UPDATE 18052019/479 De mondiale economische groei zwakt verder af

De OESO spreekt ……

De groei in veel grote economieën van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is aan het afzwakken. Dat schrijft deze denktank in een rapport. Volgens de OESO is sprake van afzwakkende groei in de Verenigde Staten, Japan, Canada, Groot-Brittannië en het eurogebied als geheel, met onder meer Duitsland en Italië. Daarnaast ziet de organisatie stabiele groei in de industrie van China, terwijl ook stabiele groei wordt gezien voor India en Rusland. In Brazilië trekt de groei ook aan.

Trump slaat opnieuw toe: hij speelt bluf-poker

China zal zonder handelsdeal met Amerika hard worden geraakt doordat bedrijven het land te duur gaan vinden, zo liet de Amerikaanse president Trump weten via een twitter-bericht. Trump benadrukte dat het China er alles aan gelegen moet zijn om een handelsdeal met de VS te sluiten. Producten van Chinese makelij zullen volgens Trump te duur worden. ,,Jullie hadden een goede deal. Deze was bijna rond”, sneerde Trump in de richting van Peking. Ook waarschuwde hij China om geen actie te ondernemen na de recente verhoging van de Amerikaanse importtarieven op Chinese producten. Een tegenzet van China zou volgens Trump alleen maar averechts werken. Volgens Trump kunnen tarieven worden vermeden als fabrikanten hun productie van China naar elders verplaatsen. Verder zijn Amerikaanse consumenten volgens Trump niet bereid om voor de verhoging van invoerrechten te betalen. De Chinese munt, is na deze uitspraken verder onder druk gekomen vanwege de vrees voor een verdere escalatie van het handelsconflict tussen China en de VS. De Chinese aandelenmarkt in Sjanghai moest na deze tegenvaller 1,7% terrein prijsgeven door het afgenomen vertrouwen in het sluiten van een handelsdeal tussen beide economische grootmachten. Volgens handelaren zal het lastig zijn om de financiële markten kalm te houden als er in de komende maanden geen vooruitgang wordt geboekt in de handelsbesprekingen tussen Amerika en China. Trump heeft afgelopen weekend Robert Lighthizer opdracht gegeven om handelstarieven in te stellen op alle resterende goederen die uit China worden geïmporteerd. Volgens de handelsgezant is de waarde van de goederen waarvoor de handelstarieven gaan gelden ongeveer $325 mrd. Trump zei op Twitter dat het gaat om handelstarieven van 25 procent op de resterende uit China geïmporteerde goederen. China en de Verenigde Staten onderhandelden de afgelopen dagen in Washington over handelskwesties, maar dat heeft nog niet geleid tot een oplossing in het handelsconflict. Volgens de Chinese vicepremier Liu He is afgesproken om in Peking verder te praten. Hij noemde de gesprekken in Washington „eerlijk” en „constructief.” De Amerikaanse president Donald Trump stookte het handelsvuurtje op met de waarschuwing dat het land ook niet met tegenmaatregelen moet komen. Dat zal ze bezuren. Ook al omdat Trump en zijn Chinese collega Xi Jinping elkaar waarschijnlijk pas tijdens een G20-top in Japan eind juni zullen ontmoeten, is een handelsdeal ver weg. Analist Justin Blekemolen van broker Lynx stelt dat de opgelopen spanningen niet alleen op de aandelen- maar ook op de valutamarkten terug te zien zijn. „We zien de Japanse yen oplopen en de Chinese yuan wegglijden.”

Peking heeft laten weten vanaf 1 juni de tarieven op $60 miljard aan Amerikaanse producten naar 25% te verhogen, zo meldde het Chinese ministerie van Financiën. Ook werd bekend dat de bestellingen van vliegtuigbouwer Boeing mogelijk worden uitgesteld. Verder liet China weten te overwegen om het kopen van agrarische producten uit de VS, zoals sojabonen en tarwe, stop te gaan zetten. (bron: DFT)

Een goede afloop in het handelsconflict tussen VS en China neemt met dag af

Hoewel een gunstig scenario nog steeds mogelijk is, neemt de kans daarop in het handelsconflict tussen VS en China met dag af, zo zo stelt Stefan Kreuzkamp, hoofd beleggingsstrategie (CIO) van DWS. Kreuzkamp benadrukt dat lange tijd de verwachting was dat de handelsbesprekingen tussen China en VS toch zouden uitmonden in een handelsdeal. „Het moment waarop er voor beide partijen geen bevredigende uitweg meer is, nadert echter met rasse schreden en dat heeft grote gevolgen.” Volgens Kreuzkamp moeten markten zich opmaken voor een lange loopgravenoorlog met Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven in de vuurlijn. Hij wijst er op dat president Trump blind lijkt voor de Chinese drijfveren om wel tot een handelsdeal te komen, waardoor de kans op inschattingsfouten aanzienlijk wordt vergroot. De ingrijpende gewijzigde Amerikaanse visie op de handel sinds het aantreden van Trump speelt daarbij een belangrijke rol, stelt Kreuzkamp. De recente ontwikkelingen kunnen in zijn optiek er voor zorgen dat de komende presidentsverkiezing in Amerika steeds meer een strijd wordt wie het hardst durft op te treden tegen China. Hoewel de Chinese president Xi niet de hete adem voelt van verkiezingen wordt de kans op gezichtverlies voor China groter, waardoor een lange en pijnlijke handelsstrijd steeds meer in het verschiet kan liggen, meent Kreuzkamp. Door de toegenomen vrees voor een keiharde handelsoorlog ziet Kreuzkamp de neerwaartse risico’ s voor Amerikaanse aandelenmarkten groter dan dan mogelijk opwaarts potentieel. (bron: DFT)

De Verenigde Staten wachten in ieder geval nog een half jaar met een besluit over invoertarieven op Europese en Japanse auto’s. Dat maakte Trump bekend in een verklaring. Eerder deze week deden er al geruchten de ronde over eventueel uitstel. Trump dreigde eerder met invoertarieven tot 25%. Die waren volgens hem nodig omwille van de nationale veiligheid. De invoertarieven stuitten op flink wat verzet in het Amerikaanse Congres. Volgens veel critici, zowel Democraten als Republikeinen, zouden de invoertarieven de Amerikaanse autosector en economie schaden. De Amerikaanse president zegt dat hij over 180 dagen zal beslissen of hij alsnog overgaat tot actie. De Europese Commissie verwelkomt het uitstel en stelt klaar te staan om te onderhandelen over een handelsdeal waar ook auto’s onder vallen. Eurocommissaris Cecilia Malmström laat wel weten dat ze het idee afwijst dat de Europese auto-export een bedreiging vormt voor de Amerikaanse nationale veiligheid. (bron:Sanoma) [Brussel is verheugd over het uitstel, maar bij Trump weet je nooit wat je nog moet verwachten. Daar weten de Chinezen van. Trump denkt in zwart/wit, nooit is bij hem grijs. Als hij de Duitse auto’s als een bedreiging ziet voor de Amerikaanse auto-industrie zal hij voor Europese auto’s een invoerheffing afkondigen. Dat is namelijk de stijl, die hij hanteert om tegenstanders onder de knot te houden. Zo voert hij een economische oorlog om zijn politieke macht te handhaven]

Het Amerikaanse ministerie van Handel verlicht mogelijk binnenkort de restricties tegen producten van het Chinese telecombedrijf Huawei. Het ministerie overweegt volgens een zegsvrouw om een tijdelijke ontheffing van 90 dagen in te stellen die bedrijven in staat stelt om de betrouwbaarheid van hun netwerk- en communicatieapparatuur te testen. De Chinese telecomfabrikant Huawei heeft zich eerder deze week uitgesproken tegen de beslissing van de Verenigde Staten om het bedrijf op een zwarte lijst te plaatsen. In een reactie laat het Chinese bedrijf weten dat die beslissing voor niemand goed is. Volgens Huawei lijden Amerikaanse bedrijven waar het zaken mee doet “aanzienlijke economische schade”. Dat zou mogelijk tienduizenden Amerikaanse banen kosten. Ook worden volgens Huawei “de huidige samenwerking en het wederzijdse vertrouwen in de wereldwijde handelsketen” geschaad.

