -0,052%; 10 jaar Italië 2,628%. Een liter E10 hier aan de pomp €1,724.

De indices van de belangrijkste aandelenbeurzen zijn deze week redelijk stabiel aantrekkend, de goudprijs trok wat aan, daarentegen zijn de rentetarieven voor 10-jarig papier variabel. Ik voeg ook deze week weer een lijst toe van 10 landen met een rentenotering voor 30-jarig staatspapier. De tarieven varieerden, in de sterke landen daalden de tarieven wederom: Zwitserland 0,2%; Japan 0,559%; Duitsland 0,628%; Nederland 0,711%; Frankrijk 1,414%; GB 1,664%; Canada 1,9801%; Spanje 2,205%; VS 2,9155%; Italië 3,584%. 5-jarig staatspapier met een negatieve rente: Zwitserland -0,5%; Duitsland -0,436%; Nederland -0,425%; Denemarken -0,403%; Frankrijk -0,255%; Japan -0,1749%; België -0,159%. Deze week wederom gestegen negatieve rentetarieven, die de gekte van het monetaire systeem van de Centrale Banken aantonen. 

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.