Zoals de wind waait, waait zijn vessie

Aan dat oud-Hollandse gezegde moest ik denken toen Trump opnieuw weer een van zijn tweets de wereld in stuurde, dit keer niet dat het handelsoverleg met de Chinezen zo goed verliep en hij de volgende dag moest melden dat de Chinezen de goede afloop traineerden waardoor hij genoodzaakt was alle resterende export vanuit China te moeten belasten met een invoerheffing van 25%. Nee, dit keer ging het over een uitspraak dat het Amerikaanse volk zich geen zorgen hoefde te maken voor hogere consumentenprijzen voor Chinese artikelen (de opbrengst van die invoerrechten verdwijnt in de Amerikaanse schatkist) want die zouden daar niets van merken [iedereen vroeg zich gelijk af waar Trump die nonsense verdaan haalde], maar de volgende dag corrigeerde hij dat dat de consumenten wel degelijk hogere prijzen zouden moeten gaan betalen voor de zo geliefde Chinese producten. Met de opbrengst zouden sojabonen, die nu liggen te rotten in pakhuizen in de Mid-West, naar arme landen gaan. Maar daarover zijn twijfels of de Amerikaanse wetgeving dat toestaat. De vraag is in hoeverre het beleid van Trump met het instellen van invoerheffingen de belangen van het Amerikaanse bedrijfsleven treft. Zo heeft China besloten per 1 juni aanstaande voor $60 mrd import de invoerheffingen te verhogen naar 25% en wat minstens zoveel indruk zal maken ‘mogelijk zetten ze de bestelde vliegtuigen bij Boeing even in de wacht’. Het advies aan het Amerikaanse bedrijfsleven om hun productie in China zal weinig indruk maken want de Chinezen zijn goedkoop , werken efficiënt en hebben kennis van zaken’. Een ander probleem waar Trump mee tobt is het door hemzelf afgeroepen probleem met Iran (=vroeger het Persische Rijk). De VS heeft zich opgeworpen als een belangenbehartiger voor een grootafnemer van Amerikaans wapentuig: Saoedi-Arabië. In Europa heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, geen steun gekregen voor zijn aanvalsplannen in het Midden Oosten. In de Veiligheidsraad krijgen de Amerikanen zeker twee veto’s voor het inzetten van militair geweld tegen Iran. Daartegenover staat dat Iran in het Midden Oosten wel vrienden heeft, die hulp zullen aanbieden: Hezbolla in Libanon, Hamas in Gaza, Assad in Syrië, sjiitische milities in Irak en de Houries in Jemen. Weliswaar geen grote legers, maar wel gespreid. Daarbij komt dat China en Rusland op de achtergrond meespelen aan de kant van Iran. Er spelen twee zaken een hoofdrol: olie en de strijd om de macht in het Midden Oosten tussen de sjiieten en de soennieten. Irak was van de soennieten toen Saddam Hoessein aan het bewind was tot april 2003, daarna is het bewind overgenomen door de sjiieten en richten de soennieten IS op. De vraag is ‘hoever de dreigementen van Trump gaan en of hij ze ook waarmaakt’. Israël en Saoedi-Arabië zijn heel belangrijke partners voor Trump, maar tot welke prijs?

Zijn de klimaatdoelstellingen in de praktijk nog wel realiseerbaar?

De CV-ketel is nog lang niet afgedankt, om meerdere redenen, maar vooral omdat de alternatieven veel duurder zijn en minder warmte leveren. Een warmtepomp is goed te installeren in huizen gebouwd na 2008, mits de overheid daarvoor €2500 subsidie beschikbaar stelt. Een (lucht)warmtepomp is €4000 duurder dan een cv-ketel van de laatste generatie. Daarbij komen dan nog de afbraak van de leidingen en radiatoren en de afschrijving van de cv-ketel en de aanleg van vloerverwarming. Woningen van voor 2009 werden gebouwd met ventilatie. In de zomer is dat aangenaam maar in de winter gaat daarmee kostbare warmte verloren. Daarom moet in oudere woningen een warmtepomp zo hard ronken dat het voor het milieu slechter uitpakt dan verwarming middels de traditionele gasverwarming. Dan moet er zoveel extra stroom worden afgenomen dat de energierekening niet omlaag gaat. Een alternatief voor woningen met een A of B label waar de isolatie nog niet optimaal is, is de hybride warmtepomp. Die draait deels op gas, als het echt koud is, en een warmtepomp op stroom, die buiten wordt geplaatst. Gemeentelijke warmtenetten komen op zijn vroegst pas over acht jaar beschikbaar. Dus we hebben nog even de tijd.

Zo’n 43% van de Nederlandse huiseigenaren is niet van plan om binnen nu en vijf jaar de woning te verduurzamen. Dat blijkt uit onderzoek van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud). Huiseigenaren zijn niet happig om hun huis te verduurzamen, omdat ze niet weten welke financiële regelingen zij vanuit de overheid kunnen verwachten. Tevens vindt meer dan dan de helft van de huiseigenaren dat de overheid hen financieel moet ondersteunen bij het energiezuiniger maken van de woning. “Het Nibud vindt het jammer dat eigenaren door onzekerheid over overheidsbeleid worden gehinderd in het nemen van stappen om verduurzaming te realiseren. Het is van belang om huiseigenaren zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden”, zegt Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. Ook stellen huiseigenaren de werkzaamheden vaak uit, omdat ze verwachten dat het energiezuinig maken van de woning in de toekomst goedkoper wordt, schrijft de budgetinstantie. Door het verduurzamen uit te stellen lopen huiseigenaren mogelijk ook tegen extra kosten aan, waarschuwt het Nibud. Energierekeningen kunnen bijvoorbeeld onnodig hoog uitvallen door de verduurzaming uit te stellen. Ook loopt een eigenaar het risico dat de woning minder waard wordt. Het Nibud schrijft dat mensen met lagere inkomens een huis met een laag energielabel – zoals D, E, F of G – hebben. Juist voor deze mensen kan verduurzaming gunstig zijn, omdat er voor hen nog veel te winnen valt op het gebied van energiezuinigheid.

Deze groep zal echter minder snel geld investeren in de verduurzaming van een woning, omdat er in deze woningen veel moet gebeuren en daar vaak niet de financiële middelen voor zijn. [Nibud houdt zich bezig met een onderwerp waar ze niet voor werkzaam zijn. Verder manipuleren ze situaties zonder dat er al informatie beschikbaar is over de financieringsmogelijkheden van de energietransitie. Dat de waarde van oudere woningen met een laag gewaardeerde energielabel daalt is het gevolg van de kosten die door de huidige eigenaar moeten worden bijeengebracht om de kosten van de transitie te kunnen betalen. Dat is al een ontwikkeling die al gaande is. Er is al geen enkele koper meer in de markt die nu nog het volle pond betaalt voor een oud huis, waarvoor wordt ingeschat dat er voor €50.000 aan geïnvesteerd moet gaan worden. Daardoor gaan alle oudere huizen fors in waarde dalen. Ik zet in op een daling van 20%. Verder wordt ervan uitgegaan dat de energierekening, na uitvoering van de energietransitie voor de wooneigenaren, gaat dalen, maar daar moeten dan nog wel de kosten bij worden opgeteld van de hogere financieringslasten van de woning incl die van de transitie. Zolang dat plaatje nog niet gemaakt kan worden moeten alle rekenmeesters hun mond dichthouden]

De hypotheekmarkt is in de eerste drie maanden van dit jaar stevig gekrompen. Er waren zowel minder starters als doorstromers actief op de huizenmarkt, stelt consultancybureau IG&H in een driemaandelijkse hypotheekupdate. Ook het aantal oversluiters nam af. Wel ging de gemiddelde hypotheeksom opnieuw omhoog. Er werden in het eerste kwartaal bijna 69.000 hypotheken afgesloten, een afname van 14% ten opzichte van een jaar eerder. De omzet van de hypotheekmarkt bedroeg bijna €22 mrd, 9,6% minder dan in de eerste drie maanden van vorig jaar. Die daling is de grootste sinds 2013 en wordt veroorzaakt door de lastige huizenmarkt, verklaart IG&H. Ook de moeilijke positie van starters is mede debet aan de afname. [ik heb hierover hierboven al geschreven dat de waarde van woningen, gebouwd voor 2008, bij verkoop, met 20% kunnen dalen als gevolg van de kosten die verbonden zijn aan het energie-neutraal maken van die woningen. Die ontwikkeling kan nog decennia voortduren] De gemiddelde hypotheeksom kwam met €316.000 5,2% hoger uit dan een jaar eerder. Dat werd vooral veroorzaakt door de stijgende hypotheeksommen voor oversluiters. Voor kopers van een nieuwe woning bleef de gemiddelde hypotheeksom vrijwel constant.

De EU dreigt in de wereld van morgen een verliezer te worden

Als we niets doen, wordt de wereld straks gedomineerd door China en de VS. De EU-leiders moeten daarom met een concreet plan komen waarmee Europa de winnaar van de toekomst wordt. Dat is niet alleen nodig om meer draagvlak bij Europese burgers te realiseren, maar ook voor duurzame groei, extra banen en welvaart in de EU. Daarover schreven afgelopen weekend de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg een interessante column met visie, wat ik bij de Europese regeringsleiders mis, op https://www.telegraaf.nl/financieel/3568939/column-hoe-europa-een-winnaar-kan-worden . <citaat> Deze week kwamen de Europese leiders samen in Roemenië om te overleggen over een strategische agenda. Deze moet het richtsnoer worden voor de nieuwe Europese Commissie die in beginsel op 1 november 2019 aan de slag gaat. Het overleg heeft niet geleid tot aansprekende plannen voor de toekomst waarmee de campagnevoerders voor de Europese Parlementsverkiezingen op 23 mei kiezers kunnen werven. De leiders kwamen niet verder dan een korte verklaring met tien beloften die betrekking hebben op grote thema’s, zoals klimaatverandering, de migratiepolitiek, veiligheid en verbeteringen van de interne (digitale) markt. Opvallend is wel dat bij de Europese leiders de zorgen toenemen over de internationale (economische) positie van de EU. Deze komt steeds meer onder druk te staan doordat de VS, China, maar ook Rusland hun belangen veel beter behartigen dan de verdeelde EU. De komende decennia zal de huidige wereldeconomie spectaculair veranderen. Door de verdere opmars van digitalisering, nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, het Internet of Things, robottechnologie en de ingrijpende gevolgen van klimaatverandering wordt de wereld op zijn kop gezet. Daarnaast gaat de mondiale economie sterk veranderen doordat China uitgroeit tot de grootste economie van de wereld en de eerste plaats van de VS zal overnemen. Chinese investeringen in digitalisering, robottech en innovatieve technologieën spelen daarbij een centrale rol. De wereldeconomie wordt gedomineerd door drie economische handelsblokken: China, de VS en de EU. Op dit moment is de EU het grootse handelsblok van de wereld met een groot netwerk aan handels- en investeringsverdragen, maar de EU dreigt om een aantal redenen het zwakste machtsblok te worden. De hoofdreden is dat Europa zowel ten opzichte van de VS als China fors achterloopt op het terrein van digitalisering, robots, nieuwe technologieën en slimme tech startups die vooroplopen bij innovaties. In de meeste EU-landen ontbreekt een stimulerend ondernemingsklimaat voor tech en jeugdige ondernemende starters. Ze worden onder meer afgeremd door bureaucratische (fiscale) regels en onvoldoende risicokapitaal. Een ander belangrijk knelpunt in Europa is de verdeeldheid binnen de EU over de toekomstige koers. De EU krijgt de komende jaren te maken met een lagere economische groei die voor de meeste lidstaten gemiddeld tussen 1% en 1,5% zal liggen. Tot voor kort was dit 2% en hoger. Een belangrijke verklaring is de toenemende vergrijzing, maar ook de lage arbeidsproductiviteit in de lidstaten. De meeste EU-burgers willen minder Brussel op het vlak van nationale kwesties, maar meer EU op grote grensoverschrijdende thema’s zoals het klimaatbeleid, internationale veiligheid, de immigratie- en vluchtelingenproblematiek en bevordering van internationale handel. Kiezers vinden ook dat de EU socialer moet worden en dat de EU-leiders er voor moeten zorgen dat Europa een machtsblok vormt tegenover de VS, China en Rusland. Hoe kan de EU een winnaar worden? Daarvoor is naast hoge scores op bovengenoemde thema’s een wenkend perspectief nodig. Zo kwam de Europese Commissie eind 2018 met het goede idee om van de EU de eerste grote economie te maken die in 2050 klimaatneutraal is. Een realistische optie? Ja, maar dan moet het roer radicaal om. We moeten dan stoppen met het huidige klimaatbeleid dat in de meeste EU-landen gekenmerkt wordt door forse lastenverhogingen voor burgers en bedrijven, stoppen met bureaucratische klimaatregelingen en dure subsidies. Alle EU-lidstaten moeten volop inzetten op gezamenlijke technologische oplossingen en onderzoek en ontwikkeling op klimaat tech. Dit is ook de boodschap van ’The Exponential Climate Action Roadmap’. Volgens dit gezaghebbende internationale rapport (2018), kan met digitalisering en nieuwe technologieën de wereldwijde uitstoot van CO2 in 2030 met ongeveer 50% worden verminderd. Door technologische innovaties en zogenoemde doorbraaktechnologie in de jaren daarna, zou het mogelijk zijn om in de buurt te komen van de klimaatdoelstellingen van Parijs. Deze innovaties zouden binnen de EU gestimuleerd moeten worden met een Europese CO2-taks die voor het bedrijfsleven budgettair neutraal uitpakt. Bij slimme (klimaat)technologie gaat het onder meer om het gebruik van kunstmatige intelligentie, het Internet of Things, kwantumtechnologie, robotica, 3D-printen, nanotechnologie, waterstoftechnologie enz. Daarmee kunnen energiearme productieprocessen worden gerealiseerd en ook de rendementen van duurzame energie fors worden verbeterd. Een toenemend aantal experts gaat ervan uit dat zogenoemde thorium-centrales die geen CO2 uitstoten een bijdrage kunnen leveren aan het halen van de klimaatdoelstellingen. Maar het duurt ten minste nog twintig jaar voordat de eerste van deze centrales op de markt komt. Met extra middelen kan deze termijn wellicht korter worden. Bij een klimaatbeleid dat vooral stoelt op de inzet van de nieuwste technologieën blijft de overheid een essentiële rol vervullen; om technologie en onderzoek te bevorderen waarmee CO2-reducties worden gerealiseerd, maar ook om negatieve effecten van deze technologische ontwikkeling te voorkomen. Het klimaatbeleid krijgt een vriendelijker gezicht en een breder maatschappelijk draagvlak als landen de nadruk gaan leggen op de inzet van innovatieve technologieën waarmee we de energietransitie van fossiel naar duurzaam gaan versnellen. Deze inzet stimuleert ook de verwachte lage groei, schept nieuwe banen, maar ook een groenere economie met een gezondere leefomgeving. Met dit wenkende perspectief wordt klimaatbeleid inspirerend en ’leuk’, neemt het maatschappelijke draagvlak toe en wordt de EU ook de winnaar van de toekomst. </citaat> [Een prachtig vergezicht wordt ons hier voorgehouden. Ik zou hierin kunnen geloven als ik er vertrouwen in zou hebben dat de Europese regeringsleiders, van dit moment, de capaciteiten zouden hebben dit geschetste beleid uit te voeren. Dat heb ik niet. Daarvoor zijn ingrijpende politiek/democratische hervormingen nodig en de herbouw van de fundamenten van de Europese Unie. In blog 478 ben ik daar al wat uitgebreider ingegaan. Maar zo een proces vraagt tien jaar vanaf nu om dat werkbaar te krijgen. Het perspectief is er, alleen nu nog de daden]

De beide economen vragen in hun column van 18 mei 2019 aandacht voor protectionisme. Steeds meer landen nemen maatregelen om hun eigen bedrijven en burgers te beschermen tegen de concurrentie van buitenlandse bedrijven en werknemers uit andere landen. Deze keuze wordt aangeduid als protectionisme. Internationale economische denktanks waarschuwen tegen deze trend omdat de groei van de wereldeconomie zal vertragen waardoor ook nationale economieën banen en welvaart verliezen. Deze ontwikkeling, waarbij nationalisme voorop staat, leidt tot handelsconflicten, een concurrentieslag tussen landen en belastingoorlogen, waarbij de Amerikaanse president Donald Trump met zijn spectaculaire belastingherziening het voortouw heeft genomen. De internationale concurrentie spitst zich toe op de vraag welk land koploper wordt op het terrein van digitalisering en de nieuwste technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, het internet of things en robottechnologie. Het gaat in deze nieuwe economie, veelal 4.0 genoemd, vooral om een strijd tussen de machtsblokken als de VS, China en Europa. De winnaar op dit tech terrein domineert de economische wereld. Individuele EU-landen hebben hier geen schijn van kans en moeten het hebben van de machtspositie en handels- en investeringsvoordelen van de Europese Unie. Zonder deze voordelen stellen ze straks niets meer voor. In zijn knappe boek ’Moneyland’ laat de Britse onderzoeksjournalist Oliver Bullough zien dat landen in het kader van protectie een paradijselijk ’Geldland’ creëren voor de superrijken, multinationals en schurken. Inkomens en winsten worden niet of nauwelijks belast en ze worden wettelijk ook nog beschermd. In de meeste publicaties over belastingparadijzen gaat het om traditionele tropische oorden als de Caribische eilanden, maar Bullough maakt duidelijk dat het grootste belastingparadijs de Verenigde Staten zijn. Voor insiders is dit overigens niet verrassend. Enkele jaren terug werd Delaware uitgeroepen tot het beste belastingparadijs van wereld, maar ook Nevada en South Dakota scoren hoog en het Europese bedrijfsleven is hier kind in huis. Alle acties van de Europese Commissie en de OESO tegen ’tropische’ belastingontduiking die in de media met veel fanfare worden gepresenteerd, stellen weinig voor zolang in de VS Trump de baas is en Rusland en China voor rijken eigen paradijsjes scheppen. Tot voor kort was vrijhandel een wereldwijde trend. Het gaat om een vrij verkeer van goederen en diensten tussen verschillende landen zonder belemmeringen, zoals importheffingen, die tot extra kosten leiden. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog is de internationale handel jaarlijks sterk toegenomen mede door afspraken en verdragen over vrijhandel. Daardoor is in de meeste landen van de wereld de economische groei, werkgelegenheid en welvaart bevorderd, vooral in arme landen en opkomende economieën. Wereldwijd is daarmee een bijdrage geleverd aan minder armoede en minder ongelijkheid, maar ook langer en gezonder leven en afname van onderwijsongelijkheid. De afgelopen jaren zien we binnen een toenemend aantal landen een groeiend verzet tegen globalisering en vrijhandel. Actiegroepen en politieke protestpartijen menen dat hun land van deze trend te veel nadelen ondervindt. Zo zouden er bij hun eigen bedrijfsleven banen verloren gaan. Vrijhandel zou naar hun mening ook leiden tot meer inkomens- en vermogensongelijkheid, aantasting van het milieu en klimaat en ten koste gaan van de eigen beleidsvrijheid. Dat we onze huidige welvaart grotendeels te danken hebben aan globalisering en internationale handel, maakt bij deze partijen geen indruk. Ze willen dat hun regering de vrijhandel inperkt en bedrijven en werknemers uit het buitenland zo veel mogelijk weert. Ook vinden ze dat eigen werknemers en ondernemingen extra (financiële) voordelen moeten krijgen. Deze opvatting, aangeduid als protectionisme, heeft door het zogenoemde America First-beleid van de Amerikaanse president Donald Trump een extra impuls gekregen. We zien nu al dat de groei van de wereldeconomie daardoor wordt afgeremd en dat landen die toegeven aan protectie zichzelf in de vingers snijden met slechtere economische prestaties. Toch kan het verzet tegen globalisering en vrijhandel niet worden genegeerd. In ieder geval moet beter duidelijk worden gemaakt waarom de voordelen de mogelijke nadelen overtreffen. Maar ook dat tegenstanders van globalisering en vrijhandel beweringen doen die aantoonbaar onjuist zijn. Zo is het onwaar dat het banenverlies in sommige bedrijfssectoren in hoofdzaak door vrijhandel is veroorzaakt. De feiten wijzen uit dat er daar minder werknemers nodig zijn door automatisering. Zo is de bewering van Trump feitelijk onjuist dat de werkgelegenheid in de Amerikaanse auto-industrie door vrijhandel is afgenomen. Vastgesteld is dat werk vooral door robotisering verloren is gegaan en dat deze autofabrikanten daardoor juist op de wereldmarkt kunnen overleven en de huidige werknemers nog een baan hebben. Recente studies wijzen bovendien uit dat automatisering en robots in de meeste landen per saldo zorgen voor meer werk. De nadelen van vrijhandel en de onvrede over een toenemende ongelijkheid zijn grensoverschrijdend en kunnen op geen enkele wijze adequaat nationaal worden aangepakt. Dit kan alleen internationaal. In Europa ligt hier een belangrijke taak voor de EU die opgenomen moet worden in het ’regeerakkoord’ van de nieuwe Europese Commissie. De hoofdpunten zijn een concreet plan voor een sociaal Europa, een Europese belasting voor multinationals en meer ruimte voor een eigen nationaal beleid van de lidstaten. Daarnaast is een plan nodig voor een technologische inhaalslag binnen de EU waarvan in alle lidstaten vooral lager en middelbaar opgeleiden de vruchten kunnen plukken. (/citaten> De hele column is te lezen op https://www.telegraaf.nl/financieel/3604977/column-hoe-de-rijken-nog-rijker-worden

Zijn de drie Beneluxlanden nu wel of geen belastingparadijs?

Einde van de week werd Aruba van een lijst met belastingparadijzen van de Europese Unie gehaald, naast de Britse overzeese territoria Bermuda en Barbados. Dat maakte een EU-functionaris bekend. De drie eilanden werden afgelopen maart aan de lijst toegevoegd, toen er tekortkomingen werden ontdekt in hun belastingregels. Het schrappen van de drie eilanden vond plaatsd omdat ze hun tekortkomingen willen gaan aanpakken, meer transparantie willen nastreven en belastinghervormingen willen doorvoeren. Het gaat om de enige drie overzeese territoria van EU-landen die op de lijst te vinden zijn. Na het schrappen, zullen er nog twaalf gebieden overblijven, waaronder de Verenigde Arabische Emiraten, drie Amerikaanse overzeese gebieden en Oman. De zwarte lijst werd eind 2017 door de EU in het leven geroepen nadat belastingontwijkingsprogramma’s van grote bedrijven en rijke mensen aan het licht kwamen. Eerst stonden er zeventien landen op, maar tussendoor is de lijst al enkele keren herzien. Landen op de lijst worden strenger gecontroleerd bij transacties met de EU. EU-landen zelf kunnen niet op de lijst komen, omdat van de lidstaten wordt aangenomen dat ze zich aan de regels houden. Toch werden in maart dit jaar door het Europees Parlement zeven EU-landen ervan beschuldigd zich te gedragen als belastingparadijzen. Hierbij ging het om Nederland, Luxemburg, Cyprus, Ierland, Malta, Hongarije en België. [alleen het feit dat die drie eilanden kenbaar hebben gemaakt dat ze hun leven willen gaan beteren is voor de EU voldoende om ze van de lijst van belastingparadijzen te schrappen. Ik zou zeggen ‘eerst zien en dan pas geloven’. Overigens blijft voor mij de vraag waarom EU-landen zelf niet op die lijst kunnen voorkomen als aantoonbaar is dat ze zich actief bezighouden met aan belastingparadijzen gelieerde activiteiten]

Kabinet Rutte III investeert veel te weinig in de toekomst

Het derde kabinet Rutte heeft het eerste volle regeringsjaar €11,4 mrd overgehouden. Het begrotingsoverschot in 2018 komt met 1,5% daardoor fors hoger uit dan de 0,5% waarmee in de begroting was gerekend. Dat staat in het financieel jaarverslag van het Rijk dat minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) op Verantwoordingsdag heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. Volgens Hoekstra was in 2018 sprake van een ‘stevige groei en een solide begroting’, ook al heeft het kabinet ‘niet op alle onderdelen zijn plannen kunnen verwezenlijken’. Zo zijn niet alle geplande investeringen tot besteding gekomen. Hoekstra benadrukt echter dat ‘het overgrote deel’ van dit geld beschikbaar blijft voor latere jaren. Het flinke overschot ten opzichte van de begroting is volgens Hoekstra een ‘broodnodige buffer’ en wordt die vooral veroorzaakt door de relatief hoge economische groei. Die wordt echter minder, waarschuwt hij: ,,De piek van de conjunctuur hebben we gehad.” [dit is de resultante van slecht overheidsbeleid. Dit kabinet hecht meer waarde aan het terugbrenging van de staatsschuld dan in het investeren in de toekomst voor komende generaties. En waar we, veel te laat, zijn achtergekomen dat we meer in het beta-onderwijs moeten gaan investeren komen we tot de conclusie dat we daarvoor de docenten niet hebben. Daar hadden we zes jaar geleden al mee moeten beginnen, maar toen sprak Minister-President Marc Rutte op 2 september 2013 in de Rode Hoed de vijfde H.J. Schoo-lezing uit. Hij begon zijn lezing met “H.J. Schoo benoemde de dingen zoals die zich aan hem voordeden. Heersende opinies zeiden hem niet zoveel. Laat ik daarom vandaag in die geest beginnen en allereerst de olifant die daar in de hoek staat een hand geven. U hebt hem vast ook zien staan. ‘VISIE, staat er in hoofdletters op. Ik kwam dat woord in de aanloop naar deze avond regelmatig tegen in allerlei verwachtingsvolle voorbeschouwingen. En ik zeg u meteen: ik geloof niet in alomvattende blauwdrukken waarmee maatschappelijke problemen in één klap op te lossen zouden zijn. Daar word ik als liberaal altijd een beetje wantrouwend van. Een land, een samenleving past niet in een mal.Voor mij geen visie als format hoe het allemaal precies moet, of waar we over 25 jaar achter de komma uit moeten komen, maar wel als perspectief voor mensen. En dat beeld krijgt u vanavond van me”, aldus premier Rutte in zijn introductie. Wij krijgen nu de prijs gepresenteerd van dit beleid van zes verloren jaren: Nederland en de Europese Unie hebben een forse achterstand opgelopen achter nieuwe wereldmachten als China, India, Rusland en Brazilië. Europa heeft bouwmeesters nodig die, met een blik op de toekomst, de achterstand van de Europese landen in de strijd om de wereldmacht, te herwinnen]

Het kabinet zal geld moeten uittrekken voor een stevig Europees antwoord op de opkomst van China anders koopt China politieke invloed en delft de Europese industrie het onderspit

Dat stelt Monika Sie, directeur van het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael in een interview met redacteur politiek Marno de Boer in het dagblad Trouw. <citaten> De echte keuzes over de omgang met China komen nu pas omdat essentiële elementen ontbreken in de strategie die het kabinet presenteerde. “Open waar het kan, beschermen waar het moet. Dat is een goed uitgangspunt in de strategie. Maar het kabinet had de geesten vast rijp kunnen maken dat de bescherming van onze vrije samenleving wat zal kosten, grondige reflectie vraagt op het Europese innovatie- en industriebeleid dat altijd sterk aan de markt is overgelaten, en partnerschappen vereist in de Westelijke Balkan en Afrika.” “Ik lees nergens duidelijk, in de gepresenteerde strategie door minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok, wat er op het spel staat voor Nederland. Wat we als Nederland of als Europa van waarde vinden. Dat hoort de eerste vraag in een strategie te zijn. Van daaruit kun je analyseren hoe dat onder druk staat, en hoe je het wilt beschermen”. “Ik zou beginnen bij zaken als onze veiligheid, rechtsstaat, privacy, godsdienstvrijheid en de Europese sociale markteconomie met beperkte inkomensongelijkheid. Daaraan kun je standaarden ontlenen waaraan Chinese investeerders en digitale platforms moeten voldoen. Je wilt niet dat een bedrijf de arbeidsvoorwaarden uit China meeneemt. Zo kan je open zijn voor investeringen, onder behoud van onze omgang met werknemers, en beschermen we de privacy van burgers bij het gebruik van allerlei apps.” Sie is wel positief over de brede opzet van de strategie, die uitwerkt op welke terreinen de Volksrepubliek onze partner of concurrent is. En wat het betekent dat we met een grootmacht te maken hebben die geen democratische rechtsstaat is. Het kabinet wil meer Europese eenheid richting ‘het gele gevaar’. Hoe dat moet gebeuren, staat nog niet in de strategie. Volgens Sie betekent het dat Nederland moet accepteren dat de EU-begroting stijgt. Het kabinet pleit er nu juist voor dat de EU de broekriem aanhaalt, om zo het vertrek van de rijke lidstaat Groot-Brittannië te compenseren. “Veiligheidsoverwegingen of bescherming van vitale infrastructuur kunnen redenen zijn om een aantrekkelijker Europees alternatief voor bepaalde Chinese investeringen te ontwikkelen. Als je niet wil dat China invloed koopt door grootschalig infrastructuur in Zuid- en Oost-Europa aan te leggen moet je daar iets tegenover stellen. Om dezelfde reden zijn partnerschappen met Afrika en de Balkan nodig.” “Dat kost geld. Net als de wens om voorop te blijven lopen in high-tech en de digitale revolutie, en snel internet te hebben tegen onze standaarden in plaats van die van de Chinese telecomgigant Huawei. Deze strategie had de geesten ook rijp kunnen maken voor partnerschappen en investeringen in belangrijke regio’s rond Europa. We hebben lange tijd goedkoop geleefd. De VS zorgden voor veiligheid, de Russen voor aardgas, en de Chinezen voor consumptiegoederen. Nu moeten we zelf geld uittrekken en keuzes maken voor onze manier van leven.” </citaten> En dat moet, naast de kosten van de realisatie van de klimaatdoelstellingen, ook nog worden opgebracht. Het hele artikel staat op https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/640/articles/904594/9/1

De miljardeninvesteringen van Rutte III komen nog niet uit de verf

Volgens de Algemene Rekenkamer ontbrak het in het eerste volle jaar van de nieuwe regeringsploeg aan ‘zichtbare resultaten’ en komt geld ‘moeilijk aan het rollen’. Dat stelt de controleur van de overheid in het jaarlijkse verantwoordingsonderzoek, dat op Verantwoordingsdag is gepresenteerd. Volgens de Rekenkamer werd van de €5 mrd die het kabinet in 2018 extra wilde uitgeven, per saldo 1 miljard niet uitgegeven maar doorgeschoven naar latere jaren. Tegelijkertijd ging op terreinen waar juist was besloten geen extra geld uit te geven de dienstverlening soms achteruit. De Rekenkamer spreekt van een ‘ogenschijnlijke tegenstrijdigheid’, die voortkomt uit bezuinigingen in voorgaande jaren. ,,Onze vraag is of daar de komende jaren verandering in komt’’, stelt president Arno Visser.

Er is geld op de plank blijven liggen, komt onder meer doordat investeringen tijd kosten, zegt het kabinet. Tussen het besluit om een bevoorradingsschip te kopen en de tewaterlating ervan zit bijvoorbeeld zes jaar. Zo werden er budgetten beschikbaar gesteld voor de opleiding van studenten in de beta-vakken. Op zich een prima zaak, alleen heeft het kabinet Rutte II en Rutte III 6 jaar geleden verzuimd een opleiding te starten voor docenten in die vakken. Ik schrijf dat toe aan het gebrek aan visie van die kabinetten, zoals ik elders in dit blog heb aangegeven. Een andere factor die voor vertraging zorgt is dat personeel moet worden aangenomen en opgeleid, wat nog niet zo eenvoudig blijkt in de huidige, krappe arbeidsmarkt. De beloofde extra politieagenten en mankracht bij het UWV komt daardoor moeilijker van de grond. De Algemene Rekenkamer waarschuwt dat het de vraag is of het benodigde personeel wel gevonden gaat worden. In het bijzonder gaat het daarbij om leraren, agenten, ouderenverzorgers, gevangenisbewaarders, verplegers, commando’s, ingenieurs, kraamverzorgenden, constructiebankwerkers en lassers, assistent-accountants, IT-specialisten, marketingspecialisten, rij-instructeurs, promotiemedewerkers, metselaars en tegelzetters. en inkopers. Daar zijn er te weinig van. Het kabinet gaat in reactie op de Rekenkamer-rapporten echter niet op die waarschuwing in. (bron: ANP)

Wie wordt de opvolger van Sybrand van Haersma Buma als fractievoorzitter

Sybrand Buma verlaat de Tweede Kamer en wordt burgemeester van Leeuwarden. De 53-jarige Fries zit 17 jaar in de Tweede Kamer en is 7 jaar de politiek leider van het CDA. De vraag is wie zijn opvolger wordt als fractievoorzitter in de Tweede Kamer. De meest genoemde mannen die worden genoemd zijn die van Hugo de Jonge en Wobke Hoekstra. Wobke Hoekstra zal voor deze functie niet beschikbaar zijn, verwacht ik. Hij is in de markt als opvolger van Mark Rutte als die terugtreedt als premier. Ook de 41-jarige Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en vicepremier, is waarschijnlijk niet beschikbaar. Hij heeft meer flair dan Hoekstra en is iets ‘volkser’, maar hij is niet mijn eerste kandidaat. Dan maakt Raymond Knops (47) voor mij meer kans. De huidige staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zit al jaren in het fractiebestuur en is bovendien katholiek, een stroming binnen de partij die al 17 jaar niet aan het roer heeft gestaan. Nog een CDA’er met goede papieren is Pieter Heerma, zoon van voormalig CDA-leider Enneüs Heerma. Het 42-jarige Kamerlid is oud-persvoorlichter van de CDA-fractie en zit sinds 2012 in de Tweede Kamer. Hij was de rechterhand van Buma tijdens de laatste formatiegesprekken. Maar er staan ook twee vrouwen in de startblokken: staatssecretaris Mona Keizer, de 50-jarige Edamse is staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en stelde zich in 2012 al kandidaat voor het lijsttrekkerschap van de partij. En ook de ambitieuze 51-jarige Madeleine van Toorenburg, die sinds 2007 Kamerlid is. Komende week kiest de CDA-fractie haar nieuwe leider. (bron: businessinsider.nl)

Algemene Rekenkamer rapporteert

Het had niet veel gescheeld of de Algemene Rekenkamer had de financiële jaarrekening van het kabinet-Rutte III over het jaar 2018 afgekeurd. Zonder een goedkeurende verklaring voor de zogeheten Rijksrekening kan het parlement geen decharge aan het kabinet verlenen. Dat zou grote juridische gevolgen hebben. De individuele ministers worden dan niet ontheven van hun verantwoordelijkheid voor het financieel beheer.

Dat zei Rekenkamer-president Arno Visser bij de aanbieding van het Verantwoordingsonderzoek 2018 aan de Tweede Kamer. Visser sprak in zijn toespraak harde taal tegen het kabinet over de rechtmatigheid van zowel de inkomsten als uitgaven van de rijksoverheid, en over de bedrijfsvoering van de verschillende departementen. „Voor het eerst in lange tijd naderen we de kritische grens.” Volgens de wet mag het kabinet in beperkte mate beleidsfouten maken; die mogen niet de zogeheten ‘tolerantiegrens’ van 1% overschrijden. Volgens de Rekenkamer zit dit kabinet daar wat betreft financiële verplichtingen in de Rijksrekening met 0,93% nét onder. Het scheelt maar 0,07 procentpunt of „we waren in een lastig parket terechtgekomen”, aldus Visser. Als voorbeeld noemde Visser de subsidies die sinds vorig jaar worden verstrekt aan de zogenoemde regiodeals. Dat zijn regionale projecten, zoals de versterking van de industriële regio Eindhoven en achterstandswijk Rotterdam-Zuid. Omdat deze uitkeringen via het Gemeentefonds en het Provinciefonds lopen, mogen daar door het Rijk geen voorwaarden aan worden verbonden. Decentrale overheden mogen immers zelf bepalen waaraan ze de verkregen middelen precies besteden. Maar dat doet het kabinet wel. „Dit is in strijd met de Financiële verhoudingswet”, schrijft de Rekenkamer in het verantwoordingsrapport. Volgens Visser is het voorbeeld van de gemaakte fouten met de regiodeals – waar de onrechtmatigheden oplopen tot ruim een half miljard euro – „actueel maar niet het enige voorbeeld”. Visser voegde aan zijn bevindingen over vorig jaar een stevige waarschuwing voor komend jaar toe. Dan zal de Rekenkamer krachtens de nieuwe Comptabiliteitswet ook de tijdige communicatie door het kabinet aan de Tweede Kamer meewegen bij het onderzoek naar rechtmatigheid van het gevoerde beleid. Het parlement, zo stelde hij, wordt lang niet altijd op tijd geïnformeerd over „beleidsmatige mutaties”. „Stelt u zich voor, dat deze eis dit jaar al had gegolden?” Waar het gaat om de bedrijfsvoering van de departementen constateerde de Algemene Rekenkamer „meer problemen dan voorgaande jaren”. Om precies te zijn: er zijn 47 onvolkomenheden vastgesteld, met name bij de Belastingdienst en bij „hardnekkige problemen” rond ICT-beleid. „Dat blijft bij veel departementen een struikelblok”, aldus president Visser. Ter illustratie noemde hij drie ministers waar op het gebied van informatiebeveiliging „voldoende vooruitgang” is geboekt: „Die van VWS, van Sociale Zaken en van Economische Zaken & Klimaat. Ja. Daarmee heb ik ze echt allemaal genoemd.” (bron: NRC)

Tweederde van de €7,7 mrd aan subsidies die de afgelopen vijf jaar bedoeld was voor het opwekken van duurzame energie, is niet uitgegeven. Dat komt doordat het ministerie van Economische Zaken de kosten voor het produceren van schone energie stelselmatig te hoog inschat en aanvragen vaak te streng beoordeelt. Dat zegt de Algemene Rekenkamer. Het gaat om €5,2 mrd voor de periode 2013-2018. Aan het begin van de kabinetsperiode stelt een kabinet vast hoeveel subsidie het in het opwekken van duurzame energie wil steken. Op basis van de geraamde uitgaven daaraan wordt de hoogte van de heffing bepaald die burgers en bedrijven moeten betalen voor duurzame energie. Het ministerie van Economische Zaken erkent dat het een deel van de kosten in deze kabinetsperiode te hoog heeft ingeschat. Zo werden windmolens de afgelopen vijf jaar goedkoper. Daardoor is een deel van het bij burgers en bedrijven opgehaalde geld blijven liggen. Het wordt gereserveerd voor toekomstige projecten. Behalve de lagere kosten is het volgens de Rekenkamer ook onduidelijk wat voor projecten in aanmerking kwamen voor subsidie. Daardoor krijgt ook de Tweede Kamer geen goed zicht op waar het geld blijft steken, iets waar volgens de Rekenkamer snel verandering in moet komen. De Rekenkamer wees het ministerie van Economische Zaken er al in 2015 op dat er veel geld blijft liggen. Van alle Europese landen is Nederland het verst verwijderd van het behalen van de klimaatdoelstellingen van 2020, bleek al eerder uit onderzoek van Eurostat. Bovendien is de milieuvoetafdruk van de gemiddelde Nederlander voor het tweede jaar op rij licht toegenomen, ziet het Centraal Bureau voor de Statistiek. De gemiddelde uitstoot was in 2017 15,1 ton CO₂ per inwoner, een jaar later was dit 15,8 ton. (bron: AD)

Europese Rekenkamer rapporteert

Lidstaten van de Europese Unie doen nog steeds te weinig om fraude bij uitgaven uit het cohesiefonds aan te pakken. De lidstaten hebben de effectiviteit van hun fraudebestrijdingsmaatregelen te optimistisch ingeschat, stellen de controleurs. “De lidstaten komen in het algemeen echter tot de conclusie dat hun bestaande fraudebestrijdingsmaatregelen volstaan om de frauderisico’s te ondervangen. Wij vinden deze conclusie te optimistisch”, schrijft Henri Grethen, een lid van de Europese Rekenkamer. De opsporing en de reactie op fraude moeten nog aanzienlijk worden versterkt om fraudeurs tegen te houden, op te sporen en te ontmoedigen, schrijft de Europese Rekenkamer. Het cohesiefonds is door de EU in het leven geroepen om armere lidstaten te ondersteunen. Het fonds streeft ernaar om economische en sociale achterstanden weg te werken. Bij het gebruik hiervan wordt nog te vaak gefraudeerd, stelt de Europese Rekenkamer. “Het cohesiebeleid maakt een derde van de EU-begroting uit, maar is goed voor bijna 40% van alle gemelde fraudegevallen en nagenoeg drie kwart van de totale bedragen die met fraude zijn gemoeid”, aldus Grethen. (bron: Sanoma)

CBS: Hosanna op de arbeidsmarkt: veel nieuwe banen, recordlage werkloosheid, steeds meer vaste contracten.

Maar merkt werkend Nederland dit ook in de portemonnee? Helaas, dat valt nogal tegen. „Dit is echt zorgelijk, niemand vertrouwt die koopkrachtplaatjes meer.” Dat de lonen in Nederland maar zo matig stijgen, is al langer een puzzel. Hoe kan dat bij zo’n gespannen arbeidsmarkt? Die achterblijvende salarisontwikkeling is nóg wranger nu het dagelijkse leven steeds duurder wordt. Inmiddels stijgen de prijzen zelfs harder dan de lonen. En dat is ’voor het eerst in jaren’, aldus hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Neem de maand april: de prijzen gingen met gemiddeld 2,9% omhoog, de cao-lonen stegen zo’n 2,3%. Per saldo ga je er dan op achteruit. „Dit valt gewoon tegen”, zegt Daniël van Vuuren, hoofd Publieke financiën van het Centraal Planbureau, over het groeiende verschil tussen lonen en prijzen. „Het wordt steeds opmerkelijker wat we zien bij de lonen. De arbeidsmarkt is één groot halleluja-verhaal. Het is echt historisch hoe goed het gaat met de banengroei. De lonen trekken wel aan, maar nog steeds niet spectaculair.” Voorzitter Reinier Castelein van vakbond De Unie maakt zich grote zorgen over de koopkracht van zijn achterban. „Dit is echt zorgelijk, niemand vertrouwt die koopkrachtplaatjes meer. Het kabinet heeft de verantwoordelijkheid om die koopkracht te halen, volledig bij de vakbonden neergelegd. Maar wij vakbonden krijgen dat niet voor elkaar. Daarvoor zijn we te zeer verzwakt. De strijd met de georganiseerde werkgevers kunnen we niet winnen.” Een illustratie van de tanende macht van vakbonden is de cao-afpraak bij De Bijenkorf. Daar komen werknemers er karig vanaf met een loonsverhoging van 0,75%. Vakbond FNV wilde niet tekenen voor deze cao. Maar de bond werd uitgespeeld tegen het kleinere CNV, die wel instemde. FNV-onderhandelaar Linda Vermeulen heeft er geen goed woord voor over. „Het is niet uit te leggen dat bonden bij allerlei cao’s tekenen voor een fooi.” Andersom kan het ook. Als de vakbond wél veel leden heeft, is er wel kans op een mooie plus. Werknemers bij Tata Steel, het voormalige Hoogovens, zijn spekkoper met een loonstijging van 4% dit jaar. De onderhandelingen tussen de bonden en Tata Steel verliepen dan ook relatief gemakkelijk, terwijl het bedrijf het door concurrentie met goedkoop Chinees staal juist erg lastig heeft. De Vries vindt het onbegrijpelijk dat het kabinet ervoor heeft gekozen om de koopkrachtontwikkeling over te laten aan de onderhandelingstafel tussen werkgevers en werknemers. „Alles is duurder geworden. Ik vind dat het kabinet er veel te weinig aan doet om te zorgen dat het inkomen van mensen een beetje op peil blijft.” De prijzen stijgen de afgelopen maanden extra hard door toedoen van het kabinet. Dat verhoogde de btw van 6% naar 9%. Ook de energiebelasting is verder opgevoerd, waardoor de gemiddelde energienota dit jaar €334 hoger uitpakt. Deze overheidsmaatregelen zie je allemaal terug in de inflatie. In de koopkrachtplaatjes wordt ervan uitgegaan dat hogere prijzen vanzelf tot hogere lonen zouden leiden. Vakbonden eisen aan cao-tafels immers compensatie voor de inflatie. Maar die economenlogica lijkt momenteel niet op te gaan, erkent ook Van Vuuren van het CPB. „We zijn net vandaag begonnen aan onze nieuwe ramingen die medio juni uitkomen”. Of de prognose voor de loonstijging omlaag zal worden bijgesteld en die voor de prijsstijging omhoog? „Ik kan er nog niet te veel over zeggen, maar dat zou zomaar kunnen.” Over de inflatie zegt hij: „Die lijkt voor 2019 hoger uit te komen dan we eerder dachten.” Dat betekent dat ook de doorsnee koopkrachtplus van 1,6% lager kan uitpakken. Jacco Vonhof, voorzitter van werkgeversclub MKB-Nederland, baalt. „Dit is echt een zorgelijke ontwikkeling. Ondernemers snappen best dat je koopkrachtige consumenten nodig hebt om geld te verdienen. En dat begint bij je eigen personeel.” Volgens hem is de loonstijging ’redelijk tot goed, maar niet juichend’. Nog te veel ondernemers kampen met onzekerheid, volgens de MKB-voorman. „Kijk nou eens wat er in de detailhandel allemaal gebeurt, welke bedrijven er omvallen.” Vonhof wijst vooral naar politiek Den Haag. „We zien de collectieve lasten heel hard stijgen. De btw gaat omhoog, de energiebelasting. Moeten kleine ondernemers dat compenseren?” Met lede ogen ziet hij dat een groot deel van de salarisverhoging naar belastingen gaat. „De politiek roept wel dat het salaris omhoog moet. Maar daarmee spekken we alleen de staatskas. Het besteedbaar inkomen stijgt niet navenant mee.” (bron: DFT) [data om je zorgen over te maken. Met deze ontwikkeling moet gevreesd worden dat komende maand nieuwe cijfers van het CBS moeten worden bijgesteld op eerder prognoses van het kabinet. Met name de koopkracht kan door de stijgende inflatie en achterblijvende stijging van de lonen het draagvlak voor het overheidsbeleid bij consumenten onder druk komen te staan]

Fin/eco nieuws

De industriële productie in de Verenigde Staten is in april met ½% gedaald op maandbasis. Dat blijkt uit cijfers van de Federal Reserve. In maart ging de productie in de Amerikaanse industrie met 0,2% omhoog. Dit cijfer werd herzien van een eerder gemelde daling met 0,1%. De bezettingsgraad kwam vorige maand uit op 77,9% tegen een herziene 78,5% in maart.

De detailhandelsverkopen in de Verenigde Staten zijn in april onverwachts met 0,2% gedaald ten opzichte van de voorgaande maand. In maart gingen de Amerikaanse winkelverkopen met een herziene 1,7% omhoog.

ABN AMRO heeft de winst in het eerste kwartaal duidelijk zien dalen. Dat kwam onder meer omdat vorig jaar nog significante winsten werden geboekt op aandelenparticipaties, onder meer bij de investeringsfondsen van het inmiddels verkochte ABN AMRO Participaties. Andere investeringswinsten waren er in het eerste kwartaal nauwelijks door een ongunstiger beursklimaat. De bank zag de winst uitkomen op €478 mln. Dat is 20% minder dan een jaar eerder. Het operationeel resultaat kwam uit op €754 mln, 23% minder dan een jaar terug. Topman Kees van Dijkhuizen sprak van goede vooruitgang in het uitvoeren van de strategie. De netto-rentebaten van het financiële concern werden onder meer beïnvloed door tijdelijk verhoogde beheerkosten. Ook gingen de kosten omhoog door nieuwe regelgeving waar de bank, naar eigen zeggen, alleen het eerste kwartaal last van had. ABN AMRO wist die hogere kosten deels te compenseren door streng op de uitgaven te letten. Een deel van die extra kosten heeft te maken met de extra aandacht voor het tegengaan van witwassen. Daar werken bij ABN AMRO duizend mensen aan, maar dat aantal wordt uitgebreid naar zo’n 1400, liet Van Dijkhuizen weten. Aan alle incidenten die afgelopen jaar en dit jaar aan het licht kwamen bij onder meer Danske Bank, zit volgens de topman ook een positieve kant. “Ons personeel is er veel meer van doordrongen waarom we bepaalde dingen doen en ook bij klanten is er meer begrip voor soms lastige vragen. Mensen zijn wakker geschud.” ABN AMRO zette bij de zakenbank meer leningen uit. Het aantal risicovolle leningen bij de zakenbank werd teruggedrongen. Daardoor kon ABN AMRO de kredietvoorzieningen halveren tot net onder €100 mln. Van onzekerheid bij bedrijven door onder meer de aanhoudende onzekerheid rond de brexit en het handelsconflict tussen de Verenigde Staten en China, merkt de bank dan ook maar beperkt de gevolgen. Van Dijkhuizen verwacht wel dat er snel een akkoord wordt gesloten in dat laatste conflict. “Trump wil uiteindelijk ook herkozen worden.” Terwijl bedrijven meer leenden, kromp de hypotheekportefeuille licht. Daar verwacht de bank wel dat het marktaandeel in het huidige kwartaal weer toe zal nemen. Het beheerde vermogen van de Private Banking-tak nam toe. Onder meer een overname droeg daar aan bij. Het belang van de Nederlandse staat in ABN AMRO is al geruime tijd niet meer teruggedrongen. Van Dijkhuizen vindt dat de regering de afweging moet maken wanneer dat gebeurt. Wel snapt hij dat het momenteel een lastige periode is, vanwege de beweeglijke aandelenbeurzen.

De EU-antitrustautoriteit heeft vijf banken beboet voor hun betrokkenheid bij de manipulatie van buitenlandse valutamarkten voor elf munteenheden, waaronder de Amerikaanse dollar en de euro. Dat maakt de EU bekend. Banken Royal Bank of Scotland, Barclays, Citigroup, JPMorgan en MUFG kregen allen een boete van bij elkaar opgeteld €1,07 mrd. De Zwitserse bank UBS ontliep een boete van €285 mln, omdat UBS de Europese Commissie op de hoogte had gesteld van de misstanden. Volgens de EC vormden de banken twee kartels om zo de valutamarkt voor elf munteenheden, zoals de dollar, de euro en het Britse pond te beïnvloeden. Het ene kartel opereerde tussen december 2007 en januari 2013, de andere was werkzaam tussen december 2009 en juli 2012. “Bedrijven en burgers zijn van banken afhankelijk om geld te wisselen en om het buitenland transacties uit te voeren”, aldus eurocommissaris Margrethe Vestager in een verklaring. “Dit kartelbesluit stuurt een duidelijk signaal dat de Commissie dit soort geheime verstandhoudingen niet zal tolereren”, stelt Vestager. De Europese mededingingsautoriteit stelde dat de handelaren van de banken elkaar op persoonlijke basis kenden en via chatrooms contact met elkaar hielden.

Groei eurozone 1e kwartaal slechts 0,4%

De economie van de eurozone is in de periode januari-maart met 0,4% gegroeid ten opzichte van de voorgaande 3 maanden, toen de groei 0,2% was. Dat meldt het Europese statistiekbureau Eurostat op basis van een nieuwe schatting. Voor de gehele Europese Unie werd door Eurostat een vooruitgang opgetekend van 0,5%, tegen 0,3% in de voorgaande periode. Een geringe vooruitgang dat wel, maar geen data om enthousiast over te worden. In Frankfurt zal de vlag wel halfstok blijven hangen.

Op weg naar de komende verkiezingen voor het Europees Parlement

Het debat tussen Baudet en de Minister-President over de toekomst van Europa is een idee van Rutte, die fel naar Baudet heeft uitgehaald in een toespraak en hem uitdaagde voor een één-op-ééndebat. Hij riep Baudet op nog voor de Europese verkiezingen van volgende week het debat met hem aan te gaan over de toekomst van Europa. Dat kan ‘vrijwel zeker’, melden ingewijden, maar wel op de voorwaarden van Baudet. Rutte noemde Baudet een ‘zolderkamergeleerde’ die ‘op basis van rare verzinselen, wonderlijke theorieën’ de veiligheid van het land in gevaar brengt. In een tweet gaf de FVD-leider aan er wel voor te voelen: “Gesigneerde exemplaren van mijn boeken komen jouw kant op, ter voorbereiding op het debat. Forum voor Democratieleider Thierry Baudet zegt, onder stevige voorwaarden, in debat te willen gaan met de VVD-leider. Dat veel potentiële EU-parlementariërs pleiten voor ‘meer Europa’ snap ik wel: wiens dik belegde boterman men eet, diens woord men spreekt. Het pleidooi dat er een sterker Europa moet komen is te beargumenteren. De achterstand is groot ten opzichte van nieuwe wereldmachten. Maar de visie van D66 van vooruitkijken en vooral niet achterom kijken naar de chaos, is kansloos. De realiteit gebiedt mij te melden dat, op basis van het huidige statuut van de EU, Europa geen schijn van kans heeft de achtervolging op de voortrekkers in te zetten. Daarvoor is de basis te onstabiel, te versplinterd en er is te weinig visie ontwikkeld op de toekomst. Daarbij komt dat het draagvlak onder de bevolking te zwak omdat het volk niet de indruk heeft dat Europa meer welvaart kan gaan bieden dan de individuele EU-lidstaten. In dat debat kan premier Mark Rutte zich verantwoorden voor zijn uitspraken die hij op 2 september 2013 deed in de Rode Hoed in de vijfde H.J. Schoo-lezing. Hij begon zijn lezing met “H.J. Schoo benoemde de dingen zoals die zich aan hem voordeden. Heersende opinies zeiden hem niet zoveel. Laat ik daarom vandaag in die geest beginnen en allereerst de olifant die daar in de hoek staat een hand geven. U hebt hem vast ook zien staan. ‘VISIE, staat er in hoofdletters op. Ik kwam dat woord in de aanloop naar deze avond regelmatig tegen in allerlei verwachtingsvolle voorbeschouwingen. En ik zeg u meteen: ik geloof niet in alomvattende blauwdrukken waarmee maatschappelijke problemen in één klap op te lossen zouden zijn. Daar word ik als liberaal altijd een beetje wantrouwend van. Een land, een samenleving past niet in een mal.Voor mij geen visie als format hoe het allemaal precies moet, of waar we over 25 jaar achter de komma uit moeten komen, maar wel als perspectief voor mensen. En dat beeld krijgt u vanavond van me”, aldus onze premier in zijn introductie. Wij krijgen nu de prijs gepresenteerd van dit beleid van zes verloren jaren: Nederland en de Europese Unie hebben een forse achterstand opgelopen achter nieuwe wereldmachten als China, India, Rusland en Brazilië. Europa heeft bouwmeesters nodig die, met een blik op de toekomst, de achterstand van de Europese landen in de strijd om de wereldmacht, te herwinnen. Wat moet er eerst allemaal gereorganiseerd worden, voordat Rutte ook maar één stap voorwaarts kan zetten. Op de huidige weg voortgaan is voor Europa suïcide. In het vorige blog schreef ik daarover “Eerst orde op zaken stellen, de EU grondig hervormen met het ontnemen van de macht aan de Europese Raad (moet een adviesraad worden, breder georiënteerd met vertegenwoordigers uit de wetenschap, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven, zoals de Senaat), de vorming van een Europese regering die verantwoording moet gaan afleggen aan het Europees Parlement (dat grondig moet worden gereorganiseerd: kleiner, goedkoper, democratischer) en de fundamenten van de EU moeten sociaal/maatschapperlijk worden gevestigd. Hierdoor moeten de belangen van het volk gelijkwaardig worden aan die van het neo-liberalisme, die uitsluitend het belang dient van het grote geld en het bedrijfsleven. Verder moet er een politieke unie worden gevestigd waardoor de Europese belangen worden overgedragen naar Brussel. Niet zoals nu de Unie wordt bestuurd door technocraten maar door ambtenaren die besluitvorming toetsen op de humane werking ervan. Ook zal de Muntunie niet kunnen ontkomen aan een socialisering van hun beleid.” Rutte noemde Baudet een ‘zolderkamergeleerde’ die ‘op basis van rare verzinselen, wonderlijke theorieën’ de veiligheid van het land in gevaar brengt. Hij riep Baudet op nog voor de Europese verkiezingen van volgende week het debat met hem aan te gaan over de toekomst van Europa. Door voor een nexit te pleiten, een Nederlands vertrek uit de EU, is Baudet volgens Rutte ‘volstrekt onverantwoordelijk’ bezig. “Met dit soort bizarre ideeën laat Baudet de mensen voor wie hij zegt in de politiek te zitten keihard in de steek”, zei de premier. Rutte zegt zich zorgen te maken over ‘politici die met grootspraak en mooie praatjes mensen doen geloven dat we beter af zijn zonder Europese samenwerking’. “En politici zoals Baudet, die zelfs nog een stap verder gaan en een nexit bepleiten.” Dat zou Baudet doen ‘op basis van rare verzinselen’, zegt Rutte. “Op basis van wonderlijke theorieën die hij ergens op een zolderkamer bedacht heeft. Die bij flakkerend kaarslicht en met een ganzenveer, op papier zo poëtisch lijken. Maar in de praktijk desastreus en losgezongen zijn.” Dat kan woensdagavond een interessant debat worden.

Over 2 weken is de periode May eindelijk ten einde

De gesprekken tussen de Britse regering en de Labour-oppositie zijn geklapt, schrijft oppositieleider Jeremy Corbyn in een brief. Volgens hem is dat te wijten aan de steeds erger wordende “zwakte en instabiliteit” van de Britse regering. Volgens Corbyn hebben er goede gesprekken plaatsgevonden, maar is duidelijk geworden dat de twee partijen “de grote verschillen niet hebben kunnen overbruggen”. Begin juni zal premier Theresa May vermoedelijk voor de vierde keer het terugtredingsakkoord tot stemming laten komen. Corbyn zegt dat Labour nieuwe voorstellen “zorgvuldig zal overwegen”, maar hij voegt daar ook aan toe dat de grootste oppositiepartij in het Britse Lagerhuis niet voor het voorstel in de huidige vorm zal stemmen. Er is dit jaar al drie keer gestemd over het terugtredingsakkoord, beter bekend als het Brexit-akkoord. Drie keer leidde dat tot een nederlaag voor May. Door gesprekken met Labour te starten, hoopte de Britse premier ook de oppositie mee te krijgen voor haar deal, hoewel de kans op slagen door velen niet erg hoog werd ingeschat. De verwachting is dat May sowieso aftreedt nadat ze haar deal wederom tot stemming heeft gebracht, ongeacht de uitkomst van die stemming. Eerder gaf May al aan plaats te zullen maken wanneer deze fase in het Brexit-proces is afgerond.

‘Brexiteer’ en oud-burgemeester van Londen Boris Johnson heeft deze week bevestigd dat hij graag het stokje van May als leider van de Britse Conservatieven overneemt. Hij heeft grote steun van de Conservatieve achterban maar of dat in de fractie ook zo is, wordt nog betwijfeld. In het terugtredingsakkoord zijn afspraken gemaakt om het Britse vertrek uit de EU soepeler te laten verlopen. Zonder zo’n deal dreigen de Britten uit de EU te crashen, met grote economische en maatschappelijke gevolgen. Oorspronkelijk zouden de Britten op 29 maart uit de Europese Unie vertrekken. Die deadline is inmiddels twee keer verzet. Volgens de huidige planning is 31 oktober de laatste dag dat het Verenigd Koninkrijk nog deel uitmaakt van de EU. Dat zou dan het einde zijn van een dramatisch verlopen debat in \Brussel en in het Lagerhuis.

©2019 hannesdewitte@02051935.nl

Slotstand indices d.d. 17 mei 2019; week 20: AEX 557,91; Bel20 3511,46; CAC40 5.438,23; DAX30 12.238,94; FTSE 100 7.348,62; SMI 9.659,08; RTS (Rusland) 1254,68; DJIA 25.764,00; NY-Nasdaq 100 7.503,68; Nikkei 21.250,09; Hang Seng 27.946,46; All Ords 6.460,20; SSEC 2.882,30; €/$1,116744; BTC/USD $7.351,9302; 1 troy ounce goud $1277,10; dat is €36.805,93 per kilo; 3 maands Euribor -0,313% (1 weeks -0,379%, 1 mnds -0,368%), 10 jarig Nederlandse Staat 0,085%; 10 jaar VS 2,3927%; 10 jaar Belgische Staat 0,378%, 10 jaar Duitse Staat -0,105%, 10 jaar CHF (Zwitserse franken) -0,39%, 10 jaar Japan -0,0602%; 10 jaar Italië 2,647%. Een liter E10 hier aan de pomp (Makro/Shell) €1,644.

De indices van de belangrijkste aandelenbeurzen noteerden redelijk stabiel tot hier en daar licht dalend, de goudprijs daalde licht en de rente van 10-jarig en 30-jarig papier deze week weer verder daalde terwijl de 5-jarige negatieve rente verder steeg . Ik voeg ook deze week weer een lijst toe van 10 landen met een rentenotering voor 30-jarig staatspapier. De tarieven varieerden, in de sterke landen daalden de tarieven wederom: Zwitserland 0,15%; Japan 0,5258%; Duitsland 0,534%; Nederland 0,573%; Frankrijk 1,321%; GB 1,59%; Canada 1,9048%; Spanje 2,041%; VS 2,8222%; Italië 3,588%. 5-jarig staatspapier met een negatieve rente: Zwitserland -0,5%; Duitsland -0,515%; Nederland -0,483%; Denemarken -0,476%; Frankrijk -0,303%; Japan -0,17%; België -0,181%.

Dit bericht is geplaatst in Financieel/economisch. Bookmark de permalink.